woensdag 18 augustus 2010
richtsnoeren zorggroepen
De NMA en NZa publiceerden vanmorgen de langverwachte richtsnoeren zorggroepen. Voor mensen die deze discussie niet volgen, een onmogelijke zin. Waar gaat het om. Zoals natuurlijk wel bekend, wordt reeds enkele jaren de marktwerking in de zorg door de (centrale) overheid gestimuleerd. Dat betekent een enorme verschuiving in verhoudingen. De zorg wordt een markt en op een markt gelden de spelregels van de marktwerking. Zonder hierover een complete verhandeling te willen schrijven, komt het er op neer dat zorgaanbieders, verzekeraars, zorggebruikers allemaal marktpartij zijn geworden. Ideële gedachte achter deze beweging is dat de zorg hierdoor goedkoper en kwalitatief beter zal worden. Immers, wanneer een klant kan kiezen tussen zorginstellingen op basis van prijs en kwaliteit, zullen die zorginstellingen er wel voor zorgen dat deze twee goed in balans zijn. De zorgmarkt is wel een ingewikkelde. In de eerste plaats omdat de overheid nog volop bezig is om de kaders hiervoor te ontwikkelen. Ziekenhuizen mogen bijvoorbeeld nog maar voor een beperkt deel van hun "produkten" handelen als marktpartij, het overgrote deel is nog stevig gereguleerd in een, overigens uiterst complex en ondoorzichtig financieringssysteem (wat men zo transparant heeft pogen te maken dat nog maar weinigen snappen hoe het exact werkt). Thuiszorgorganisaties begonnen hun oorspronkelijke zorgregio's los te laten en ook hierbuiten produkieafspraken met zorgverzekeraars te maken. In het gebied van een andere thuiszorgorganisatie dus. Dan krijg je concurrentie. Maar waar concurreer je nu precies op? Met alle respect, maar de ene thuiszorgorganisatie lijkt toch verdraaid veel op de andere, de thuiszorgcliënt heeft veelal geen idee van de prijzen. Eigenlijk lijkt het enige wat nu nog telt, de vraag om direct geholpen te kunnen worden.
Het gaat dus met horten en stoten, die ontwikkeling van de marktwerking. Zoals dat gaat, de beleidsrichting kent voor- en tegenstanders. Binnen het kabinet wat nu gesmeed wordt, is dit nog een spannende: CDA en VVD zijn grote voorstanders van marktwerking binnen de zorg, de PVV is verklaard tegenstander (maar inmiddels ook bekend opportunist met het machtscentrum binnen bereik).
Terug naar de richtsnoeren zorggroepen. Zoals gezegd, zorg is een ingewikkelde markt. Cliënten (de NZa spreekt halstarrig over patiënten, wat een vreemd begrip is voor een markt) met een aandoening, met name een chronische aandoening, maken nu eenmaal gebruik van meerdere zorgaanbieders: thuiszorg, ziekenhuis, huisarts, fysiotherapeut, etc. Voor de cliënt is het dan ook cruciaal dat deze aanbieders onderling samenwerken. In vaktermen, dat er ketenzorg wordt geboden. Om te voorkomen dat die ene cliënt niet voortdurend moet schipperen tussen alle loketten. Dat klinkt logisch, maar diezelfde partijen verhouden zich steeds meer tot elkaar als marktpartijen. In een regio zijn soms wel 6 thuiszorgorganisaties actief, verschillende ziekenhuizen, vele huisartsen, en ga zo maar door. Hoe organiseer je dan samenwerking als je ook elkaars concurrent bent? Bovendien, als je wel komt tot intensieve samenwerking tussen een aantal aanbieders, hoe verhoudt zich dit dan tot b.v. een vraagstuk als kartelvorming? Een aanbieder die niet bij de samenwerking hoort, kan hier toch ernstig bezwaar tegen maken. Kortom, hobbels en kuilen. Waar, voor de introductie van de markt, vaak al heel intensief werd samengewerkt, zie je nu nogal eens verzuring in de verhoudingen ontstaan. En die cliënt? Die heeft hier over het algemeen heel weinig invloed op. Het is vaak nog een uitgesproken aanbiedersmarkt.
