vrijdag 19 november 2010
zondag 14 november 2010
Stop talking about it!
Het is zondagmiddag.
Het regent.
Ik hang wat achter mijn pc en kom terecht bij een interview met Morgan Freeman. Ik val ergens midden in. Hij fulmineert tegen "black history month". Hij daagt de interviewer uit en stelt onomwonden dat het niks voorstelt, zo'n "black history month" ("ridiculous"). De interviewer, niet de minste, Mike Wallace, is overrompeld. Freeman duwt hem verder en verder in de hoek. Wallace doet nog een poging:"How would you like to stop racism?" Freeman maakt het af:
"Stop talking about it."
Ik stop ermee jou een witte man te noemen, stop jij mij een zwarte te noemen.
Einde interview.
Zou het zo simpel zijn?
De laatste dagen zie ik een stroom artikelen op gang komen, waarin stelling wordt genomen of Wilders en zijn PVV nu wel of geen modern fascisme is. Dit naar aanleiding van een artikel door Rob Riemen, directeur van het Tilburgse Nexusinstituut, waarin deze betoogt dat Wilder een fascist is. Hij trekt de vergelijking met Mussolini. Verschillende tegenartikelen, waaronder één van Frits Bolkestein, waren zijn deel.
Ik probeer het belang van een dergelijke discussie in te zien. Die zal er toch wel zijn want het zijn niet de minsten die spontaan in de pen klimmen. Dat betekent dat de discussie ofwel een bijzonder hoge maatschappelijke relevantie heeft, of je zal je er niet direct een buil aan vallen. De eerste is mij niet onmiddellijk duidelijk maar betekent dit dan dat het vooral een jezelf weer eens presenteren is?
Wie zei ook alweer dat we ons veel te druk maken om Wilders, de PVV en al het gedoe. Dat dit alles eigenlijk alleen maar afleidt van datgene op basis waarvan dit soort bewegingen groot kunnen worden. Dat het eigenlijk een vorm van oppervlakkigheid of, wie weet, gemakzucht is? Want uiteindelijk lijkt het er op dat veel van de groei ook voortkomt uit alle aandacht en alle vertekening die ze oplevert.
Misschien moeten we even ophouden het hier steeds over te hebben.
En aandacht krijgen voor dat waar het over moet gaan. In de juiste proporties, maar wel aanpakken.
"Stop talking about it."
http://www.thatvideosite.com/video/morgan_freeman_isnt_a_fan_of_black_history_month
zaterdag 13 november 2010
Waar blijft het leger??
Ik fietste vanmiddag naar de stad. In het oude centrum zag ik vele kinderen met zwartgemaakte gezichten. Sommigen hadden ook een kleurige muts met een lange veer eraan op hun hoofd. Ik realiseerde me:
Sinterklaas is weer in het land.
Ik had hier nog geen moment aan gedacht. Mijn eigen kinderen hebben niets van enige spanning laten merken. Ook ontbrak het gebruikelijke gehengel naar het een schoen mogen zetten. Mijn jongste dochter is zeventien.
Ik zette mijn fiets bij de singel en wandelde verder. Op het centrale plein, rond het wereldberoemde, oude stadhuis, werd markt gehouden. De toeristen zijn inmiddels weer vertrokken en de stadsbewoners wandelden gemoedelijk en vormden een gezellige drukte. Ik zag allerlei slag: verliefde stelletjes, gezinnen met kinderen, groepjes pubers, schuivelende bejaarden, voortsnellende mannen, keuvelende dames. Mensen met allerlei achtergronden, mensen die duidelijk uit de polder kwamen, Marokkanen, een zigeunermeisje speelde op haar vaste plek op een accordeon. Voor de gelegenheid speelde ze sinterklaasliedjes. Om de één of andere reden klonken ook deze melancholisch. Er liepen Antilliaanse mensen, maar ook stadsbewoners van wie de familie al generaties lang hier wonen. Het krioelde door elkaar.
De marktkramen deden mee met al die diversiteit. Een turkse slager, iemand met allerlei exotische vruchten, de hollandse kaasboer, een kraam met allerlei spirituele hangers. Althans, dat lieten de affiches me weten. Een donker gekleurde standwerker probeerde me over te halen een wel heel speciale poetsdoek aan te schaffen. Had ik nooit meer een schoonmaakmiddel nodig. Ik passeerde een vriend die in zijn beste Engels iemand via zijn gsm te woord stond.
Ik liep de boekhandel binnen en werd geholpen door een vriendelijk meisje met een hoofddoek op. Ze wist me zowaar nog een boek van Cees Nooteboom aan te smeren. Gewillig liet ik me overhalen.
