woensdag 28 december 2011

Een leider sterft



Terwijl we in ons deel van de wereld wat in elkaar zakken en ons overgeven aan de grijze, koude, zielloze dagen tussen kerst en nieuwjaar, wordt de andere zijde van de aardkloot geconfronteerd met gebeurtenissen die een voortdurend ingrijpen van hogere machten doet vermoeden.

Het sneeuwt in PyongYang.

Nu sneeuwt het rond deze tijd van het jaar wel vaker, ook daar, maar de grote leider is óók dood. Dat sneeuwen kan dus geen toeval meer zijn. Communistisch regime of niet, hier moeten wel hogere machten aan het werk zijn. Verder is al het bijgeloof natuurlijk verboden.

Niemand kan beweren dat ze in Noord Korea consequent willen zijn. Het enige thema dat er werkelijk toe doet is macht. Dat geldt voor alle dictators: Birma, Syrië. En van die militairen in Egypte moet ik nog zien hoe ze de macht met het volk gaan delen. Voorlopig heeft de macht daar geen gezicht en dat is eigenlijk nog veel enger: je hebt geen idee wie nou precies welk touwtje in handen heeft.

Ik heb mijn hele leven doorgebracht in het vrije westen. Natuurlijk, ook deze vrijheid is relatief en, natuurlijk, de vrije wil bestaat niet en...maar ik heb toch nog altijd sterk het idee dat dit soort overpeinzingen erg te maken hebben met de vrijheid in ons deel van de wereld.

Gefascineerd kijk ik naar de beelden van de begrafenis van de grote leider. Zijn zoon, hij wordt nu de grote opvolger genoemd, loopt schijnbaar onbewogen naast de auto waarop de lijkkist is gezet. De onbewogen beweger, zo noemden de Grieken ooit de goddelijke macht die het leven in werking zette. Vindt hij vast mooi, want ze hebben daar wel iets met mythologie, goden en helden. De menigte aan de kant van de route leeft zich helemaal uit in haar verdriet. In wanhoop stampen en krijsen ze. Ze kijken overigens allemaal ook in de camera en nergens zie ik tranen. Zou ik, als grote opvolger, toch niet prettig vinden.

Maar goed, iedereen belazert elkaar, ze weten het en hebben blijkbaar met elkaar afgesproken dat het zo hoort.

Aan de andere kant...

Afgelopen week ging er nog een leider dood: Vaclav Havel.

Ooit verzette hij zich tegen een totalitair en repressief regime in zijn land. Het grootste deel van zijn leven bracht hij door in de gevangenis. Diezelfde regimes in het oosten van Europa verzorgden regelmatig massale parades waarin het volk, jeugdgroepen, het leger, kilometerslange rijen met arbeiders hun kelen schor schreeuwden om de wereld duidelijk te maken hoe gelukkig ze waren.

Havel was bij die massale bijeenkomsten nergens te zien.

Maar hij was er.

Ergens.... 








 

dinsdag 27 december 2011

Niks natuurbeheer: een irrigatiedeskundige irrigeert....

nu tref je in het bos opeens een betonnen rand aan: het restant van een perron


Het was kerst. Onze kinderen lagen met 25 graden Celsius aan een strand in Nieuw Zeeland; wij keken elkaar aan. Wat doe je met kerst? We besloten tot een wandeling. We hadden nog een wandeling liggen over een aantal landgoederen in de omgeving van Zeist. Dat leek ons wel wat.

Landgoed Bornia en landgoed Heidestein zijn zonder twijfel lichtende voorbeelden voor onze staatssecretaris als het gaat om natuurbeheer. Heidestein werd rond de eeuwwisseling 1900/2000 eigendom van de heer Wetstein Pfister, een ingenieur uit Oostenrijk. Hij was irrigatiedeskundige.

En wat doet een irrigatiedeskundige?

Die begint met irrigeren.

