woensdag 21 maart 2012

Toilet



Soms, waarde lezer, overkomen je de gekste dingen.

Raadselachtig.

Bizar.

Zoals vandaag.

Ik had een toiletblok opgezocht en had plaats genomen in een van de twee toiletruimtes. Deur op slot. Uiteraard.

Wees gerust. Mijn aanwezigheid daar zal ik niet verder duiden. Het gaat u niet aan.

Op enig moment hoor ik de deur van het toiletblok zich openen. Iemand komt dus binnen. Voelt aan de deur van het toilet waar ik zit. Deur op slot. De betreffende, voor mij onzichtbare, neemt de deur van het tweede toilet.

Tot zover niets om over naar huis te schrijven. Laat staan om er een blog aan te wijden. Maar dan.

De persoon in het andere toilet is snel klaar. Ik hoor het toilet doortrekken en de deur naast mijn toilet zich openen.

...en vervolgens voelt dezelfde persoon opnieuw aan de deur van het toilet waar ik in zit...

Nog steeds op slot.

Uiteraard.

De persoon verlaat de toiletruimte.

Zonder de handen te wassen.

En ik zit vanaf dat ogenblik met een hoofd vol vraagtekens...

Wat bezielt iemand om, na de toiletgang, opnieuw aan een deur te trekken waarvan hij enkele minuten eerder had geconstateerd dat deze op slot zit? Een tic? Een onbedwingbare nieuwsgierigheid? Een pervers trekje? Waarom zou je, na de toiletgang, opnieuw een deur van een toilet openen? Inderdaad, een compleet raadsel.

Ook onbevredigend. Ik heb geen idee wie die persoon is geweest...

Hij handelde geluidloos. Dus geen stemgeluid waar ik naar op zoek kon. Geen bijzondere tred, een klakkende hiel of kreunend leer. Niets. Volstrekt anoniem.

Of bevond zich nog iemand in de voorruimte en moest er iets gedeeld worden wat niemand anders mocht horen? Zodat, voor de zekerheid, even aan de toiletdeuren werd getrokken om te controleren dat er geen willoze oren zouden meeluisteren?

Onzin, ik had niemand gehoord die ook de ruimte was binnengekomen. De deur naar het toiletblok is een zware deur, met dranger. Die hoor je. Zeker als je in de stilte zit.

Of stond iemand buiten het toiletblok te wachten op een seintje:"Kom maar, er is niemand..."

Dat zou nog kunnen.

Maar dat vind ik wel ver gaan.

En toch had iemand twee keer aan mijn deur getrokken. Vóór en ná zijn toiletbezoek.

Ik kom er niet uit.

Bizar.

zaterdag 17 maart 2012

Meester van Vliet




De lagere school doorliep ik eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Het was de tijd van democratisering en inspraak. Jongeren sliepen op de dam en beleefden hun happening rond het Lieverdje. Ik leefde in een dorp onder de rook van Amsterdam, Castricum. Het tumult van de grote stad ging aan ons voorbij.

Toch moet ik op een vooruitstrevende school hebben gezeten.

In de zesde klas kregen we "staatskunde" van meester van Vliet.

Hij leerde ons debatteren. Hij leerde ons hoe politiek in elkaar zat. Dat deed hij door ons de opdracht te geven om zelf een politieke partij op te richten. We moesten met onze zelf opgerichte partijen onderling de strijd om de kiezer, de andere leerlingen van de school, aangaan.

Ik richtte de MOEM op. Meer Orde en Mogelijkheden. Dat van die orde begrijp ik nog steeds niet goed, de mogelijkheden vonden we veel interessanter. Met een aantal vriendjes begonnen we de partij vorm te geven. Met alles wat hierbij hoort: enthousiasme, onderlinge strijd, er ontstond zelfs een scheuring in de partij.

Toen we al een aantal keren massaal, onze partijleden kwamen uit verschillende klassen van de school, te laat in de les verschenen waren, werden we bij de hoofdmeester, meester Koster, ter verantwoording geroepen. Wat we eigenlijk precies met orde bedoelden. Dat was inderdaad een zwak punt in onze doelstellingen, we wisten het niet precies. Hij stelde voor dat we dan maar zouden beginnen om in ieder geval zelf op tijd in de les te komen. Het was een lastig onderdeel van ons partijprogramma.

We hielden vurige toespraken op het schoolplein. We maakten foldertjes en verspreidden die over de leerlingen. We gingen de klassen af. In de aula werd een debat georganiseerd.