De richtsnoeren proberen een weg te wijzen door dit mijnenveld. Ze geeft definities, kaders. Uiteraard in een vrijwel onleesbare, ambtelijke taal. Ik ben zeer benieuwd hoe het veld gaat reageren. En de cliënten? Ik weet het niet, maar de hele beweging lijkt mij vaak nog ver van hen af te staan.
dinsdag 17 augustus 2010
Debiteuren, crediteuren
Bij één van mijn opdrachten, liep ik de kamer in van één van de stafmedewerkers. Alhoewel deze dame een ijzeren discipline had, zag haar kamer er altijd uit alsof er een bom was ontploft. Ze keek me meestal wat verstoord aan en had duidelijk moeite om zich los te rukken van waar ze mee bezig was. Ze had het gewoon te druk. In een hoek had ik al een paar keer een indrukwekkende stapel dossiers gezien. De stapel reikte ongeveer tot mijn middel. Ik vroeg haar wat dat eigenlijk was. Ze keek er even verstrooid naar:
"O, dat is niet van mij maar van een collega die een paar maanden geleden vertrokken is..."
"Is het een idee om dan toch eens te kijken wat hier de bedoeling van is?"
Ze zuchtte diep en vroeg me wanneer ze dat dan moest doen. Ik suggereerde dat ze dat maar direct moest doen: van uitstel zou zonder enige twijfel afstel komen. Het duurde niet lang of ze kwam mijn kamer binnen. Ze kwam er niet goed uit: de hele stapel was van cliënten die al uit zorg waren, vaak al enige jaren. Ze zou haar vroegere collega wel even bellen, want ze wist wel dat die er tot de dag voor haar vertrek mee bezig was geweest. De volgende dag kwam ze opnieuw mijn kamer binnen:
"Het zijn debiteuren..."
Ik raakte gealarmeerd.
"Tot hoever gaat de stapel terug?"
"Het oudste dossier is van 2004"
Ik belde de controller. Hij vertelde mij dat er een aanzienlijke post dubieuze debiteuren bestond. Eh, nee, daar was momenteel niemand mee bezig. Ik vroeg om zo snel mogelijk een administrateur mijn kant op te sturen, die moest de stapel maar eens ontleden.
Er bleek voor enkele tonnen aan achterstallige rekeningen te zijn opgebouwd. De onderbouwing was in de stapel dossiers terug te vinden. De administrateur bleek een man met gouden handen: hij wist de hele debiteurengeschiedenis heel precies in kaart te brengen en tot onderbouwde rekeningen te vertalen. Hierna werd duidelijk dat we in een beschaafd land leven: vrijwel iedereen betaalde zonder enig probleem.
"O, dat is niet van mij maar van een collega die een paar maanden geleden vertrokken is..."
"Is het een idee om dan toch eens te kijken wat hier de bedoeling van is?"
Ze zuchtte diep en vroeg me wanneer ze dat dan moest doen. Ik suggereerde dat ze dat maar direct moest doen: van uitstel zou zonder enige twijfel afstel komen. Het duurde niet lang of ze kwam mijn kamer binnen. Ze kwam er niet goed uit: de hele stapel was van cliënten die al uit zorg waren, vaak al enige jaren. Ze zou haar vroegere collega wel even bellen, want ze wist wel dat die er tot de dag voor haar vertrek mee bezig was geweest. De volgende dag kwam ze opnieuw mijn kamer binnen:
"Het zijn debiteuren..."
Ik raakte gealarmeerd.
"Tot hoever gaat de stapel terug?"
"Het oudste dossier is van 2004"
Ik belde de controller. Hij vertelde mij dat er een aanzienlijke post dubieuze debiteuren bestond. Eh, nee, daar was momenteel niemand mee bezig. Ik vroeg om zo snel mogelijk een administrateur mijn kant op te sturen, die moest de stapel maar eens ontleden.
