vrijdag 20 januari 2012

Hangplek voor ouderen



Ze ging een stukje wandelen.

Omdat het moest van de wijkverpleegkundige.

Met haar rollator.

Ze zat meestal thuis voor het raam. Ze keek wat televisie of bladerde in een tijdschrift. Ze stond op voor een kopje koffie of om een boterham klaar te maken.

En ja, ze was zwaar. Zeg maar, te dik.

Te weinig beweging.

Maar wat kon het haar eigenlijk schelen.

Ze was alleen en de komst van de wijkverpleegster 's ochtends en haar huishoudelijk hulp 's middags waren de enige momenten van contact voor haar.

Haar man was alweer 10 jaar geleden overleden. De kinderen woonden ver weg en de kleinkinderen had ze al een jaar niet gezien. Te druk.

Ze schuifelde onwennig over straat. De wind was koud en het miezerde licht.

Ze genoot.

Ze werd ook moe en besloot in een bushokje op het bankje te gaan zitten. Ze zat droog en ze strekte haar benen. Ze leunde op de rollator en haalde diep adem.

Van de andere zijde kwam nog een oudere dame aanlopen. Ook met een rollator. De dame keek haar aan en liep op het bushokje af.

"Dat is nog eens een goed idee", ze kwam naast haar zitten.

Er viel even een wat ongemakkelijke stilte, maar die duurde niet lang. De dame begon te vertellen. Over haar wijkverpleegkundige die haar had gezegd dat ze moest gaan lopen. Iedere dag. Weer of geen weer. Gewoon een frisse neus halen.

En ja, het was dezelfde wijkverpleegkundige.

De dames lachten.

Ze woonden vlak bij elkaar en besloten snel een kop koffie te halen in het dichtst bij zijnde huis.

En dat patroon begon zich iedere dag te herhalen.

Te mooi om waar te zijn?

Nee hoor, een echt gebeurd verhaal uit de wijkverpleegkundige praktijk van Buurtzorg Gouda.

donderdag 19 januari 2012

Ik ben uw leider




Het komt maar zelden voor.

Dat iemand in een organisatie, een bedrijf, een politieke partij, opstaat en rustig verklaard:

Ik ben uw leider.

Dat vinden we in ons kikkerland niet chique. Dat vinden we arrogant. We zijn meer van het principe van gelijke monniken, gelijke kappen en doe maar gewoon....Mensen die zichzelf aanwijzen als leider, dat zijn mensen waar een luchtje aan zit.

Die moet je mijden als de pest.

Als je eens in de gelegenheid bent om een groep mensen die moet samenwerken te observeren, dan zal het je opvallen.

Er is een leider in de groep.

Ook als de groep elkaar niet kent of nog maar net met elkaar werkt. En die leider is niet persé degene die door de organisatie is aangewezen om de leider te zijn. Iemand neemt de touwtjes in handen, iemand hakt de knopen door, iemand wijst de groep de richting. Iemand weet de andere leden van de groep mee te nemen in de besluiten. Iemand luistert naar de bezwaren van de groepsleden en komt met alternatieve voorstellen zodat het proces weer loopt. Iemand is bereid om naar de formele leiders te verwoorden wat de groep denkt en is bereid de klappen op te vangen.

Er is een leider.

Maar die leider is zijn positie vaak direct kwijt wanneer hij of zij hardop zegt: "Ik ben uw leider."

Dacht het niet. Denken de meesten in de groep. Want eigenlijk houden we helemaal niet van leiders. Leiders sturen, leiders beslissen, leiders hakken knopen door. En lang niet altijd op de manier zoals ik dat wil. Leiders zijn eng.

Dus ontstaan er ingewikkelde patronen.

De leider verzamelt vriendjes om zich heen die steeds harder gaan roepen dat hij of zij de leider is. De formele leider trekt de informele leider dicht tegen zich aan en zegt: "U bent de volgende leider".

Wat meestal weer betekent dat de opvolger leider af is. En de formele leider de touwtjes weer steviger in handen heeft.

In ieder geval ontkent de leider voortdurend de leider te willen zijn. Waardoor minder uitgesproken leiders bij zichzelf denken:"Dan moet ik misschien de leider wel zijn". Die overigens op hun beurt natuurlijk weer ontkennen de leider te willen zijn.

En zo voort.

Soms komt een hele groep op deze wijze in een stuurloze positie. Niemand durft nog naar voren te stappen. De groep presteert niets meer. Alles lijkt te draaien om de vraag wie nu eigenlijk de leider is. En alles lijkt te worden overstemd door mogelijke leiders die in koor hardop blijven roepen de leider niet te willen zijn.

