zaterdag 21 januari 2017
Memento mori
De laatste dag van ons verblijf in Rome bleek mijn vrouw ziek. Ze bleef dus op de hotelkamer en ik trok de wijk in, op zoek naar afleiding voordat de taxi ons naar het vliegveld zou brengen. Het hotel bleek in de buurt van een enorme begraafplaats te liggen. Nu heb ik weinig aversie tegen de dood, ze is nu eenmaal onlosmakelijk met het leven verbonden, dus ik besloot mijn wandeling hier voort te zetten.
De begraafplaats bleek de oudste van Rome te zijn. Na de verovering van Rome door Napoleon in 1799, bepaalde de Fransman dat niet langer in kerken mocht worden begraven. Dit was overigens een volstrekt begrijpelijk standpunt. Het begraven worden in de kerk was sinds vele eeuwen als gewoonte in het christelijke Europa ontstaan. Omdat de graven in de kerken niet werden geruimd, de jongste dag kon immers ieder ogenblik aanbreken, puilden de kerken zo langzamerhand uit van de hierin opgeborgen doden. Het effect was weerzinwekkend en bovendien uiterst onhygienisch: de doden verspreiden een afgrijselijke geur en, ondanks dat nog niemand had gehoord van ziektekiemen, hadden deze natuurlijk gewoon vrij spel.
Napoleon doorbrak deze gruwelijke gewoonte en bepaalde dat mensen voortaan op grafvelden buiten de stad moesten worden begraven.
En zo ontstond de begraafplaats van Verano.
Een dodenstad. Compleet met toegangswegen, parken, verstilde zijpaadjes, rotondes en flatgebouwen. Jawel, de grond was schaars, de hoeveelheid doden talrijk en de minder bedeelden werden dus weggestopt in hoge flatgebouwen, de zogenaamde loculi. Voor het gemak is voor iedere loculi een verrijdbare trap geplaatst, zodat treurende nabestaanden nog een kaarsje kunnen branden of een bloemetje kunnen plaatsen.
Naast deze eindeloze rijen graven voor de niet-draagkrachtigen, zijn er hele buitenwijken met lommerrijke paden waaraan enorme praalgraven: complete gebouwen zijn voor hen opgetrokken. Veelal natuurlijk in de vorm van een kapel, maar ook pyramiden en andere wonderlijk gevormde monumenten komt men tegen.
En overal buigen treurende engelen en huilende kinderen hun stenen hoofd, ofwel in de richting van de zon, ofwel in de richting van het graf. Een typisch Italiaanse gewoonte is om op het graf foto's van de begravenen te bevestigen. Duizenden foto's van gewone mensen die hun leven in of rond Rome hebben geleefd. Sommigen kijken wat dromerig in de lens. Anderen, niet gewend aan het poseren voor een camera, zitten er stijf en ongemakkelijk bij. Je ziet mensen van alle leeftijden, ook kinderen en baby's. Dat laatste is natuurlijk niet zo gek: ook in Italië was kindersterfte tot in de 20e eeuw een heel gewoon verschijnsel, veelal stierf de jonggeborene samen met de moeder.
Ondertussen scheen er een warm zonnetje over het grafveld en schoten overal verwilderde katten tussen de graven door. Het geluid van de miljoenenstad, de begraafplaats ligt allang niet meer aan de rand maar maakt deel uit van het immense centrum, klonk maar vaag door: een sirene en vliegtuig dat overvloog.
Uiteindelijk stond ik voor een graf waarop de tekst: "Mariano Fortuny, la real academia de bellos artes de Madrid". Op een pilaar prijkte de kop van een besnorde man die de bezoeker trots aankijkt. Uit alles blijkt dat hier een belangrijke man zijn laatste rustplaats had gevonden.
Alleen, ik had nog nooit van hem gehoord....
Later las ik dat hij één van de belangrijkste couturiers van het begin van de 20e eeuw is geweest. Hij was een bron van inspiratie voor Marcel Proust.
Het kan verkeren...
Memento mori.
Slenteren door Rome
Afgelopen week brachten mijn vrouw en ik in Rome door. We houden er van om door een stad te dwalen en zo de stad op ons af te laten komen. Zo liepen wij van Campo de'Fiori naar de wijk Trastevere. Deze wijk ligt aan de andere zijde van de Tiber en dat is dan ook precies waar de naam op slaat: "trans tiberum", "aan de andere zijde van de Tiber". Een goed bewaarde, Middeleeuwse volkswijk met nauwe straatjes, onderbroken door pleintjes waaraan veelal natuurlijk kerken zijn gesitueerd.
