vrijdag 25 februari 2022

Computer says no ...


Lang, lang geleden waren er banken die met je meedachten. Dat was fijn omdat je als klant nu eenmaal niet zo veel verstand had van bank- of financiële zaken. Zo kon het gebeuren dat de bankmedewerker je thuis opbelde om je te waarschuwen dat er iets niet helemaal goed ging. 

Maar dat was vroeger.

Inmiddels zijn ook onze banken gemoderniseerd en hebben ze veel tijd en geld gestoken in het automatiseren van processen en het aantrekken van vele juristen die ervoor hebben gezorgd dat ze vrijwel nooit meer ergens voor aanspreekbaar zijn. 

Op een enkele waaghals en moedig individu na, lopen we allemaal om deze grootheden heen alsof het nu eenmaal zo hoort. En zolang het allemaal goed gaat, is er ook niet zoveel aan de hand. En, laten we eerlijk zijn, gelukkig gaat het in de meeste situaties ook gewoon goed.

Laat ik u niet langer in verwarring laten, geliefde lezer.

Ik heb bij de aankoop van mijn huis, een hypotheek afgesloten bij de Ing-bank en tegelijkertijd via de verzekeringsafdeling van dezelfde bank een woonhuisverzekering afgesloten. Hiervoor heb ik een apart rekeningnummer bij de Ing afgesloten (want mijn andere bankzaken lopen via een andere bank) en hier stort ik maandelijks voldoende geld op om zowel de hypotheek als enkele premies van verzekeringen die met mijn huis te maken hebben, worden betaald.

Door de storm van afgelopen week, werd het dak van mijn dakkapel afgeblazen. Stormschade. Keurig opgegeven bij de verzekeraar, want we hebben dus een woonhuisverzekering.

Dacht ik.

Tot mijn stomme verbazing bleek mij echter dat deze verzekering in maart vorig jaar al was stopgezet. We waren helemaal niet verzekerd.

Wat is er gebeurt?

Omdat ik geen gebruik maak van de Ing-rekening, heb ik bij de verhuizing verzuimd om onze adreswijziging door te geven.

Stom en natuurlijk ook mijn fout, maar, aan de andere kant... het kan gebeuren, niet?

In maart vorig jaar is er iets niet goed gegaan bij de betaling van de premie. In april en mei is de premie overigens weer keurig overgemaakt. In de tussentijd zijn er een betalingsherinnering en een aanmaning verzonden...

naar ons oude adres.

Die zijn als onbestelbaar retour gekomen (wist de meneer van de Ing, die ik sprak, te vertellen).

Vervolgens is de premie van april en mei teruggestort en zijn we uit de verzekering gegooid.

Dit ontdekten we dus toen we de stormschade opgaven.

Ik vroeg de man van de Ing hoe dit mogelijk was: mijn telefoonnummer is nog hetzelfde (zowel vast als mobiel), mijn emailadres was zeker nog een half jaar na maart hetzelfde, de polis staat op ons nieuwe adres. Kortom, mogelijkheden genoeg voor de Ing om ons te waarschuwen dat er iets niet goed ging:

"Omdat het proces volledig is geautomatiseerd."

Er komt geen mens meer aan te pas.

Stomverbaasd merkte ik op dat ik dus een jaar onverzekerd ben geweest en dat ik er dus achter ben gekomen door stormschade (die financieel te overzien is). Het huis had wel afgebrand kunnen zijn en dan hadden we diep, zeg maar levenslang, in de financiële problemen gezeten.

Tja, zo merkte de man van de Ing op: u had dan ook uw adres moeten wijzigen.

Ik vroeg hem of hij dit tot elkaar in verhouding vond staan: een vergeten adreswijziging en de mogelijk bijzonder ernstige consequentie van het niet verzekerd zijn....

Hier ging hij wijselijk maar niet op in. Want ja, de tijd dat de bankmedewerker mee mocht denken ligt nu eenmaal achter ons.

Aansluitend op mijn gesprek met de Ing heb ik een jurist van Vereniging Eigen Huis gebeld. Ik vertelde hem dat het mij vooral ging om het feit dat ik een jaar lang onverzekerd ben geweest en dat ik me hier nooit bewust van was geworden, als ik niet toevallig wat stormschade had opgelopen. In mijn optiek, met alle mogelijkheden die de Ing had om mij te waarschuwen, een onverantwoorde situatie. Ook legde ik uit dat ik heus wel begreep dat ik ook een eigen verantwoordelijkheid had, maar dat ik mijn fout niet in verhouding vond staan met de mogelijke consequenties.

