donderdag 8 september 2011

Dilemma?

Marlene Dumas - the schoolboys
Het museum in Gouda heeft blijkbaar een doodzonde begaan: ze heeft een schilderij uit haar collectie verkocht om aan een vrijwel onafwendbaar faillisement te ontkomen.

Het schilderij "the schoolboys" van Marlene Dumas, ik had nog nooit van het schilderij noch van de schilderes gehoord (maar dat zegt vooral iets over mij), is voor ruim één miljoen euro op een veiling in andere handen overgegaan.

En daarmee was het museum gered. En daarmee weer de banen van alle medewerkers. En bovendien behoudt Gouda een plek waar haar rijke geschiedenis voor geïnteresseerden (en dat zijn er dus niet zoveel) inzichtelijk blijft.

En vervolgens vielen alle leden van de brancheorganisatie van musea over de directie van het Goudse museum heen. En werd dit museum uit de organisatie gestoten. Zodat ze de, zo broodnodige inkomsten van een museumjaarkaart kwijt raakt.

Zo helpen we elkaar de winter door.

Ik heb vele voetstappen in het Goudse museum achtergelaten. Het bevat vele leuke, aandoenlijke en boeiende artefacten van het Goudse leven. Inderdaad, er is ook een etage met schilderijen, zonder duidelijke relatie met de Goudse geschiedenis en hier loop ik, toch ook wel liefhebber van deze kunstvorm, meestal snel doorheen. Ik kom voor de apotheek van van Grendel, de gewatteerde cellen voor psychiatrische patiënten (het museum is vroeger een gast- en dolhuis geweest), de verstillende kapel en het kerkzilver uit de Sint Jan, de chirurgijnskamer met afbeeldingen van de Goudse arts Bleuland. Vreemd genoeg wordt in de collectie nauwelijks aandacht besteed aan het roerige patriottentijdperk, waarbij Gouda een volksoproer van Oranjeliefhebbers en zelfs een inval van het Pruisische leger voor haar kiezen kreeg. Maar goed, het blijft een aardige collectie.

Behalve dan die schilderijen. Die hangen er maar een beetje bij.

En het schijnt, aldus de branchevereniging, nu eenmaal volstrekt not done te zijn om een schilderij uit eigen collectie te verkopen. Zelfs als hiermee het museum van de ondergang wordt gered. Zelfs als het verkochte stuk maar moeizaam past in de opgebouwde collectie. Want ja, we hebben met elkaar regels afgesproken.

Men ging zelfs zover het museum te verwijten "onethisch" te handelen. Nu is ethiek volgens mij breder gedefinieerd dan het al of niet toepassen van binnen een stichting afgesproken regels, maar daar stoort men zich natuurlijk niet aan. Ethiek is volgens mij een debat, een afweging, een dilemma.

Maar daar heeft de branchevereniging nog nooit van gehoord. Niks dilemma: er wordt een regel overtreden en die wordt afgestraft.

Musea bevinden zich met onze huidige regering, in guur weer. Het dogma van de markt maakt dat dit soort voorzieningen maar moeizaam de eigen broek kunnen ophouden. Bibliotheken, buurthuizen, musea en al dit soort voorzieningen staan vaak aan een financiele afgrond. Degenen die niet opgeven, gaan op zoek naar mogelijkheden.

En verkopen een schilderij uit de eigen collectie.

Maar dat mag dus niet.

Dat is onethisch.

dinsdag 6 september 2011

Drama


Het is u wellicht ontgaan. Zondag 4 september is Johanna Splinter gevonden. Ze lag in een paar bosjes in een kantorenwijk in Amstelveen. Ze was dood.

Johanna is 89 jaar geworden.

Op 14 augustus is ze verdwenen uit haar woning. De hoogbejaarde vrouw stond op het punt om te worden verhuist naar een verpleeghuis. Thuis ging het blijkbaar niet langer, ze was al lange tijd in toenemende mate dement geworden. Ze wilde niet, zo vertelde haar zoon. Maar het moest, het ging gewoon niet meer.