Wat zou het heerlijk zijn als er dan iemand gewoon opstaat en rustig zegt:

"Ik ben uw leider."

En vervolgens een buiging maakt voor de groep.

woensdag 18 januari 2012

Een mijlpaal op facebook



Afgelopen maandag was voor mijn zoon een spannende dag. We hadden regelmatig via sms of whatsapp contact met elkaar. Die avond kon hij, maar wij, zijn ouders, zeker ook, opgelucht adem halen.

Tot mijn verrassing publiceerde hij niets op facebook.

Alles wordt door hem op facebook gezet.

Liefst met 6 uitroeptekens. Hoe onbenullig ook. En over reacties heeft hij niets te klagen. Die buitelen over elkaar heen.

Dit in tegenstelling tot berichtjes die door mij worden geplaatst. Dat is als roepen in een eindeloze ruimte en uiteindelijk, vaag, ergens, je eigen stem als echo terughoren.

Stiekem je eigen berichtje "leuk" vinden. Toch tenminste nog één.

Beetje lullig.

Maar goed, daar gaat het nu niet over.

Deze mijlpaal werd dus niet met de wereld gedeeld.

Ik aarzelde of  ik dan iets zou schrijven. Of dat ik hem via sms een herinnering zou sturen. Ik wilde het voor mezelf eigenlijk niet toegeven, maar het hield me bezig. Steeds weer keek ik even of hij het bericht al had gepubliceerd. Maar nee, niks. Het bleef stil.

Het het was nogal een mijlpaal. Na jaren van zoeken en ploeteren was het dan eindelijk gelukt. Als hij in Nieuw Zeeland een hamburger eet met het formaat van een boeing 747, dan moet de hele wereld het weten; een eigen naamplaatje op zijn brievenbus en jawel; een biertje met vrienden....alles mogen we weten en zien.

Maar dit grote nieuws, dit blijft onder de pet.

Het meest stoorde het mij nog dat het mij zo stoorde. Het was toch zijn bericht? Het ging toch over hem en niet over mij? En wat is facebook nu helemaal. Een jaar geleden had ik er zelfs nog nooit van gehoord. En mijn kinderen leefden zich toen al volledig uit op dit medium.

Natuurlijk, ik ben een trotse vader. De hele wereld mag weten hoe geweldig mijn kinderen zijn. Dat gevoel kent iedere vader. Belangrijk verschil met vroeger is dat je nu zoveel mogelijkheden hebt dat gevoel ook daadwerkelijk wereldkundig te maken. Maar de reactie zal dezelfde zijn als wanneer ik het nieuws op mijn werk vertel bij het koffiezetapparaat: trotse vader. En de meesten zal het onverschillig zijn. Of je ziet ze denken: "Heb je hem weer met zijn zoon...."

En nu denken alle lezers zo langzamerhand: maar wat is dan die mijlpaal??

Ik zou zeggen, vraag het mijn zoon.

Want het is wel geweldig dat het hem is gelukt.

zaterdag 14 januari 2012

Lot



Joop is altijd bezig. Meestal doet hij iets in de tuin. Zijn eigen tuin of in die van één van zijn buren. Bladeren vegen, onkruid weghalen, takjes wegknippen of domweg de straat een beetje aanvegen.Hij groet je vriendelijk en, als hij daar zin in heeft, maakt hij een praatje.

Niet met iedereen, hij moet je eerst een beetje kennen. Dat duurt een klein jaar en dan vertrouwt hij je voldoende.

Naast Joop woont Maria. Een lieve, maar ook onzekere, oudere vrouw. Haar man is nog geen jaar geleden volkomen onverwacht overleden. Sindsdien loopt Joop haar een beetje na. Je ziet hem meerdere keren per dag het huis van Maria inlopen. Maria schuifelt ook weer regelmatig bij Joop naar binnen.

Joop woont samen met Ruud. Ruud zie je niet zoveel. Hij is introverter. Vriendelijk, maar meer in zijn eigen wereld als je hem tegenkomt.

Regelmatig stopt er een taxi bij Joop en Ruud voor de deur. Met grote rolkoffers vertrekken ze dan naar een verre bestemming. Enkele weken later komen ze beiden bruinverbrand weer terug.

Toen wij nog maar net in ons huis woonden, hadden Ruud en Joop nog een auto. Die werd maar zelden gebruikt. Joop reed, maar dat deed hij met een ware doodsverwachting. Hij vond het duidelijk maar niks. De auto verdween dus al snel uit beeld.

Sindsdien staat de oprit naar de garage vol met grote bloempotten.

Die Joop keurig onderhoudt.

Sinds kort is er iets veranderd.

Ruud gaat dood.

