dinsdag 30 april 2013
Een beeld.
Ach, een droom voor Nederland...
Hiervoor zullen vele mooie woorden gevonden worden. Vele beelden beschreven en ze zullen vervuld zijn van goede wensen en bedoelingen. En bij heel veel van die verhalen, zal ik instemmend kunnen knikken. Dat is iets anders dan "liken", trouwens.
Ik heb niet zozeer een droom. Ik heb wel een beeld.
Alweer bijna 10 jaar geleden bezocht ik met mijn gezin Normandië. We stonden aan het strand van Omaha-beach en Utah-beach. We probeerden ons voor te stellen hoe duizenden en nog eens duizenden jonge kerels, zo ongeveer de leeftijd van mijn zoon nu, angstig naar dit strand waadden. Hoe velen al direct werden gedood door de aanhoudende beschietingen door de Duitse Wehrmacht. Hoe ze kruipend als slangen probeerden door het zand een obstakel te bereiken die even beschutting bood.
Even later dwaalden we over velden vol met witte kruizen. Rij na rij na rij na rij. Eindeloos. Namen. Leeftijden. Nationaliteit: Amerikaans, Canadees, Engels. Hier en daar een bosje bloemen.
In een boom vond ik enkele gebedskruisjes opgeprikt. Een klein altaartje voor de vrede.
Een altaartje uit de tijd dat het absolute geloof in een hogere macht begon te tanen: welke God kon al deze gruwel goedkeuren?
Ee altaartje door iemand die één van die jongens daar liefhad. Die dat wilde laten zien en zijn of haar gebedsketting in de boom had geprikt. Misschien een kreet, misschien gefluister.
Nog een paar dagen en het is 4 mei. In Gouda verzamelen we ons op de markt. Een mannenkoor zal het lied van de achttien doden zingen. Het graf van Toon Pille is dan al bezocht. Een verzetsman, gedood in 1944. Hij was 23 jaar oud. De leeftijd van mijn zoon nu...
Dat is mijn beeld.
Een gebedskruisje in een boom. Zacht gefluister.
Opdat we niet vergeten.
zondag 28 april 2013
Olliecrisis
Kent u Ollie?
Ik had nog nooit van Ollie gehoord en achteraf blijkt dat natuurlijk weer olliedom van mij. Ollie is een fenomeen. Ollie is wereldberoemd. Ollie is de top. Iedereen wil Ollie.
Mocht u mij op dit ogenblik voor stapelgek verklaren, ik adviseer u, ga een dagje naar Blijdorp.
Ollie woont in Blijdorp.
Hij lijkt heel ergens in de verte op een olifant, maar dat is hij toch ook weer niet. Hij is van wol en ongeveer zo groot als een voetbal en véél lelijker dan een olifant.
Ollie kost € 20,-
Pardon???
Jazeker!
En nu het mooiste:
Iedereen wil Ollie hebben! I-E-D-E-R-E-E-N!
De hele dierentuin was gister gevuld met mensen die de hele dag met Ollie in een netje liepen te zeulen. Wat zeg ik? Eén Ollie? Welnee, soms wel vijf, maar meestal waren het er twee.
Eén Ollie voor ieder kind, vandaar... Je zal Ollie toch met je broertje of zusje moeten delen: wat een armoede...
Ollie wordt verkocht in de vroegere Riviérahal, voor de gelegenheid omgedoopt in het "Olliehuis". Maar voordat je Ollie in je armen kan sluiten, moet je eerst in een lange, hele lange rij je beurt afwachten. Dat wil zeggen, dat is natuurlijk de opdracht voor de vaders en opa's. De dreinende kinderen krijgen ondertussen van oma een ijsje en schreeuwen ongeduldig naar vader of opa waarom het zolang duurt. Maar goed, na bijna drie kwartier in de rij staan, is de beloning wel iets wat je je leven lang bijblijft: voor € 20 per Ollie, kan Ollie in een netje worden meegenomen.
En wil iedereen die nu nog spreekt over een crisis in ons land, voorlopig even zijn mond dichthouden?
zondag 21 april 2013
Daar sta je dan ...
Ook ik luisterde afgelopen vrijdag met toenemende verbijstering naar het koningslied. Ook ik concludeerde dat de tekst een draak en de melodie een volstrekte cliché was. Daarmee was voor mij de kous af. Ik heb niets met de kroning, niets met Oranje, laat staan dat ik überhaupt enige andere emotie dan plaatsvervangende schaamte voel bij welke tekst dan ook die de lof van ons vorstenhuis bezingt.