Ik heb geen idee meer wat onze programmapunten waren. Wel herinner ik me een discussie over de tekst van de folder. Ik had hierin een rijtje eisen opgenomen. Dat vonden mijn medepartijgenoten te scherp uitgedrukt. Dat zou wel eens verkeerd kunnen vallen bij de meesters en juffen. Eisen werden wensen.

We wonnen de verkiezingen. Daardoor mochten wij de meeste leerlingen in het leerlingenparlement aanleveren.

Hierna wordt het vaag. Ik kan me tenminste niet herinneren dat we ooit een bijeenkomst met dit parlement hebben gehad.

We zaten ook in de zesde klas en dat laatste jaar vloog voorbij.

In 1974 was het voorbij. Ik verliet met mijn ouders en broer en zus dat jaar Castricum. We verhuisden naar Gouda, voor ons toen een grote stad. Abba won het eurosong festival, in Portugal begon de Anjerrevolutie, de palestijnen en de PLO werden steeds actiever, Turkeije viel Cyprus binnen, Nixon trad af door het Watergateschandaal, van Kooten en de Bie begonnen de uitzendingen van het Simplistisch Verbond. Dat ging allemaal toen volkomen langs mij heen.

Het zou weer jaren duren voordat ik geïnteresseerd raakte in politiek en de wereld om mij heen.

Maar meester van Vliet heeft mij geleerd hoe het allemaal werkt, de politieke partijen. Inclusief de strijd en de scheuringen.

vrijdag 16 maart 2012

Het leven is een schouwtoneel




"Kijk, nu zet ik hier nog een paar flessen neer."

De man keek op om te controleren of de cameraman zijn bewegingen wel volgde. Dat deed deze niet. De camera maakte een opname van het geheel: een deur waarvoor de man een stoel had geplaatst, zodat deze de deurklink omhoog duwde; een balk over de breedte had gehangen in een paar muurklemmen aan weerzijde van de deur en bovendien een touw wat in een ingewikkeld patroon nog eens via grote spijkers in de deurpost, voor de deur was gespannen. Op de stoel kwamen dus de flessen. Die zouden onverbiddelijk op de grond vallen wanneer een onverlaat toch probeerde de deur te openen.

De cameraman werd meegenomen naar de voordeur. De man vertelde trots dat hij de deur had vervangen door een plaatstalen geval. Het slot was een ingewikkeld mechanisme geworden met een verankering zowel boven als onderaan de deur. Een soort kluisdeur.

Inmiddels had zich ook de vrouw des huizes bij het geheel gevoegd. Wat zurig merkte ze op dat de deur een keer was dichtgevallen toen ze beiden aan de buitenkant bezig waren. De brandweer was eraan te pas gekomen om het echtpaar weer toegang tot hun huis te geven.

"Awel", merkte de man op, "maar toen ze via het keukenraam binnen waren geklommen, hoefden ze alleen nog maar dit te doen."

Hij demonstreerde trots hoe soepel de immens zware deur openging.

De vrouw ging onverbiddelijk verder. Ze vertelde hoe ze vroeger beiden samen regelmatig op stap gingen. Dansen, een lezing, de bioscoop. Dat gebeurde nu al jaren niet meer. Ze waren altijd thuis en altijd binnen. Als ze nu nog maar een hondje had gehad, ze hadden ook al geen kinderen. Maar ja, haar man hield niet van honden. Bitter vertelde ze dat het door de eigenaar van het appartementencomplex verboden was om dieren in huis te nemen. Maar inmiddels hadden verschillende mensen op de trap toch dieren: een hondje, een kat, een vogel. Haar man was de schrik van het trappenhuis, ging ze door, hij bullebakte iedereen af die met een huisdier de trap opliep. Hij hield van orde.

Zijn orde.

De man hoorde het relaas van zijn vrouw glimlachend aan.

Zo was het.

Ze was ongelukkig. Maar gelaten.

De man liep naar de garage. Deze was zo ingewikkeld afgesloten, met extra pennen en balken, dat de auto vrijwel nooit meer naar buiten werd gereden. Maar die auto kon tenminste niet gestolen worden.

Of er ooit iets gebeurd was? Een inbraak? Nee, gelukkig niet, maar je kon je maar beter voorbereiden.

In het laatste shot bleek het echtpaar een autoalarm te hebben gekocht. De man had het alarm in de auto gemonteerd. Helaas, door de beperkte ruimte in de garage en het voortdurende nerveuze gefriemel van het echtpaar waarbij ze steeds weer controleerden of alles wel goed was afgesloten, bleef het alarm maar afgaan.