Het zanderige stukje grond wat hij bij Zeist had gekocht, de Utrechtse heuvelrug bestond toen nog voornamelijk uit woeste gronden met zandverstuivingen en eindeloze heidevelden, begon hij voortvarend van water te voorzien. Hij plantte bossen, naaldbomen want die groeien ook op zanderige grond en later kwamen hier nog loofbossen bij. Stukje bij beetje werd het oorspronkelijke landschap weggedrukt door de fantasievolle geest van deze heer Wetstein Pfister. Geen actiegroepen die protesteerden of lastige buren die bodemprocedures begonnen, de vele zeldzame zandhagedissen en alle wilde geiten en heideschapen stierven een eenzame dood. Geen haan die hier naar kraaide. Staatsbosbeheer, natuurmonumenten, stichting Das en Boom, het waren fenomenen van een nabije toekomst maar vooralsnog zwaaide je de scepter als je geld genoeg had of een familiaire afkomst die je naam een gouden randje gaf.

Wetstein Pfister bakte ze nog bruiner. Hij legde een spoorlijn aan over zijn landgoed. Een smalspoor weliswaar, maar toch. Het kleine stoomtreintje tufte zijn dochters naar de verschillende perronnetjes op het land zodat ze hun mooie laarsjes niet vuil hoefden te maken in de modder.  Die spoorlijn is al lang weer verdwenen. Nu tref je midden in het bos opeens een betonnen rand aan of zie je over een heuveltop een rij eenzame pijlers staan.

Restanten van een fantasie van een rijke ingenieur uit Oostenrijk. Ook hij en zijn familie zijn alweer lange tijd uit zicht. Het landhuis brandde in 1939 tot de grond toe af.

We hebben heerlijk gewandeld. Door de bossen en de kleine stukjes heide die zijn overgebleven. Staatsbosbeheer is inmiddels de baas van het landgoed.

Dat moeten we weten: hele stukken bos zijn alweer weggezaagd, zodat er opnieuw zandverstuivingen kunnen ontstaat.

Want zo is het altijd geweest,

Mijnheer Wetstein Pfister....

zaterdag 24 december 2011

kat met kerst?



De dagen gaan weer lengen. Verstokte atheïsten vieren op 25 december de zonnewende, minder principiëlen en gelovigen kerst. In de praktijk worden de symbolen en rituelen uit beide benaderingen onbekommerd door elkaar heen gebruikt. Hoe je het feest ook beleefd, een goed feestmaal hoort erbij. De symboliek vanuit de christelijke gedachte is niet zo duidelijk: een geboorte van een mensenkind in een stal waar de dieren de feestvreugde verhoogden door ontroerd voor het kind te buigen, niet door als maal te dienen. In geval van de zonnewende, het germaanse equivalent, is de symboliek helder: wanneer je in tijden van schaarste, de winter is voor samenlevingen zonder Jumbo en AH veelal een tijd van schaarste, moet je eten. Eten zoveel je kan. Dik worden, zodat je voldoende reserves opbouwt. Dik zijn was eeuwenlang een teken van welstand. Dikkerds verzekerden je van nageslacht. Dikkerds hielpen je de winter door.

Vervuld van al dit soort gedachten, deed ik onbevangen de deur open toen een dame had aangebeld. Ze wilde direct van start gaan, maar bedacht zich. Ze trok haar handschoen uit en stelde zich aan mij voor. Toen begon ze.

"U bent de eigenaar van die zwarte kat die door de buurt heen zwerft?"

Dat klopt. Eén van onze katten hield ons huis voor gezien toen we hier twee andere katten introduceerden. Nu hebben we over het algemeen zo'n 3 tot 4 katten in huis en al vaak hebben zich wisselingen in de populatie voorgedaan, maar dat is altijd probleemloos verlopen. Deze keer dus niet. Solo, zo heet de kat echt, vond de nieuwe huisgenoten maar niks en besloot zijn heil voortaan buiten ons huis te zoeken. Al vele keren probeerden we hem weer het huis in te halen, maar dat werd niks. Hij begon op zo een luide manier klagend te roepen, mauwen kon je het niet noemen, dat de haren je te berge rezen. Zodra hij ergens een gaatje zag, perste hij zich naar buiten en dan was hij weer voor een paar dagen uit beeld.