Tja, dat werd dus een gevecht a la Don Quixote: deze bank had haar automatiseringsproces volledig op orde en het ging zo weinig fout, die gingen zeker geen veranderingen doorvoeren op basis van deze casus. Juridisch zat het helemaal dichtgetimmerd. 

Van de bank die met u meedenkt naar "computer says no..."

Leve de vooruitgang.



woensdag 23 februari 2022

Ik begrijp u!


Eunice liet ook bij ons haar tanden zien: het zinken dak van onze dakkapel belandde na een stevige windvlaag enige tientallen meters verder in de sloot. Gelukkig bleken we vele behulpzame buren te hebben en met de inzet van een hijskraan (van een buurman verderop in de straat) en twee handige buurmannen, werd het zink weer improvisorisch vastgemaakt. Hierdoor bleef de waterschade tijdens de stortbuien die volgden, beperkt tot wat gedruppel hier en daar in plaats van dat we de watervallen van Coo over ons heen kregen.

Gelukkig zijn we verzekerd. Het melden van de schade bij Ing bleek wat lastig, maar ook dat lukte me via internet toen de eerste storm van aanmeldingen was gaan liggen. 

Nog geen dag later kreeg ik een wonderlijk mailbericht van dezelfde Ing: mijn polisnummer was niet bekend.

Ik zocht contact via de telefoon.

De eerste dame was nog het meest behulpzaam: zij vroeg wat door en constateerde dat er een oud adres van ons in haar gegevens stond. Ook wist ze mij te melden dat de verzekering al een jaar geleden was opgezegd. Door Ing. Vanwege het niet betalen van de polis.

Dat was een vreemde gewaarwording. Ik meldde haar dat ik nooit een betalingsherinnering had gezien en ook geen aanmaningen, laat staan een bericht dat de polis door Ing zou worden gestopt. Het was allemaal blijkbaar in stilte gebeurt.

Hier kon de dame niet verder. Zij verbond mij door met een volgende dame.

Mevrouw Zonneveld.

Mevrouw Zonneveld uitte zich begripvol na mijn verhaal en vroeg me even geduld te hebben. Ze moest overleggen met een collega.

Ondertussen onderzocht ik mijn betalingsgegevens en het raadsel werd alleen maar groter. Ik zag, vanaf het moment dat wij in ons huis wonen, iedere maand hoe de woonhuisverzekering keurig werd betaald. Tot juni. In juni zag ik een terugstorting van 2 maanden premie. En inderdaad, hierna hield het allemaal op.

Ondertussen was mevrouw Zonneveld uitgepraat en keerde weer terug naar mij.

"Mijnheer Zwart, ik heb even overleg gevoerd, maar we kunnen op dit ogenblik niets anders doen dan u doorverbinden met een andere afdeling. Hier kunt u een klacht indienen en binnen 5 dagen wordt u terug gebeld..."

Ik confronteerde haar met mijn bevindingen en vroeg hoe ze eigenlijk tot de conclusie waren gekomen dat ik mijn premie niet had betaald? 

"Ik begrijp het. Ik kan echter niets anders doen..." en ze herhaalde haar oplossing.

"Mevrouw Zonneveld, ik wil helemaal geen klacht indienen. Ik wil het opgelost hebben. Ik ben momenteel niet verzekerd en dat moet nu worden opgelost."

Zij herinnerde mij eraan dat ik al een jaar niet verzekerd was.

"Maar u begrijpt toch dat het wel verschil uitmaakt dat ik het nu weet?"

"Ik begrijp u" en weer volgde haar mantra.

"Nogmaals, ik wil helemaal geen klacht indienen, ik wil het opgelost hebben. Kunt u mij dan doorverbinden met een leidinggevende?"

"Ik begrijp u, maar daar voorziet onze procedure niet in. Ik kan geen leidinggevende bereiken..."

"U begrijpt mij?"

"Ja"

"U begrijpt dat ik geen klacht wil indienen?"

