Ik ben niet zo van de bucket-lijstjes. Ik kan me tenminste niet zo goed voorstellen hoe ik mijn leven kan opdelen in een aantal uit te voeren wensen, opdat mijn leven uiteindelijk geslaagd zal zijn. Daarvoor is het leven voor mij te grillig en hangt het teveel aan elkaar van onwaarschijnlijkheden die me toch steeds weer op een bevredigende manier kunnen doen verbazen. Hiermee doe ik een uitspraak hoe het voor mij werkt: een ieder die zijn leven in wilt richten door lijstjes, moet dat natuurlijk helemaal zelf weten en ik wens ze hier alle mogelijke succes bij. Dit betekent overigens niet dat ik vrij ben van verlangens en wensen. Die zijn er zeker en het kan erg bevredigend zijn om er zo nu en dan eens één in vervulling te zien gaan.
Zo zag ik ooit een politieserie die zich afspeelde op de Shetlandeilanden. Het verhaal ben ik kwijt, maar de beelden van deze eilandengroep lieten mij niet meer los. Eens, zo bedacht ik mij, zou ik een keer naar Shetland willen. Vorig jaar was het dan zover: ik maakte met mijn vrouw een treinreis door het noorden van Schotland en, via een oversteek met een veerboot, zouden we ook een paar dagen in Lerwick. de hoofdplaats van de Shetlandeilanden, doorbrengen.
Het landschap is precies zoals de beelden uit de serie ons beloofden: kaal, leeg en overal was ook de zee aanwezig. Lerwick zelf bleek een aardig stadje maar ook niet meer dan dat. Er waren wat winkeltjes, een paar restaurantjes en een enkele koffieshop. Het lokale museum aan de haven was precies zoals je van een museum hier mag verwachten: een geschiedenis van bittere armoede en een harde strijd om te overleven in dit gure en vaak koude zeeklimaat. Natuurlijk was er aan de haven het beroemde, door huizen ingekapselde strandje waar onze politieinspecteur uit de televisieserie woonde.
Op onze tweede dag wandelden we vanuit het hotel naar het centrum. We liepen via de kliffen hoog en naderden zo de haven. Tot onze verbazing zagen we hier drie (DRIE) enorme cruiseschepen voor anker liggen. De schepen spuugden hun lading het land op en het stadje (7.000 inwoners) werd overspoeld door een kleine 6.000 toeristen. Velen van hen verdwenen in gereedstaande bussen en begonnen een rondrit over de eilanden. Anderen hadden besloten Lerwick te verkennen. Ze dwaalden wat verloren door de straatjes en natuurlijk verzamelden ze zich uiteindelijk bij het beroemde strandje. Instagram zou weer vol lopen met steeds dezelfde foto vanuit steeds hetzelfde perspectief, alleen stond er steeds een andere dame of heer in de lens te kijken. De koffieshops en restaurantjes puilden uit. Met de lunch was alles weer leeg want aan boord was het eten gratis.
Een confrontatie met massatoerisme in Venetië, Londen of Parijs, het zijn inmiddels facts of life .... maar Lerwick?? Toch, zo begrepen we van een lokale shetlander, was dit in de zomerperiode heel gebruikelijk. Niemand was er erg blij mee: de toeristen overspoelden gedurende enkele uren het stadje en de bezienswaardigheden in de omgeving en verdwenen net zo snel weer naar de schepen, op naar Orkney of IJsland. De mensen kochten hooguit ergens een kopje koffie of een broodje, maar voor het museum was er eigenlijk al geen tijd meer.
Wij reden nog een paar dagen rond in een gehuurde auto. We verloren ons in de leegte en overal het gebulder van de golfslag die stuksloeg op de rotsen. Ook zagen we tijdens één van deze tochten op een strandje aan de overzijde van een baai een enorme groep zeeleeuwen rustig genieten van het zonnetje. Het was overigens voor het eerst dat we onderweg moesten wachten voor een stoplicht omdat er een vliegtuig ging opstijgen en de weg kruiste de landingsbaan. Bij een vuurtoren ergens op de punt van één van de eilanden, keken we uit over de eindeloze oceaan. Onze papieren gids beloofde orka's of tenminste reuzehaaien, maar de zee was leeg.
Zij kwamen al niet meer langs voor twee reizigers.