vrijdag 21 december 2012

De dag dat de wereld verging.



De dag dat de wereld zou vergaan hangt er een druilregen in de lucht. Het zicht is grauw en de mensen lopen diep weggedoken in hun winterjassen. Het leven gaat overigens gewoon door. De dag is, wanneer ik dit schrijf, pas halverwege maar ik vermoed dat de Hollandse grijsheid het gaat winnen van de vurige apocalyps  We zullen zien.

Aan de overkant van onze straat is men in het huis van mijnheer Bikkel hard aan het werk. Dat is wonderlijk omdat mijnheer Bikkel enkele weken geleden werd opgenomen in het ziekenhuis. Hij was benauwd en de dagelijkse gang van zaken kostte hem steeds meer moeite.

Niet dat we mijnheer Bikkel goed kennen. Hij ging, zolang wij hier wonen, altijd in diepe zwijgzaamheid zijn eigen gang. Wanneer we hem groetten, werd dit door hem genegeerd. Hij deed alles lopend. We zagen hem tenminste nooit op de fiets en een auto had hij niet. Sinds enkele maanden had hij een scootmobiel. Zo'n rijdende stoel. Hij manoeuvreerde hiermee alsof het een auto was, wanneer hij hem in zijn garage reed of juist eruit haalde. Een oude man die leefde in zijn eigen wereld.

Hij was niet alleen. Regelmatig kwam één van zijn kinderen op bezoek. Zij verdwenen dan in zijn huis om enkele uren later weer tevoorschijn te komen. Uitgezwaaid door mijnheer Bikkel. Hierna liep hij altijd  naar de brievenbus, die tegen de voorkant van zijn garage was gemonteerd, en keek hierin. Meestal was deze leeg. Vervolgens verdween hij weer zijn huis in.

Met zijn buurman had hij geen contact. Er was ooit een flinke aanvaring geweest over een struik in de tuin en sindsdien zweeg de heer Bikkel ook tegen zijn buurman.

Eén van de mannen die in het huis bezig was, bleek een zoon. Hij vertelde dat zijn vader inmiddels was opgenomen in een verpleeghuis. Hij zou niet meer naar huis komen. Het verpleeghuis eist inmiddels maandelijks een flinke financiële bijdrage, zodat het huis van de heer Bikkel niet meer aan te houden was. Hij vond het pijnlijk, maar het was onontkoombaar: het huis moest leeg en de huur moest worden opgezegd. Iedere kans op terugkeer was hierdoor afgesneden. Alle jarenlang bijeen verzamelde boeken, meubelstukken, vaasjes, servies en ga zo maar door, alles verdween in dozen of in een grote vuilcontainer.

Er verging een wereld.

Die van mijnheer Bikkel.

Op vrijdag 21 december 2012.

maandag 10 december 2012

Hoe smaakt een citroen?




Het was een symposium over klachten. Klachten in de gezondheidszorg. En hoe hier mee om te gaan.

De laatste spreekster presenteerde zich als zintuigtuigervaringsdeskundige en kondigde direct maar aan ons uit onze "comfortzone" te gaan halen.

Dat was, wat mij betreft, al aardig gelukt. Ik zat, ik was te laat binnen gekomen, vrijwel vooraan en direct in het zicht van de sprekers. Ik zette me schrap.

Al snel kwam er een plaatje van een citroen op het scherm. Een groene. De spreekster vroeg ons de citroen in onze linkerhand te nemen. Verbaasd keek ik om me heen en ontmoette overal dezelfde vragende blik. Iemand verderop in de rij sloot haar ogen en spreidde haar linkerhand. Vervolgens werden we uitgenodigd om een hap uit de citroen te nemen. Ik gaf het op en bleef rondkijken. De dame die haar ogen had gesloten bewoog haar hand naar haar mond maar die bleef ergens onder haar kin hangen.