"Nu zijn we ook nog bedrogen", jammerde de vrouw.

Striptease, Canvas, donderdagavond 22.25 uur 

woensdag 7 maart 2012

Alles in één!




Iemand van de KPN heeft meegelezen.

Of iemand van u, lezers, heeft hen getipt.

Kan niet anders.

Gisterochtend was ik vroeg op. Ik speelde mijn eerste spelletje wordfeud op mijn I-pad, las digitaal de volkskrant onder het genot van een kopje koffie. Kortom, een ochtend gevuld met 21e eeuwse geneugten. Hierna vertrok ik naar mijn werk.

Om 12.30 uur kwam, via een sms, de noodtijding: we hebben geen televisie, internet en ook geen telefoon meer...

Voordat ik, laat die avond, thuis was, had mijn vrouw het al uitgezocht.

Het vorige week teruggestuurde pakket, het "alles-in-één"- pakket, bleek de cruciale sleutel.

Jazeker, wij hadden al maanden een "alles-in-één"-pakket. Jazeker, na de nodige aanloopproblemen en installateurs en telefoontjes met de helpdesk van de KPN, deed het pakket ook al maanden wat het beloofde.

Jazeker, ik had twee weken geleden één kruisje gezet in een keuzemenu met af te nemen produkten: die van opnamepakket. Jazeker, ook dat werkte hierna probleemloos.

Geen enkele klacht komt tot op dit punt over mijn lippen.

Geweldig allemaal.

Modern.

Makkelijk.

Totdat dus alles in één keer uitviel.

Dat kwam dus omdat ik een paar weken eerder dat kruisje had gezet. Nu had ik een ander "alles-in-één"-pakket nodig. Een snellere. Dus ik had het nieuw toegezonden apparaat moeten omruilen met de oude.

"Maar alles werkte...."

"U moet dus het oude apparaat omruilen tegen..."

"Iemand heeft toch gewoon ergens een knopje omgedraaid of zo? Alles werkte en in één keer helemaal niets meer...Kunt u dat knopje niet gewoon terugdraaien?"

"U moet dus het oude apparaat omruilen tegen...."

"Maar ik had helemaal geen klachten!"

"U moet dus het oude apparaat omruilen tegen....oh! u heeft het pakket teruggestuurd?"

"Dat heeft een collega van u mij geadviseerd...."

"Had u niet moeten doen, he?"

"Maar er zat niet eens een begeleidende brief bij. Hoe kan ik nu weten dat het zetten van één kruisje allemaal van dit soort gevolgen heeft?"

"...."

Ze zonden, het moet gezegd, nog de volgende dag het pakket opnieuw op.

Met de spoedpost.

En ik heb de kastjes omgeruild.

En nu werkt alles weer.

Behalve de televisie.

Morgen maar weer even bellen....

zaterdag 3 maart 2012

Wie zet mij op de voorpagina?



Het wil de voorpagina maar niet halen.

De boodschap is er ernstig genoeg voor. Ze raakt ons allemaal. Maar voortdurend wordt ze verdrongen door de crisis van de euro, de, inderdaad, onmenselijke toestanden in Syrië, de bonnetjes van de ministers (16 oliebollen voor Hillen!), de cijfers van het CBS en ga zo maar door.

We weten wel dat Nederland vergrijsd. En ook dat dit in hoog tempo gaat.

Als ik op een willekeurige dag naar het winkelcentrum bij ons in de buurt ga, worden de verschillende zitjes daar allang niet meer ingenomen door de jeugd. Dat zijn ouderen, hangend op hun rollator of vooroverbuigend naar hun gesprekspartner vanuit hun scootmobiel. Zij zijn in de ruime meerderheid. Nu al.

Ook hier voorziet CBS ons van cijfers. Die worden echter niet met dezelfde gretigheid tegemoet gezien en bediscussieerd als de gepubliceerde groeicijfers van onze economie.

Ik zal u, argeloze lezer, een paar noemen. Schrik niet.

In Coevorden zal het aantal dementerenden in 2020 met 33% gestegen zijn t.o.v. 2010. Op Ameland is dit 57%.  Aalsmeer, 40%, Edam, 63%, Muiden (houdt u vast)...70%, Enschede, 20%, Gouda, 17%, Lisse 57%, Zoetermeer, 35% (mensen met dementie per gemeente)

En ga zo maar door. Het is een explosie. Logisch: we worden ouder, dat is de vergrijzing en het aantal mensen die lijden aan dementie stijgt hierdoor vrolijk mee.

