vrijdag 29 maart 2013

Dragers gezocht...




Gisteravond zag ik op televisie delen van "the passion" voorbijkomen. De dood van die timmersmanszoon is inmiddels uitgegroeid tot een waar mediaspektakel. Jörgen Raymann bleek een evangelist en vele bekende Nederlanders zongen en acteerden er op los. Tussen de groep Apostelen zag ik, toch wel tot mijn verrassing, André Rouvoet zitten en Judas, Daniël Boissevain, werd uit de groep weggelokt door Hero Brinkman. Bekende hits werden in het verhaal geperst, ook de laatste dagen van Jezus vormen inmiddels een format, zodat zelfs "de waarheid" van Marco Borsato een spiritueel tintje kreeg. Helaas stond er een harde wind, anders hadden de duizenden toegestroomde Hagenaars dit onderstreept door met een aansteker brandend een zwaaiende beweging in de lucht te maken.

Het hoogtepunt van de voorstelling vormde ook deze derde keer, een zes meter groot, lichtgevend kruis dat door de stad heen werd gedragen naar het podium. Hiervoor waren al in een eerder stadium 20 jongeren gezocht. Ze konden zich aanmelden via een formulier op een website van de EO.

Als ik het werkelijke verhaal terughaal, dan werd die timmermanszoon indertijd gedwongen om het levensgrote martelwerktuig dat hem uiteindelijk zou doden, op zijn nek te nemen en de lange weg door de stad, naar boven een heuvel buiten de stadsmuren te slepen. Hij stierf vrijwel alleen, alleen de meest moedigen bleven onderaan dat kruis staan en keken urenlang toe hoe zijn lichaam en geest het geleidelijk aan opgaf. De doodsstrijd duurde te lang voor de nieuwsgierige toeschouwers. Waarschijnlijk dezelfden die enkele dagen ervoor nog juichend voor hem aan de kant hadden gestaan.

Het is helemaal geen mooi verhaal. Het is een verhaal over verraad, berekening, gebrek aan moed en, vooral, onverschilligheid. Inderdaad, een menselijk verhaal.

Een verhaal over een eenvoudige man die geloofde in de liefde. Die het lef had om hier persoonlijk consequenties uit te trekken en soms letterlijk tussen een veroordeelde en een woedende menigte in ging staan. Die er maar op vertrouwde dat het uiteindelijk allemaal goed zou komen.

Die toch wel wat verbaasd zal zijn als hij hoort dat er inmiddels formulieren bestaan waardoor je je kan aanmelden om zijn kruis te helpen dragen.

Maar voor wie durft: http://www.eo.nl/evenementen/thepassion/


maandag 28 januari 2013

Want er komen andere tijden...



In de Volkskrant van vandaag, las ik een ingezonden commentaar door Ko Portengen. Hij is bestuurder van een zorgorganisatie in Deventer. Hij vertelt hoe hij in het Kröller Müller museum lang bleef staan kijken naar een schilderij van van Gogh: de aardappeleters. Hij realiseerde zich namelijk dat hij mogelijk naar een beeld van de toekomst van de ouderenzorg stond te kijken.

Hij refereert aan de sprong die de eigen bijdrage voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen per 1 januari 2013 heeft gemaakt. En die sprong is natuurlijk dramatisch. Dit zit met name in de fors toegenomen bijtelling van het eigen vermogen: deze is gestegen van 4 naar maar liefst 12 %. Dit betreft het zelf opgebouwde spaargeld, maar ook het vermogen vanuit het bezit van een eigen huis, welke in veel situaties (grotendeels) vrij is van hypothecaire lasten. De eigen bijdrage kan hierdoor per maand oplopen tot ruim € 2.100,- per maand.

Veel pijn zit natuurlijk in de vermogensbijtelling op basis van het bezit van een eigen huis. Dat is geen geld dat beschikbaar is, dat geld zit vast in de stenen. Noodgedwongen gaan kinderen van opgenomen ouderen daardoor soms over tot verkoop van het ouderlijk huis. Maar ook het jarenlang opgebouwde spaargeld, dat nu iedere maand wordt aangesproken om de bijdrage te kunnen betalen, roept weerstanden op. Immers, de oudere die zijn hele leven heeft gespaard, moet betalen. De oudere die nooit een cent heeft gespaard, blijft vrij van deze extra kosten. Dat steekt en dat is begrijpelijk.