De spreekster wist de zaal opgetogen te melden dat velen in de zaal een vies gezicht hadden getrokken. Ondank dat we al lang wisten dat we alleen maar lucht in onze mond stopten.

Geen citroen.

Dus...

Tjee.

De dame zat blijkbaar inmiddels geheel in haar comfortzone en vertelde ons dat zij zag wat wij nog lang niet zagen.

Dat had ik wel begrepen.

Om de cynici in haar publiek mee te nemen, werd Aristoteles ten tonele gevoerd. Aristoteles had ons immers al geleerd dat we 5 zintuigen hebben: zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Jammer genoeg, aldus de spreekster, was er echter alleen de ervaring vanuit de waarneming die geldig is voor Aristoteles. Daar had hij toch de plank mis geslagen...er was ook nog zoiets als het onbewuste.

En daar wist zij dan weer alles van.

Ook werden er wetenschappelijke onderzoeken bij gehaald. Of we wisten hoe we een spreker beluisteren...20% door de woorden, 30 % van wat we zien en 80 % vanuit het onbewuste...Een snelle rekenaar riep vrijwel onmiddellijk dat we zodoende ruim boven de 100% uitkwamen...

Dat was haar man ook opgevallen, antwoordde de spreekster. Maar ja, het was het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek. Dus zij ging niet rommelen met de resultaten...

We wisten allemaal waar dat toe kon leiden.

Inmiddels was ik de draad volkomen kwijt. Maar dat was misschien wel precies de bedoeling. Het werd niet duidelijk. De presentatie ging zo een kleine 10 minuten door.

Eenmaal onderweg naar huis, hoorde ik op de radio dat in Zuid Holland een andere busmaatschappij het streek- en stadsvervoer had overgenomen. Dat was gepaard gegaan met grote problemen. Op verschillende plaatsen klaagden wachtenden dat ze soms al uren stonden te uit te kijken naar een bus die niet kwam. Op een andere plek moesten de mensen alle bussen af omdat nergens stond aangegeven waar de bus heen zou rijden. En zo volgde een lange reeks van problemen en kleine menselijke drama's.

Daar was de directeur van de busmaatschappij. Hij wist het. Hij had het gehoord. Ja, tja, jaja, het was toch wat...maar beseften we wel hoe moeilijk het voor hem was geweest? Het was een enorme operatie geweest. Er was toch zeker geen mens die serieus klachten had over die paar probleempjes van vandaag? Toch? Nee joh, hou toch op...

En opeens proefde ik de zure smaak van een citroen in mijn mond...

donderdag 29 november 2012

Een vluchtige ontmoeting.



"Hij loopt mee hoor", schreeuwde de dame me toe. Naast me begon een wollig hondje mijn hond op te jagen. Dat was lastig want mijn hond zat met zijn riem vast aan mijn fiets.

Ik stopte.

De dame negeerde mij volkomen en riep haar hondje. Die natuurlijk niet luisterde. IJverig besnuffelde hij de kont van mijn hond. Die stond rustig te wachten totdat we weer verder konden.

De dame kwam klikklakkend op haar hoge hakken aanstappen. Ze riep hierbij het hondje, wat geen effect gaf. Ze veranderde van tactiek en riep verleidelijk:"snoepje?"

Ik keek haar wat verrast aan. Misschien had deze truc wel bij haar kinderen gewerkt, maar ik vermoedde zomaar dat een hond niet erg onder de indruk zou raken. Die wil ruiken en proefen. Verleidelijk uitgesproken woordjes zijn mensentrucs en leveren bovendien niets op. Ik hield mijn wijsheden voor me want voor de dame bestond ik nog steeds niet. Ze stond nu schuin voor me en bukte zich om haar wolbaaltje beet te pakken. Het wolbaaltje had pootjes en maakte zich uit de voeten.