Hoe dan ook, deze route voert dwars door het oorspronkelijke, Joodse getto van de stad. Als je dit niet weet, valt het nauwelijks op. Totdat je opeens in het trottoir de bekende strumpel steine tegenkomt. En een paar huizen verder opnieuw en weer en weer...Hier op staan de namen van de 1022 joodse, Romeinse burgers die op 16 oktober 1943 door de Duitsers werden weggevoerd richting Auswitz. Van hen kwamen er 15 na de oorlog terug, 14 mannen en één vrouw.
Onvermijdelijk voert de route je langs een immens gebouw aan de oever van de Tiber: de joodse synagoge. Wij besloten tot een bezoek en werden de geschiedenis van de Romeinse joden ingezogen.
In Rome wonen al sinds de 2e eeuw voor Christus joden. Ze roken handel door het opkomende Romeinse rijk en, door de Joods-Romeinse oorlogen, kwamen ook velen als slaaf de eeuwige stad binnen. Hoe dan ook, joden en Rome horen, vaak tegen wil en dank, al ruim 2000 jaar bij elkaar.
Om deze 2000 jaar kort samen te vatten: het was steeds een gespannen relatie, waarbij joden er voortdurend rekening mee moesten houden dat de magere jaren van vernedering, vervolging en uitbuiting weer waren aangebroken. Die zeven magere jaren zijn in dit verhaal een understatement: ze konden tientalle jaren aanhouden, maar altijd brak er ook wel weer een periode aan van voorspoed en vredig samenleven met de Romeinse burgers.
Met name onze christelijke roergangers, de vele pausen, hebben zeer veel moeite getroost om de joden het leven zuur te maken. Tegelijkertijd was er ook voortdurend een vreemde afhankelijkheid: anders dan christenen, mochten joden geld tegen rente uitlenen en dat geld, dat hadden onze christelijke broeders heel hard nodig in de verwezenlijking van hun dromen. Helaas beperkten deze dromen zich veelal tot grootse bouwwerken waardoor de opdrachtgevers voor eeuwig herinnert zouden kunnen worden en andere projecten tot meerdere eer en glorie van henzelf.
Maar goed, we hebben er wel een prachtige stad vol grootse bouwwerken en volgepropt met de meest fantastische kunstwerken aan over gehouden.
Het is zeer plastisch, maar soms kwam het een heerschap (jawel, altijd mannen) beter uit om joden in een kwaad daglicht te stellen, zodat het gepeupel weer tot moorden en onderdrukking overging, zodat de opgebouwde schulden in alle ellende verdwenen.
Tja.
Ik geef het wat plastisch weer, maar het hele verhaal komt in grote lijnen wel hier op neer. Dat "de joden" ook de moordenaars van Jezus waren geweest, dat kwam dan wel handig uit. Dat Jezus zelf een jood was, was een onuitspreekbare en verboden waarheid.
Enfin. Nog in 1848 (!!) werden de joden door paus Pius IX teruggedreven in een klein getto en voerde hij vele, onaangename maatregelen in om de joodse bevolking te dwarsbomen. Zo werden de joden gedwongen om wekelijks in hun synagogen, voorafgaand aan hun eigen viering, een uur lang te luisteren naar een onvervalste christelijke donderpreek. Hierbij moesten 100 mannen en 50 vrouwen aanwezig zijn: er werd bij de deur geteld. Als het aantal niet werd gehaald, was de betreffende gemeente een boete verschuldigd. Zo kon onze Pius weer zijn kunstschatten verder uitbreiden.
Nu moet worden gezegd dat onze arme Pius in één van de meest roerige perioden paus was: de kerk verloor haar wereldlijke macht in Italië, Italië werd onder Garibaldi een eenheidsstaat met Rome als hoofdstad. Rome was altijd het wereldlijke gebied van de kerk geweest (met nog een paar enorme lappen grond in Italië) en dit raakte ze nu kwijt: Pius teruggedreven in Vatikaanstad....een beetje zoals hij de joden had teruggedreven in hun getto. Het grote verschil was wel de enorme rijkdom, de ruimte en de nog altijd heel behoorlijke macht die hij als paus behield.
