zaterdag 25 april 2015
Lucretia
Vandaag waren Anita en ik dan eindelijk op de tentoonstelling "Rembrandt Laat". Omringd door Amerikanen, Duitsers, Fransen, Chinezen, Noren, Engelsen, Vlamingen, Columbianen, dwaalden we door de verschillende zalen. Van over de hele wereld waren de kostbare doeken en tekeningen naar Nederland gehaald.
Zover zijn we dus al: musea van over de hele wereld hebben hun meest kostbare doeken uitgeleend voor deze tentoonstelling.
Wow.
We beginnen elkaar te vertrouwen.
Maar goed.
Het was overdonderend. Zo mooi. Het meesterschap van deze man uit Leiden.
De staalmeesters. Een groep heren in vergadering. Ze worden duidelijk gestoord in hun concentratie. Priemend boren de ogen in de richting van degene die het waagt om hen te storen.....dat ben jij....Ze kijken jou aan...
Een oude man in een leunstoel. Genadeloos zijn de tekenen van ouderdom weergegeven: wratten, vlekken op de huid, diepe rimpels en een wat afwezige blik.
Maar het meest trof mij Lucretia...
Een Romeinse schone die wordt verkracht door een prins (in de tijd dat Rome nog een koninkrijk was). Ze kan deze vernedering niet verwerken en pleegt uiteindelijk zelfmoord met een mes.
Wij zien haar op het moment dat ze nog geen besluit genomen heeft. Ze is vol twijfels: enerzijds de boosheid over die vernederende verkrachting, anderzijds de gehechtheid aan het leven. Ze is niet benaderbaar voor de toeschouwer: ze kijkt nadrukkelijk van je weg.
Het is haar worsteling....
En wij kunnen alleen maar toekijken....
Dat ultieme moment, waarin je er volkomen alleen voor staat, gevangen in de wegkijkende blik.
maandag 6 april 2015
Winkelsluiting.
Inmiddels kennen vele winkeliers in het winkelcentrum mijn vrouw. Zij is immers al jaren in deze omgeving één van de wijkverpleegkundigen en zij deelt met deze middenstanders een groeiend aantal verwarde, oudere klanten.
Dat levert de nodige dilemma's op.
Zo is er mevrouw Varenkamp. Weduwe, geen kinderen en nauwelijks familie. Behalve dan een nicht die vanuit het zuiden van het land wanhopig probeert enige orde in de toenemende financiële chaos van mevrouw Varenkamp te handhaven.
Tevergeefs.
Mw. Varenkamp dementeert en dat doet ze al jaren. Ze heeft hierbij een hardnekkige neiging ontwikkeld om haar koelkast gevuld te houden. Wat ze voortdurend ook weer vergeet, waarop ze opnieuw richting het winkelcentrum gaat om de nodige inkopen te doen.
De slager hield mijn vrouw zaterdag nog staande.
Of ze wel wist dat mevrouw Varenkamp vrijdag bij hem, de kaasboer, de bakker en de poelier van alles op de pof had gekocht? Ze had geen geld meer en er was niks meer om te eten in huis. Iedereen had zijn hand over zijn hart gehaald en haar wat te eten meegegeven.
Die avond was mijn vrouw bij mevrouw Varenkamp thuis.
Natuurlijk, de koelkast en de keukenkastjes puilden uit van het eten.
Dat ze geen geld had, kon mevrouw Varenkamp, na lang nadenken, wel verklaren: haar geldpasje was met de wind weggewaaid. Zomaar. Hoog in de lucht was het uit zicht verdwenen. Ze had er verbijsterd naar staan kijken....En tja, wat moet je dan?
Mijn vrouw opende het kastje waar de betaalpas altijd lag. Het lag er nog steeds.
Mevrouw Varenkamp gaf geen krimp en begon over haar nichtje die steeds maar zo moeilijk deed over het geld.