Alhoewel het volkomen invoelbaar is dat ouderen die afgelopen maand de nieuwe eigen bijdrage voorgerekend kregen enorm zijn geschrokken, past relativering.

Het is algemeen bekend dat de kosten vanuit de AWBZ, de volksverzekering van waaruit onder andere de ouderenzorg wordt gefinancierd, substantieel stijgen. Onder invloed van de toenemende vergrijzing de komende decennia, zal deze stijging alleen nog maar verder toenemen. Dit betekent maatschappelijk een enorme druk om (financieel) deze kosten te blijven dragen. De AWBZ wordt de komende jaren ingrijpend herzien: veel zal worden overgeheveld naar de WMO en daardoor verantwoordelijkheid van de gemeente worden. Ook deze overheveling van verantwoordelijkheden en geld, gaat gepaard met een flinke bezuiniging.  Het is dus voorspelbaar dat ook via deze route het voorzieningenniveau van de ouderenzorg onder druk komt.

We moeten daarom op zoek naar mogelijkheden om de toenemende zorgvraag maatschappelijk betaal- en beheersbaar te houden. Hierbij kan, wat mij betreft, ook de principiële vraag worden gesteld worden waarvoor het spaargeld dat door mensen is opgebracht, bedoeld is...Sparen doe je onder andere om een buffer te hebben voor periodes dat het onverhoopt financieel minder gaat. Een eigen huis was lang bedoeld als een "oudedagvoorziening". Deze motieven worden weer actueel in een tijd dat we maatschappelijk minder in staat zijn om de lasten collectief te dragen. Niet leuk, ik ga ook liever op vakantie, maar wel een kwestie van de "tering naar de nering" zetten.

Trouwens, zo komen we ook weer bij de aardappeleters van van Gogh terecht. Dat was nogal een andere tijd. Een tijd waarin er alleen sprake was van enige maatschappelijke opvang van behoeftigen, wanneer dit door rijke weldoeners of door de kerk werd georganiseerd. De overheid trok zich in ieder geval nauwelijks iets aan van ouderen, gehandicapten en (chronisch) zieken: je zocht het zelf maar uit. In een studie die ik ooit las naar de leefomstandigheden van een (zeer) rijke familie uit Haastrecht ("Pauline, de laatste Bisdom van Vliet"- 2001, Cor van Someren), werden de verschillen wel erg duidelijk: deze familie verdiende in 1869 per maand f 12.353,-, terwijl een arbeider gemiddeld f 165,- ...per jaar verdiende. Deze familie zorgde voor de mensen die direct bij hun familiebedrijf betrokken waren, maar verder ging de liefdadigheid niet en o wee wanneer je uit de gratie raakte... Zover is het in onze samenleving gelukkig nog lang niet.

We zijn op zoek naar een nieuwe balans. Dat betekent onvermijdelijk periodes van disbalans. Het is uitstekend om dit proces kritisch te volgen. Het creëren van schrikbeelden draagt echter zelden bij aan oplossingen.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3384225/2013/01/28/Kwetsbare-oudere-met-AOW-uitkering-staat-pijnlijke-armoede-te-wachten.dhtml

zaterdag 19 januari 2013

Bijzonder genieten



Het was vandaag koud. IJzig koud. Een snijdende oostenwind trok dwars door alle kledinglagen heen. De zon bleef de hele dag verstopt achter een grauwig wolkendek. Kortom, een winterse januaridag in Gouda.

Met mijn vrouw en onze jongste dochter liepen ik door de binnenstad. We besloten op enig moment dat het genoeg was geweest, de kou, de wind, het glibberen over de stenen, we zochten een lunchgelegenheid. Tegenwoordig heeft Gouda er vele. Rond en op het oude marktplein zijn de afgelopen jaren eetgelegenheden uit alle windstreken en voor allerlei verschillende culinaire liefhebberijen gehuisvest.