Ik was dan ook wel verbaasd over de heftigheid waarmee iedereen die zich op welke wijze dan ook niet wil associëren met "volks", zeg maar de Bekende Nederlanders Die Wonen Op en Rond de Amsterdamse Grachtengordels en Andere VARA Coryfeeën, de tekst en melodie op hun verfijnde smaakpapillen vermaalden tot een soort gruis. Nog veel meer verbaasd was ik over de boodschap dat John Ewbank, ik had eerlijk gezegd nog nooit van deze man gehoord, zijn hoofd in de schoot legde en de strijd na nog geen dag alweer opgaf.
Iedereen die een klein beetje verstand heeft van onze geschiedenis, begrijpt wat hier gebeurt.Het is niet nieuw en ook zeker niet schokkend. Ik zal mij verklaren.
Het huis van Oranje heeft al gedurende vele eeuwen in haar relatie met ons land, de belangrijkste machtsbasis bij het volk of, zoals sommigen graag roepen, het gepeupel. Regenten, bestuurders, kapitaalkrachtigen en iedereen die zich niet met deze onderlaag van de bevolking wil associëren, vormt al diezelfde eeuwen een veel minder betrouwbare partner voor ons vorstenhuis: zij steunen het wanneer het hen zo uitkomt of, negatiever geformuleerd, wanneer ze er niet teveel last van hebben. Maar vanuit diepe emoties en intens doorleefde hartstochten het omarmen en knuffelen van alles wat Oranje is, nou nee. Liever niet.
Net zo goed schamperen ze wat wanneer het volk een hele straat in Oranje pakpapier en Oranje slingertjes hult tijdens één of ander kampioenschap van koning Voetlbal. Ook zullen ze zeker niet tussen de massaal toegestroomde mensen langs de Amsterdamse grachten gaan staan juichen als het kampioenschap onverhoopt nog succesvol afloopt. Daar haalt men een beetje zijn neus voor op. Dergelijke vormen van spontaniteit en levenslust vindt men toch wat beneden hun stand.
Het was daarom een volstrekt terecht initiatief dat iemand, ik weet niet wie maar hij of zij heeft verstand van zaken, bedacht dat voor de kroning een lied geschreven moest worden voor en door het volk. Iedereen mocht meedoen.
Ik weet niet of u, lezer, wel eens hebt geprobeerd om met meer dan 2 personen een lied of een gedicht in elkaar te zetten? Het is onmogelijk. Laat staan wanneer ruim 15 miljoen mensen zeggenschap krijgen. Het kan natuurlijk niet anders of dit levert een vreselijke tekst op. En toch, ik neem mijn petje ervoor af.
Het kan ook bijna niet anders of al die Bekende Nederlanders Die Wonen Op en Rond de Amsterdamse Grachtengordels en Andere VARA Coryfeeën, beschimpen, vervloeken en kleineren de tekst en alle inspanningen die zijn verricht. Het gevaar is te groot dat we anders zouden denken dat ze gewoon bij het volk horen.
Het is een paradoxale situatie. Ons vorstenhuis, één van de meest hardnekkige overblijfselen uit een oude standenmaatschappij, heeft tegenwoordig als belangrijkste reden van bestaan, dat ze verbindend zou werken. Voorlopig zie ik alleen maar een al eeuwenlang bestaande tweedeling: het volk en iedereen die grote moeite doet om maar vooral duidelijk te maken dat ze het verder hebben geschopt.
We hebben nog een lange weg te gaan,
En als je ooit je weg verliest,
Ben ik je baken in de nacht...
maandag 15 april 2013
Leve de rector (voor een maand)...
Toen in 1492 in Spanje en Portugal werd besloten om alle Sefardische Joden te vermoorden of te verjagen, kon niemand bevroeden dat juist uit deze tragedie de immense rijkdom van Dubrovnik zou voortkomen.
De verdrijving van de Joden van het Iberisch schiereiland, was een gevolg van de geleidelijke herovering van dit gebied op de Moren. Nu had de Joodse bevolking helemaal niets te maken met de verovering van Spanje en Portugal, al eeuwen eerder, door de moren, maar iemand moet de schuld krijgen en Joden zijn nu eenmaal kwetsbaar in een fanatieke samenleving. Dus diegenen die niet waren vermoord of zich hadden laten dwingen tot het christelijke geloof, vertrok. En een handjevol van hen kwam terecht in de parel van de Adriatische Zee, Dubrovnik.