Mijn vrouw verzamelde verschillende etenswaren die vrij van een spoedig bederf waren en stopte ze in een tas. De volgende ochtend zou ze de spullen weer terugbrengen. Zonde om hier te laten bederven. Ze warmde een maaltijd voor mevrouw Varenkamp op in de magnetron: mevrouw Varenkamp kookt al jaren niet meer. Als de wijkverpleging haar eten niet voor haar klaarmaakt, zal ze van de honger omkomen.
Samen liepen ze naar de voordeur. Mevrouw Varenkamp mopperde: het was al donker buiten en de winkels waren nu vast en zeker al gesloten....
ze was vergeten om eten in huis te halen....
vrijdag 3 april 2015
Ik kan het niet alleen ....
Je zal toch
maar minister van volksgezondheid zijn.
Ik kan me voorstellen dat de wereld al
snel uitsluitend uit gezondheidsproblemen lijkt te bestaan. Werkelijk alles
wordt op jouw bordje gelegd en vragend kijken de kamerleden en vervolgens ook
het journaille (maar dit kan net zo goed in omgekeerde volgorde) jou aan voor
de oplossing.
Nu kwam de
politie weer naar buiten met de mededeling dat onze blauwe-petten brigade de afgelopen
jaren steeds vaker is geconfronteerd met verwarde mensen op straat. Over de
periode 2013 – 2014 was er zelfs sprake van een toename met 30% en dan hebben
we het over vele tienduizenden incidenten door ons hele land. In zijn analyse
gaf de korpschef mee dat het wel eens te maken zou kunnen hebben met de
bezuinigingen in de GGZ, waardoor het aantal opnameplaatsen in hoog tempo is
afgebouwd.
De minister
wist niet hoe snel ze de kamer moest schrijven dat de laatste conclusie wel erg
snel getrokken was: er zou net zo goed een verband met de economische crisis
(die door onze minister president net als beëindigd is verklaard, maar daar is
hij toch weer) of de onrust in de wereld (alsof de wereld in eerdere jaren een
vredig paradijs was) kunnen worden gelegd.
Feit is wel
dat het aantal opnameplaatsen (ik bedoel hiermee de opname in een kliniek of op
een PAAZ) sinds 1980 spectaculair aan het afnemen is. Bevonden we ons in 1980
op de wereldranglijst met 170 bedden per 100.000 bewoners nog op
de 2e plaats, in 2009 waren we op deze ranglijst, met 139 bedden per
100.000 bewoners, al gezakt tot de 10e plaats. In een bestuurlijk
akkoord uit 2008 is indertijd afgesproken dat we in 2020 nog eens 30% van het
aantal bedden hebben gesloten. Metingen leren ons dat de bestuurders van de
GGZ-instellingen zich hier braaf aan houden: we gaan die 30% waarschijnlijk
eerder dan 2020 halen….
Het zou
echter oneerlijk zijn om deze maatregel uitsluitend toe te schrijven aan de
bezuinigingsdrift van onze bewindslieden. Er is natuurlijk meer aan de hand. De
behandeling van psychiatrische ziekten vinden, ook vanuit de behandelinhoud
geredeneerd, liefst zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie plaats. De
ontwikkeling van verbeterde medicatie en nieuwe behandelmethodieken
(fact -,
IHT-teams), maken dit ook beter mogelijk. Een opname is wellicht soms
noodzakelijk, maar die zou zich moeten beperken tot crisisinterventie: Goffman
leerde ons in zijn weergaloze studie naar “totale instituties” in de jaren ’60 al, hoe ziekmakend langdurige opnames kunnen zijn.
In die zin is de beweging naar kleinere psychiatrische ziekenhuizen en het
behandelen vanuit ambulante teams in de wijk een volstrekt logische.