Wij kozen voor Juuls.

Alhoewel Juuls al in 2010 haar deuren opende, was ik er nog niet eerder binnen geweest. Maar als je in Gouda woont, hoef je natuurlijk ook niet zo vaak in de stad te lunchen. Ik ben nog van het soort van het pakje brood mee en anders eerst thuis nog wat eten. Maar goed, vandaag ging dat dus anders.

De medewerkers bij Juuls hebben een verstandelijke beperking. Dat zou op zichzelf een mededeling zonder enig belang zijn, maar het heeft wel wat consequenties.

Verschillenden kunnen niet lezen en/ of schrijven. Je wordt dus verzocht om zelf de bestelling op formuliertjes die op tafel klaarliggen, aan te kruisen. Wanneer je hiermee klaar bent, kun je een lampje die tegen de wand naast de tafel is gemonteerd, aandoen.

Dat is het signaal.

Eén van de medewerkers komt naar je tafeltje en pakt de formuliertjes. Deze worden toch nog eerst even uitgebreid gecontroleerd. Wij hadden kruisjes gezet en dit meisje was gewend aan cijfers. Ze keek ons vragend aan en samen namen we de bestelling nog even door. Het was duidelijk en vriendelijk verzocht de jongedame ons om het lampje maar weer uit te doen.

Terwijl we zaten te wachten, kwam het meisje dat de bestelling had opgenomen, weer naar ons tafeltje.

Er was een probleem.

Op ons formulier stond "tafel 9"....dat kon niet kloppen. Ik wees op het bordje op onze tafel, een "9". Het meisje fronste diep. Ze wees op de tafel naast ons. En inderdaad, dat was blijkbaar tafel 7. Vervolgens wees ze op het tafeltje aan de andere kant: "8". Mijn vrouw suggereerde dat de "8" en de "9" misschien waren omgedraaid.

Dat bleek de oplossing.

Zonder op te staan, verhuisden we naar tafel "8".

Maar nu was er opnieuw een probleem. Op onze formulieren stond immers "tafel 9". En inmiddels waren we "tafel 8". Daar maakte het meisje korte metten mee: ze streepte op ons formulier resoluut de "9" door en veranderde dit in een "8".

In de keuken was men geheel onkundig over al deze problemen in getallenreeksen in de zaak. Het eten werd dan ook al snel naar onze tafel gebracht.

Het eten was prima.

Het werd drukker en drukker.

Hulpvaardig werden vierpersoonstafeltjes omgebouwd tot 2 x 2 persoonstafeltjes. Het tweede tafeltje kwam daardoor wel in de looproute te staan. Dat was lastig en soms moest er even flink worden gepuzzeld op de juiste volgorde van passeren. Maar daar kwam men steeds op harmonieuze wijze uit.

Op enig moment kreeg een stel aan een tafeltje in het gangpad het drinken. De jongen met het dienblad pakte het glas jus d'orange en reikte dit aan aan de jongen aan tafel. Hierbij boog hij iets teveel met het dienblad voorover, zodat het meisje ongeveer onder zijn dienblad, haar jus d'orange over haar haren en schouder kreeg uitgegoten. Als versteend keek de bedienende jongen naar de door hem aangerichte chaos. Uit de keuken kwam een dame aanhollen met een warme, natte schoonmaakdoek. Ze nam het, gelukkig, lachende meisje mee naar achter. De jongen stond nog altijd verstijfd en probeerde iets te zeggen.

"Sorry"

Klonk het.

De jongen aan tafel maakte een vriendelijk gebaar.

"Kan iedereen gebeuren. Geen probleem."

De jongen stamelde nog een paar keer "sorry" en verdween naar de keuken. Het meisje kwam al snel weer terug met schone kleren. Ze konden er wel om lachen.

Als je eens in Gouda bent: Juuls, op de markt. Echte mensen en wat was ook alweer menselijk?

Daar helpen ze ons gelukkig nog eens aan herinneren.

zondag 6 januari 2013

I know nothing ...