De dame rechtte haar rug en greep in haar jaszak. Ze pakte hier een soort hondensnoepje uit. Nu begon het ergens op te lijken, maar voorlopig vond de wolbaal het een leuk spelletje. Ze bleef precies buiten bereik van de grijpgrage handen van haar bazin staan. De dame maakte een paar passen en haar hond draaide keurig mee. Ze hadden nu samen een rondje rondom mij, mijn fiets en mijn hond gemaakt. 

Ik probeerde een grapje, maar een giftige blik was mijn deel. Aha, ik was opgemerkt. Ik bestond weer.

Dat duurde niet lang want de dame concentreerde zich volledig op haar hond. In stilte maakten ze samen nog twee rondjes om mij heen. Toen tilde ik mijn been omhoog zodat de hond niet verder kon. De dame lijnde haar hondje aan en liep klikklakkend weer bij mij vandaan.

Mijn hond keek me samenzweerderig aan. Ik stapte op de fiets. Verder gingen we weer.


woensdag 21 november 2012

Spam, alleen voor mannen




Vandaag kreeg ik een mail van Mary Parker.

Ze schreef me dat ze een weduwe was en al lange tijd ziek. Ze had zeven en een half miljoen pond op de bank. Die wilde ze mij geven. Zodat ik het kon gebruiken om Gods Goede Werken op aarde bekend te maken. Er stond een link naar een mailadres waar ik alleen maar op hoefde te klikken en het geld zou mijn kant op rollen.

Spam.

Natuurlijk.

Maar ook Mary Parker...

Ergens rinkelde een belletje. Ik was die naam eerder tegen gekomen. Was dat niet een beruchte gifmengster of kindermoordenaar of...

De Engelse Wikipedia bracht uitkomst.

Mary Parker, slachtoffer van de beruchte "Salem Witch trials".

Een heks.

Bovendien een verre voorouder van George W. Bush.

Volgens de straffen in die tijd, 1692, opgehangen. Daarmee had ze nog geluk. Van de 19 ter dood veroordeelde vrouwen, was er één die door "verdrukking" gedood werd. Een naargeestige manier van sterven: er werden net zo lang zware keien op je lijf geplaatst, totdat je lichaam het begaf. Niet dat ophangen veel sympathieker is, maar als ik zou moeten kiezen...

Bovendien werden vijftig vrouwen de gevangenis in gejaagd. Ook hen trof een miserabel lot van donkere, vochtige cellen waar velen stierven door kou, honger en ellende.

Het was de apotheose van een lange periode van massahysterie en geloofsgekte, waarvan vrouwen die niet goed pasten in de voor die tijd gebruikelijke mores, het slachtoffer werden. Het was in een Amerika voor de onafhankelijkheid. De Engelse kolonie werd voor een belangrijk deel gevuld door uit Europa weggevluchte christelijke splintergroeperingen. Doorgeschoten calvinisten, puriteinen met een rotsvast geloof in de Leer en in de alomtegenwoordigheid van de duivel. Dat beest zat overal. Vooral in vrouwen. Althans, volgens de streng gelovige heren die met donderpreken en strenge leefregels het kwaad op afstand probeerden te houden. Vrouwen als Mary Parker werden hun gemakkelijke slachtoffers.

Zo'n honderd jaar later werden de Verenigde Staten van Amerika gevormd. Vanaf dat moment werd het een land van onbegrensde mogelijkheden.

Boeiend dat een nazaat van Mary Parker het uiteindelijk schopte tot president van dit door vrijheid geïnspireerde land. Hij bleek niet bepaald een toonbeeld van tolerantie en ruimdenkendheid. Land van onbegrensde mogelijkheden.

Die Mary Parker stuurde mij een bericht. Via cyberspace.

En met mij ongetwijfeld nog duizenden anderen.

Wedden dat het allemaal mannen waren?

woensdag 7 november 2012

Schimmel



Tim is dood.

Deze vreselijke werkelijkheid werd voor heel Nederland afgelopen week duidelijk.

Tim heeft zelfmoord gepleegd. Hij werd gepest. Al heel lang. Hij kon het niet langer dragen. Vandaar. Zijn afscheidsbrief werd door zijn ouders in de rouwadvertentie afgedrukt.