Dubrovnik was, als stadstaat, altijd al volkomen afhankelijk geweest van de handel en van diplomatie. Beide hadden ze tot zeer hoog niveau weten te ontwikkelen en hierin was men altijd succesvol geweest. De komst van het groepje verdreven Joden, opende echter deuren waar men zelfs nooit van had durven dromen: deze Joodse bannelingen hadden namelijk al in Spanje en Portugal goede contacten met de Moren. En de christelijke wereld mocht nu eenmaal van de paus geen handel drijven met deze verwerpelijke mensensoort...behalve deze Joden...zolang het de christelijke machthebbers uitkwam dan.
En hoe ze het in Dubrovnik voor elkaar hebben gekregen, niemand die het weet, maar de paus gaf de stad als enige in de hele christelijke wereld toestemming om handel te drijven met de moren. En daarmee kon Dubrovnik en haar nieuwbakken Joodse inwoners een lange neus richting Spanje trekken. Dat konden ze zelfs veilig doen: de Moren stelden hun nieuwe handelspartners zo op prijs, dat ze hen een garantie gaven dat hun kleine stadstaat niet straffeloos kon worden aangevallen. En straf van de Moren, daar wisten de westerse koningen alles van.
En zo ontstond een wankel evenwicht waarin de inwoners van Dubrovnik tot ongekende rijkdom kwamen. Dat wil zeggen, enkele adelijke families die de touwtjes stevig in handen hielden.
Dat deden ze achter de schermen, maar dat zal niemand verbazen.
Het hoogste gezag in de stad lag in handen van de rector. Deze zetelde in een luxe paleis en wanneer de rector op straat verscheen om deel te nemen aan een openbare viering of iets dergelijks, werd hij vergezeld door een groepje troubadours die zijn lof bezongen. Voor het grootste deel van zijn tijd was de rector aan het werk om alle handelsverdragen goed te keuren, alsmede alle diplomatieke regelingen. Het mooie is, iedere man, ongeacht zijn afkomst, kon rector worden...
...voor een maand.
Na deze maand, vonden er nieuwe verkiezingen plaats en moest de zittende rector zijn plekje alweer afstaan. Op deze, beslist slimme manier wisten de werkelijke machthebbers de touwtjes stevig in handen te houden. Ze wezen de nieuwbakken en onwennige rector fijntjes de plek onder het document waar de handtekening of, als het zo uitkwam, het kruisje moest worden gezet en na een maand, wanneer de rector zelf ideeën begon te ontwikkelen, werd hij alweer van zijn taak ontheven.
Alhoewel de stad haar rijkdom te danken had aan de Moren en de Joden, bleef ze Rooms Katholiek met een martelaar als beschermheilige: Sint Blasius. Hij is nooit in Dubrovnik geweest, deze bisschop leefde in Klein Azië en werd hier ook vermoord...door de Moren.
Dat dan weer wel.
donderdag 11 april 2013
Hoe zachtjes glijdt ons bootje...
Voor het eerst maakten wij een cruise.
De boot bleek in werkelijkheid nog groter dan als we in onze
verbeelding hadden voorgesteld. Vijftien verdiepingen hoog torende de gigant boven ons uit. Probeert u zich
vooral geen voorstelling te maken: het zal u niet echt lukken. Laat ik dit
beeld meegeven: de haven van waaruit wij de rondvaart begonnen was Venetië. Bij
het verlaten van deze stad, passeerden we het San Marcoplein. We stonden
bovenaan het schip en keken omlaag. Het leek alsof we naar een hoekje van
Madurodam keken, zo klein waren de huizen en mensen onder ons. Zelfs het
dogepaleis was van een aandoenlijke, grijpbare grootte.
Terwijl we Venetië uitvoeren, verdween de zon langzaam en de
stad vlamde roze en rood op. Het was van een wonderbare schoonheid.