Als u weet wat een dodaar is, bent u vogelaar.

Ik kan tenminste niet veel meer redenen bedenken waarom je zoiets zou weten. Ik had er in ieder geval nog nooit van gehoord. En mijn leven zou rimpelloos verder zijn voortgegleden wanneer ik er nooit kennis van zou hebben gekregen. Dit veranderde echter gister en, ik moet zeggen, het heeft mij niet ingrijpend beïnvloed.

Behalve dan dat ik er nu in mijn blog aandacht aan besteed. De kans is groot dat ik de dodaar hierna weer vergeet.

Gister liep ik over de IJsseldijk. Ergens voorbij Kampen, op mijn weg naar Zwolle. Het was niet koud, maar wel grauw. De hele dag leek de zon te aarzelen of het nog de moeite was om meer licht over de aardkloot te spreiden. Het bleef beperkt tot een grijzig beeld. Het water in de rivier stond hoog. Zo hoog dat alle uiterwaarden waren ondergelopen. Overal staken zwarte silhouetten van eiken, linden en wilgen boven het wateroppervlak uit. Hier en daar zag je een zinloos verkeersbord terwijl nergens een weg was te bekennen.

Voor mij, voorbij verschillende kronkelingen van de dijk, zag ik de man al een tijdje staan. Lange tijd was het mij onduidelijk wat hij deed, maar uiteindelijk zag ik dat hij ingespannen stond te turen in een camera of een verrekijker. Hij keek in de richting van het water. Hierop dreven grote scholen vogels. Mijn kennis is beperkt en ik meende alleen ganzen te zien. Een enkele zwaan en soms hoorde ik de schelle kreten van een territoriumgevoelig waterhoentje. Hoog in de lucht vormden zich de V-vormige vogelvluchten. Ook weer ganzen, als ik me niet vergis. Het was mooi, ook zonder enige kennis van namen.

Toen ik de man op enkele meters was genaderd, keek hij op. Ik vroeg of hij nog zeldzame vogels verwachtte te zien. Hij knikte opgetogen:

"de dodaar heb ik al gezien, hoor!"

Ik moest, zonder enige schaamte, toegeven geen idee te hebben wat een dodaar is.

"Een kleine watervogel, met een grappig kontje..."

was de uitleg.

Dat wist ik dan ook weer.

"Dat komt door dat hoge water, he. Anders zie je ze hier gewoon nooit."

Ik begreep dat ik op veel te naïeve wijze genoot van mijn omgeving en knikte de man bemoedigend toe. Ik wenste hem nog veel plezier, waarop hij mij een prettige wandeling toeriep. Ieder zijn ding.

Ik was nog geen 20 meter verder toen ik aan de andere kant van de dijk een enorme roofvogel in een boom zag zitten. Ik draaide me om, om de vogelaar te waarschuwen. Hij keek echter vol aandacht door zijn kijker de andere kant op.

Ik zwaaide maar even naar het beest met zijn grijpgrage klauwen en vervaarlijke haaksnavel.

Geen idee hoe de vogel heet.

dinsdag 1 januari 2013

Ruis.



Ze zal rond een uur of vier haar huis weer binnenkomen. Nadat ze haar jas heeft uitgedaan, schuifelt ze door naar de huiskamer. Gewoontegetrouw doet ze onmiddellijk de televisie aan. Deze blijft aan totdat ze rond een uur of tien naar bed gaat.

Het zal haar niet opvallen, maar als vanmiddag de televisie aangaat, krijgt ze weer beeld. Sinds de Goudse kabelexploitant enkele weken geleden de frequentie van haar zenders heeft gewijzigd, kreeg ze uitsluitend ruis te zien. Als mijn vrouw hier iets van zei, reageerde ze bevreemd en ontkende stellig dat er iets met haar televisie aan de hand zou zijn. Die ruis, dat gebeurde soms wel meer en dat ging altijd na korte tijd weer voorbij. Dit gesprekje herhaalde zich vrijwel dagelijks.