Er bleek voor enkele tonnen aan achterstallige rekeningen te zijn opgebouwd. De onderbouwing was in de stapel dossiers terug te vinden. De administrateur bleek een man met gouden handen: hij wist de hele debiteurengeschiedenis heel precies in kaart te brengen en tot onderbouwde rekeningen te vertalen. Hierna werd duidelijk dat we in een beschaafd land leven: vrijwel iedereen betaalde zonder enig probleem.
maandag 16 augustus 2010
Idee!
Knipper met je ogen of kijk even de andere kant op en kijk dan nog eens.
Heel goed.
Ja, het klopt, bij die linker voorband (of rechts, in de kijkrichting), daar zie je iets vreemds. Als je je blik nog een klein beetje omhoog beweegt, dan begin je het te begrijpen: daar staat iemand. Vrijwel onzichtbaar omdat hij zichzelf heeft gecamoufleerd. Het best kan je nog de schoenen zien, onder aan de band. Vandaar uit wordt het hele plaatje opeens zichtbaar.
Zo voel ik me momenteel. We, mijn zoon en ik, hebben een idee. Ik denk een goed idee. Wat dat idee is, dat hou ik nog even voor me. Vandaag ben ik de hele dag met mijn zoon op stap geweest. Om het idee te onderzoeken. Kijken of we het idee handen en voeten kunnen geven. Dat gaat nog wel even duren. We zullen, als we hiermee door gaan, met heel wat mensen in gesprek moeten: gemeente, de belangenvereniging, de kamer van koophandel, deskundigen, leveranciers en, wie weet, uiteindelijk misschien wel met de bank.
Het idee is nog voor niemand zichtbaar. Dat wil ik ook even zo houden. Ik hou me dus gedeisd. Maar ik zal wel met al die mensen in gesprek moeten. Over ons idee. Zonder dit idee weg te geven. Dat is spannend. Een goede waarnemer ziet misschien op enig moment de contouren. Ik weet echter dat de meeste mensen niet zulke goede waarnemers zijn. Die zien alleen wat ze willen zien. Dat komt me nu ook wel goed uit.
Ondertussen ben ik met mijn zoon aan de slag. Met ons idee. En, wie weet, ontstaat uit het voor jullie bekende plaatje, opeens een nieuw plaatje. Iets dat er eerder nog niet was. Iets moois. Dat was dan ooit ons idee....
zondag 15 augustus 2010
Zure blik
De dame kijkt ons een beetje zuur aan.Haar haar krult prachtig onder haar kanten kapje door. Verder is ze sober gekleed. Toch is het duidelijk dat ze welvarend is.
En dan die zure blik, daar kon de schilder met al zijn techniek, blijkbaar niet omheen. Je kan niet onmiddellijk veel hartelijkheid of een warm welkom verwachten, daarvoor kijkt ze te taxerend: wat voor vlees heeft ze in de kuip? Haar lippen houdt ze zuinig op elkaar geperst. Er kan niet onmiddellijk een lachje van af.
Haar portret hangt in Aken in het Couvenmuseum. Dit kleine, maar charmante museum is ondergebracht in een woning/ apotheek uit de 18e eeuw. Inderdaad, ooit eigendom van de familie Couven. Gerenommeerde burgers van de stad, apothekers en verzamelaars. Het museum straalt de zelfgenoegzaamheid en ook de zelfverzekerdheid van deze opkomende klasse uit. De adel en de geestelijkheid waren nog overal prominent aanwezig, maar de middenstanders beklommen de maatschappelijke ladder. Ze richten hun huizen steeds rijker in. In deze woning is zelfs een complete feestzaal, ingericht naar voorbeeld van een spiegelzaal uit de grote paleizen terug te vinden. Weliswaar alles in zakformaat, maar het was er toch maar.