In de Volkskrant van vandaag moest ik al naar een bericht over Tim zoeken. Het stond er wel. Ergens weggedrukt op een afgelegen pagina. Het zal niet lang meer duren en we moeten nadenken over wie Tim ook alweer was.

Ik ben ook gepest. Op de middelbare school. Ik heb het dan over de eerste twee jaar. Die waren voor mij een hel. Ik was net met mijn ouders verhuist van een dorp naar de stad Gouda. Ik was jong, nog maar net twaalf en kende niemand op school. Bovendien bleken mijn klasgenoten allemaal minstens een jaar ouder. Ze waren voor een groot deel afkomstig van andere scholen waar ze niet meer welkom waren. Omdat wij in de zomervakantie waren verhuisd, waren we laat met mijn aanmelding. Ik kwam dus in deze "verzamelklas" terecht. Gelukkig bleef ik na twee jaar zitten en kwam ik bij leeftijdsgenoten in de klas. Vanaf dat moment veranderde alles. Ik kreeg vrienden. Goede vrienden en verschillende onder hen mag ik gelukkig nog altijd tot mijn vrienden rekenen. Het heeft voor mij dus slechts twee jaar geduurd.

Ik lees de verbaasde reacties van de scholen waar Tim op heeft gezeten. Nooit hebben ze iets gemerkt van pesterijen.

Zij begrijpen niet hoe pesten werkt.

Ik vergelijk het met paddestoelen: zoals bekend groeit deze schimmel voor het grootste deel, onzichtbaar, onder de grond. Alleen op die plekken waar schimmeldraden elkaar kruisen, komt een paddestoel omhoog. Zo is het ook met pesten: het meeste zie je niet, maar dat is wel waar het over gaat. Je hoort er niet bij. Je wordt genegeerd. Als je binnenkomt, draaien je klasgenoten demonstratief hun gezicht de andere kant op. Als je het lef hebt om toch bij een groepje te gaan staan, pakt men de schooltas en verplaatst de groep zich een paar meter bij je vandaan. Meestal ga je maar ergens in een hoekje staan.

Dat is het ergste. Er niet bij horen en domweg ook niet de kans krijgen om erbij te gaan horen. Soms is het voor de buitenwereld even zichtbaar. Dat is dan wat zo'n school "pesten" noemt: je wordt in een hoek gedrukt, je wordt uitgescholden of, wat mij een keer overkwam, iemand zet een mes op je keel. Om niks. Omdat jouw gezicht iemand niet bevalt. Omdat je een bril draagt. Omdat je rood haar hebt. Omdat jij het bent.

Tim heeft nooit geklaagd. Daar is men dan verbaasd over. Ik niet. Je kijkt wel uit om je verhaal aan een leraar te doen. John Cleese zei ooit in een, overigens hilarische film: "Het ergste is de hoop...die godvergeten domme hoop dat het over zal gaan...."

De spijker op zijn kop. Je blijft hopen dat de bui overgaat. Dat het een nare droom bleek te zijn. Dat het te maken had met de wind. En als je met je verhaal naar buiten gaat dan heb je, dat is de angst, de overtuiging dat het nooit meer goed zal komen.

Maar het gaat niet over.

Ik heb het over bijna 40 jaar geleden. In die tijd nog geen facebook, twitter of andere social media. Mogelijkheden voor pesters om nog genieperiger hun valse, laffe werk te doen.

Ik heb geluk gehad.

Dan de verhalen dat je er sterker uitkomt.

Gelul.

Pesten is zinloos.

Het heeft mij geleerd nooit echt een groep te vertrouwen. Het heeft mij geleerd om in een groep heel snel de onderlinge verhoudingen te doorgronden. Het heeft mij geleerd om onafhankelijk te zijn. Maar als ik mag kiezen, had ik deze lessen liever op een andere manier geleerd.

