zondag 10 september 2017
Groeten uit ...
Ik zal niet overdrijven, maar er was zeker sprake van een lichte verstoring van "the Force".
Een rimpeling.
Een moment dat de adem in het universum werd ingehouden...
In de souvenirswinkels bleken geen ansichtkaarten verkrijgbaar. ...
We doorliepen het hele stadje, we doorkruisten alle straten en gingen overal naar binnen waar mogelijkerwijs ansichten te vinden zouden zijn.
Nergens.
Aan de omgeving kon het niet liggen. Sinds een kleine week rijden we met onze camper door Kroatië. Een prachtig land met ongekende vergezichten en aandoenlijk stenen stadjes met huizen met rode daken. Of een burcht die boven de stad uittorent of tegen een rotswand lijkt aangekwakt. En overal die diepblauwe zee...
Zelfs voor een middelmatige fotograaf stapelden de onderwerpen voor prentbriefkaarten zich opeen.
Ook aan de toeristen kon het niet liggen. Het hoogseizoen is al voorbij, maar in drommen kwamen ze overal vandaan: Duitsland, Oostenrijk, Italië, Vlaanderen, Nederland. Alleen de busladingen Chinezen, die hadden de weg naar deze parel aan de Adriatische zee nog niet gevonden....
De gemiddelde toerist was in dit naseizoen wel van een leeftijd dat normaliter de grijze haren al lang hadden toegeslagen. Maar de meeste bruingebrande, verrimpelde gezichten droegen geblondeerde, zwartgeverfde of roodgekleurde haren. Dit kon echter niet verbergen dat zich hier een generatie door de smalle straatjes perste, die gewend was om ansichtkaarten naar huis te sturen.
Maar die waren dus nergens te vinden.
Zou Kroatië dan het eerste land zijn waar de ansicht naar het museum was verbannen?
Ik had al gehoord van het museum van "broken dreams" ergens in Zagreb....een museum vol herinneringen aan stukgelopen relaties....Zou de ansicht daar een plekje hebben gevonden of was dat weer teveel eer?
We trokken verslagen weg van de drukbevolkte kust, het binnenland in. Zo kwamen we, zonder enige illusie, aan bij de Plitvice meren.
En ja, ook daar was het druk.
Heel erg druk....
Maar dat mocht het wonder niet verhullen:
ze verkochten hier ansichtkaarten!
Lieve vrienden en familie: ze komen eraan!
zaterdag 12 augustus 2017
Marktplaats
Zoals ik wel gewend ben, was alles tot in de puntjes voorbereid. Ik hoefde alleen nog maar uit te voeren. Ondanks mijn 55-jaar, word ik door Anita stiekem nog steeds beschouwd als een zwakzinnige.
Met reden, ik ben in staat om de meest simpele opdrachten in een verbijsterende chaos te laten eindigen.
Het begint met het fenomeen "zoeken". Ik struikel bijna over het object dat door mij wordt gezocht, maar ik vind het niet. Ik keer de hele kamer binnenstebuiten, alle lades gaan open en weer dicht, kasten worden doorzocht. Het blijkt gewoon op tafel te liggen.
Waar het overigens altijd ligt.
Dus u hoort mij niet klagen.
Om even na tien uur gaat de voordeurbel.
Buiten komt de regen met bakken omlaag.
Op de stoep staat een enorme BMW. Voor de deur een oudere, tiptop dame. In haar handen een grote, roodleren buidel. Het blijkt een bovenmaatse portemonnee te zijn.
Op mijn uitnodiging om even naar binnen te komen; de vrouw wordt drijfnat in de regen, wordt afwijzend gereageerd. Ze wil de puzzels en direct weer door.
De puzzels staan klaar op de haltafel. Drie stuks en ieder met een elastiekje om de doos heen. Voor de zekerheid ligt er nog een briefje op:
"Puzzels. Worden om 10.30 uur opgehaald."
Ik reik de vrouw de puzzels aan en zij opent haar buidel. Ik zie een enorme buidel aan papiergeld, voornamelijk briefjes van vijftig. Een enkele van twintig, maar geen tientjes.
De puzzels moeten € 9,- opbrengen.
Of ik kan wisselen.