De dame had het dus goed voor elkaar. Ze woonde in een, zeker voor die tijd, comfortabel huis met bediendes. Om haar zinnen te verzetten, was overal in huis kunst ondergebracht: schilderijen, serviezen, glazen, boeken, beelden. Wat gaat er dan schuil achter die grijze, wat trieste blik? We zullen het niet weten. Ze staart ons aan en laat ons wat bedremmeld onze weg vervolgen. Door haar huis, langs haar spulletjes, met tientallen andere nieuwsgierigen...
context
Hij ligt in een vitrine. In een museum. Het Zeeuws museum. De kop trof mij. Ooit was het onderdeel van een kruisbeeld. Nu kan het het hoofd van iedereen zijn. De neus is afgeslagen, zodat het lijkt of de man een boksersneus heeft. Hij heeft een volle snor en en kleiner baardje. De ogen zijn gesloten en de mond hangt een beetje open. Opvallend zijn de vele druppels, op zijn wang en op zijn voorhoofd. Zijn de druppels op de wang tranen? En op het voorhoofd dan zweet? Angstzweet, warmte? Achter op het hoofd stulpt steen uit. Het zou een kussen kunnen zijn, waar de man zijn hoofd op heeft gelegd, of het is het restant van een aureool. Ligt het hoofd op een kussen, dan ligt de man vredig te slapen. Maar dan kloppen die tranen niet, of zou hij dromen?
De context is verdwenen. Zou het beeld als kruisbeeld in een kerk hangen, dan zou niemand er waarschijnlijk zo intensief naar kijken. Nu ligt het in een vitrine en dan ook nog alleen het hoofd. Hij houdt zijn ogen stijf gesloten en als je heel goed luistert, hoor je zacht gesnurk.
Reactie op Volkskrantsite op column Renée Braams
..."De blije zzp’er bestaat niet"...
Volgens mij is niemand meer blij tegenwoordig
Ik dan weer wel...
Een beetje...
soms
(12-08-2010 Risp)
Volgens mij is niemand meer blij tegenwoordig
Ik dan weer wel...
Een beetje...
soms
(12-08-2010 Risp)
zaterdag 14 augustus 2010
Kunst of kitsch?
Afgelopen vrijdag was ik met Anita in Gent. We waren al vroeg in de stad en liepen een rommelmarkt op. De markt werd bevolkt door allerlei mensen die elkaar veelal kenden. Er heerste een gemoedelijke sfeer. Ook liepen er enkele zwervers die hoopten op wat kleingeld. Eén van hen rook een uur in de wind. Zo nu en dan en meestal volkomen onverwacht, barste hij uit in gezang. Zo te horen waren het Franse volksliedjes. Zijn stem was helder. Het gaf een aparte cachet aan het geheel.
Op de foto zie je het spel van het kopen. Een hele rij, toevalligerwijs allemaal mannen, de meesten al ouder, staan te turen naar de spullen op de tafel. Het is van alles wat: boeken, glaswerk, een beeldje, een fototoestel, een klok, aardewerk, en nog veel meer rommeltjes. Een enkeling pakt een voorwerp om het beter te bekijken, de meesten kijken met de handen in de zakken. Wel kijken ze allemaal intensief en geconcentreerd, alsof ze ook echt iets zoeken. De verkoper lijkt volstrekt ongeïnteresseerd in wat er voor hem allemaal gebeurt. Hij kijkt naar een punt, ergens achter de mannen voor zijn tafel. Zijn armen heeft hij demonstratief over elkaar geslagen. In werkelijkheid houdt hij de bewegingen voor zich natuurlijk nauwlettend in de gaten. Als een visser die naar zijn dobber tuurt. Niet te snel aanslaan, want dan is de vis weer weg, die les heeft hij al lang geleden geleerd. Laat ze eerst maar bijten. Daarvoor moet één van de mannen zich oprichten met een voorwerp in zijn hand en naar hem kijken. Hij zal dan het contact onmiddellijk leggen. Nu nog niet, nu afwachten. Je ziet aan zijn houding dat er spanning zit in zijn lijf. Hij wéét dat hij bijna beet heeft.
Dit soort markten zijn voor velen, ook voor mij, onweerstaanbaar. Waar vind je anders zo'n wonderlijk samenraapsel van te verkopen spulletjes. En wie weet, wie weet, vind je zomaar een keer, opeens, dat waardevolle stuk glaswerk of beeldje. Iedereen kijkt erover heen, ook de verkoper, en jij, jij ziet het en koopt het. Voor een habbekrats.
Abonneren op:
Posts (Atom)