De vorming van de eenheidsstaat Italië was voor de joden in Rome weer eens een ommekeer: ze werden formeel opgenomen als volwaardige burgers van de stad en waren vrij zich te vestigen waar ze maar wensten. Om dit feit te vieren, het had ruim 2000 jaar geduurd, werd in 1904 daarom de grote synagoge aan de oever van de Tiber geopend.
De vrijheid van de joodse burgers duurde ditmaal 73 jaar....om precies te zijn tot 16 oktober 1943. Toen greep een kwaadaardiger macht dan die van de kerk in in hun leven: de nazi's pakten alle 1022 romeinse joden op en vermoorden ze in dat gruwelijke kamp Auswitz. Slechts 15 kwamen na de oorlog weer terug naar Rome.
Overigens, de nazi's hadden de joden eerst nog een enorme afkoopsom afgedwongen om hun transport te vermijden: 200 goudstaven moesten worden verzameld. Dit is gelukt, maar het mocht niet baten: ze werden alsnog opgepakt en naar hun dood gereden.
Ze zijn weer terug. Hoeveel het er tegenwoordig zijn, ik weet het niet. Maar tijdens de rondleiding in hun synagoge word je door hen van harte uitgenodigd om samen met hen een gebedsviering bij te wonen...
zaterdag 7 januari 2017
Een korte familiegeschiedenis
![]() |
| stationsplein Helmond eind 19e eeuw |
Op 1 december 1877 trad Heiliger Zwart als 26-jarige man in dienst van de staatsspoorwegen. Hij werd aangesteld als weger en verdiende hier F 420,- per jaar mee. Zijn standplaats werd Helmond. Op 1 juni 1881 volgde zijn gezin: Adriana Pietronella de Bruijn, zijn vrouw met drie kinderen werden met Heiliger ingeschreven als inwoners van Helmond.
Heiliger brak hiermee met het verleden. De familie Zwart woonde sinds vele eeuwen in het gebied van Capelle-Vrijhoef, Sprang, 's Grevelduin-Capelle en Waspik. De streek staat bekend als "de Langstraat" en vormde het centrum van de leer- en schoenindustrie. Dat is terug te zien in onze familiegeschiedenis: vele van mijn voorvaderen staan te boek als "schoenmaker". In de periode dat mijn familie hier woonde, was er nog geen sprake van een industrie zoals wij die tegenwoordig kennen: het maken van schoenen was een vorm van huisvlijt. Als er op het land minder werk was of gedurende de spaarzame loze uurtjes, werden de schoenen gemaakt. Zeer waarschijnlijk pakten mijn voorvaderen al het werk aan dat ze konden krijgen om aan geld voor het dagelijks brood te komen. Dat was in Langstraat geen ingewikkeld vraagstuk: hier werden de schoenen voor Nederland gemaakt.
Het is om nog een andere reden een bijzondere streek: ze vormt een protestants-christelijke enclave in het Rooms-Katholieke Brabant. Ook mijn voorouders staan te boek als "Nederduits Gereformeerd", de voorloper van de latere Nederlands Hervormde Kerk. Het calvinistische Holland was zo bang dat de Rooms-Katholieke kerk de protestanten in de enclave zouden verdringen, dat de streek tot 1815, het jaar dat Nederland weer zelfstandig werd na de Franse overheersing, bij Zuid-Holland hoorde.
Waarom Heiliger besloot om het land van zijn voorouders te verlaten en het schoenmakersvak los te laten waar al generaties lang het geld mee werd verdiend, dat is onbekend. Het was in de periode dat in Europa zo ongeveer alles veranderde: de steden en haar opkomende, grootschalige industrieën werden de dominante economische grootheden, zodat het platteland leegliep. De wereld kwam in een enorme versnelling doordat overal spoorwegen werden aangelegd. De vorstenhuizen en adel probeerden wanhopig terug te keren naar een wereldorde die door de Franse revolutie en Napoleon verdreven leek (wat overigens in Nederland heel goed lukte: ons land, ooit de eerste republiek in de wereld, werd in 1815 opeens een koninkrijk), wat op zeer veel plaatsen en momenten gepaard ging met opstanden, rellen en heuse revoluties. Ongetwijfeld is in deze kolkstroom van gebeurtenissen, ook een verklaring te vinden voor de keuze van Heiliger om Langstraat te verlaten en zijn leven in dienst van het spoor te stellen. Een aanwijzing voor het wegvallen van werk in Langstraat is er overigens wel: toen rond 1850 de Haarlemmermeer was drooggemalen, vertrokken vele boeren en handwerklieden uit Langstraat naar deze nieuwe polder om hier het land te bewerken.