Nou, nee. Mijn portemonnee is leeg: die wordt al jaar en dag leeggehaald zodra er wisselgeld in zit. Het maakt mij niets uit. Maar nu is er dus een probleem.
Ondertussen blijft de regen omlaag komen en de vrouw veegt wat druppels van haar neus. Haar geblondeerde haren glinsteren. Ze gaat nog eens langzaam door de stapel heen. Ze weet een briefje van vijf tevoorschijn te toveren. Vervolgens gaat een ander deel van de buidel open en hier blijkt het muntgeld te zijn weggestopt. Ik zie een twee euro munt en stel voor om die dan maar bij de vijf euro te voegen, dan is het wel mooi geweest.
Dat vindt ze een slecht idee. Ze vraagt mij om mijn hand op te houden en schudt de hele inhoud aan muntjes in de palm van mijn hand.
"Zo, dat zal wel ongeveer die € 9 zijn", meldt ze tevreden. Zonder nog iets te zeggen, draait ze zich om en verdwijnt in haar auto.
Ik schrijf op het briefje: "Puzzels zijn opgehaald" en leg de stapel munten er boven op.
Ik geloof toch dat ik eerder een dominee dan een koopman ben....
zaterdag 5 augustus 2017
Fleur
Ze heeft iets truttigs. Ze is net een beetje te dik, boven op haar kop heeft ze korte krullen. Ze kan je langdurig aan zitten kijken en als je een blik teruggeeft, begint ze over haar hele lijf te trillen. Het liefste springt ze dan onmiddellijk boven op je schoot. Dan moet je erg oppassen: ze wil je héél graag likjes geven. Overal, maar het liefst duwt ze haar tong in je mond.
Ze heet Fleur.
Ze schijnt een Cocker Spaniel te zijn, maar wel één met een bijzondere geschiedenis. Ooit is ze geboren in Hongarije en op een dag, hoe weet niemand, is ze in Frankrijk terecht gekomen. Daar is ze opgepikt door een Rotterdamse met een groot hart en weinig geld. Ze bracht vervolgens enkele jaren door in een piepklein flatje met een enorme witte labrador, een kat, twee springerige kinderen en deze dame dus met haar vriend. Enfin, de relatie liep stuk: de minuscule flat moest worden ingeruild voor een nog kleiner flatje en daar was geen plek meer voor Fleur.
Fleur kwam naar Gouda.
Daar liep Max al even rond. Een robuuste soortgenoot. Tenminste, in alles lijkt hij op een Cocker Spaniel, maar dan wel enkele maten te groot. Een reus. Voor Cockerbegrippen dan. Fleur heeft een betere maatvoering, behalve dan dat ze te dik is. Max is een ADHD'er, bovendien heeft hij geen enkel geweten: hij rotzooit dus maar wat aan. Is zich nooit van welk kwaad dan ook bewust. Zijn opgeruimde en kameraadschappelijke karakter redt hem. Fleur kruipt al bij de gedachte aan een mogelijke overtreding van regels die misschien wel zouden kunnen bestaan, trillend in een hoekje.
Maar neem Fleur mee de natuur in en deze dame laat haar ware gezicht zien: ze pletst hollend door regenplassen, rolt vol overgave in de modder en ... ze eet poep.
Het liefst eet ze kattenpoep. Als ze de kans krijgt pakt ze ook een oude hondendrol. De drol moet wel wat zijn uitgedroogd: nattige en smeuïge exemplaren laat ze liggen.
U begrijpt nu mijn afkeer van haar tongetje.
Brrrr.
Anders dan Max, blijft Fleur tijdens de wandeling altijd bij je in de buurt.
Op één keer na: in de verte zag ze een grote, witte labrador lopen. In een lange spurt holde ze naar het beest. Daar bleef ze wat onzeker talmen terwijl de labrador verder achter zijn baas aansukkelde.
Hierna liet ze zich niet meer door labradors afleiden.
Nooit.
zaterdag 20 mei 2017
De klere krijgen.
Nog in 1849 kregen tienduizenden Nederlanders de "klere", of beter kolere of cholera. Ruim 23.000 van hen stierven. Volgens een overzicht van de provincie Zuid Holland:
Gouda: 214 slachtoffers;
Den Haag: 466;
Delft: 477;
Leiden: 755;
Katwijk: 235;
Moordrecht: 52....
en zo gaat het maar door...