Tegelijkertijd
moeten we erkennen dat de samenleving er
de laatste decennia niet eenvoudiger op is geworden. Technische ontwikkelingen
volgen elkaar snel op; het nieuws van iedere willekeurige plek op de planeet
is, door social media, vaak binnen seconden overal verspreid; door ontkerkelijking,
individualisering en dergelijke tendensen, zijn mensen steeds meer op zichzelf
aangewezen; de verzorgingsstaat wordt in hoog tempo afgebroken en de overheid
maakt een terugtrekkende beweging en, sinds meerdere jaren, groeit de armoede
in Nederland en worden steeds meer mensen afhankelijk van voedselbanken, etc.
De kans dat mensen “buiten de boot” gaan vallen, wordt dan ook steeds groter.
De minister
heeft dus gelijk wanneer zij in haar reactie aangeeft dat de toename van
verwarde mensen op straat, niet perse een gevolg is van de bezuinigingen in de
GGZ. Deze hebben wel degelijk ook een inhoudelijk karakter. Tegelijkertijd zal
ook deze minister zich er rekenschap van moeten geven dat onze samenleving in
hoog tempo verandert en dat een toenemend aantal mensen hierdoor kind van de rekening
dreigt te worden.
Mensen over
wie we ons zorgen zouden moeten maken.
Mensen die
er op zouden moeten kunnen vertrouwen dat we er voor hen zijn.
Dan zou ze
niet verwijzen naar een economische crisis of de onrust in de wereld, maar ze
zou er beter aan doen haar collega’s en maatschappelijke partijen om hulp te vragen:
ik kan het niet alleen….
maandag 30 maart 2015
En nu weer over tot de orde van de dag....alstublief....
Wat is het verband tussen Richard Leeuwenhart en Richard III?
Ze maken beiden deel uit van de familie Plantagenet. Een familie die Engeland ruim 300 jaar koningen leverde. Dat wil zeggen, Richard III was van het huis York, maar dit was een zijtak van de Plantagenets. Ook hebben beide heren geschiedenis gemaakt met hun begrafenis: Leeuwenhart is in stukjes en beetjes begraven: zijn hersenen in Poitoux, zijn hart in Rouen en de rest van het hersen- en harteloze koninklijke lijf is bijgezet in de abdij van Fontevraud. Richard III is eeuwenlang onvindbaar geweest totdat zijn benige restanten (ook hier hart noch hersenen) werden teruggevonden onder het beton van de parkeerplaats van de sociale dienst in Leicester.
Dat laatste is niet bedacht maar het resultaat van het grillige lot dat we geschiedenis noemen.
Tenslotte moet worden vermeld dat beide heren er een nogal rücksichlose gewoonte op na hielden om iedereen die een bedreiging vormde voor hun troon, te vermoorden.
Noblesse oblige, zullen we maar zeggen.
Eerlijkheidshalve moet hier natuurlijk ook worden vermeld dat er nogal wat mensen waren die het hadden voorzien op de Goddelijke status die heersers in die tijd nu eenmaal hadden. Met name leden van de familie Tudor waren bijzonder hardnekkig in hun complotten. Uiteindelijk hebben zij gewonnen. Dat leverde Engeland onder andere een man als Henry VIII op: de man die iedere Goddelijke status verloor door zijn vrouwen te onthoofden en, wat nog veel erger was in die tijd, de paus niet langer als hoogste vertegenwoordiger van de kerk te erkennen. Hierop besloot Henry om zelf maar weer te zorgen voor enige zegen van Boven: hij riep zichzelf tot kerkvorst uit.
Tja.
Noblesse oblige, blijkt opnieuw.
Maar goed.
Richard III lag dus onder het beton. Dat was voor iedereen een verrassing. Omdat hij bekend was met een aanzienlijke verkromming van zijn rug, werd de kromgetrokken ruggegraat in het naamloze graf direct door archeologen herkend.
Wat doe je met een koning die net 2 jaar heeft geregeerd, al 530 jaar dood is, tientallen doden (waaronder 2 jonge neefjes) op zijn geweten heeft en verder maar beter vergeten had kunnen worden en van wie stomtoevallig toch de beenderen worden gevonden?