En toen is ze verdwenen. Spoorloos. Kinderen, familie, vrienden en politie hebben de hele omgeving bij haar huis afgezocht. Nergens.

Ze heeft haar jas aangedaan, een tas gepakt en heeft de deur achter zich dichtgetrokken.

Ze is gevonden in de buurt van een kantoor waar ze vroeger zelf eigenaar van was. Waarschijnlijk is ze "gewoon" naar haar werk gegaan. Maar niets klopte er nog. De omgeving was veranderd. Welk kantoor was het nu eigenlijk? Als ze al mensen heeft aangesproken, dan zullen die verbaasd hebben gereageerd, want welke vrouw van 89 moet nu naar haar werk? Bovendien, het was zondag. Mensen begrepen haar niet. Ze begreep het zelf ook steeds minder.

Ik weet niet meer of het regende op 14 augustus, maar die kans is natuurlijk groot deze zomer. Ze werd moe, kreeg honger en uiteindelijk is ze maar in een paar bosjes op de grond gaan zitten.

Zo gleed ze langzaam weg.

In Noorwegen werd een reconstructie uitgevoerd van het vreselijke drama op Utoya. In Engeland werd nog druk gesproken over de rellen in de Engelse steden. Iemand moet toch schuldig zijn. In Afghanistan kwamen 22 mensen om bij een bomaanslag en de strijd in Libië bleef de boventoon voeren in de media.

Johanna Splinter werd in al dit mediageweld nauwelijks genoemd. Want wat is er nu zo opvallend aan een 89 jarige vrouw die haar jas aantrekt en haar huis verlaat.

Johanna Splinter is gevonden. In een paar bosjes in een kantorenwijk in Amstelveen.

donderdag 16 juni 2011

Geen regels meer!



Verdrijving uit het Paradijs


Vanmorgen las ik een interessant bericht op de website van Skipr (http://www.skipr.nl/actueel/id7857-stichting-voor-ouderenzorg-schaft-alle-regels-af.html):

stichting voor ouderenzorg schaft alle regels af.

Hij is boeiend.

De koptekst bevat namelijk een paradox: op het moment dat je zegt: "we schaffen alle regels af", introduceer je één regel: we hebben geen regels. Maar met het introduceren van die ene regel, verlaat je de door jou gestelde regel: je hebt een regel, waarvan je zegt dat je die niet hebt.

Dit is meer dan een woordenspel.

Want wat zeg je nu eigenlijk wanneer je stelt dat er geen regels bestaan? Dan zeg je dat ieder ogenblik alles volledig kan veranderen. Dat je nergens op kunt vertrouwen. Dat je jezelf en je omgeving steeds opnieuw weer helemaal moet uitvinden.

En bovendien dat dat ook steeds weer verandert.

Dat lijkt mij geen prettige omgeving om in te verblijven. Zeker niet in een zorgomgeving, waar ik mag hopen dat een heel aantal regels gewoon overeind staan: ik denk dan aan bejegening, aan veiligheid, aan zorg- en behandelafspraken. Ga zo maar door.

Ik begrijp natuurlijk ook wel dat dit nooit de bedoeling kan zijn van het experiment. Ik voel ook wel aan van waaruit de gedachte is voortgekomen.

Ik kwam ooit als nieuwe directeur in een verpleeghuis en begon enthousiast een aantal veranderingen door te voeren.

Dat werkte natuurlijk niet.

Er gebeurde helemaal niets.

Ik vond dat de bewoners in het verpleeghuis vooral recht hadden om in een woonomgeving te verblijven. Een omgeving waar zij zich thuis zouden voelen.