"Ja"

"Helpt u mij dan verder: laat me met iemand spreken met wie ik nu in ieder geval mijn verzekering kan heractiveren. Ik wil nu eenmaal niet onverzekerd in mijn huis wonen."

"Ik begrijp u" en weer haar mantra.

Vervolgens bood mevrouw Zonneveld mij aan om mij door te verbinden naar een andere verzekeraar waar ik dan een opstalverzekering zou kunnen afsluiten....

"Hoort u nu wat u zegt? Ik heb iemand van de woonhuisverzekeringen aan de lijn in een kantoor met allemaal mensen die werken voor Ing verzekeringen... ik wil mijn woonhuisverzekering in ieder geval weer geactiveerd hebben en nu verwijst u mij naar een andere verzekeraar?"

Ze begreep het weer helemaal.

Het was duidelijk. Mevrouw Zonneveld had de cursus klantvriendelijkheid goed doorlopen, maar niet begrepen: er was niets vriendelijks aan haar houding. Het had niets met klantgerichtheid te maken, maar uitsluitend het volgen van de procedure. 

Daar was ze, het moet gezegd worden, een kei in.

Hoe ik ook probeerde om onder het indienen van een klacht uit te komen, ik had geen andere keus dan een klacht in te dienen.

???

Na het gesprek ben ik achter mijn PC gekropen en heb, via Ing, online, een woonhuisverzekering afgesloten...

begrijpt u?

zondag 21 november 2021

Coronabelevenissen



Ik stond in de supermarkt, met mondkapje voor, te aarzelen voor een schap. Ik was op zoek naar een specifieke chocolade en deze kon ik niet ontdekken. 

U kent dat wel, je laat je ogen langs de vele smaken glijden, je wéét dat het ergens is (althans, mijn vrouw had me dat verzekerd en wie ben ik om hier aan te twijfelen), maar nergens dus. Zo stond ik wat te dralen totdat opeens een grote man, minstens een kop groter dan ik en ik ben toch echt 1 meter 90 lang, pal voor me kwam staan.

Verbaasd ontglipte mij een "Pardon??"

De man draaide zich onmiddellijk om en woedend viel hij naar mij uit.

"U weet toch dat u anderhalve meter afstand moet houden?"

"Maar...ik stond hier toch en u komt toch voor mij staan?"

De man had geen enkele boodschap aan mijn verweer. Was de minister-president niet duidelijk geweest en hoeveel doden moesten er nog vallen voordat we ons aan de regels zouden gaan houden?

Voorzichtig keek ik om me heen of ik misschien ergens een camera zag, maar ik realiseerde me dat ik niet in een foute sketch terecht was gekomen: de woede van de man was oprecht.

Ik bood mijn excuses aan: ik had niet zo goed begrepen dat de anderhalve meter vanuit deze man moest worden geïnterpreteerd. Dat hij de norm was in deze regel. 

De man keek me diep wantrouwend aan. Even dacht ik dat hij mij ging slaan, maar hij draaide zich om en maakte met zijn hand een wegwerpgebaar. Tot overmaat van ramp begon hij ook nog omstandig te hoesten. In zijn mondkapje weliswaar, maar een hoestende medemens in deze directe nabijheid, zeker als het een onaangenaam mens is, het roept een spontaan gevoel van walging bij me op.

Thuis maar even een sneltest doen.

maandag 6 september 2021

Mountainbiker

     Verkooppunten MTB-vignet | Natuurmonumenten

 

 Het was bijna volmaakt. De heide was in bloei, de bossen waren door de naderende herfst, geurig en het was zonnig nazomerweer.

We liepen van Ede naar Otterlo en dit deden we zoveel mogelijk over smalle, onverharde geitenpaadjes, maar dan voor voetgangers. Hierdoor ontweken we de grote groepen zondagswandelaars en fietsers. We gunnen iedereen het genot van onze natuur, maar liever niet lopend in een lange file.

Er is echter sinds enkele jaren één groep die onmogelijk te vermijden is. Ze komen overal, zelfs daar waar helemaal geen paden te vinden zijn. Soms alleen, maar meestal in groepen razen ze tussen de bomen door, over de heidevelden en ploegen ze door de zandverstuivingen.

Mountainbikers.

