zaterdag 27 juli 2019
Wie heeft nu eigenlijk regie over de verpleegkundige?
Het ontgaat de meeste van u, lieve lezers, maar de emoties lopen hoog op. Helaas springen een twitterende president, een prime minister met een permanente "bad hair day", mannen die van de fiets worden gehaald in verband met een hagelbui en ongekend tropische temperaturen meer in het oog.
Het is dus een soort achterhoedegebeuren.
Ik ben in 1984 gediplomeerd in het, wat mij betreft, mooiste vak dat deze wereld heeft voortgebracht: verpleegkundige.
Ik ben opgeleid via de HBO-V. Ik benoem er steeds even bij dat ik op Vronestein in Voorburg heb gezeten. Ik ben dus opgeleid in een oude, koninklijke residentie aan de Vliet. In het pand zit op de zolder een rond raam. Het verhaal ging dat één van de vele minnaressen van koning Willem III hier ooit woonde en vanuit het zolderraam kon ze Huis Ten Bosch zien. Als hier een vlag wapperde, dan kwam Willem op zijn paard, door de verbindende parken naar Voorburg gedraafd. Zij had dan de tijd om zoiets als een kop koffie voor hem te zetten.
Hoe dan ook.
Na mijn diplomering viel me al heel snel op dat het aanvangssalaris van mijn broer (hij volgde een HBO technische opleiding) bijna twee keer zo hoog was als dat van mij. Door veel nacht- avond- en weekenddiensten te draaien, kon ik dit nog enigszins compenseren. Ik heb echter al heel snel afgeleerd om me druk te maken om deze verschillen. Ik genoot van het werk dat ik deed: als verpleegkundige in de psychiatrische hulpverlening.
En, het is al gezegd, het bleek het mooiste werk te zijn dat deze wereld heeft voortgebracht. Ik blijf dit zeggen, ook al werk ik alweer jaren niet meer als verpleegkundige, maar voer ik directie over zorginstellingen.
Het is me indertijd en ook tegenwoordig nooit zo opgevallen, laat staan dat ik me hier aan heb geërgerd, dat binnen mijn beroepsgroep Inservice-, MBO- en HBO-verpleegkundigen (vrijwel) hetzelfde salaris kregen. Maar blijkbaar zijn er nogal wat die dit wel opviel.
Tja, als je er lang genoeg naar kijkt, dan wordt het vanzelf een thema.
Ook viel hen op dat beide beroepsgroepen dezelfde vaardigheden mochten uitoefenen. En ook dat werd blijkbaar steeds meer een dingetje.
Ik heb altijd begrepen dat er verschillende leerstijlen zijn. Zo zijn er mensen die het best vooruit komen in hun vaardigheden door het bestuderen van teksten en er zijn mensen die dit doen door hun handen uit de mouwen te steken. Door een goed ontwikkeld systeem van het bijhouden en toetsen van vaardigheden, zijn alle Nederlandse zorginstellingen uitstekend in staat om hun verpleegkundigen te toetsen op hun vaardigheden, ongeacht de leerroute die zijn hierin hebben gevolgd.
Maar nog altijd zijn er mensen die meer waarde hechten aan een diploma dan aan de uitvoering in de praktijk.
Nou, als beginnend HBO-V'er heb ik echt moeten leren van al die collega's die het vak niet in de schoolbanken hebben geleerd, maar vanuit de dagelijkse praktijk. En ja, toen we eenmaal begonnen met het maken van zorgplannen en een meer methodische aanpak gingen hanteren in onze begeleiding, leerden zij weer van mij.
We vulden elkaar prima aan.
En ik durf echt niet te zeggen wat er nu meer waard is in de dagelijkse praktijk. Wat echt belangrijk is, is de manier waarop we samenwerkten en bereid waren om van elkaar te leren.
Systeemdenkers denken anders. HBO is geen MBO is geen Inservice. Verschillen zijn lastig en moeten worden gereguleerd. Anders wordt het een zooitje.
En dus bedachten ze dat het allemaal op de schop moet. Het systeem wordt verfijnd. Er komt een nieuwe verpleegkundige, de regieverpleegkundige en alle HBO-opgeleide verpleegkundigen die vanaf 2012 hun opleiding hebben afgerond, kunnen zich zo registreren. Alle andere verpleegkundigen zijn dan een andere, lagere categorie verpleegkundige. Ook de HBO-opgeleiden, zij moeten een toets afleggen om te laten zien dat ze aan de eisen voldoen. De in-service en MBO-opgeleiden moeten een aanvullende opleiding volgen...