Zomaar een zaterdagmiddag in de stad.
In Gouda.
U weet wel: die stad waar het leger op af zou moeten worden gestuurd.
Maar, wat meet je dan eigenlijk? En waarom?
Mijn blog over "meten is weten", riep reacties op.
Dat was nieuw voor mij.
Maar wel erg leuk.
Ik zal proberen de essentie van de reactie te pakken. De blog beschrijft het proces om de bedrijfsvoering van intramurale huizen, in gewoon Nederlands verzorgings- en verpleeghuizen, te doen aansluiten op de nieuwe wijze van financieren. Deze beschrijving was weer bedoelt om aan te geven hoe, in mijn optiek, er momenteel een wat perverse cirkelgang lijkt te ontstaan waarbij vanuit een maatschappelijke beweging een verandering volgt, welke weer reacties oproept die de indertijd zo gewenste verandering juist weer veroordeelt. En zo blijven we lekker bezig.
Bovenstaande samenvatting maakt al duidelijk dat de blog "meten is weten" een gedrocht van een tekst is geworden. Inhoudelijk ontspoort ze en ik laat de lezer in grote verwarring achter. Waar gáát dit over?
Excuses, waarde lezer, ik had blijkbaar mijn dag niet.
Maar nu de reactie. Die ging namelijk verder. Het betoog was dat we zo langzamerhand een overtuigd geloof hebben in complexe systemen en dat deze systemen ons in staat stellen om te sturen. We kunnen richting geven als we maar voldoende informatie hebben over het bedrijf of de instellingen die we aansturen. Wij staan aan de knoppen of aan het roer.
Onzin, zo vervolgde het betoog, we creëren een illusie. De eindeloos complexe werkelijkheid wordt teruggebracht tot een meet- en regelsysteem waarin een beperkt aantal, liefst SMART geformuleerde aspecten ons gevoel van "in control" zijn versterken. Ik werd geconfronteerd met een aantal boeiende vragen:
1) wat bedoel je eigenlijk met transparantie?
In de blog wordt dit begrip meerdere keren gebruikt en kan rekenen op enthousiaste respons vanuit verzekeraars, overheid en toezichthouders. Maar wat is nu eigenlijk transparant? Als je iets zichtbaar maakt, begrijp je dan ook wat je ziet? Voorbeeld. We spreken af (SMART!) dat een telefonisch gestelde vraag, na maximaal één keer doorschakelen, is beantwoordt. Dit voert natuurlijk terug naar de veel gehoorde klacht dat bellers soms terecht komen in een Kafka-iaans circus van een eindeloos doorgeschakeld telefoontje. Vanaf dit moment meten we dus het aantal doorschakelingen en suggereren dat we tevreden kunnen zijn als bijvoorbeeld 85 % maar één keer is doorgeschakeld geweest....
Maar weten we nu of de beller ook tevreden is? Als je niet oppast wordt de gestelde norm dominant.
Hoezo, transparantie?
2) wat is nu eigenlijk het bezwaar tegen de vroegere financieringssystematiek (jaarbudget op basis van aantal bedden)?
Tja, zeg het eens .... vooral in relatie tot de vraag of dan het nieuwe systeem deze bezwaren heeft weggenomen? Of dat het nieuwe systeem ook weer nieuwe bezwaren oproept, zodat het nu het wachten is totdat men weer gaat terugverlangen naar het oude systeem?
Gister woonde ik een boeiende presentatie bij door zorginstelling Opella (Ede-Wageningen). De bestuurder, Kars Hazelaar, vertelde hoe hij deze organisatie in korte tijd vanuit een heel andere besturingsfilosofie was gaan benaderen. Hij heeft alle meet- en regelsystemen die vanuit de wet- en regelgeving, via administraties in het zorgproces terecht zijn gekomen, overboord gegooid. Hij gaat ervan uit dat de medewerker te vertrouwen is.
Pardon?
Jawel, dat de medewerker te vertrouwen is. Want als dat niet zo is, hoe halen we het dan in ons hoofd om diezelfde, niet te vertrouwen medewerker, wel de zorg voor kwetsbare ouderen toe te vertrouwen?
Geef daar maar eens antwoord op.
Zijn organisatie is dus opgebouwd rond de medewerker en de cliënt. Dat is het startpunt geworden en dat levert verrassende doorkijkjes op.
Wat hiervoor nodig was?
In ieder geval een bestuurder die bereid was om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Hij was het namelijk zat, spuugzat, al die eindeloze controlemechanismen. Al die regeltjes en procedures en protocollen.
Hij wilde een ander uitzicht. Hij zocht de mensen in zijn organisatie.