Als je, statistisch gezien, de dans wilt ontspringen, moet je verhuizen naar de grote steden: in Amsterdam is de groei slechts 1%, Rotterdam ook 1%, Den Haag, 3%, Utrecht 7%, Arnhem 4%.

Alhoewel, als we nu massaal gaan verhuizen naar deze steden, kantelt ook hier het beeld. Het is onontkoombaar, vrees ik...

Andere dorpen en steden komen niet onder de 10% en het overgrote deel kijkt aan tegen een toename met 20% of beduidend meer.

Laten we eens een gemeente nemen: Margraten. Een toename van 76%. In aantallen: van 198 naar 348 bewoners die leiden aan dementie. Op een bevolking van 13.370 inwoners.

Ik hoor u alweer opgelucht ademhalen.Zo ongeveer 1 op de 38 bewoners dementeert in 2020. Nog altijd 37 niet.

We weten dat op dit ogenblik ongeveer 35% van de mensen met dementie, is opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis. Voor Margraten betekent dit bijna een verdubbeling van opnamebehoefte in 2020 (van 69 plaatsen naar 121) (nationaal kompas).

En we weten ook dat de uitbreiding van het aantal intramurale plaatsen (zo noemen we de plaatsen in verpleeg- en verzorginshuizen) de afgelopen jaren nauwelijks is toegenomen en de komende jaren ook weinig zal stijgen.

Dat betekent dus dat een aanzienlijk deel van de mensen met dementie, bij wie we op dit ogenblik zeggen dat een opname echt noodzakelijk is, gewoon thuis zal zijn.

Achter de geraniums.

En dan?

Een zware belasting voor kinderen, kleinkinderen, buren, vrienden, vrijwilligers uit de kerk. En voor de thuiszorg. Die nog maar net begonnen is zichzelf weer opnieuw uit te vinden na een jarenlange gesel van besparingen, efficiency en produktiviteit. En de huisartsen, ook al een groep die momenteel sterk vergrijsd.

Ik wil niet somberen, maar de klok tikt. We maken ons druk om de economie, de euro en Syrië.

Maar het echte probleem kan wel eens mijn buurman zijn.

Of ik....


Op mijn website staat een studie door mij naar de effecten van de toename van het aantal dementerenden. Ze is hier te downloaden: Achter de Geraniums.

donderdag 1 maart 2012

Een duur kruisje



De bel.

Een pakketje.

Een juichend pakketje: Uw Alles In Eén Pakket!

Wij hebben al een alles in één pakket. Al maanden.

Vanmorgen dus maar eens contact gezocht met de KPN.

Dat blijft een boeiend fenomeen. Helpdesks.

Eerst een stem die me meldt dat er kosten aan dit gesprek zijn verbonden. Vervolgens een mannenstem die me omstandig uitlegt hoe te handelen als ik vragen heb over het resetten van mijn mailaccount. Dan weer een andere mannenstem die me via alle nummers van het toetsenbord de vele mogelijkheden uitlegt om, door het indrukken van het juiste nummer, bij de goede telefoniste terecht te komen. Helaas, het bezorgen van niet gevraagde pakketten zit er niet bij. Ik druk dus op een willekeurig nummer.

Een vrouwenstem die me meldt dat het zo druk is, dat het geen zin heeft om te wachten.

En de verbinding wordt verbroken.

Die laatste mededeling had ik liever als eerste gehoord.

Maar goed.

Een paar uur later gaat het wel goed. Ik kom bij een telefoniste. Opgewekt hoort ze mijn vraag aan.

"Ik begrijp dat er iets bij u is geleverd, waar u niet om heeft gevraagd?"

Gelukkig, ze snapte het in één keer.

Nu moest ze wat onderzoek doen. Ze vroeg onze postcode, ze controleerde haar gegevens.

"Hé, u heeft al een alles in één pakket!"

Dat zeg ik...

"Dat is vreemd. En u heeft hier niet om gevraagd?"

Ik gaf geen antwoord, maar wachtte even af. Ik hoorde haar rammelen op een toetsenbord. Ze verontschuldigde zich: "Ik werk in twintig systemen tegelijk. Het wil maar niet lukken om alles in één of in een beperkt aantal systemen te stoppen....tjongejongejonge." Ik wist niet helemaal zeker of ze nu tegen mij sprak, in zichzelf of tegen een collega. Ik bleef mijn mond houden.

"Ja, nou, ik zal u even doorverbinden met iemand die u gaat vertellen waarheen u het pakket mag terugsturen."