Tot overmaat van ramp begonnen verschillende mensen bij ons in de buurt zich het lot van deze zwerver aan te trekken. Ze begonnen hem te voeren. Dat voeren ging blijkbaar in die hoeveelheden, dat Solo steeds dikker werd. En, natuurlijk, steeds minder zin kreeg om zich bij ons te melden. Waarvoor zou hij?

Deze dame was één van die dierenliefhebbers die hem dus was gaan voeren. Dat was één keer leuk, twee keer, maar de derde keer begon hij op zijn klagende toon te vragen waar het eten bleef. En toch maar weer geven, dus Solo begon steeds meer te eisen. Tja, dan is het opeens niet zo'n leuk poesje meer. Niet zielig, maar vervelend en een probleem dat moet worden opgelost.

Dat kwam ze mij dus even duidelijk maken. Het is uw kat en u lost het probleem maar op. Anders, ze kon het niet nalaten, zorg ik wel dat hij in het dierenasiel komt.

We hebben hem vanmiddag maar opgezocht en op een zolderkamer bij ons thuis opgesloten.

Tja, zonnewende, kerstfeest, lichtfeest, iets met vrede....en we willen ook nog wel een keer lief zijn voor een mens of dier. Maar we willen er ook weer geen last van hebben. Niet met kerst, want dan willen we het vooral gezellig hebben.

In ons eigen kringetje.

vrijdag 25 november 2011

oefeningen in nederigheid



Met mijn wens om het interimwerk te verlaten, ben ik dus op zoek naar een vaste baan. Dat levert bijzondere ervaringen op.

Het is sowieso al vele, vele jaren geleden dat ik voor het laatst meedeed in een sollicitatieprocedure. En de wereld heeft niet stilgestaan. Internet, mailverkeer, social media, allemaal nieuwe elementen in de slag om de nieuwe baan. Waar door mij indertijd de zaterdagkrant van de Volkskrant of de NRC werd gekocht voor de advertenties, surf je nu over internet door allerlei banensites: Via Skipr of Zorgvisie naar de internetpagina's van de Volkskrant en NRC naar sites van bekende en onbekende searchbureaus. Je surft wat af. Ook twitter maakt me soms attent op een mogelijke vacature en ik merk dat mijn pagina op Linkedin, sinds ik hier en op Twitter heb aangegeven vanaf januari weer beschikbaar te zijn, opeens druk wordt bezocht.

Het tempo ligt hoog. Voorheen was het ritme te overzien: zaterdag krant kopen en zoeken, zondag brief schrijven en vervolgens de week die hierop volgde afwachten of er een reactie kwam. En op zaterdag begon de cyclus weer opnieuw. Dat loopt nu allemaal achter elkaar door. En,als je wilt, 24 uur per dag. Een mail kan ook om 3.00 uur 's ochtends worden afgeleverd, dat maakt allemaal niets uit.

Ook zijn er zaken die niet zijn veranderd. Voor de posities waar ik op schrijf, is het vrijwel onmogelijk om in de procedure terecht te komen als men je niet kent. Ik reageerde op een aantal advertenties die mij aanspraken, maar in een regio waar mijn netwerk mij niet kan helpen. Kansloos.

Opvallend is overigens dat in de afwijzing door drie verschillende bureaus drie keer vrijwel exact dezelfde zin werd gebruikt om de afwijzing te motiveren:"Na zorgvuldige bestudering van de verschillende CV's, moest ik constateren dat een aantal beter aansloten op de wensen van de opdrachtgever." Een zin die alles zegt en daardoor natuurlijk ook weer helemaal niets. Zo'n communicatieadviseurzin. Zo'n zin waarbij degene die de slechte boodschap moet brengen, opgelucht adem haalt. Zo'n zin waarbij degene die de boodschap krijgt even verstild naar een punt in de verte staart. Zo'n zin.