Die breng je met koninklijke allure, saluutschoten, militaire eer, een herdenkingsdienst van uren, alsnog naar een graf in één van de meest prestigieuze kathedralen van het land. Hoogwaardigheidsbekleders wonen de plechtigheid bij, die wordt geleid door de aartsbisschop van Canterbury. Er wordt een speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd stuk muziek gespeeld.
Ook leden van het huis van Windsor, de huidige leverancier van koningen, waren aanwezig. Alhoewel ik hen ervan verdenk dat ze vooral zeker willen weten dat de Plantagenets nooit meer zullen terugkeren.
Ik heb gekeken.
Naar de uitvaartplechtigheid.
Ik heb geluisterd.
Naar de sprekers.
Het was verbijsterend.
dinsdag 10 maart 2015
Belevenissen op de vroege ochtend
Vanmorgen moest ik naar de apotheek.
Het was voor een onbenulligheid, dus daar zal ik niet over uitweiden.
Ik was er één minuut na de openingstijd, maar, zo gaat dat, voor mij schuifelde een hoogbejaarde heer achter zijn rollator de ruimte in. Hij droeg een lege, zeer grote boodschappentas, waar ik met enig wantrouwen naar keek. Een vriendelijk lachende dame keek ons vanachter een balie aan en zij nodigde de bejaarde man direct uit om zich bij haar te melden.
Ergens in de ruimte stond een donkere streep getrokken. Geconditioneerd bleef ik hier achter staan. De man sprak echter zo luid dat iedere poging tot privacy tevergeefs was. Het was niet zo'n spannend verhaal, maar wel langdradig. Het is vandaag dinsdag en zijn geschiedenis begon vorige week donderdag toen hij bij de huisarts was geweest voor verschillende herhaalrecepten. Omstandig werden de tussenliggende dagen behandeld. De relevantie ontging mij volkomen, maar mijn mening werd niet gevraagd.
De baliemedewerkster typte enkele gegevens in en blijkbaar verscheen in een scherm voor haar de informatie die zij nodig had. De man had verder een lied in het Chinees kunnen gaan zingen of een vertaling in het Iranees kunnen declameren van het laatste boek van Grunberg; niemand luisterde nog naar hem.
Nou ja, ik dan.
Maar dat was tegen wil en dank.
Op maandag onderbrak de baliemedewerkster de man. Ze somde op welke medicijnen ze voor hem had klaarstaan. De man luisterde ingespannen en verklaarde toch nog iets te missen.Het duurde even voordat hij op de, ik moet het toegeven, onuitspreekbare naam van het middel was gekomen.
Er viel een stilte.
De man keek de baliemedewerkster hulpeloos aan.
Zij wist het ook niet.
Ik kreeg de sterke neiging om de suggestie te doen om de medicijnen die wel waren aangevraagd, vast klaar te maken. Maar ik hield mijn mond.
Dat kostte moeite.
De man begon maar weer te verhalen en, dat was toevallig, het ontbrekende medicijn had vanaf maandag opeens een soort hoofdrol.
Er verscheen een tweede dame achter de balie.
Mijn leed was bijna geleden.
Tenminste.
Behulpzaam keek ze met haar collega naar het scherm en nu concludeerden beiden dat het medicijn waar de heer steeds angstvalliger om vroeg, ontbrak. Beiden keken de man nu aan.
Wat nu?
Ik bewoog wat zodat er ergens een bewegingsmelder mijn aanwezigheid aan de dames kenbaar zou maken.
Er gebeurde niks.
Het tafereel aan de balie bevroor. De man hield uitgeput zijn mond.
Opeens maakte de tweede dame een sprongetje.
"Sorry, sorry"
ze verdween door een deur de ruimte weer uit.
Het begon absurde vormen aan te nemen.
Na enige tijd kwam ze de ruimte weer in en had een doos in haar handen.
Het begeerde medicijn.
Ze riep nog een paar keer sorry en toen begon haar collega opnieuw wat toetsen in te drukken.