Zo niet Heiliger, die sprong, vrij letterlijk, op de trein.
In Helmond werden nog 7 kinderen geboren, waaronder mijn overgrootvader Dirk Pieter. Van de tien kinderen stierven er alweer 6 voordat ze volwassen waren. Ook Heiliger is niet oud geworden: hij stierf in 1892 op 42-jarige leeftijd in Arnhem.
vrijdag 25 november 2016
Gewoon boos.
"Iedereen is boos! Studenten, ouderen, ouders van kinderen....echt, iedereen is boos."
Daar werd ik toch wel even stil van. Ik keek mijn vrouw van opzij aan:
"Hoeveel boze mensen heb jij vandaag ontmoet?"
Ze haalde haar schouders op.
"Ben jij overigens boos?"
Dat was ze niet. Ik keek wat mismoedig voor me uit.
Ik ook niet.
Ik moet toch iets missen. Ben ik dan blind of doof of gewoon een sukkel? Ik kon het geen van alle echt uitsluiten....maar mijn vrouw? Ik keek nog even steels naar het televisiescherm, maar Paul Witteman meende het echt. Fascinerend, hij had het eerder meegemaakt en toen waren Henk Spaan en Harry Vermeegen in hun televisieprogramma al tevergeefs op zoek geweest naar "de gewone man".
Dus de gewone man is boos?
Of bedoelt hij dat boosheid bij de gewone man hoort? Boos is gewoon? Nou ja, als echt iedereen boos is, dan is boosheid inderdaad gewoon. Ik kon de logica wel weer inzien. Toch leek Paul Witteman mij niet echt boos. Ook Matthijs van Nieuwkerk zat er ontspannen bij. Twee ongewone mannen. Maar....als zij niet boos zijn, dan is blijkbaar niet echt iedereen boos....
Ik bedacht me: ik was ook niet boos en ook mijn vrouw niet en wij beiden hadden de gehele dag geen boze mensen ontmoet. Dus blijkbaar zijn ook wij en al die tientallen mensen die we vandaag waren tegengekomen allemaal ongewone mensen.
Dat is wel een beetje wennen.
Ik beschouw mezelf niet als erg ongewoon. Ik ben nogal gemiddeld. Je zou kunnen zeggen, gewoon. Maar niet boos en dat zou er blijkbaar wel bij horen.
Ik begon aan te voelen dat ik er niet goed uit zou komen.
En nee, ik werd nog steeds niet boos.
woensdag 16 november 2016
Trouw tot aan mijn dood
Ik geef het toe:
het was zwakte.
Vorige week hoorde ik op de radio dat het de "week van de krant" van de krant zou zijn. Alle landelijke kranten waren gratis gedurende een proefperiode van 8 weken te lezen.
Ook de Trouw.
Nu lees ik reeds de Volkskrant en de NRC,maar de Trouw daar was ik toch ook nieuwsgierig naar.
Ik nam dus een proefabonnement. Voor 8 weken. Digitaal, dagelijks en gratis.
Ik opende de doos van Pandora...
Het duurde nog geen 10 minuten of ik kreeg via de mail alreeds een eerste aanbieding binnen.Omdat ze mij zo'n verstandige man vinden. Omdat ik zo verschrikkelijk aardig ben. Omdat ik een proefabonnement op Trouw heb genomen.
Dit patroon herhaalde zich, ik ben nu drie dagen verder, dagelijks.
Vandaag opnieuw: een aanbieding die ik niet kan afslaan. Van Trouw. En, jawel de druk wordt blijkbaar opgevoerd, deze was alleen vandaag geldig.
Tot zover het mailbombardement.
Mijn vrouw vroeg me gister of ik misschien een abonnement op Trouw had genomen. Op de haar bekende "tussen neus en lippen door"- manier.
Dat betekent: oppassen.
Ik moest het toegeven. Een proefabonnement. Gratis, 8 weken.
Ze zweeg even.
"Dat betekent dus dat ik sinds drie dagen dagelijks door iemand van Trouw wordt gebeld..."