Hij heeft ze gevonden, hoor....
vrijdag 5 november 2010
Wie heeft de grootste?
Gister reed ik via de N 201 naar Hilversum. Het regende en het woei hard. Het was een uur of zes, dus de weg was vol. Een lang lint van auto's kroop voort.
Bij sommige stoplichten en vlak voor enkele rotondes, verbreedde de weg zich tijdelijk tot twee rijbanen. En steeds opnieuw gebeurde het: van ergens achter mij in de rij sprintte een auto met volle vaart vooruit. Haalde in hoog tempo drie of vier auto's in en perste zich weer in de file.
Soms was het een opgeleukt autootje met glimmende, meerdere uitlaten en van waaruit het bonkende geluid van een zware beat tot in mijn auto doordrong, maar veel vaker was het een glanzende bolide van het type BMW of Audi. De chauffeur was altijd mannelijk.
Ikzelf rij in een Toyota Prius, zeg maar het Dafje van de 21e eeuw, dus iedere poging van mij om in te halen wordt genadeloos afgestraft. Men geeft gas en ik geloof het dan wel weer. Of ik mag even inhalen en wordt vervolgens weer voorbij gestoven.
De weg is een jungle.
Althans, voor sommigen dan.
Het gedrag beperkt zich niet tot de auto.
Tijdens een bespreking maakt iemand een grapje. De Audi-rijder vertelt een nóg leuker grapje. Iemand heeft iets spannends meegemaakt. Niks in vergelijking met wat de Audi-rijder allemaal meemaakt. Iemand boekt een succes. Nou, het is maar een vlekje in vergelijking met de eindeloze zegepralen van de Audi-rijder.
Waar leidt dit gedrag toe?
De Audi-rijder is vaak nét iets eerder aangekomen. Lacht nét iets harder en heeft het allemaal nét iets beter voor elkaar. Zijn hypotheek, de verzekering, zijn auto, de school van zijn kinderen, zijn baan of bedrijf.
Maar waar leidt het nu eigenlijk toe?
Dat de ander zich kleiner voelt?
Laat me niet lachen.
Moet je opletten als zijn vrouw naast hem staat. Vooral haar ogen zijn belangrijk.
Eén blik.
En je weet genoeg.
Zij is de baas.
Weten is meten
Geleidelijk aan verschijnen in de media verontwaardigde berichten over verzorgings- en verpleeghuizen.
Er zijn nog maar 10 minuten beschikbaar zijn voor een douchebeurt! Je moet je eten in 12 minuten naar binnen hebben gewerkt! Stopwatchzorg! Waar is de persoonlijke benadering! En ga zo nog maar even door.
Beleidsmakers schrikken. Het wachten is op de eerste kamervragen.
Het gevoel dat we met ons allen afglijden naar een afschrikwekkende afgrond, wordt opnieuw versterkt.
Ergens in Den Haag hoor ik een triomfantelijk geroffel op tafeltjes.
Geen fijn geluid, overigens.
Als ik nu opmerk dat we dit met ons allen hebben gewild, word ik weggehoond. Wie kan nu in vredesnaam wensen dat we ouderen met de stopwatch gaan benaderen. Welke idioot heeft dit bedacht?
U.
En u.
En u.
Wij allemaal. Zorginstellingen, gebruikers, verzekeraars, politiek, burgers.
We wilden namelijk inzicht. Transparantie, dat was het toverwoord.
En terecht, trouwens.
Voor de bewoners in verzorgings- en verpleeghuizen kregen zorginstellingen jaarlijks een budget. Hier moest alles uit worden betaald. Het wonen, het eten, het drinken, de verzorging, die dokter, het gas, het water en het licht. O ja, natuurlijk ook die manager. Eén op de zeventig tot honderd medewerkers. Kom daar in het bedrijfsleven nog maar eens om. Dat kan helemaal niet. Nee, natuurlijk niet, maar ook daar hebben we met elkaar voor gekozen.
Goed, alles in één prijs dus. Maar wat deden die huizen nu precies voor dat geld? Er bleken grote onderlinge verschillen te bestaan. En die waren niet altijd goed verklaarbaar. En bovendien, je hebt cliënten die heel veel zorg nodig hebben en er zijn cliënten die veel minder nodig hebben. Allemaal voor dezelfde prijs.
Dat gaf veel ruis. Daar wel een koekje bij de koffie, hier niet; daar lopen 6 verpleeghuisartsen in een huis met 300 bewoners, hier maar 4. Daar mogen de bewoners met personeel naar buiten als ze hier zin in hebben, hier is er nooit tijd voor. En ga zo maar door.