Je hoort ze al van ver aankomen. Om de één of andere reden hebben ze niet zoveel met stilte en is er één van hen een eindeloos verhaal over het werk, de kinderen, vriendin, huisaankoop, verkooptechnieken of andere staaltjes van interessante wetenswaardigheden naar de ploeggenoten aan het schreeuwen.

Die schreeuwers zijn overigens vrijwel altijd de mannen onder deze sporters.

Ik ben er van overtuigd geraakt dat hun aanwezigheid in het bos helemaal niets met natuurgenot te maken heeft. Natuur is een aardige bijkomstigheid, maar het dient slechts één doel: de heuveltjes, het rulle zand, de warmte, kortom, de sportieve prestatie.

De natuur als vervanger van de sportschool.

Nu gun ik werkelijk iedereen zijn en haar eigen manier om het leven in te richten. Ik kan begrijpen dat sporters een andere behoefte hebben dan wandelaars. Maar wat mij hier stoort is de onbeschaamdheid waarmee bezit wordt genomen van de openbare ruimte.

Eén van de gevolgen is bijvoorbeeld dat het inmiddels vrijwel overal verboden is om je hond mee te nemen met de wandeling. Levensgevaarlijk, zo’n loslopende hond terwijl ieder ogenblik enkele mountainbikers je in volle vaart kunnen passeren.

De honden zijn het haasje, zullen we maar zeggen.

Er zijn gemeentes die speciaal voor de mountainbikers een apart circuit door de bossen aanleggen. Uitstekend. Maar voor de gemiddelde mountainbiker is dit slechts een keuze en wordt er net zo makkelijk gebruik gemaakt van de voetpaden, liefst de smalle. Nu moet ik het niet wagen om als wandelaar over een mountainbikerstraject te lopen. Die ene keer dat ik hier per ongeluk op terecht kwam, was het gescheld niet van de lucht. Ik kon zelfs een douw krijgen van één van de heren. Als ik daarentegen een opmerking maak over het rijden door hen over de voetpaden, kan ik op onbegrip rekenen, als er überhaupt al wordt gereageerd.

Komt het omdat de bossen te vol zijn? Dat zou een verklaring kunnen zijn. Tegelijkertijd: weer een heel andere gebruiker van onze natuur is de paardrijder. Ook die heeft haar eigen paden en nooit, werkelijk nooit zal ik één van hen aantreffen op de voetpaden. Nooit, werkelijk nooit zal ik hen horen schreeuwen over de kinderen, het werk, de school en andere onbenulligheden.

Zijn de mountainbikers dan de tokkies onder de sporters? Je zou het bijna denken. Verrassend is dan ook de constatering dat zij vaak aan komen rijden in de meest luxueuze automobielen, liefst 4-wheel-drive. Het zijn de juristen, artsen, accountants en bedrijfseconomen onder ons.

Homo humini lupus.

Behalve dan dat die paar wolven op de Veluwe diep zijn weggedoken in het bos; onzichtbaar voor de mensen die hun terrein zo massaal betreden.

Zij weten wel beter.

zondag 23 mei 2021

Stalker



Afgelopen week was ik in een telefonisch overleg met de financiële man van onze organisatie. Tijdens het gesprek werd ik gebeld door een mij onbekend nummer in Nieuw Vennep. Ik drukte het gesprek weg en vervolgde mijn overleg. Nog geen 30 seconden later werd ik opnieuw gebeld door hetzelfde nummer, welke ik opnieuw wegdrukte. Dit herhaalde zich vier keer, zodat ik mijn overleg even afbrak om te horen waarom ik zo nadrukkelijk en steeds opnieuw werd benaderd.

Het bleek mevrouw Laurens en zij verontschuldigde zich. Ze was in de veronderstelling haar vriendin te bellen en blijkbaar was er iets niet goed gegaan. 

Dat kan gebeuren.

Nog geen uur later werd ik opnieuw gebeld door dezelfde mw. Laurens. Ik zat opnieuw in overleg en het gesprek werd door mij weer geweigerd. Mw. Laurens is een volhouder, dus ook deze keer benaderde ze mij 5 keer achter elkaar. Wederom brak ik het overleg af en stond ik mw. Laurens te woord.