Als ik in een huiskamer op een afdeling van het verpleeghuis kwam, vielen mij allerlei zaken op:
1) alle medewerkers liepen in uniform,
2) de artsen liepen meerdere keren per week visite en op sommige afdelingen werden bewoners zelfs geacht zich dan op de slaapzaal bij hun bed te bevinden,
3) fysiotherapie, de kapper, de tandarts en ga zo maar door, bepaalden, zonder overleg met de bewoner wanneer zij met hen een afspraak hadden,
4) bewoners werden op dat ogenblik, waar ze ook mee bezig waren, door vrijwilligers (hardwerkende en betrokken mensen) uit hun woonomgeving geplukt en meegenomen naar de kapper, de tandarts en ga zo maar door,
5) en nergens, werkelijk nergens hing aan de muur van de huiskamer ook maar één foto van de kinderen of kleinkinderen. Kom eens in een gemiddelde huiskamer van een hoogbejaarde buiten het verpleeghuis...

Alles bleek te maken te hebben met de visie op het wonen in een verpleeghuis. Bovendien kwamen veel regels voort uit beheersaspecten: je kan toch niet overal zomaar schilderijen of foto's van alles iedereen ophangen? Dan wordt het een zooitje.

Vond tenminste één van mijn voorgangers.

Bewoners waren dus te gast en de omgeving had te maken met behandeling en verzorging.

Niet wonen.

Dus speelden we ziekenhuisje.

En woonden de bewoners in een omgeving die ook inderdaad niet van hun was. Dat werd voor hen bedacht.

O ja, natuurlijk zijn de bewoners niet voor niets opgenomen in een verpleeghuis. En natuurlijk, soms is er sprake van een intensieve zorgbehoefte of een gecompliceerde behandeling door de arts. Maar daarom hoeft hun hele omgeving toch niet gedomineerd te worden door deze aspecten?

Thuis zijn de mensen toch ook gewoon thuis en bepaalt de huisarts en de wijkverpleegkundige toch ook niet hoe de hele woonomgeving van de cliënt eruit moet zien?

En laten we direct even vaststellen dat ook in de thuissituatie vaak sprake is van een intensieve zorgomgeving en gecompliceerde behandelingen.

We moesten dus in gesprek met elkaar. Over die visie. Over waarom we de dingen deden zoals we ze deden. Dat leverde soms verrassende wendingen op.

De uniformen. Die wilde ik uit hebben en hiervoor in de plaats gewone kleding. En een schort wanneer er bijvoorbeeld iemand onder de douche moest of wanneer er een andere verzorgingshandeling moest worden verricht.

Maar bewoners bleken die uniformen juist prettig te vinden omdat ze zo wisten wie bij de verzorging hoorde en wie niet.

Maar dat betekent dat de bewoners de verzorgende vaak gewoon niet kennen. Dat er teveel mensen zich met de bewoners bezig hielden.

Dus moesten we nadenken over hoe we dit voor de bewoners overzichtelijk konden houden. En hoe de medewerkers zich op een andere manier herkenbaar maakten.

Dat lukte.

Het kostte wel meer tijd.

We hadden dus wel regels. Maar andere dan we gewend waren. Vanuit een andere visie.

Want regels geven ook veiligheid.

Regels zijn nodig.

zaterdag 4 juni 2011

"Ik wandel in een lange traditie die ik wil eren"



Eén van de meest indrukwekkende films die ik ooit zag is "Labyrinth". Een film uit 1986. In de film krijgt het tienermeisje Sarah opdracht van haar ouders om op haar veel jongere broertje te passen. Daar heeft ze helemaal geen zin in. Ze moppert dat ze van het jongetje af wil.

Nou, daar weet de kwaadaardige prins Jarret, een prachtige rol van David Bowie, wel raad mee. Hij neemt Toby, het broertje, mee naar zijn paleis. Sarah heeft direct spijt van haar onbeheerste uitval en wil haar broertje terug. Jarret is niet de beroerdste, ze mag hem komen halen. Het paleis van Jarret ligt midden in een uitgestrekt doolhof, dat dan weer wel.