Ik hoorde een zoemend geluid en opeens zag ik, recht tegenover mij, een enorme wand vol met bakken met allerlei medicijnen. Een automatische hand greep in razend tempo in de verschillende bakken en verzamelde blijkbaar zo de medicijnen voor de oude man.
Ik keek gefascineerd toe. Het was net een kermisattractie: zo'n grijper waarmee je cadeautjes uit een bak kan plukken. Alleen bij dit apparaat was het altijd prijs.
De doosjes en flesjes werden door een glijbaan naar een verzamelbakje geschoven. De baliemedewerkster stond al klaar om alles bijeen te graaien.
Ik realiseerde me dat het apparaat blijkbaar was bedoeld om tijd te winnen: geen menselijke hand kan in zo'n moordend tempo al de verschillende medicijnen bij elkaar rapen.
Waar de tijdwinst voor was bedoeld, werd me niet direct duidelijk: de tweede dame bleef gefascineerd naar het scherm kijken.
Ondertussen begon de oude man te mopperen.
"Het zijn allemaal andere dozen...."
"Tja, het is weer januari geweest, dus de verzekeraars zijn allemaal weer op andere merken medicijnen overgegaan....dat scheelt ze veel geld...."
"Het duurt maanden voordat ik weer precies weet welk medicijn uit welke doos moet komen..."
De baliemedewerkster negeerde de opmerking en gooide de hele stapel plompverloren in de boodschappentas. De andere baliemedewerkster was uit haar trance ontwaakt en nodigde mij uit aan de balie.
Ik overhandigde mijn recept. Zij haalde deze langs een scan en het apparaat begon weer te zoemen.
Zo vriendelijk mogelijk vroeg ik of het geen idee was dat een klant zelf zijn recept langs de scan haalt zodat hij zelf zijn medicijn uit de bak kan pakken? Dat scheelt nog meer tijd.
Dat vond ze geen goed idee.
zondag 1 maart 2015
Crazy Cranberry!
De cranberry of lepeltjesheide of grote veenbes is in Nederland een zeldzaamheid.
In Drenthe een enkel plantje en verder is ze onvindbaar. Behalve dan op Terschelling. Daar groeit en bloeit ze volop.
Hoe ze op dit eiland terecht is gekomen, is onbekend. Het verhaal gaat van een jutter die, na een storm op het strand een vat vol met deze veenbessen vond. Hij sleepte ze mee de duinenrij over en opende het vat. Teleurgesteld dat er alleen maar bessen in zaten, liet hij het vat ter plekke achter.
Het is maar een verhaal, maar de combinatie zee, storm, jutten en een zekere hebzucht, maken het tot een waarschijnlijk geheel.
Hoe dan ook, de, van oorsprong Amerikaanse plant schoot wortel op Terschelling en begon woekerend hele stukken duingebied te bedekken. Een enkeling zag er wel brood in en plukte de bessen en verwerkte ze tot een wat zurige jam. Het werd niet echt wat: de eilanders stonden nu eenmaal niet bekend als avonturiers en die rare bessen met hun zurige smaak, ze vonden het over het algemeen maar niks. Tot 1920 werden de op Terschelling geplukte bessen dan ook geëxporteerd naar Engeland en hier voor een zacht prijsje van de hand gedaan.
Hadden ze maar geweten.... maar ze wisten het niet.
Hoe het zo gegaan is, dat is mij niet bekend, maar de cranberry is inmiddels hét produkt van Terschelling. Je kan het werkelijk zo gek niet bedenken, of het wordt van cranberries gemaakt:
Sap; siroop; jam; compote; thee; dessertsaus; dressing; azijn; pikante saus; cranberry snoep, zoals zuurtjes, chocolaatjes, "duinkruimels" (gedroogde cranberries); mosterd; cranberry kruiden met knoflook; wijn; likeur; rosé; kruidenbitter, maar ook: bodylotion; voet- en handcreme; handzeep; shampoo; geurkaarsen....