Daarnaast blijft solliciteren mensenwerk met alle knulligheden die hier bij horen:
1) een afwijzing waarin wordt gezegd dat "na zorgvuldige bestudering...", maar waarvan de aanhef is "Geachte mevrouw/ mijnheer"
2) een afwijzing voor een functie waar ik niet op heb gesolliciteerd,
3) en bovendien het bureau geen enkele reactie meer geeft wanneer ik hen hierop wijs.

Het is een lange oefening in nederigheid.

Ik ken natuurlijk de andere kant van het verhaal op mijn duimpje.

Vele brieven heb ik gelezen, vele gesprekken gevoerd. Soms was het volkomen duidelijk wie voor een plek in aanmerking kwam, soms was het zeer arbitrair. Altijd belde ik de kandidaten die na een gesprek door mij waren afgewezen. Steeds op zoek naar de balans tussen duidelijk zijn en niet willen kwetsen. Dat levert inderdaad wollige zinnen op. Soms vroeg een kandidaat mij om gewoon in alle openheid te vertellen wat mijn oordeel was geweest. En soms, heel soms kon de kandidaat er dan ook tegen.

Soms is het een harde oefening in nederigheid.

Buiten regent het. 1 januari komt snel dichterbij. Ik ga nog maar eens wat surfen op het internet.

donderdag 8 september 2011

Dilemma?

Marlene Dumas - the schoolboys
Het museum in Gouda heeft blijkbaar een doodzonde begaan: ze heeft een schilderij uit haar collectie verkocht om aan een vrijwel onafwendbaar faillisement te ontkomen.

Het schilderij "the schoolboys" van Marlene Dumas, ik had nog nooit van het schilderij noch van de schilderes gehoord (maar dat zegt vooral iets over mij), is voor ruim één miljoen euro op een veiling in andere handen overgegaan.

En daarmee was het museum gered. En daarmee weer de banen van alle medewerkers. En bovendien behoudt Gouda een plek waar haar rijke geschiedenis voor geïnteresseerden (en dat zijn er dus niet zoveel) inzichtelijk blijft.

En vervolgens vielen alle leden van de brancheorganisatie van musea over de directie van het Goudse museum heen. En werd dit museum uit de organisatie gestoten. Zodat ze de, zo broodnodige inkomsten van een museumjaarkaart kwijt raakt.

Zo helpen we elkaar de winter door.

Ik heb vele voetstappen in het Goudse museum achtergelaten. Het bevat vele leuke, aandoenlijke en boeiende artefacten van het Goudse leven. Inderdaad, er is ook een etage met schilderijen, zonder duidelijke relatie met de Goudse geschiedenis en hier loop ik, toch ook wel liefhebber van deze kunstvorm, meestal snel doorheen. Ik kom voor de apotheek van van Grendel, de gewatteerde cellen voor psychiatrische patiënten (het museum is vroeger een gast- en dolhuis geweest), de verstillende kapel en het kerkzilver uit de Sint Jan, de chirurgijnskamer met afbeeldingen van de Goudse arts Bleuland. Vreemd genoeg wordt in de collectie nauwelijks aandacht besteed aan het roerige patriottentijdperk, waarbij Gouda een volksoproer van Oranjeliefhebbers en zelfs een inval van het Pruisische leger voor haar kiezen kreeg. Maar goed, het blijft een aardige collectie.

Behalve dan die schilderijen. Die hangen er maar een beetje bij.

En het schijnt, aldus de branchevereniging, nu eenmaal volstrekt not done te zijn om een schilderij uit eigen collectie te verkopen. Zelfs als hiermee het museum van de ondergang wordt gered. Zelfs als het verkochte stuk maar moeizaam past in de opgebouwde collectie. Want ja, we hebben met elkaar regels afgesproken.

Men ging zelfs zover het museum te verwijten "onethisch" te handelen. Nu is ethiek volgens mij breder gedefinieerd dan het al of niet toepassen van binnen een stichting afgesproken regels, maar daar stoort men zich natuurlijk niet aan. Ethiek is volgens mij een debat, een afweging, een dilemma.