Dat werd enkele weken geleden opeens duidelijk. Ruud was al wat langer ziek, maar het ging opeens snel bergafwaarts.

Er stopt nu meerdere keren per dag een autootje van de wijkverpleging.

Er werd pas geleden een ziekenhuisbed het huis ingereden.

Joop werkt minder in de tuin.

Ze zijn samen nog een keer op vakantie geweest. Ze kwamen beiden weer bruinverbrand terug. Maar ze kwamen wel eerder naar huis. Het ging niet meer.

Hoe lang ze al samen zijn. Ik weet het niet. Het gaat mij ook niet aan. Maar er gaat iets verbroken worden, dat is onafwendbaar.

Iedereen ziet hier tegenop.

vrijdag 13 januari 2012

Burgers, opgelet! De Téléphone rinkelt....



Ik maakte deel uit van een groep vrienden die de wereld zou veranderen. We waren zo'n beetje 16, 17 jaar oud. Hoe we zo op het idee kwamen, het is mij volkomen ontschoten, maar in vrij rap tempo werden we anarchist of communist, dichter en liefhebber van de tachtigers: Kloos, Verweij, Perk.

En we schreven gedichten.

Heel veel gedichten.

En we schreven onder mooie pseudoniemen: kassandrus, raro, pjotr, behalve Selma, die schreef gewoon onder haar eigen naam.

En we hadden een eigen tijdschrift: de Téléphone.

We waren er druk mee. Op warme zolderkamers en in Goudse kroegen bediscussieerden we de wereld en onze poëzie. We reisden af naar steden in heel het land om boekhandels te vermurwen ons tijdschrift te verkopen. Overigens, nooit een probleem. We organiseerden in Gouda een cultureel festival, compleet met een tentoonstelling voor beeldende kunst, een dichtersfestival en als afsluiting een popconcert.

Dat popconcert was een onaangename gebeurtenis die ons, zwevend vriendengroepje, weer met onze voeten stevig in de Goudse klei plaatste. Het concert was nog niet begonnen of de plaatselijke motorbende reed het terrein op. Een indrukwekkende hoeveelheid spieren en tatoeages verzamelde zich voor onze kippeborsten. Voor een krat bier zouden ze het concert vrijwaren van ongeregeldheden. Het cynisme ging aan ons geschrokken gemoed voorbij en snel haalden we de gevraagde krat. Dat bleek verkeerd begrepen: dat krat moest vanaf dat ogenblik voortdurend worden aangevuld. De opkomst viel tegen en de beoogde hoofdact bleek een groep oudere heren die hun roem al lang geleden hadden vergaard. Dat moment hadden ze blijkbaar gemist en ze gedroegen zich ronduit belachelijk.

Inmiddels zijn we allemaal getrouwd, de meesten hebben kinderen die soms op hun beurt weer de wereld bestormen, we hebben onze banen en de onvermijdelijke hypotheken.

Allemaal?

Nee, niet Jan Gerben.

Die rijdt alweer ruim twee jaar op zijn geliefde Harley uit 1943 door Amerika.

donderdag 12 januari 2012

Geen Zwarten in Vrijhoeven-Capelle



Hendrik Zwart is nog maar 51 jaar oud als hij sterft. Zijn hele leven heeft hij in Vrijhoeven-Capelle gewoond en daar is hij ook gestorven. Ik heb geen idee wat zijn beroep was.

Van één van zijn zonen weet ik het wel: tapper. Die heeft dus een kroeg gerund, ook weer in Vrijhoeven-Capelle. Hij had overigens een mooie naam voor een kroegbaas: Heiliger.

O ja, het is 1879, 14 februari.

Vanmorgen stond ik in de Heistraat in Vrijhoeven-Capelle. Ik stond voor een oude, gereformeerde kerk. Die was van 1884. Hendrik heeft hem nooit gezien. Dat was overigens een hoop gedoe daar in die tijd met de kerken. Capelle was een gereformeerde enclave in het katholieke Brabant. De mensen uit dit dorp werden dan ook in de wijde omgeving met de nek aangekeken, beschimpt en gewantrouwd. Dat zal Hendrik Zwart ook wel hebben meegemaakt. Niet dat de kerkgangers met een gereformeerde achtergrond hierdoor intensiever met elkaar samenwerkten en elkaar hielpen. Zeker niet, ook hier werden voor de verschillende hervormde geloofsrichtingen verschillende kerken gebouwd die elkaar onderling ook weer diep wantrouwden.

Of Hendrik Zwart zich hier erg druk om heeft gemaakt, dat weet ik niet. Als hij, als één van mijn voorouders, ook maar een klein beetje dezelfde genen heeft als ik, mijn broer en mijn vader, waarschijnlijk niet.