En waren de cranberries aanvankelijk met name goed voor het stimuleren van de blaasspier, ze zijn nu ook goed voor het voorkomen van uitdroging van de huid; het reinigen van wonden; de noodzakelijke hoeveelheid vitamine C en ga zo maar door. Je houdt het vrijwel voor onmogelijk dat iemand nog kan overleven zonder het dagelijks gebruik van deze wonderbes.
Je kan op het eiland geen winkel, café, restaurant, hotel of markt betreden en je wordt bedolven onder de cranberrieprodukten.
Dit, waarde lezer, heeft op mij een tegendraads effect.
Ik begin te mopperen op alles wat met cranberry te maken heeft. Ik bestel halsstarrig een klassiek stukje appeltaart.
Zonder cranberryjam.
In het restaurant gaat ieder stuk vlees dat is opgemaakt met cranberrycompote resoluut terug naar de keuken. In het hotel zet ik de fles cranberryshampoo zonder verdere mededeling naast mijn deur op de gang.
Ik bleek niet de enige in mijn stille protest. Ik trof een eenzame man van Terschelling die dapper streed tegen de cranberrisering van het eiland. Hij had een alternatief op de markt gezet, maar het sloeg nog niet erg aan:
Duindoorngebak....
woensdag 25 februari 2015
Busje komt zo ....
Waarom dit niet gewoon lijn 1 en 2 kan zijn, iemand zal het wel begrijpen. Ik niet.
Werden de busdiensten voorheen traditioneel verzorgd door Cupido, deze romantiek is vervangen door een echte Europese aanbesteding, zodat tegenwoordig Arriva haar bussen op dit eiland mag laten rondrijden.
Ondanks de twee buslijnen, is het Arriva gelukt om een "busboekje" van bijna 50 pagina's uit te brengen. Een deel van de verklaring ligt in het feit dat men een winter- en een zomerdienstregeling kent.
Die begrijp ik.
Verder ontstaan er alleen maar raadsels.
Wij werden met deze wonderlijke wereld geconfronteerd doordat mijn vrouw en ik, na een lange wandeling, besloten om met de bus terug te rijden van West naar ons hotel. Dat mocht geen al te groot bezwaar zijn: we sliepen in hotel Paal 8 en buslijn 121 stopt hier voor de deur.
Tenminste.
Dat dachten we.
Het bord van de bushalte bracht geen verlichting. Gelukkig bleek de VVV nabij. Een behulpzame dame begon vlijtig in de dienstregeling te bladeren.
De winterregeling bleek voor bus 121 weer verdeeld over twee periodes: 1 oktober t/m 4 januari en 6 januari t/m 16 april.
Nergens stond vermeld hoe het dan op 5 januari was geregeld, maar dat terzijde.
We bladerden door naar de regeling van 6 januari t/m 16 april, pagina 14. Hier stonden 6 verschillende vertrektijden gedurende de dag vanaf de haven van West richting hotel Paal 8. Bij iedere vertrektijd stond echter weer een letter uit het alfabet. Iedere letter correspondeerde weer met een specifieke bepaling, zoals "rijdt alleen op zondag", of "rijdt op vrijdag, zaterdag, zondag en maandag". Maar we waren er nog steeds niet: bij iedere bepaling stond ook weer een heel rijtje uitzonderingen: "behalve op 12, 19, 22, 26 januari en 2 februari".
En ga zo maar door.
We puzzelden ons gezamenlijk door alle bepalingen en uitzonderingen heen.
Het drong slechts langzaam tot ons door.....
Het was vandaag dinsdag......
Om de één of andere mysterieuze reden stond de dinsdag nergens gemeld: niet als bepaling en ook niet als uitzondering. Op dinsdag reden er geen bussen.
Althans, niet lijn 121.
De dame keek mij aarzelend aan. Het was haar eigenlijk nog nooit opgevallen.
In alle verwarring stak ik het busboekje in mijn zak.
We hebben maar een taxi genomen.....
Abonneren op:
Posts (Atom)