De dame is ver in de tachtig en dementerend. Mijn vrouw is wijkverpleegkundige.

Uiteindelijk heeft mijn vrouw, op een moment dat de dame in de keuken aan het rommelen was, de televisie maar goed ingesteld.

Ze heeft kind noch kraai, de dame, behalve een zus. Die woont ongeveer 30 kilometer verder en ook zij is dementerend. Dagelijks bellen de zussen elkaar en bevragen elkaar naar welke dag het is. Beiden kijken vervolgens op de opengeslagen pagina van de televisiegids die op de salontafel ligt. Ligt de gids in beide huiskamers op dezelfde datum open, dan zijn de dames gerustgesteld. Is dat niet het geval, dan levert dat nog een hele dag nerveus heen en weer gebel op totdat beide dames er uit zijn en het met elkaar eens zijn.

Onze dame gaat sinds enkele weken naar de dagopvang. Dat heeft de wijkverpleging veel moeite gekost om haar zover te krijgen. Het was namelijk iets wat ze niet kende en ze ging al jaren nergens meer naar toe. Na een voorzichtig begin, door het maken van een dagelijkse wandeling en, na enig aandringen, samen een keer met de taxi gaan kijken bij de dagopvang, stemde ze er in toe. Inmiddels zit het in haar systeem en zorgt ze dat ze klaar staat als het busje komt voorrijden. Hierdoor krijgt ze enkele dagen per week tenminste goed te eten en zijn er mensen om haar heen. De wijkverpleging houdt thuis vinger aan de pols. Zo redt ze het nog net.

Of de dagopvang behouden blijft voor mensen als deze dementerende dame, is hoogst onzeker. Het rijk verschuift de financiering naar de gemeente. De gemeente krijgt echter direct een enorme bezuiniging te realiseren. Bovendien hebben gemeentes vaak geen idee wat er allemaal op hen afkomt. Hoe weerloos deze burgers zijn. Ondanks dat ze tijdens een oppervlakkig contact nog zo helder uit de hoek komen.

Want ja, die ruis op de televisie...dat gebeurt soms wel meer en dat gaat na korte tijd altijd weer voorbij.

woensdag 26 december 2012

De eerste klaroenstoot



Het was nog vroeg. Het duister week voor een grauwgrijs licht. Ergens hoog in de lucht klonk het gekwaak van een vlucht ganzen. Geen engelenzang. Toch was het kerstochtend.

Ik liep met mijn honden naar een grasveld in de buurt van ons huis. De huizen waren nog donker. Ik genoot van de rust op straat.

Het had geregend, flink geregend. De plassen lagen nog op straat en de grasveldjes waren verzadigd. Maar nu was het droog. Het was ook niet koud voor de tijd van het jaar. Geen witte kerst. Het maakt mij niet zoveel uit. Mijn honden sjokten naast me mee. Ook zij waren nog niet erg wakker.

Het grasveldje aan het eind van de straat, ligt aan een sloot. Een brede sloot. Aan de kant zijn hoge struiken gezet. Door de kale takken heen kun je de tuinen van de huizen aan de andere kant van de sloot zien. Ik zou hier nooit aandacht aan hebben besteed, ware het niet dat opeens een dame in een knalroze ochtendjas op het terras van één van de huizen verscheen. Ze riep luidkeels, of ik "die troep" nog zou opruimen.

Het drong maar geleidelijk tot me door dat ze het tegen mij had. En die troep zou wel op mijn hond slaan die net een drol had gedraaid. Ik keek wat verbaasd in de richting van de bozige dame. Blijkbaar had zij mij goed in de gaten gehouden. Staand achter haar raam, turend over de sloot, door het struikgewas en ja hoor, zie je wel, zo'n rothond....of in ieder geval zo'n asociaal baasje....

"Mijnheer...", begon ze weer. Het klonk weinig uitnodigend. Ik zag haar roze vlek over het terras lopen. Ik realiseerde me dat ik geen plastic zakje of iets dergelijks bij me had. Anders was ik beslist niet te beroerd om het werk van mijn hond even op te ruimen. Dat betekende dan overigens wel dat ik spitsroedelopend het grasveld op moest, want dat lag vol met hondenprodukten.