Voor mij voldoende reden om op de website van de Trouw naar een mailadres te zoeken. Ik wilde mijn verhaal kwijt.
Ze twijfelen zelf wat of ze de beste krant van Nederland zijn, maar in ieder geval zijn ze de verstandigste.
Geen mailcontact mogelijk. Nergens iets te vinden. Noppes.
Een postadres. Een telefoonnummer en dat is het dan.
Trouw permitteert zich om mij dagelijks, ongevraagd, via de mail te benaderen. Zelf wenst ze van dergelijke mailcontacten verschoont te blijven. Ik aarzelde over de telefoon. Het schrikbeeld van een bandje waarop eindeloos doorkiesnummers worden vermeld, het wachten totdat ik, ongetwijfeld één van de vele wanhopigen over al dat ongevraagde en ongewenste contact, aan de beurt zou zijn.
Zonder twijfel zijn de telefonistes voorbereid en zal ook dit gesprek alleen maar gaan over het binnenhalen van nieuwe abonnees. En of ze me nog ergens anders mee kunnen helpen? De klantvriendelijkheidstrainingen druipen er meestal van af. Ze drijven mij tot het uiterste.
Nog 7 weken en 4 dagen en dan ben ik weer verlost. Tenminste, ik zal dan nog zeker enkele dagen opdringerige telefoontjes moeten afslaan waarin het wederzijdse onbegrip tot grote hoogte zal stijgen.
Ooit was de leus: "wie twijfelt, kiest voor Trouw...."
Geen enkele aarzeling!
zondag 30 oktober 2016
Bericht voor meneer Cent op Schiermonnikoog....of niet
Omdat mijn vrouw nog een pakketje wilde versturen, liepen we een winkel in waar we een sticker van "Postnl" op de deur zagen geplakt. Onze veronderstelling dat deze winkel tegelijkertijd een postkantoor zou zijn, werd al snel door de eigenaar aan flarden geschoten.
"Ik ben een pakketpunt...geen postkantoor..."
Hierdoor al enigszins onder de indruk, vroeg mijn vrouw of hij dan wel een pakketje voor haar wilde versturen.
De man pakte het pakketje zwijgend aan. Ergens onder de toonbank vandaan toverde hij een soort kartonnen mal. Terwijl hij ons doordringend bleef aankijken, haalde hij geroutineerd het pakketje door de mal heen.
"Hij past door een brievenbus."
Zonder enig benul van de diepere betekenis van deze melding, bleven wij hem sprakeloos aankijken.
"Die kunt u gewoon als brief versturen. Dat kost u minder aan postzegels."
Toch wel opgelucht, gaf mijn vrouw aan dat ze hem dan graag als brief verzenden zou. Maar dat ging te snel. De man was immers geen postkantoor maar een pakketpunt. Dus geen brieven.
Ik wilde het pakketje alweer aanpakken. Maar dat ging opnieuw te snel.
"U kunt er natuurlijk wel een pakketbrief van maken."
We keken elkaar besluiteloos aan. Het begon ons beiden wat te duizelen.
"Geen brief, maar wel een pakketbrief??"
Hij herhaalde zijn mantra: geen postkantoor, wel een pakketpunt.
"Ondanks dat hij door de brievenbus past?"
De man begon een ingewikkeld betoog over Postnl, door hem consequent de maffia genoemd. In zijn verhaal kwam ene meneer Cent naar voren die een brief naar Schiermonnikoog wilde versturen en dat via Postnl deed.
Of juist niet.
Ik raakte de draad volledig kwijt.
Ik had géén idee wie meneer Cent was en wat een brief naar Schiermonnikoog met ons pakketje te maken had. Omdat de man het pakketje nog steeds in zijn handen had en steeds barser begon te praten, hield ik laf mijn mond. Ik lachte wat schaapachtig en keek mijn vrouw hulpeloos aan. Zij was overduidelijk al lange tijd afgehaakt.
"Ehm...nou, maakt u er dan maar een pakketpoststuk van...."
"Een pakketbrief, bedoeld u!"
Hij plakte een soort streepjescode op het pakketje. Nu wilde mijn vrouw het pakketje weer uit zijn handen nemen. De man deinsde verbijsterd terug.
"Ik dacht dat ik hem in de brievenbus moest gooien?", verontschuldigde mijn vrouw zich.
De man schudde zijn hoofd en wees verontwaardigd op de sticker met streepjescode.