Op het moment dat ik dit schrijf, zitten we op ons eigen
balkon en kijken uit over een stralende, blauwe zee. Niet ver van ons vandaan,
schuift langzaam één van de vele Griekse eilanden aan ons voorbij. Het enige
dat hoorbaar is, is een zacht brommen van de motoren van het schip en het
ruizen van de wind. Het eiland ligt in de volle zon. Door mijn verrekijker zie
ik een autootje langzaam een hoge berg oprijden. In een baai ligt een
vissersdorpje. We zitten nog in de schaduw, maar dat duurt niet lang meer. De
zon draait langzaam maar zeker naar deze zijde van de boot.
Is een cruise leuk?
Die vraag is niet onmiddellijk te
beantwoorden. Belangrijk is wat je leuk vindt. Heb je een hekel aan mensen,
vermijdt het cruiseschip: je komt ze overal tegen, in alle soorten en maten.
Het cliché dat cruisevakanties voor ouderen zijn, is op ons schip wel
doorbroken: de gemiddelde leeftijd ligt, schat ik, rond de 40. Uiteraard
ouderen, maar ook veel gezinnen met kinderen en jonge stelletjes. En iedereen
zoekt iets anders: voor ons tellen de bezoeken aan de verschillende steden die
we onderweg aandoen: Bari, Izmir, Istanbul, etc. Hiernaast genieten we vooral
van het eigen balkon aan onze hut. Maar wij benutten de mogelijkheden van het
schip maar zeer ten dele want aan boord is van alles te doen: theater, kroegen,
sportfaciliteiten, restaurants en buffetten, winkeltjes, dancings en ga zo maar
door. We hebben het allemaal wel bekeken, maar voor vele van onze medereizigers
is al dit vermaak precies waar de cruise over gaat. In groepjes doorkruisen ze
de tot diep in de nacht de verschillende dekken van het schip. Zelfs wanneer
het schip is afgemeerd in een haven, blijven ze aan boord. Of ze sloffen even
over de kade. Voor hen is het cruiseschip iets wat het midden houdt tussen een
drijvend Centre Parcs en Disneyland: alles wordt voor je georganiseerd en je
hoeft nergens aan te denken.
En aan boord is het ook allemaal perfect georganiseerd. De
hele bemanning is steeds erop gericht dat aan al je wensen wordt voldaan.
Iedereen heeft een steward die er zorg voor draagt dat je hut voortdurend
opgeruimd is. Overal lopen medewerkers die je met een brede glimlach het beste
toewensen voor de rest van de dag en je kan steeds alles vragen en er wordt
voor gezorgd. Wij zijn niet gewend aan zoveel gedienstigheid en blijven dan ook
moedig proberen zelf de hut op te ruimen en zelf onze resterende prullen van
tafel weg te brengen. Het blijkt keer op keer zinloos: Munir, onze steward,
weet de achteloos weggegooide jas uit een hoek te plukken en op een haakje te
hangen; dat T-shirt naast het bed, vinden we keurig opgevouwen terug en zelfs
onze pyama’s, door ons onder onze kussens gelegd, worden iedere avond in een wonderlijke
waaier op bed uitgevouwen…Het wordt ons steeds opnieuw duidelijk gemaakt: het
heeft geen enkele zin om Munir werk uit handen te willen nemen, hij vindt
altijd wat van ons dat moet worden opgeruimd.
We besluiten er maar van te genieten, maar zien wel uit naar
het moment dat we zelf ons bed weer moeten opmaken en onze eigen rommel moeten
opruimen.
De bezoeken aan de havenssteden onderweg zijn oppervlakkig.
In één dag Istanbul bekijken is natuurlijk gekkenwerk. Toch is dit precies het
ritme waar een cruise om draait: ’s nachts wordt er gevaren en overdag een
havenplaats aangedaan. Zodoende is het mogelijk om in 8 dagen tijd 4
verschillende landen aan te doen. Door het rustige tempo van een varend schip,
heb je geen moment het idee dat je door de zeeën heen jakkert. Nee, de wereld
glijdt geruisloos aan je voorbij.
Maar is een cruise leuk?
Laat ik de vraag voor mezelf beantwoorden. Ja, een cruise is
leuk wanneer je accepteert dat je met 3000 medereizigers in hetzelfde bootje
zit en je kan genieten van alle exotische en exorbitante uitingsvormen van de
menselijke soort. Een cruise is leuk wanneer je een periode geen andere zorg
aan je hoofd wilt hebben dan of je ’s avonds op tijd op het schip terug kan
zijn. En ja, een cruise is leuk wanneer je een eigen balkon hebt van waar je de
wereld aan je voorbij ziet trekken.