Maar daar heeft de branchevereniging nog nooit van gehoord. Niks dilemma: er wordt een regel overtreden en die wordt afgestraft.

Musea bevinden zich met onze huidige regering, in guur weer. Het dogma van de markt maakt dat dit soort voorzieningen maar moeizaam de eigen broek kunnen ophouden. Bibliotheken, buurthuizen, musea en al dit soort voorzieningen staan vaak aan een financiele afgrond. Degenen die niet opgeven, gaan op zoek naar mogelijkheden.

En verkopen een schilderij uit de eigen collectie.

Maar dat mag dus niet.

Dat is onethisch.

dinsdag 6 september 2011

Drama


Het is u wellicht ontgaan. Zondag 4 september is Johanna Splinter gevonden. Ze lag in een paar bosjes in een kantorenwijk in Amstelveen. Ze was dood.

Johanna is 89 jaar geworden.

Op 14 augustus is ze verdwenen uit haar woning. De hoogbejaarde vrouw stond op het punt om te worden verhuist naar een verpleeghuis. Thuis ging het blijkbaar niet langer, ze was al lange tijd in toenemende mate dement geworden. Ze wilde niet, zo vertelde haar zoon. Maar het moest, het ging gewoon niet meer.

En toen is ze verdwenen. Spoorloos. Kinderen, familie, vrienden en politie hebben de hele omgeving bij haar huis afgezocht. Nergens.

Ze heeft haar jas aangedaan, een tas gepakt en heeft de deur achter zich dichtgetrokken.

Ze is gevonden in de buurt van een kantoor waar ze vroeger zelf eigenaar van was. Waarschijnlijk is ze "gewoon" naar haar werk gegaan. Maar niets klopte er nog. De omgeving was veranderd. Welk kantoor was het nu eigenlijk? Als ze al mensen heeft aangesproken, dan zullen die verbaasd hebben gereageerd, want welke vrouw van 89 moet nu naar haar werk? Bovendien, het was zondag. Mensen begrepen haar niet. Ze begreep het zelf ook steeds minder.

Ik weet niet meer of het regende op 14 augustus, maar die kans is natuurlijk groot deze zomer. Ze werd moe, kreeg honger en uiteindelijk is ze maar in een paar bosjes op de grond gaan zitten.

Zo gleed ze langzaam weg.

In Noorwegen werd een reconstructie uitgevoerd van het vreselijke drama op Utoya. In Engeland werd nog druk gesproken over de rellen in de Engelse steden. Iemand moet toch schuldig zijn. In Afghanistan kwamen 22 mensen om bij een bomaanslag en de strijd in Libië bleef de boventoon voeren in de media.

Johanna Splinter werd in al dit mediageweld nauwelijks genoemd. Want wat is er nu zo opvallend aan een 89 jarige vrouw die haar jas aantrekt en haar huis verlaat.

Johanna Splinter is gevonden. In een paar bosjes in een kantorenwijk in Amstelveen.

donderdag 16 juni 2011

Geen regels meer!



Verdrijving uit het Paradijs


Vanmorgen las ik een interessant bericht op de website van Skipr (http://www.skipr.nl/actueel/id7857-stichting-voor-ouderenzorg-schaft-alle-regels-af.html):

stichting voor ouderenzorg schaft alle regels af.

Hij is boeiend.

De koptekst bevat namelijk een paradox: op het moment dat je zegt: "we schaffen alle regels af", introduceer je één regel: we hebben geen regels. Maar met het introduceren van die ene regel, verlaat je de door jou gestelde regel: je hebt een regel, waarvan je zegt dat je die niet hebt.

Dit is meer dan een woordenspel.

Want wat zeg je nu eigenlijk wanneer je stelt dat er geen regels bestaan? Dan zeg je dat ieder ogenblik alles volledig kan veranderen. Dat je nergens op kunt vertrouwen. Dat je jezelf en je omgeving steeds opnieuw weer helemaal moet uitvinden.

En bovendien dat dat ook steeds weer verandert.