Mw. Laurens haar stem klonk bejaard. Hoog bejaard. Ze gaf opnieuw de uitleg dat ze haar vriendin probeerde te bellen. Ik vroeg haar welk nummer deze vriendin had, maar dat bleek een domme vraag: het nummer dat ze had geprobeerd te bellen natuurlijk. Voorzichtig probeerde ik uit te leggen dat hier iets onmogelijks gebeurde: als dit nummer van haar vriendin was, dan zou ze mij niet aan de lijn krijgen. Maar de wereld van de techniek zat voor mw. Laurens niet zo logisch in elkaar: het nummer zou wel kloppen, maar de verbinding niet.

Ze bood haar excuses aan en ze verbrak de verbinding.

De verdere dag liet mw. Laurens mij met rust.

Dat veranderde de volgende dag.

Hoe ze het voor elkaar krijgt is mij een raadsel, maar opnieuw zat ik in overleg. Inmiddels herkende ik het nummer en ik weigerde het gesprek. Mw. Laurens is een volhouder en nog geen minuut later meldde ze zich weer. Al pratende met mijn gesprekspartner zoefde mijn vingers over het display van mijn telefoon en blokkeerde ik het nummer van mw. Laurens.

Dat scheelde.

Wel kreeg ik nu 6 keer de melding dat ik een voicemailbericht had.

Mw. Laurens.

Geen enkele keer sprak ze iets in, maar aan haar gezucht te horen was ze diep ongelukkig met de vergeefse poging haar vriendin te spreken te krijgen.

Ik liet het maar even gaan in de veronderstelling dat mw. Laurens vanzelf wel zou ophouden om mijn nummer te draaien.

Dat was dom gedacht.

Dagelijks rond 11.00 uur 's ochtends begon mw. Laurens aan een nieuwe poging haar vriendin te bellen. Dit herhaalde ze steeds vijf keer achter elkaar en steeds wachtte ze totdat ze de voicemail hoorde. Ik begreep nu ook waarom ze deze niet insprak: het bericht waarmee ik mijn voicemail inleid, maakt de beller duidelijk dat ze Erik Zwart hebben bereikt.

Steeds werd de verbinding verbroken met een diepe zucht van mw. Laurens.

Na vijf dagen had ik er genoeg van. 

Nu belde ik mw. Laurens.

Schuldbewust nam ze de telefoon aan. Ze wist waarom ik belde, bekende ze. Verbaasd vroeg ik haar waarom ze zo halsstarrig mijn nummer bleef draaien, tot vijf keer per dag toe, terwijl ze steeds opnieuw tijdens de voicemail te horen kreeg dat ze verkeerd verbonden was.

"Omdat ik dit nummer van mijn vriendin heb gekregen..."

"Maar wanneer begrijpt u dat het een verkeerd nummer is dat uw vriendin heeft opgegeven?"

Daar gaf ze geen antwoord op. Ze begon me uit te leggen dat ze het echt niet deed om mij te pesten. Ik vertelde dat ik dit direct van haar wilde aannemen, maar als iemand vijf dagen achter elkaar minstens vijf keer op een dag belt, dan begint het toch op pesten te lijken...

Die begreep ze niet.

Op de achtergrond hoorde ik andere stemmen. Ze had visite, legde mw. Laurens uit. Ik vroeg of dit toevallig die ene vriendin was, maar dat bleek helaas niet het geval. Ze wilde wel van mij af want ja, visite...

Ze beloofde plechtig mij niet meer te zullen bellen. 

Ik geloof haar.

Nog geen uur later kreeg ik een waarschuwing dat iemand mijn voicemail had ingesproken.

Mw. Laurens.

Een diepe zucht.

Ik vrees dat mw. Laurens en ik ongewild samen verder door het leven zullen gaan.

zaterdag 15 mei 2021

Vaccinatie


Vanmorgen was het dan zover. Ik mocht mijn eerste vaccin halen.

Velen vroegen mij afgelopen week met welk vaccin ik zou worden ingespoten. Ik wist het niet en het kan me niet schelen. Corona moet de wereld uit en dat lukt alleen als we ons massaal laten vaccineren.

Het bleek Pfizer te zijn.

Prima.

Het bleek, op zijn Nederlands, tot in het uiterste detail georganiseerd. Ik kreeg een week geleden de uitnodiging en maakte direct online een afspraak. De afspraak werd via de mail bevestigd, als ook kreeg ik een sms ter bevestiging en nog eentje om te voorkomen dat ik dit moment zou vergeten.