Ik heb ervan genoten.
vrijdag 5 april 2013
Er was eens....
Meestal wordt er wat verbaasd gereageerd, maar het levert nauwelijks discussie op. Ons koningshuis staat nu eenmaal niet ter discussie en dat ik republikein ben, doet hier niets aan af. Ons koningshuis hoort bij Nederland zoals de tulpen, de molens en het voetbal. Als duidelijk wordt dat ik ook al niet van voetbal hou, kom ik in de categorie "raar" terecht. Nauwelijks een echte Hollander.
Het is niet anders.
Waar onze liefde voor het koningshuis en, meer specifiek de Oranjes, vandaan komt, het is mij een groot raadsel. De geschiedenis van ons vorstenhuis is één lange aaneenrijging van schandalen, buitenechtelijke kinderen, schaamteloze verrijking en sinistere machtsspelletjes. Hierin gingen ze met regelmaat zo ver dat "het volk" er soms schoon genoeg van had: meerdere keren werden de Oranjes zonder al teveel ceremonie, het land uitgeschopt. Maar, zoals het gaat met sentimenten, wanneer het jaren later slecht ging in het land, waren alle problemen met de Oranjes weer vergeten en werden ze weer terug gehaald als redders van het vaderland. We hebben dus, op zijn zachtst gezegd, een nogal ambivalente relatie met deze familie.
Maar onze koningin is toch integer? Zeker, dat idee heb ik ook. Vergeten we even de berichten van leden van de familie die gebruik maken van belastingparadijzen en de almaar doorgaande publicaties over de wilde sprongen van haar vader, zij leidt het huis als een moderne manager. En daar houden we wel van. Tenminste, dat heeft ook even geduurd, maar die, lange periode van wennen, vergeten we graag. Lang misten we de warme, moederlijke Juliana. Alhoewel, dezelfde warme, moederlijke eigenschappen brachten het koningshuis ook aan de rand van de afgrond. Nee, dan Wilhelmina, die stond als een rots...alhoewel die onbeweeglijkheid de democraten in het parlement soms behoorlijk zenuwachtig maakten....
Ik wil maar zeggen, het zijn net mensen....en de enige reden dat ze tot het hoogste ambt worden uitverkoren, komt doordat ze geboren worden in een specifieke familie: van Oranje. En voor bijna 40 miljoen euro per jaar vervult deze familie een ceremoniële functie. Eén van de rijkste families van Europa, trouwens. Geld dat ze voor het belangrijkste deel hebben vergaard door hun positie als leverancier van koningen en koninginnen. Ik kan niet anders dan dit als een achterhaald, archaïsch systeem benoemen.
Wat we blijkbaar massaal zijn vergeten, is dat Nederland ooit de eerste republiek was. Dat de rebellen uit Amerika, die zich vrijvochten van het Britse rijk, zich lieten inspireren door de organisatie van de staat zoals we hier in dit kikkerlandje hadden bedacht. Eén van de, toen, meest succesvolle staten op de wereld.
Een landje waar men een experiment aanging wat uniek was in de wereld: in plaats van dat de natuurlijke orde, als vanzelfsprekend werd bepaald door je afkomst, de familie van waaruit je werd geboren, zette men de eerste stappen in de richting van een heel andere ordening. Nog lang niet volmaakt en nog altijd deed afkomst er veel toe, maar steden, provincies en daardoor burgers, kregen wel degelijk een stevige vinger in de pap. En er was geen koning die vanuit zijn positie, door God gegeven, alle touwtjes in handen had.
Dit landje verliet het gebaande pad. Het begon te dromen van een andere ordening. Het begreep even dat iets was zoals het was, omdat niemand hier een vraag over wilde stellen. Dat iets al heel snel niet meer vanzelfsprekend is als men eens een andere richting op gaat.
Dat vraagt wel lef.
Voorlopig wordt er niet eens gediscussieerd als ik duidelijk maak dat ik republikein ben. We zijn een klein landje en gedragen ons ook steeds meer als zodanig.
We zijn bang.
maandag 1 april 2013
Nummer 22.
"Nummer 22"
Mijn vrouw en ik keken even rond en vervolgens keken we elkaar aan. We waren de enigen.
"Dat zullen wij dan wel zijn", mompelde ik, maar dat ging veel te snel voor het meisje.
"Mag ik even uw nummer zien?"