Er werd dus een systematiek ontwikkeld waarin er een koppeling kwam tussen de zorgzwaarte, de mate waarin iemand zorg nodig heeft; en de hoogte van een tarief. Hierdoor werd direct duidelijk waar iemand recht op heeft. En dat moet een zorginstelling dan ook verantwoorden.
Zorginstellingen moeten dus opeens na gaan denken over de vraag hoe de relatie is tussen de inzet van zorg en het tarief. En daar leert iedereen van. Dat betekent dus een periode van goed onderzoek doen. Want meten is weten. Die wet geldt al eeuwen en geldt volgens mij nog steeds. Hoeveel tijd gebruiken we eigenlijk voor een douchebeurt? En voor een maaltijd? En als we dat allemaal bij elkaar optellen, klopt dat dan met het tarief? Zo niet, welke keuzes moeten we dan maken? Hebben we het wel efficiënt georganiseerd? Kan het beter? Krijgt de cliënt wel waar hij recht op heeft?
Dat begint dus met het rondlopen met een stopwatch. Want, weten is meten, we zeiden het al. Vervolgens ontwikkel je een programma met richttijden. Zodat je zeker weet dat de cliënt krijgt waar hij of zij recht op heeft. En hierna leg je het in handen van professionals. Die echt wel weten dat een douchebeurt de ene keer langer duurt dan de andere keer. Of dat je tijdens het eten tijd moet uittrekken voor een praatje. Maar ook dat, wanneer die douchebeurt dagelijks veel langer gaat duren dan de indicatie aangeeft, er een nieuwe (zwaardere) indicatie afgegeven moet worden. Zodat er weer meer tijd beschikbaar komt.
De huizen en de geleverde zorg gaan steeds meer op elkaar lijken. Dat kan bijna niet anders. Maar je krijgt wel wat is afgesproken. Of je nu in Zaandam woont of in Biddinghuizen.
En bovendien.
De thuiszorg werkt al járen zo.
zondag 31 oktober 2010
Maar, wat gebeurde er nu eigenlijk met sergeant Massuro?
Ik was een jaar of vijftien. Ik zat in de tram en ik heb geen idee meer waarheen ik ging of waarom. Wat ik nog wel weet, haarscherp, is dat in de omgeving van het stedelijk museum een man instapte en tegenover mij ging zitten. Hij keek naar buiten en stapte na ongeveer twee haltes weer uit.
Al die tijd durfde ik geen adem te halen.
Die man was Harry Mulisch.
Die man leerde mij lezen. Die man voerde mij mee in werkelijkheden die ik niet voor mogelijk hield. Die man schreef het verhaal dat ik ooit las omdat ik op school "iets literairs" moest lezen en als onbegrijpelijk weglegde: "wat gebeurde er met sergeant Massuro", de ongelukkige die in steen veranderde. De bundel waar dit verhaal deel van uitmaakt "de versierde mens" staat met twee exemplaren in mijn boekenkast: één stukgelezen en één ongelezen nieuwer exemplaar.
Die man voerde mij mee in de gruwelen van de oorlog, bijvoorbeeld door zijn journalistieke verslag van de zaak Eichmann of, nog indrukwekkender, "het stenen bruidsbed", over het bombardement van Dresden. Een reden voor mij om ooit naar Dresden af te reizen. Een herrezen stad die nog overal getuigt van de gruwelijke gevolgen van dat zinloze bombardement van onschuldige burgers.
Die man die mij meenam in de moderne geschiedenis, in "Bericht aan de rattenkoning". Die mij liet begrijpen hoe ingrijpend de jaren zestig zijn geweest, en hoe noodzakelijk de provobeweging omdat de vastgeroeste machinaties van onze verzuilde en patriarchale samenleving moesten worden doorbroken. En hoe dit uiteindelijk mislukte, omdat de provo's van toen zelf de macht overnamen en niet meer loslieten. Maar daar schreef Mulisch niet meer over: hij was één van die mensen geweest die de macht, met graagte, overnam.
De man die mij liet zien hoe denkers als Mulisch, ook kleingeestig en arrogant kunnen zijn. Dat ook schrijvers uiteindelijk gewoon mensen zijn.
De man die zo onvoorstelbaar pakkend kon schrijven, dat ik soms na een halve pagina een boek alweer even moest wegleggen: zo helder werd het door hem gecreëerde beeld voor mij zichtbaar.
Die man, die zat opeens tegenover mij in de tram.
Toen was ik vijftien, nu bijna vijftig. Toen durfde ik niets te zeggen, wat had ik trouwens moeten zeggen? Nu zeg ik: Harry Mulisch, je hebt voor mij betekenis gehad. Bedankt hiervoor.
Abonneren op:
Posts (Atom)