Artsen probeerden het raadsel van deze ziekte te doorgronden. In medische rapporten is de wanhoop bijna leesbaar: men stelt keer op keer vast dat de ziekte voorkomt in arme, dichtbevolkte stedelijke gebieden waar de grachten dienen als open riool en het vuilnis gewoon op straat belandt, maar ook in plattelandsgebieden waar de lucht zuiver is en de leefomstandigheden gunstig, het treft rijken en armen, alhoewel armen wel (veel) vaker de pineut zijn. Ook wordt het weer uitgebreid beoordeeld, maar de ziekte raast rond in de vrieskou, de zomerse hitte, tijdens stormachtige dagen en bij regen. Er was geen pijl op te trekken.
Het begint vaak met misselijkheid en braken. Vervolgens komt die waterige diarree. De patiënt droogt snel uit en sterft vaak binnen 24 uur. Meer dan de helft van de mensen die werd getroffen, stierf.
Omdat de heren medici geen idee hadden van de onderliggende oorzaak, waren de behandelmethoden dan ook talrijk en zelden succesvol. Afhankelijk van welke oorzaak door de arts werd bevroed, kreeg de patiënt drankjes, pillen, kruiden of een gebed opgediend. Niet zelden kreeg de patiënt niet eens een arts te zien: er waren domweg teveel zieken.
In een circulaire van juli 1849 door de gouverneur van de provincie Zuid Holland, doet deze, van Bylandt, een oproep aan "burgemeesters der gemeenten ten platten Lande" om vooral het uitbreken van de ziekte niet geheim te houden. Hij verzoekt hen dan ook om driemaal per maand een opgave te doen van alle bekende en nieuwe ziektegevallen en de aantallen overledenen.
Omdat niemand nog precies weet wat de dodelijke ziekte veroorzaakt, is de paniek onder de bevolking groot. Zodra de cholera opnieuw een slachtoffer heeft opgeëist, wil men de dode zo snel mogelijk begraven.
Dit levert opnieuw een circulaire op, een curieuze ditmaal: de gouverneur roept op om de gevonden doden te verzamelen in een lokaal, vlakbij de begraafplaats en hen hier minstens 4 dagen te houden. Door een geneeskundige moeten de lijken minstens 1 keer per dag worden bezocht. Het schijnt namelijk nog wel eens te zijn voorgekomen dat een choleraslachtoffer helemaal niet dood was toen deze werd begraven.
Gezien de enorme hoeveelheid slachtoffers en deze gouverneur de moeite heeft genomen om al zijn burgervaders via een circulaire over deze schrijnende kwestie te benaderen, houd ik mijn hart toch een beetje vast als ik denk aan al die begraven mensen...
Uiteindelijk bleek de ziekte het gevolg van onbetrouwbaar drinkwater. Men dronk het water veelal rechtstreeks uit de gracht of de sloot, waar ook de poepton en urinoir in werden geleegd. Met de aanleg van het drinkwatersysteem, strikt gescheiden van riolering en andere waterlopen, verdween de ziekte uit ons land.
Eerst uit de wijken waar de welgestelden woonden.... dat dan weer wel....
![]() |
| circulaire 61 Provinciaal Blad van Zuid Holland (17 juli 1849) |
zaterdag 13 mei 2017
Een paria.
We weten vrij veel over Haye de Jong. Hij is geboren op 19 december 1844 in Jubbega Derde Sluis, één of ander gat in Friesland. De streek was bekend om de veenafgravingen en om de onvoorstelbare armoede die hier werd geleden. In de tijd dat Haye werd geboren, woonden de mensen hier nog veelal in plaggenhutten. Pas vanaf 1900 begon het rijk zich het lot van deze armen aan te trekken en begon men met het bouwen van eenvoudige arbeidershuisjes. Er was nog een reden dat de streek bekend, of eigenlijk berucht was: de bewoners waren eigenzinnig en gingen hun eigen gang.
Ik vermoed zomaar dat er wel een relatie valt te ontdekken tussen de armoede en het aan hun lot overgelaten zijn en de eigenzinnigheid van de bewoners van deze streek.