En zo begint de avontuurlijke reis van Sarah door het doolhof. Jarret doet alles om Sarah te dwarsbomen: hij verandert het doolhof voortdurend; vrienden die Sarah willen helpen, worden door hem bedreigd, betoverd of verleid, zodat zij zich tegen haar keren; hij verbreekt alle beloftes die hij aan haar doet en bovendien speelt hij ook nog met de tijd die ze had gekregen om het doolhof door te komen.

Uitgeput komt Sarah op enig moment aan op een uitgestrekte vuilstort. Tussen de enorme bergen vuilnis, vindt Sarah een ruimte waar ze kan schuilen.

Tot haar grote opluchting is de ruimte waar ze terecht komt een exacte kopie van haar slaapkamer. Alles, tot in de kleinste details, klopt. Alhoewel ze heel goed snapt dat ze niet thuis is, wil ze zo graag dat het allemaal wel klopt, dat ze op het bed in slaap valt. En zo verstrijkt de kostbare tijd....

Wanneer ze weer ontwaakt, realiseert ze zich dat ze in de maling is genomen. Dat ze zichzelf in de maling heeft genomen. Op dat ogenblik begeven de wanden van de ruimte het en stroomt het vuilnis in grote golven naar binnen. Niets blijft er nog over van de illusie van haar eigen slaapkamer.

Afgelopen week las ik het slotpleidooi van Wilders, in het proces tegen deze onderkoning. Hij refereerde aan enkele grote namen uit onze geschiedenis: de Witt, van Oldebarnevelt. Beide strijders, aldus Wilders, voor de vrijheid. Hij plaatste zich in dezelfde traditie. Alles leek te kloppen. Velen zullen zijn betoog met instemming hebben gelezen. Velen zullen hebben gedacht dat we eindelijk weer een staatsman hebben die opkomt voor onze waarden. Velen zullen zich in slaap hebben laten sussen.

En zo verstrijkt de kostbare tijd...

As you like it



Deze week publiceerde de staatssecretaris voor Volksgezondheid haar langverwachte programmabrief langdurige zorg. In dit 35 pagina's lange epistel ontvouwt Marlies Veldhuijzen van Zanten - Hyllner haar visie op de langdurige zorg en met name de zorg voor onze ouderen.

Veel is bekend.

De AWBZ is teveel een allesennogwatverzekering geworden.
De kosten voor de zorg en met name de ouderenzorg, nemen exponentieel toe en dreigen onbeheersbaar te worden.
We moeten wonen en zorg gaan scheiden.
De zorgkantoren, nu nog verantwoordelijk voor de besteding van de AWBZ-gelden, gaan verdwijnen.
Steeds meer zal worden overgenomen door gemeenten.

We hebben het allemaal al met grote regelmaat gehoord.

Al jaren.

Vermoedelijk had deze zelfde staatssecretaris enkele jaren geleden, toen ze nog als verpleeghuisarts voor de Amstelring-Osiragroep werkte, nooit kunnen bevroeden dat onder al deze toen al circulerende voorstellen, balonnetjes, fantasiën en standpunten ooit nog eens haar handtekening zou komen te staan. Als politiek verantwoordelijke. Dat zij zo de geschiedenisboeken in zou gaan.

Als de staatssecretaris die het ontmantelen van de AWBZ - en alles wat hiermee samenhangt - aan zou pakken.

Ik bedoel maar.

Ook politiek is het resultaat van diepgaander, krachtiger stromingen dan al het dagelijkse mediarumoer doet vermoeden.

Maar goed. Als je de programmabrief leest, krijg je de indruk dat Veldhuijzen alles ter plekke verzint en aan het maagdelijke papier toevertrouwt.

"Whole the world is a stage and all the men and women are merely players"

Shakespeare had ons, als gebruikelijk voor deze man, allang door. We mogen onze rol op het plankier spelen. De regisseur zien we niet en soms, heel soms, horen we de souffleur. Ook haar krijgen we niet te zien.

Hoe eindigt die prachtige monoloog van Jacques, de melancholicus in "as you like it", ook alweer? O ja.