Nog geen 5 minuten geleden had ze onze bestelling bij de kassa van het Chinese afhaalrestaurant opgenomen. Enige verbijstering kon ik dan ook niet onderdrukken.
"We zijn de enigen...", probeerde ik nog, maar de jongedame hield moedig stand. Ze schudde haar blonde haren en keek me misprijzend aan.
"U wilt niet weten hoe vaak dit fout gaat, mijnheer."
Ze kon niet ouder dan 15 zijn, maar blijkbaar had ze al veel ervaring op dit terrein. Ik diepte ondertussen, moeizaam zoekend, een verkreukeld kassabonnetje uit één van mijn zakken op. Gelukkig stond daar het bevrijdende nummer prominent op afgedrukt: "22". Ik gaf haar het bonnetje en voelde me vooral lullig.
Het meisje daarentegen ontspande volledig, gaf me de tas met nasi goreng en een portie kroepoek en wenste me met een stralend gezicht nog een prettige avond.
Toch wat bedremmeld verlieten wij het pand.
Alhoewel de Nederlandse identiteit een moeizaam onderwerp is, vermoed ik dat onze ambivalente relatie met regels en autoriteiten een vrij prominente plaats in het spectrum van eigenschappen zal innemen. Ambivalent omdat we gek zijn op regels, regeltjes en regelen, terwijl we over het algemeen onszelf als belangrijkste uitzondering op de regel beschouwen. We kunnen het ook goed, regelen, regels bedenken. Onze gehele democratisch gekozen parlement lijkt dit ook als belangrijkste opdracht te zien: regels bedenken. Dat heet in Haags jargon "aanpakken" want dat klinkt nu eenmaal beter in de media. En we hebben op dit ogenblik VVD'ers in het kabinet en dat zijn traditiegetrouw al mensen die graag aanpakken. Regels dus, heel veel regels en, dat is vaak het mooiste, vaak ook nog regels om de regeldruk te verminderen.
Enfin. Mijn eerste voorbeeld is een onschuldig begin van wat, als je niet oppast, kan ontaarden in een Kafka-variant van een chinees restaurant. Minder onschuldig alweer is het voorbeeld dat mijn vrouw me vertelde.
Als wijkverpleegkundige komt ze nu enkele weken bij een hoogbejaard echtpaar. Zij en haar collegae hebben al snel in de gaten dat de echtelieden ondervoed zijn en dat het niet goed lukt om hen regelmatig een gezonde maaltijd tot zich te laten nemen: maaltijden klaarmaken gaat niet meer en de ondervoeding is al te ver gevorderd. Nu is het regel dat alleen een huisarts opdracht kan geven om bijvoedingsprodukten te geven.
Ondanks al onze lof op wijkverpleegkundigen en hun deskundigheid, vertrouwen we ze hierin toch niet echt: als zij gaan bepalen wie bijvoeding gaat krijgen, nou, dan lopen de kosten van de zorg voordat je het in de gaten hebt, oncontroleerbaar snel op. Aldus contact gezocht met de huisarts. Deze is echter van de klassieke soort, ze sterven gelukkig in hoog tempo uit: hij houdt er niet van als een zuster hem vertelt dat hij iets moet voorschrijven. Dus dat verdomt hij. Of hij dan misschien een keer wilt komen kijken. Nou, dat maakt hij zelf nog wel uit.
Dat duurt op een gegeven ogenblik al weken. Mijn vrouw en haar collegae sparen ondertussen restjes bijvoeding van andere cliënten bij elkaar om het echtpaar toch iets te kunnen geven, want het gaat gewoon niet goed. De huisarts, zich bewust van de regel, houdt ondertussen onverdroten stand.
Totdat een collega van mijn vrouw het genoeg vindt. Ze maakt ruzie. Dat is overigens weer een andere regel: maak nooit ruzie met een huisarts, maar soms ontkom je er niet aan. De huisarts herhaalt zijn weigering om bijvoeding voor te schrijven en laat in het midden of hij nog een keer langs gaat...
maar hij voelt inmiddels wel nattigheid.
De volgende ochtend wordt de collega van mijn vrouw door de assistente van de huisarts gebeld: de huisarts was langs geweest en had een recept voor bijvoeding uitgeschreven.
Geen excuses.
Natuurlijk niet.
Een arts van zijn kaliber maakt geen fouten.
Nog zo'n regel.
Abonneren op:
Posts (Atom)