Het is 40 jaar geleden. Soms kom ik er nog wel eens eentje tegen. Op straat. Meestal herkennen ze mij niet meer. Het interesseert me niet.

Tim is dood.

Hij werd gepest. Zoals er dagelijks overal nog mensen worden gepest. Zoals er nog altijd mensen domweg niet bijhoren en niet de kans krijgen erbij te gaan horen.

We moeten ons schamen.

zaterdag 6 oktober 2012

Een zinloze actie



In het winkelcentrum in onze buurt is recent een parkeerdek op het dak geopend. Om de volgepakte winkelwagens bij de auto's op het dak te krijgen, is een rolband aangelegd die langzaam het hoogteverschil overbrugt. Het is een slimme rolband: zodra de winkelwagen op de rolband staat, blokkeren de wielen. Zodoende heb je je handen vrij en kun je rustig wachten totdat je op het dak bent aangekomen.

Ik hou van dergelijke eenvoud.

Alhoewel ik de lezer graag deelgenoot mag maken van dit soort genoegens, is dit niet de reden dat ik de rolband voor u beschrijf.

Die is gelegen in een jongetje die met zijn vader en oudere zus, naast de winkelwagen mee omhoog werd getild. Ik stond achter hen. Het jongetje keek mijn kant op, maar zag mij niet. Hij was, zo schatte ik in, een jaar of tien. En veel te dik voor zijn leeftijd.

Hij was in het geheel niet geïnteresseerd in zijn omgeving. Zijn interesse beperkte zich tot iets dat we abstracter "zijn zin" noemen. In de zin van "zijn zin krijgen", dan wel te verstaan. En dat kreeg hij niet.

Zijn zin.

Dat was niet naar zijn zin.

Ik maak er nu een melig woordgrapje van, maar het was in het geheel niet om te lachen.

De jongen pruilde en beet zijn vader scherpe verwijten toe. Vader stond met zijn rug naar me toe en ik kon niet zien of hij überhaupt reageerde. Hoe dan ook, het was duidelijk dat de jongeman steeds bozer werd.

Hij deed een graai in de boodschappenwagen en slingerde met een ferme zwaai een pak toiletpapier op de rolband die naast ons weer naar beneden bewoog. Tegelijkertijd spoog hij giftig in de richting van zijn vader.

Die keek de jongen onbewogen aan, waarna de jongen het vuur nog even voedde door zijn vader een flinke schop tegen de enkels te geven. De vader bleef kijken alsof hij net zijn bed was uitgestapt. Het zusje begon te redderen. Zij holde vast vooruit en riep over haar schouder dat zijn de boodschap wel weer even zou ophalen. Die boodschap bewoog zich inmiddels met een constante vaart terug naar de begane grond van het winkelcentrum.

Achter mij klonken onverholen, afwijzende en bozige geluiden. Ik keek om en zag een hele rij mannen en vrouwen toch nogal verbouwereerd omhoog naar het rotjong kijken. Die was hier in het geheel niet in geïnteresseerd en trok inmiddels aan de jas van zijn vader. Hij kreeg nog steeds niet zijn zin.

Inmiddels, we waren een kleine drie minuten verder, waren zij op het dak aangekomen. Vader en zoon verlieten de ruimte van de rolband en liepen door de schuifdeur het parkeerdek op. Ze verdwenen snel uit zicht. Het meisje stond inmiddels weer op de begane grond en had het pak toiletpapier in haar hand. De rolband voor haar was geblokkeerd door de gevulde boodschappenwagentjes van de verontwaardigde stellen. Berustend hoorde ze de commentaren aan, terwijl ze weer naar boven werd gebracht.

Het weekeinde was begonnen.

vrijdag 28 september 2012

Met nasi of met rijst?



Omdat ik te laat was om tussen twee afspraken door thuis te eten, besloot ik onderweg een restaurant op te zoeken.