"That ends this strange eventful history
Is second childishness and mere oblivion
Sans teeth, sans eyes, sans taste, sans everything"

Verdomd, Shakespeare voorzag zelfs de toekomst van onze ouderenzorg...

Zou hij....?

Het model voor de thuiszorg wat door de staatssecretaris wordt geschetst, lijkt op het Deense model. Ik schreef een verslag van mijn studiereis naar Denemarken. Dit is te downloaden op:http://www.erik-zwart.com/#Dementie

vrijdag 25 maart 2011

Lente



Eindelijk weer eens een vrije dag.

Dat is overigens relatief. Mijn vrouw is naar haar werk als ik beneden kom en meestal heeft ze al aan mij gedacht. Voor het geval ik me ga vervelen, ligt er een briefje op de tafel klaar. De verwachting is dat ik dit briefje afhandel voordat ze thuis is. Het briefje bevat zelden een verrassing: het is meestal een opsomming van klusjes die al weken achter me aan zeuren.

Maar toch. Buiten scheen een verrassend krachtig zonnetje, ik hoorde vogels in de tuin en het prille groen van de boomblaadjes prikten door de winterverpakking aan de takken heen. Het wordt lente. Wat kan mij dat lijstje schelen. Ik koos maar voor de activiteiten die mij naar buiten noopten.

Ik moet al tijden mijn OV-chipkaart activeren. De kaart zit allang in mijn portemonnee, maar leidt vooralsnog een zinloos bestaan. Eerst moet iemand een aantal activiteiten verrichten die mij onduidelijk zijn, voordat ik ermee op de bus of in de trein kan springen. Ik naar het station.

Voor mij, bij het loket, stond een dame. Het duurde niet lang voordat ik begreep dat ze boos was. Flink boos. De dame achter het loket wilde iets niet doen waarvan deze dame vond dat ze het wel zou moeten doen. Het bleef volstrekt onduidelijk waar het over ging. De dame, echt een dame in haar uitstraling, formuleerde zorgvuldig maar steeds vileiner haar bezwaren. Keurig articulerend werd de onthutste vrouw achter het loket uiteindelijk uitgemaakt voor "leugenaar" en "fraudeur". De dame wenste er verder geen woorden aan vuil te maken, tot mijn opluchting en draaide zich bedachtzaam om. Ze keurde mij geen blik waardig en verliet statig de ruimte.

De gekwetste vrouw achter het loket stond klaar om de volgende klap op te vangen. Ietwat wantrouwig keek ze mij aan. Het activeren van een OV-chipkaart viel niet onder bedreigd gebied. Opgelucht begon ze met een reeks mysterieuze handelingen. Of ik ook van plan was om met deze kaart met de trein te reizen? Verbouwereerd, de trein valt voor mij onder "openbaar vervoer" gaf ik een bevestigend knikje. Of ik dat ook had aangevraagd? Geen idee. Ze was echter inmiddels weer in een opperbeste stemming en begon mijn falen met nog een reeks intoetsingen te herstellen.

Weer thuis wachtte mij nog een zware klus. Contact zoeken met de belastingdienst. Dat ging alweer direct mis. Een computerstem deelde mij mee dat het sneller werkt als je je burgerservicenummer bij de hand hebt. Ik besloot dat mijn vraag zo algemeen was dat hij zonder burgerservicenummer af te handelen moest zijn. Nog geen seconde later kwam ik in een keuzemenu waarbij ik als eerste verplicht mijn burgerservicenummer moest invoeren. Ik onderbrak de verbinding, zocht mij bsn erbij en maakte opnieuw contact. Mijn vraag bleek minder eenvoudig te beantwoorden als dat ik had ingeschat. Na drie doorschakelingen en steeds opnieuw een wachttijd van een klein kwartier verder, waarbij om de 30 seconden een barse mannenstem mij mededeelde dat alle medewerkers in gesprek waren, kreeg ik eindelijk de juiste man aan de lijn. Het duurde even voordat wij elkaar begrepen. De belastingdienst denkt graag mee, maar wel vanuit haar eigen denkkader. Dat de argeloze burger dit denkkader niet altijd begrijpt, is lastig. Uiteindelijk lukte het mij om de man uit zijn wereld van vanzelfsprekendheden te lokken en opeens begreep hij mijn probleem. Toen losten we het snel samen op.