Gewapend met een paspoort, de uitnodigingsbrief, de bevestiging en een zelf ingevulde medische verklaring, meldde ik mij bij de sporthal die tot prikcentrum was ingericht. Tot mijn verrassing stond er een aanzienlijke rij wachtenden, keurig op 1 1/2 meter van elkaar en met mondkapje op. Voor me stond een oudere man, leunend op een stok: pet op, sjaal om en warme jas aan. Zijn mondkapje hing onder zijn neus. Hij had het duidelijk warm.

Toen we, nadat we een lange gang, van tijdelijk tentdoek, hadden door geschuifeld, kwamen we dan eindelijk in de grote hal. Hier stond een vrolijk jong meisje ons op te wachten en, zoals in de Efteling de wachtrij door sprookjesfiguren wordt vermaakt, heette zij ons, gehuld in GGD-T-shirt, welkom. De instructies, 1 1/2 meter afstand, monddoekje, straks handen schoonmaken, vielen, ondanks haar opgewekte stem, als stenen in een vijver. Ook op haar afsluitende vraag, of er iemand corona of coronaklachten had, werd niet gereageerd. Ze verontschuldigde zich: "Ik moet het nu eenmaal vragen..."

Ik mocht doorlopen naar een balie en daar werd ik voor de eerste keer ontmaskert als Erik Zwart en ook mijn geboortedatum herkende ik. Ik mocht door en werd naar één van de vele rijen stoelen in de hal verwezen. Noch voordat ik ging zitten, kwam er opnieuw een dame op me af. Zij nam mijn paspoort van me af en liep een hok in. Nog geen drie tellen later kwam ze terug en vroeg mij mijn naam.

Ietwat geamuseerd herhaalde ik deze, waarop ze doorvroeg en ik ook nog mijn geboortedatum moest melden.

We waren het eens over mijn identiteit en ik mocht het hok in. Daar zat een tweede dame me op te wachten. Voordat ik ging zitten, vroeg ik of ze mij in mijn rechterarm wilde vaccineren: ik ben linkshandig. Ze reageerde verrast, maar welwillend en schoof haar stoel naar mijn andere zijde.

Nog voordat ik het in de gaten had, bleek het vaccin gezet. De dame stond op en vroeg mij naar mijn naam en geboortedatum.

Toch wat bevreemd, merkte ik op dat ik in de paar minuten dat ik nu binnen was, niet van identiteit was gewisseld. De dame bleek onvermurwbaar en herhaalde haar vraag. Ze legde uit dat ze zeker wilde weten dat ze het vaccinatiebewijs met het gebruikte vaccin aan de juiste persoon wilde meegeven. 

Hierna volgde het kwartier verplicht nazitten. Gelukkig kregen we een kopje koffie om de tijd wat te doden. Om me heen werd massaal de mobiele telefoon geraadpleegd op het wereld- of familienieuws. Ik maakte een selfie om het moment te markeren.

Ik heb mijn eerste vaccin en, mensen, wat ben ik opgelucht. Corona moet de wereld uit, zodat onze dochter met haar man en onze kleindochter in Nieuw Zeeland weer de wereld over kunnen naar Nederland. We lieten haar in 2019 gaan, op wereldreis, een coronacrisis met huwelijk en geboorte, geleden.

En o ja, ik weet nog een ding heel zeker:

Ik ben Erik Zwart, geboren op 26 juni 1962.

woensdag 24 maart 2021

Steven Corneliszoon Swart uit Waspik


Vandaag reed ik met mijn vader naar de Langstraat. De Langstraat is de naam van een streek in Noord Brabant die eeuwenlang bekend stond om haar schoenenindustrie. Het is ongeveer het gebied tussen Waalwijk en Dongen en de hiertussen gelegen dorpen. 

Het is ook het gebied waar onze familie en dan met name de familie Zwart haar wortels heeft. In mijn onderzoek ben ik inmiddels aangekomen in het begin van de 16e eeuw bij de man die ik maar onze stamvader noem, Jan Swart.

We weten eigenlijk alleen dat hij heeft bestaan en dat hij kinderen had, waaronder Cornelis Janszoon: geboren, getogen en gestorven in Waspik, net als zijn zoon Steven Corneliszoon.