Het dorp is feitelijk één lange weg. Tegenwoordig zijn er een paar zijstraten naar nieuwbouwwijkjes, maar in 1879 waren die er niet.

Dat kan ik zien op een oude kaart die ik ergens op internet vond.

Dat betekende dus lopen. Heel veel lopen. Steeds weer opnieuw over die verrekte, kaarsrechte Heistraat.  Een groot deel van je dag ging verloren door het steeds maar weer moeten aflopen van die weg. Op klompen, zo schat ik in, want, alhoewel de voornaamste industrie van het dorp de schoenindustrie was, waren schoenen voor mensen als Hendrik vrijwel zeker veel te duur.

Het dorp kende drie schoenfabrieken. De kans is dus groot dat Hendrik in één van deze fabrieken werkte.

Ik heb twee kinderen van Hendrik kunnen achterhalen: Joost, hij was inderdaad schoenlapper en Heiliger, de kroegbaas. Zeer waarschijnlijk waren er meer kinderen en veel van die kinderen stierven een vroege dood.

Heiliger, de kroegbaas, werkte later bij het spoor. Als spoorwegman kwam hij in Arnhem terecht. Daar is hij gestorven: 41 was hij toen. Zijn zoon, ook een spoorwegman, trok verder naar Amsterdam. En daarmee was de familie Zwart definitief uit Vrijhoeven-Capelle vertrokken.

Ik liep nog even over het kerkhof. Natuurlijk, ook weer aan de Heistraat. Het keek uit over eindeloze en kale akkers. Ik bekeek de verschillende stenen, maar Hendrik of Joost of Antonie of Marinus of Maria of Anna Zwart....ik kwam ze niet meer tegen.

woensdag 11 januari 2012

Achteraf de schaamte en het ongemak.



"Grote zorginstellingen merken nu: de zorg is echt een markt geworden"

Aldus één van de koppen in de Volkskrant vanmorgen. Uiteraard wordt de kop ingegeven door het faillisement van de Zonnehuisgroep en haar overname door Loek Winter en de jeugdzorgorganisatie LSG-Rentray. De overname gaat enkele honderden medewerkers hun baan kosten. De onderliggende gedachte van het artikel is dat de overheid niet langer bereid is om het "omvallen" van grote zorginstellingen te voorkomen door het geven van noodsteun. Als de consequentie van een falend bestuur is dat een faillissement onafwendbaar is, dan is dat maar zo. Met alle gevolgen van dien.

Ik moet het nog zien.

Natuurlijk, de bewindslieden in het kabinet brommen en schuren als het om noodlijdende zorginstellingen gaat, maar dat is toch vooral een kwestie van windowdressing. Ivo Opstelten is de ministers hierin voorgegaan: recht in de camera kijken, en met een beheerste, doch door woede getekende stem, zwaar bassend een paar flinke, vooral flinke, one liners de wereld in helpen:"Het is onverantwoord en we zullen dit nooit pikken."

Zoiets.

En ondertussen gewoon je ding doen.

Want welke minister durft het aan om de zorg van honderden, veelal hoogbejaarde en afhankelijke ouderen van de ene op de andere dag te stoppen?

Probeer dat voor de camera maar eens te redden met een flinke one liner. Lukt je nooit.

Dus dat gaat de gemeenschap geld kosten. Vaak veel geld.

Iedereen begrijpt natuurlijk dat de oplossing nooit gevonden kan worden in een dergelijke situatie. Als een (grote) zorginstelling financieel zo in de problemen is gekomen dat een faillissement of steunhulp onafwendbaar is geworden, is hier een langdurig proces aan vooraf gegaan.

Met bestuurders, toezichthouders, zorginkopers, financiers.

Vaak heeft de inspectie ook al even meegekeken.

En steeds opnieuw blijkt dat het in een dergelijk proces ongelofelijk moeilijk is om ergens het tij te keren: Mea Vita, Philadelphia, Amsterdam Thuiszorg, Zonnehuisgroep, IJsselmeer ziekenhuizen.

Na afloop blijft de schaamte en het ongemak. Bestuurder wijst naar toezichthouder wijst naar zorgkantoor wijst naar overheid wijst naar bestuurder. Soms duikt een ondernemingsraad nog in een procedure om voormalig bestuurders aansprakelijk te stellen. Een toezichthouder blijkt een bekende uit de landelijke politiek en moet accepteren dat hij nog jarenlang zijn falen voor de voeten geworpen krijgt.

Voorlopig zie ik de impasse nog niet doorbroken.

De markt zal het antwoord niet zijn.