En ondertussen koerde een turkse tortel in de boom in onze achtertuin en stjilpten enkele meesjes dat het een lieve lust was. Mijn stemming was onverstoorbaar. Ik dankte de man van de belastingdienst voor zijn hulp en wenste ons nog een prachtige dag.

woensdag 16 februari 2011

handen wassen na het toiletbezoek!



Hoe weet je dat je in een verpleeg- of verzorgingshuis bent aangekomen?

Door de briefjes.

De stickers.

De plakkertjes.

Op muren, deuren, bij ramen, op tafels, op karretjes.

Overal briefjes.

Natuurlijk, voor de bezoeker is het handig te weten achter welke deur zich een toilet bevindt. En of deze is bedoeld voor mannen, dan wel vrouwen.

Irritant vind ik al de aanwijzing op een toilet dat deze alleen voor personeel is bedoeld.

Hoezo?

Zijn de andere toiletten niet schoon genoeg? Of krijgt het personeel een exclusief muziekje tijdens het toiletteren? Of wil men geen misverstand over wie personeel is, wie bezoek en wie bewoner? Helpen aparte toiletten bij het maken van dit onderscheid?

Raadselachtig.

Maar er zijn nog veel meer briefjes. Meestal handgeschreven. Of een ijverige medewerker in de nachtdienst is in de weer geweest met een etikettenmaker.

De booschappen zijn zonder uitzondering onbenullig.

Of je de deur wilt sluiten. De ramen moeten meestal ook weer dicht. Of je het licht wilt uitdoen. Of je de stoelen weer op hun plaats wilt zetten. Of je de vuile kopjes in de afwasmachine wilt doen. Of juist niet. Of iemand soms ook de afwasmachine wilt uitruimen zo nu en dan. Of juist niet.

Het hangt er helemaal van af waar iemand zich in de loop van de tijd aan heeft lopen ergeren.

Soms krijg je ook goedbedoelde, maar meestal volstrekt onzinnige adviezen.

Om niets uit het raam te gooien. Of, de mooiste wat mij betreft, om je handen te wassen als je op het toilet bent geweest.

In verpleeg- en verzorgingshuizen wonen mensen. En zij krijgen daarom ook bezoek. Ook werken er mensen. Maar in deze volgorde. Het is in de eerste plaats de woonomgeving van een heel aantal mensen.

Ik ben nog nooit bij iemand thuis geweest alwaar ik aan de lopende band door middel van briefjes aanwijzingen, geboden en adviezen kreeg. Als ik ergens het licht per ongeluk laat branden, dan wordt hier iets van gezegd. En terecht.

Wanneer ik thuis stelselmatig de afwasmachine niet vul met de vuile vaat, gegarandeerd, hier komen gewoon opmerkingen over. En terecht.

Zo gaan volwassen mensen namelijk met elkaar om.

Als we thuis gaan communiceren door middel van briefjes, dan is er iets goed mis. Dan moet ik me om heel andere zaken druk gaan maken.

Ook in een hotel kom ik ze niet tegen. Ja, een sticker waarop staat dat achter een deurtje zich een brandslang bevindt. Maar of ik mijn handen was na een toiletbezoek, dat mag ik gelukkig helemaal zelf weten. En dat ik het licht uit moet doen als ik mijn kamer verlaat, men rekent er gewoon op dat ik een weldenkend mens ben.

Het verwijderen van de briefjes is onbegonnen werk. Binnen 14 dagen hangen ze er opnieuw. Ongelezen. Natuurlijk. Dus een briefje met de tekst "verboden briefjes op te hangen", valt niemand op.

Jammer.

Ik zie daar de humor nog wel van in.