Hoe dan ook. We spraken over Haye.De armoede in combinatie met de eigenzinnigheid van de streek, zullen ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld in zijn geschiedenis.
Haye staat in de boeken als instrumentmaker, als barbier, wever, polderwerker, maar vooral als klaploper. In 1859 komt zijn naam voor het eerst voor in de aantekeningen van de rechtbank in Leeuwarden: diefstal. Hij is dan 15 jaar oud. Later wordt hij weer veroordeeld omdat hij op straat liep te bedelen. Verdere veroordelingen gaan over "valsheid in geschriften"en steeds opnieuw diefstal.
Omdat Haye veelvuldig de gevangenis in verdwijnt, komt zijn naam terecht in een zogenaamd "geheim register". Een uiterst modern hulpmiddel voor de officieren van justitie in die tijd. In dit register werden de namen opgenomen van alle criminelen waarvan de verwachting was dat het nooit meer goed met hen zou komen: die bleef je tegenkomen terwijl ze weer eens bezig waren met stelen, bedelen, iemand bedonderen...Het meest opvallende kenmerk van dit register: van een ieder die de twijfelachtige eer had voor de eeuwigheid hierin te worden bewaard, werd ook een foto opgenomen.
We hebben het over 1882. Foto's waren nog een kwestie van een gevoelige plaat die, voor iedere foto die je wilde nemen, opnieuw in de camera moest worden ingebracht. En vervolgens moest je enige seconden doodstil blijven staan want anders was de foto bewogen. Haye werkte goed mee: hij staat er scherp op.
Uit de beschrijving weten we dat Haye niet erg lang was: 1 meter 74. Hij was blond en had blauwe ogen. Als ik naar de foto kijk zie ik een man die het allemaal wel gelooft. Hij lijkt me wat spottend in de lens te kijken. Die is niet heel erg onder de indruk van wat hem allemaal overkomt.
In een later register vinden we opnieuw zijn foto. Dan zien we een heel andere man: oud en uitgeblust. Volgens het register is hij hier 46 jaar. Een man getekend door een leven in armoede en een leven als paria.
Haye wordt in 1890 weer eens uit de gevangenis ontslagen. Hij trouwt in 1891 met Sjoukje Boender. Sjoukje en Haye hebben dan al twee dochters.
Hierna wordt het vaag. Haye verdwijnt uit beeld. Zijn jongste dochter, Jeltje, komt in Amsterdam terecht. Hier ontmoet ze een Brabander en trouwt met hem.
Jeltje is de moeder van mijn opa: Lambertus Zwart.
Van Haye is zelfs de overlijdensdatum niet bekend.
zaterdag 29 april 2017
Eau de Vache
Alhoewel er aardig wat klanten in de zaak rondliepen, wist men de sfeer ingetogen te houden. Er werd niet geschreeuwd of hard gelopen. De medewerkers stonden glimlachend achter de verschillende toonbanken en het was onmogelijk om hun blikken te ontwijken. Het duurde dan ook niet lang of ik werd binnen gehengeld. De dame vroeg me vriendelijk waarmee ze mij van dienst kon zijn.
Wat schuchter bekende ik op zoek te zijn naar melk.
De dame draaide zich direct naar de hoek waar melk werd verkocht. Ze vroeg me of ik ook al wist welke melk ik wenste. Hierbij gleed haar hand langs de verschillende pakken van de verschillende fabrieken.
Ik moest toegeven weinig verschil te bespeuren. De meeste pakken waren blauw en hadden afbeeldingen van koeien of van weidse luchten boven het land.
Natuurlijk, er was de volle, halfvolle en ook de magere melk. De volle melk bleek in zeer donkerblauw en vervolgens werd het blauw steeds bleker naarmate de melk met meer water was aangelengd. De prijzen waren overigens ongeveer steeds hetzelfde.
Dat was wel weer wonderlijk.
Ik wees naar een pak halfvolle melk.
De dame complimenteerde mij met mijn uitstekende keuze. Ze bood me een miniscuul glaasje aan om vast even te proeven. Dat sloeg ik af. De dame ging mij voor naar de kassa.