Ik werd onmiddellijk doorverbonden. De dame vroeg me vriendelijk wat ik wilde. Toch wat verbaasd gaf ik aan begrepen te hebben dat haar collega, die ik net aan de lijn had, iets van haar wilde. Ze bleek het hele verhaal al te kennen. Ik haalde opgelucht adem.

"Waarom heeft u dit pakket gekregen?" Ik had tijdens het gesprek tot nog toe geen zinvolle ingeving op dit punt gekregen.

"Heeft u de afgelopen week iets gedaan....", vroeg ze geheimzinnig. Ik vroeg aarzelend waar ik zoal aan moest denken.

"Nou met uw abonnement of zo?"

Ik had afgelopen week via de mail een app voor mijn telefoon aangeboden gekregen, waarin ik, op afstand, mijn televisie een opname kon laten maken. Ik hou van dit soort gadgets en had de app dus geïnstalleerd. Echter, zo bleek mij, om daadwerkelijk een opname-opdracht te kunnen geven, moest ik wel de beschikking hebben over het "opname" pakket. Dat trof, want die was gratis voor de "alles in één-gebruiker", dus die dienst had ik geactiveerd.

Vertelde ik de dame aan de andere kant van de lijn.

"En heeft u een harddisc recorder?"

Die heb ik.

"Nou, dan moet die terug en moet het nu toegezonden pakket installeren..."

Nu viel ik even stil.

Door het argeloos aankruisen van een vakje, had ik blijkbaar een enorm domino-effect veroorzaakt. Ik zag mezelf alweer radeloos puzzelen met kabels en aansluitingen, terwijl alles net goed werkte. Ik schrok me rot.

"Dat verdom ik", zei ik wat onbeholpen.

Het meisje begon te lachten.

"Nou dan stuurt u de hele boel toch terug?"

Dat heb ik maar gedaan.

Als ik een keer tijd heb, maak ik eens een berekening wat de kosten van het aankruisen van dat ene vakje zijn geweest.

Een duur kruisje, dat weet ik zeker.

Kampioenen



Opeens fietste hij naast me en begon een heel betoog.

Ik begreep maar half wat hij zei. Het had iets te maken met dat ik teveel naar links fietste. Naar de zin van de jongen.

Hij was hooguit veertien jaar oud.

En Marokkaans.

Ik dankte hem voor de wijze les en wilde er verder geen aandacht aan geven.

Opeens werd ik omringd door drie Marokkaanse jongens. Géén idee waar ze zo snel vandaan kwamen. Eéntje ging rechts van me fietsen, de tweede reed al links en een derde kwam voor me fietsen.

Zo staken we de weg over bij het stoplicht. Ondertussen keken ze lelijk naar me en één begon me uitdagend toe te spreken.

Wat doet een mens in zo'n geval? Geen idee. Ik stopte maar even om de heren hun verhaal te laten doen. 

Het werd allemaal niet erg duidelijk. Ik fietste teveel naar links. Dat was het zo ongeveer wel. Ik dankte hen nogmaals voor de les en wilde weer verder fietsen. Dat ging hen te snel. 

Of ik wel wist wie hij was, begon de jongen voor me.

Mohammed, probeerde ik. Maar dat was blijkbaar fout. Nu begon de jongen links van mij uit te varen. Hij zou me wel even in elkaar slaan.

Hij kwam ongeveer tot mijn borsthoogte. Hij was hooguit 50 kg, ik ben ruim twee keer zo zwaar. Ieder normaal denkend mens zou dit inschatten als onbegonnen werk. Niet dit knulletje. Voortvarend begon hij me uit te leggen dat hij kampioen was. Kampioen in één of andere sport waar ik nog nooit van had gehoord en waarvan ik de naam alweer vergeten ben.

Ik ben ooit schaakkampioen van onze stad geweest. Heel lang geleden. Maar in conflicten heb ik nooit de geringste neiging om dit wapenfeit voor de voeten van de ander te gooien. Het lijkt me ook volstrekt zinloze informatie.

Omdat hij me opnieuw toeriep dat hij me wel even in elkaar zou slaan, stelde ik hem voor om dan maar te beginnen. Dan hadden we het maar gehad. 

Dat ging hem te snel.

Ik stapte nu echt weer op mijn fiets. Behulpzaam trok de jongen voor mij zijn fiets opzij. 

Ik fietste alleen verder. Achter me hoorde ik nog wat opgewonden gepruttel, maar de heren bleven verder achter me fietsen.

Kwajejongens. Meer niet.