En dus stonden mijn vader en ik in Waspik voor de Hervormde Kerk. Want, zover wij kunnen nagaan was de familie van Protestantse huize. Het moet ook een redelijk welvarende familie zijn geweest, getuige de vele notariële geschriften over erfenissen, schenkingen en ook wel ruzies over grond. 

Al dit bezit verklaart misschien ook waarom onze familie in die tijd nooit is weggetrokken. Immers, we hebben het over de 80-jarige oorlog en de streek waar we over spreken was het voortdurende podium van plunderingen, rondtrekkende boevenbendes, rovende geuzen uit Dordrecht en wrokkige Spanjaarden. Regelmatig werden de landerijen onder water gezet en als kers op de pudding kreeg de bevolking te maken met voortdurend hogere belastingen. Wie niets meer had, trok weg. 

Maar niet onze familie, dus ze zullen nog wel wat hebben overgehouden. Bezit bindt, ook toen al.

In de eerste decennia van de 16e eeuw waren er in Waspik nog maar 75 haardsteden (= bewoonde huizen) overgebleven en hier woonden zo'n 250 mensen. Velen waren straatarm. Dit is het tijdvak dat Jan Swart hier rondliep. 

De Roomsen werd het leven steeds moeilijker gemaakt en na 1570 liet de bisschop zich hier niet meer zien. 

Te gevaarlijk.

In die periode werd het nabijgelegen Geertruidenberg door onze vader des vaderlands veroverd en hier werd al snel de eerste Protestantse kerkdienst gehouden. Overigens, niet nadat de nog aanwezige RK-priesters en monniken waren verjaagd of vermoord. 

Of het nu uit overtuiging of door de nood gedwongen was, maar de bevolking van de Langstraat werd overwegend Protestants en dit in een vrijwel Rooms-Katholieke omgeving.

In 1591 keerde het tij en kregen de Spanjaarden het weer voor het zeggen. De bevolking van de dorpen in de Langstraat richten vervolgens een smeekbede aan hertog de Parma met het verzoek hen weer in genade aan te nemen. Uiteraard was zijn voorwaarde dat zij zich weer voorbeeldig Katholiek zouden gedragen en van de wat meer opstandige onder hen werd een eed van trouw aan de koning geëist, afgelegd tegenover de plaatselijke schout.

Er zijn echter ernstige vermoedens dat de terugkeer naar de moederkerk voor de meeste bewoners van Langstraat niet meer was dan een list om te ontkomen aan de Spaanse furie: op zondag bleven ze onverstoorbaar hun kale, Protestantse rituelen uitvoeren.

Hoe onze familie zich in al dit geloofsgeweld heeft gedragen, we weten het niet. In de notariële akten maken ze zich vooral druk om de erfenissen, het land en de verdeling hiervan. Ook is er regelmatig sprake van flinke giften van vaak honderden guldens. Een kapitaal in die tijd.

Op één moment komt echter Steven Corneliszoon in beeld.

In 1603 was er een Hollandse ruiterij in Waspik gelegerd en ondergebracht bij een twintigtal huishoudens. Na afloop kreeg iedereen die noodgedwongen gastvrij was geweest, nog een flinke rekening gepresenteerd om te delen in de kosten.

Steven Corneliszoon Swart vertikt het.

Hij krijgt meerdere aanmaningen van de schout, maar hij houdt voet bij stuk.

Uiteindelijk ziet de schout geen andere mogelijkheid dan "een beest" uit de stal van Steven weg te halen. Dit "beest" wordt op zondag 25 augustus, na de kerkdienst, in een volle Hervormde Kerk van Waspik bij opbod verkocht.

En zo wordt de schuld weer recht gestreken.

Mijn vader en ik kijken naar het statige kerkgebouw en proberen ons voor te stellen hoe hierbinnen, na een eredienst, een veiling van "een beest" is gehouden. 

Ik verlaat de auto en loop richting de kerk en kijk over een muur naar de graven van het kerkhof. Een vriendelijke dame houdt me staande en vraagt me of ik wellicht het kerkhof wil bezoeken?  Ze is namelijk de echtgenote van de kerkrentmeester en kent dus de weg. Ik vertel dat onze familie al in de 19e eeuw de streek heeft verlaten. Ze vraagt naar mijn naam:

"Zwart...."

Ze schudt bedachtzaam haar hoofd. Nee, die naam zegt haar niks.