"Hallo....", ze hield stug vol. Ik had weinig zin om terug te schreeuwen. Mijn beide honden keken me afwachtend aan. Ze hadden maling aan de vrouw en wilden wel weer verder. Bovendien, na de ochtendwandeling kregen ze eten. Dat moest er zo langzamerhand ook maar van komen. Dit getreuzel bracht dat vooruitzicht niet echt dichterbij. Ze begonnen wat te trekken aan de lijn.

De vrouw stond nog steeds op haar terras. Ik verlangde opeens sterk naar klaroenstoten en engelenzang, al was het maar om haar fanatieke aandacht af te leiden. Alhoewel het sterk te betwijfelen valt of deze dame zich ook maar door iets zou laten afleiden. Ze had zich een duidelijk en eenvoudig doel gesteld. Geen hondepoep meer op het veldje aan de andere kant van de sloot. Haar sloot. Haar veldje. Haar uitzicht.

Ik maakte een onduidelijk gebaar en stak de straat over. De vrouw liet nog een ferme kreet horen. Ik dook nog iets dieper weg in mijn kraag en sjokte met mijn honden weer terug naar huis.

Het wachten is op de rijdende rechter.

Ook een soort laatste oordeel.

vrijdag 21 december 2012

De dag dat de wereld verging.



De dag dat de wereld zou vergaan hangt er een druilregen in de lucht. Het zicht is grauw en de mensen lopen diep weggedoken in hun winterjassen. Het leven gaat overigens gewoon door. De dag is, wanneer ik dit schrijf, pas halverwege maar ik vermoed dat de Hollandse grijsheid het gaat winnen van de vurige apocalyps  We zullen zien.

Aan de overkant van onze straat is men in het huis van mijnheer Bikkel hard aan het werk. Dat is wonderlijk omdat mijnheer Bikkel enkele weken geleden werd opgenomen in het ziekenhuis. Hij was benauwd en de dagelijkse gang van zaken kostte hem steeds meer moeite.

Niet dat we mijnheer Bikkel goed kennen. Hij ging, zolang wij hier wonen, altijd in diepe zwijgzaamheid zijn eigen gang. Wanneer we hem groetten, werd dit door hem genegeerd. Hij deed alles lopend. We zagen hem tenminste nooit op de fiets en een auto had hij niet. Sinds enkele maanden had hij een scootmobiel. Zo'n rijdende stoel. Hij manoeuvreerde hiermee alsof het een auto was, wanneer hij hem in zijn garage reed of juist eruit haalde. Een oude man die leefde in zijn eigen wereld.

Hij was niet alleen. Regelmatig kwam één van zijn kinderen op bezoek. Zij verdwenen dan in zijn huis om enkele uren later weer tevoorschijn te komen. Uitgezwaaid door mijnheer Bikkel. Hierna liep hij altijd  naar de brievenbus, die tegen de voorkant van zijn garage was gemonteerd, en keek hierin. Meestal was deze leeg. Vervolgens verdween hij weer zijn huis in.

Met zijn buurman had hij geen contact. Er was ooit een flinke aanvaring geweest over een struik in de tuin en sindsdien zweeg de heer Bikkel ook tegen zijn buurman.

Eén van de mannen die in het huis bezig was, bleek een zoon. Hij vertelde dat zijn vader inmiddels was opgenomen in een verpleeghuis. Hij zou niet meer naar huis komen. Het verpleeghuis eist inmiddels maandelijks een flinke financiële bijdrage, zodat het huis van de heer Bikkel niet meer aan te houden was. Hij vond het pijnlijk, maar het was onontkoombaar: het huis moest leeg en de huur moest worden opgezegd. Iedere kans op terugkeer was hierdoor afgesneden. Alle jarenlang bijeen verzamelde boeken, meubelstukken, vaasjes, servies en ga zo maar door, alles verdween in dozen of in een grote vuilcontainer.

Er verging een wereld.

Die van mijnheer Bikkel.

Op vrijdag 21 december 2012.