"Nee, dat kan nu niet meer. Nu blijft hij hier."
Ietwat wankel verlieten we de zaak.
Mocht iemand van u een pakketje ontvangen dat door uw brievenbus past? Ik vermoed dat u dan op Schiermonnikoog woont. Of juist niet. En misschien heet u dan Cent? Enfin, het pakketje is dan in ieder geval verkeerd bezorgd.
Ik wens u succes met de retourzending.
maandag 26 september 2016
Ecce homo
Je kan hem op een heleboel manieren typeren.
Op een therapeutische manier: Karel is een man die conflicten het liefst ontwijkt en zich erg afhankelijk opstelt. Daarnaast heeft hij een sterke neiging tot externe attributie: hij legt de schuld altijd buiten zichzelf neer. Je kan al bijna de doelstellingen uit een hulpverlenersplan lezen.
Op een economische manier: Karel is nauwelijks in staat om zijn eigen broek op te houden. Zijn uitgaven zijn namelijk structureel hoger dan zijn inkomsten. Doordat hij gemakkelijk leningen afsluit, ook met onbetrouwbare partijen, dreigt hij financieel onder de rentelasten te bezwijken. Er komt echter geen rem op zijn uitgaven.
Als een vette roddel: Het is toch wat met die Karel....ondanks dat hij overal schulden heeft, gaat hij doodleuk een maand met de caravan op vakantie. En wat dacht je van zijn auto? Dat bakbeest moet toch onbetaalbaar zijn? Waar zouden ze het toch allemaal van doen? Hun buurman heeft hun hele huis verbouwd en hij heeft hier nog geen cent voor gekregen. Dan is het toch niet zo gek dat hij woedend bij Karel voor de deur met een knuppel loopt te zwaaien? En Karel? Die deed natuurlijk gewoon niet open.
Karel is gewoon een simpele ziel. Hij werkt al bijna 40 jaar in dezelfde opslag van een verhuurbedrijf. Hij is orderpicker. Nooit echt een opleiding gedaan. Hij is ook goedig: zijn kleinkinderen kunnen erop rekenen dat Karel en zijn vrouw hen enorm verwennen: fietsjes, wandelwagentjes, poppen, kinderkleertjes, ze hoeven maar te piepen en ze krijgen het.
Karel houdt ook van gezelligheid: de kinderen, hun partners en de kleinkinderen eten zo'n 4 dagen per week bij Karel en zijn vrouw thuis.
En natuurlijk, er is geen sprake van dat de kinderen iets moeten betalen. Dat doe je gewoon niet, als trotse ouders.
De vrouw van Karel zit er op precies dezelfde wijze in.
Karel weet het financieel steeds net te redden: ieder jaar betekent de teruggave van de hypotheekrente door de belasting en het storten van het vakantiegeld, dat de verschillende opgelopen schulden weer kunnen worden afgelost.
Waarop de hele geschiedenis weer opnieuw begint.
Maar nu groeit het Karel boven zijn pet. Hij is in paniek. In een opwelling, het zijn altijd opwellingen, heeft hij een buurman gevraagd om zijn huis te verbouwen: nieuwe keuken, een uitbouw en nog wat kleine klusjes. Dat heeft de buurman gedaan.
En nu wil hij betaald worden.
Zoals afgesproken.
Karel heeft het geld niet. Het vakantiegeld en de teruggave van de hypotheekrente zijn al uitgegeven aan de aflossing van andere schulden.
En nu begint alles uit de hand te lopen.
Karel probeert het op te lossen, op de wijze zoals hij meer problemen oplost: hij doet net of ze er niet zijn. Hij negeert ze.
Hij gaat gewoon op vakantie.
Hij blijft gewoon in zijn te grote auto rijden. Dat wil zeggen: daar rijdt hij alleen in als hij met vakantie gaat: om de caravan te trekken. De rest van het jaar staat hij in straat weg te roesten: er is geen geld voor benzine.
Ik had vanavond een afspraak met Karel. Door de voorruit kan ik zien dat hij op het plaatsje achter bezig is. Hij negeert mijn aanbellen. Dat houdt hij 5 minuten vol en dan komt hij naar voren.
Een verwilderde blik.
"Ja...sorry....het komt niet zo goed uit vanavond...."
Ik zie hem staan en realiseer me: zo kan je hem ook zien:
ecce homo.
Abonneren op:
Posts (Atom)