Er ontstond enige hilariteit toen ik het Chinese restaurant binnen kwam. Een Chinese dame verzocht mij met een brede glimlach het pand weer te verlaten. Wat verward keek ik rond. In het verder lege restaurant bleek een groepje van 4 dames aan een tafel bij het raam te zitten. Een van hen riep:

"O, God, nee hoor, die is het niet!"

"Die", was ik.

Of, volgens die dame toch niet.

U begrijpt mijn verwarring.

Ik mocht toch blijven en schoof aan aan een tafeltje wat achter in. Voor me zaten de dames in een heftige conversatie. Ik kon het niet helemaal volgen, maar begreep wel dat de echte "die" te laat was en niets van zich liet horen. Een van de dames verklaarde de discussie voor beeindigd door op te merken dat hij, dat ging weer over "die", oud en wijs genoeg was en maar moest bellen. Ze bestelden hun maaltijd en er viel een ongemakkelijke stilte.

Het duurde nog even, mijn eten stond inmiddels voor mij, toen de deur weer open ging en een jongeman, beduidend jonger dan al de dames aan het tafeltje, kwam binnen. Hij had donkere lokken tot over zijn schouder. Die slingerde hij met een hoofdbeweging voor zijn ogen weg en verexcuseerde zich. De dames namen zijn nederigheid met enige moeite aan. hij vertrouwde het nog niet helemaal en ging in de aanval:

"zijn jullie boos op mij?"

Uit drie monden klonken omstandig vergoeilijkende geluiden. Een van hen merkte nadrukkelijk op dat hij wel erg laat was.

Er viel weer een stilte en ondertussen werden de maaltijden van de dames gebracht. De jongeman kreeg een menukaart. De dames wisten dat hij vegetarisch was en maakten dit gezamenlijk aan de chinese dame duidelijk. De jongen wachtte af totdat het weer stil was en gaf zijn bestelling door.

Inmiddels was er een meisje binnen komen lopen. Ze liep op het gezelschap af en boog zich naar de jongen. Deze stond op en liep met het meisje mee naar buiten.

De dames ondergingen deze onverwachte wending met enige gelatenheid. Toen de jongen weer was vertrokken, begon de dame die hem nadrukkelijk op zijn te-laat-zijn had aangesproken, luidkeels haar beklag over de jongen te doen.

De moeder, begreep ik.

De andere dames deelden haar zorgen in verschillende toonaarden.

Daar was hij weer. De stilte viel opnieuw in totdat de jongen zat.

Hij vertelde een heel verhaal. De dames zeiden hem dat hij zich niet schuldig hoefde te voelen. De jongen vertrouwde het weer niet.

" Zijn jullie teleurgesteld in mij?"

De vrouw die ik zijn moederrol had bedacht schudde ontkennend haar hoofd.

"Nee hoor, ik niet."

Dat laatste " ik niet" sprak ze iets te nadrukkelijk uit.

" Waarom kijk je dan zo naar mij?"

" Ik kijk niet verwijtend, alleen maar naar hoe je bent" ,

was het raadselachtige antwoord.

Een andere dame, de oudste in het gezelschap, boog zich naar de jongen en fluisterde vergoeilijkend iets in zijn richting.

"Je moet niet blijven kijken naar de fout, maar samen zoeken naar de oplossing",

zo leerde de jongeman zijn toehoorders.

De moeder had er genoeg van en begon over het eten. De dame tegenover haar verslikte zich op dat moment in een hete peper. Proestend gooide ze haar glas water om. De Chinese dame holde toe en maakte de tafel schoon en liep weg om een ander glas te halen.

De jongen was veilig voor verdere commentaren en begon zwijgend aan zijn eten. De dame naast hem, de jongste van het stel, vertelde ondertussen een heel verhaal waar geen belangstelling voor was: de anderen bekommerden zich om hun benauwde tafelgenote die omstandig zat te hikken en te proesten.

Ik was inmiddels klaar en bestelde nog een kop koffie.

Baarn, op een saaie donderdagavond.