Dat lijkt mij geen prettige omgeving om in te verblijven. Zeker niet in een zorgomgeving, waar ik mag hopen dat een heel aantal regels gewoon overeind staan: ik denk dan aan bejegening, aan veiligheid, aan zorg- en behandelafspraken. Ga zo maar door.

Ik begrijp natuurlijk ook wel dat dit nooit de bedoeling kan zijn van het experiment. Ik voel ook wel aan van waaruit de gedachte is voortgekomen.

Ik kwam ooit als nieuwe directeur in een verpleeghuis en begon enthousiast een aantal veranderingen door te voeren.

Dat werkte natuurlijk niet.

Er gebeurde helemaal niets.

Ik vond dat de bewoners in het verpleeghuis vooral recht hadden om in een woonomgeving te verblijven. Een omgeving waar zij zich thuis zouden voelen.

Als ik in een huiskamer op een afdeling van het verpleeghuis kwam, vielen mij allerlei zaken op:
1) alle medewerkers liepen in uniform,
2) de artsen liepen meerdere keren per week visite en op sommige afdelingen werden bewoners zelfs geacht zich dan op de slaapzaal bij hun bed te bevinden,
3) fysiotherapie, de kapper, de tandarts en ga zo maar door, bepaalden, zonder overleg met de bewoner wanneer zij met hen een afspraak hadden,
4) bewoners werden op dat ogenblik, waar ze ook mee bezig waren, door vrijwilligers (hardwerkende en betrokken mensen) uit hun woonomgeving geplukt en meegenomen naar de kapper, de tandarts en ga zo maar door,
5) en nergens, werkelijk nergens hing aan de muur van de huiskamer ook maar één foto van de kinderen of kleinkinderen. Kom eens in een gemiddelde huiskamer van een hoogbejaarde buiten het verpleeghuis...

Alles bleek te maken te hebben met de visie op het wonen in een verpleeghuis. Bovendien kwamen veel regels voort uit beheersaspecten: je kan toch niet overal zomaar schilderijen of foto's van alles iedereen ophangen? Dan wordt het een zooitje.

Vond tenminste één van mijn voorgangers.

Bewoners waren dus te gast en de omgeving had te maken met behandeling en verzorging.

Niet wonen.

Dus speelden we ziekenhuisje.

En woonden de bewoners in een omgeving die ook inderdaad niet van hun was. Dat werd voor hen bedacht.

O ja, natuurlijk zijn de bewoners niet voor niets opgenomen in een verpleeghuis. En natuurlijk, soms is er sprake van een intensieve zorgbehoefte of een gecompliceerde behandeling door de arts. Maar daarom hoeft hun hele omgeving toch niet gedomineerd te worden door deze aspecten?

Thuis zijn de mensen toch ook gewoon thuis en bepaalt de huisarts en de wijkverpleegkundige toch ook niet hoe de hele woonomgeving van de cliënt eruit moet zien?

En laten we direct even vaststellen dat ook in de thuissituatie vaak sprake is van een intensieve zorgomgeving en gecompliceerde behandelingen.

We moesten dus in gesprek met elkaar. Over die visie. Over waarom we de dingen deden zoals we ze deden. Dat leverde soms verrassende wendingen op.

De uniformen. Die wilde ik uit hebben en hiervoor in de plaats gewone kleding. En een schort wanneer er bijvoorbeeld iemand onder de douche moest of wanneer er een andere verzorgingshandeling moest worden verricht.

Maar bewoners bleken die uniformen juist prettig te vinden omdat ze zo wisten wie bij de verzorging hoorde en wie niet.

Maar dat betekent dat de bewoners de verzorgende vaak gewoon niet kennen. Dat er teveel mensen zich met de bewoners bezig hielden.

Dus moesten we nadenken over hoe we dit voor de bewoners overzichtelijk konden houden. En hoe de medewerkers zich op een andere manier herkenbaar maakten.

Dat lukte.

Het kostte wel meer tijd.

We hadden dus wel regels. Maar andere dan we gewend waren. Vanuit een andere visie.

Want regels geven ook veiligheid.

Regels zijn nodig.