Of het een cadeau was?
Ik zag hoe een pak van een klant voor mij kunstig werd ingewikkeld in een soort glimmend folie. Dat leek mij wat overdreven.
Terwijl ik mijn betaalpas in het pinapparaatje duwde, stopte de dame mijn pak melk in een papieren tasje. Ze vertelde glimlachend dat er nog een proefflesje karnemelk en ook nog een kortingsbon voor de yogurt in had gedaan.
Nu vergat ik bijna mijn stempelpasje. Om ongenoegen thuis te voorkomen, overhandigde ik deze alsnog. Dat bleek gelukkig geen probleem: mijn pak melk bleek goed voor twee stempeltjes. Ik zag dat ik nog enkele stempels nodig had om een gratis pak melk te kunnen afhalen.
Nu we toch bezig waren: er was een nieuwe zegelactie waardoor we in mei een pak biest bij elkaar konden sparen.
Eenmaal buiten zocht ik mijn weg naar de supermarkt voor een nieuw flesje aftershave.
zaterdag 15 april 2017
Dit is geen glas met water
Ik herinner mij van mijn eerste les filosofie eerlijk gezegd alleen nog maar de manier waarop de leraar het vak introduceerde. Van alle wijsheden die hier ongetwijfeld op volgden, is mij niets meer bijgebleven.
De leraar, Frank Timmer, kwam de les binnen met een glas water die hij voor zich op zijn bureau zette. Hij keek de klas in en merkte op:
"Nu denken jullie, daar staat een glas met water."
Daar viel niet veel op af te dingen. We zwegen dus en wachtten op het vervolg.
"De enige reden dat we naar elkaar opmerken dat hier een glas met water staat, is omdat we dit met elkaar hebben afgesproken: "dit is een glas met water....""
Hierna stopt voor mij de herinnering.
Ik was toen een jaar of achttien. Het zei me nog niet zoveel. Het was, zover ik bij mezelf kan nagaan, wel de allereerste keer dat ik ermee werd geconfronteerd dat de werkelijkheid waar ik dagelijks in leef niet meer dan een construct is.
De wereld zit tussen mijn oren.
Daar wist Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie, afgelopen week over mee te praten. Op een jaarvergadering van een club met belangrijke (voornamelijk) heren, althans dat vinden ze zelf, sprak zij de troepen toe. Een blonde dame in een strakrode jurk, die de zaal ook nog eens voortdurend op milde wijze op het verkeerde been zette, dat bleek wel een sleutel tot succes.
Ik was snel weer vertrokken. Dat soort werelden doen het maar slecht tussen mijn oren.
En ondertussen was het de hele week een stille week. Overal klonk het verhaal van die ene man die ooit voor zijn overtuiging bleef staan en dat met zijn dood moest bekopen. Helemaal geen nieuw verhaal en ook al niet uniek. Het is zo'n beetje het verhaal van iedere dag: steeds opnieuw moedige mensen die opstaan en hardop durven te zeggen dat het anders moet. Maar die daarvoor dan ook een prijs moeten betalen, niet zelden met hun dood.
Maar dan opnieuw weer moedige mensen die opstaan en hardop zeggen dat het anders moet.
Opnieuw en opnieuw.
Daar gaat Goede Vrijdag over: het zal nooit stoppen, steeds komen ze weer terug. De moedigen.
Mensen die het hebben begrepen: de enige reden dat wij het weigeren van vluchtelingen normaal vinden, is omdat we dat zo hebben afgesproken.
De enige reden dat wij een ander met gelijke munt terug betalen, is, omdat we dat zo hebben afgesproken.
Omdat het zo tussen onze oren zit.
Een les die Margriet Sitskoorn ons leerde: we lopen allemaal over geitenpaadjes.
Nou ja, bijna iedereen.
Maar zeker de heren in de zaal die door haar werden toegesproken: de succesvolle bestuurders.
Ook ik.
We zijn niet voor niks succesvol gebleken: we wisten de geitenpaadjes van onze maatschappelijke constructen het makkelijkst te bewandelen.
Voor ons bleek dat glas water op tafel dan ook alleen maar een glas met water.
Abonneren op:
Posts (Atom)