Ook als ze al 30 jaar naar volle tevredenheid in hun vak rondlopen. Want ervaring telt niet voor systeemdenkers. HBO is geen MBO is geen Inservice.
Ook al werken ze 30 jaar naar volle tevredenheid samen.
En opeens wordt het WEL belangrijk: HBO, MBO, Inservice...
En opeens is de beroepsgroep tot op het bot verdeeld.
Nog even dit...
Al een kleine twee jaar doen zorginstellingen en opleidingen er alles aan om personeel te kunnen werven. Als we de scenario's moeten geloven, moet vanaf NU 1 op de 4 schoolverlaters zich laten scholen tot verzorgende of verpleegkundige. We komen nu al handen tekort en dat wordt er niet beter op.
De gemiddelde leeftijd van de beroepsgroep is relatief hoog: zeker in de thuiszorg en verpleeghuizen. De meeste verpleegkundigen hebben hun opleiding voor 2012 gedaan. Juist die mensen die we NU zo ontzettend hard nodig hebben en die we moeten koesteren.
Zij zijn woest over de voor hen bedachte plannen.
Ik maak me grote zorgen.
Mevrouw Meurs, minister Bruins, mw. Kersten....heb toch vertrouwen in al die mensen die zich verpleegkundige noemen. Ze werken al jaren samen, ze stuwen de beroepsgroep al jaren vooruit...ze gaan hier echt hun eigen oplossingen voor vinden.
Daar hebben ze u niet bij nodig.
dinsdag 18 juni 2019
Herkeuring
Het was een kleinigheid, maar al te groot voor mijn handen: één van de voorlampen van de camper had het begeven.
Vriendelijke automobilisten hadden me de voorgaande dagen met lichtsignalen gewaarschuwd.
Nu is een enkele vriendelijke medeweggebruiker te overzien en te waarderen, maar hen wordt je op een gegeven ogenblik ook wel weer zat als je de zoveelste keer door een lichtsignaal wordt verblind.
Hoe dan ook.
De verschillende garagebedrijven onderweg bleken zonder uitzondering tot over de oren in het werk en het simpel vervangen van een lampje kostte minimaal enkele uren wachttijd.
We besloten dus eerst rustig naar huis te rijden en daar een afspraak te maken bij de ons bekende garage.
Daar zat ik dan.
Ook hier bleek de werkplaats volop in haar werkzaamheden te zitten, zodat de man achter de balie besloot om de lamp dan maar eigenhandig voor mij te vervangen. Dat bleek ook voor hem geen sinecure. In een mum van tijd stonden er drie mannen uit de werkplaats over zijn schouder mee te kijken en adviezen te geven.
Dat kwam wel goed, besloot ik en richtte mijn aandacht op een nieuwe klant die binnenkwam. Een hoogbejaarde dame, volop ondersteunt door een enorme man (ik neem aan haar zoon), kwam moeizaam de showroom van de garage binnen strompelen.
Ze werd enthousiast begroet door de dame achter de balie. De begroeting moest enkele keren worden herhaald, ze werd ook steeds korter en minder enthousiast, omdat de oude dame blijkbaar stokdoof was.
De auto van de dame was klaar.
Ook mijn lamp was verwisseld, kwam de balieman me vertellen, maar de oude dame was me net voor bij het pinapparaat.
Dat vergde natuurlijk een uitgebreid bestuderen van de mogelijkheden. Het contactloos aanbieden van haar bankpas bleek te ingewikkeld, zodat er werd besloten om de kaart in het apparaat te schuiven.
Ondertussen keek de dame mij schalks aan.
"Nou, mijn auto is tenminste weer goedgekeurd....nu ik nog..."
Ze nam even de tijd om haar pincode in te toetsen.
"Ik moet nog naar de oogarts voor een herkeuring voor mijn rijbewijs. Dat wordt nog spannend want ik zie al maanden hartstikke dubbel...."
De pinbon rolde uit het apparaat en deze werd, met de rekening, zorgvuldig opgevouwen en in de handtas gestopt.
Haar zoon stond inmiddels weer naast haar en greep haar stevig onder de arm. Samen liepen ze naar de uitgang.
"Maar gelukkig heb ik nog tot november de tijd..."
zaterdag 6 april 2019
Echte mannen
Vanmorgen belde ik al vroeg met onze autodealer: onze wagen stond volledig passief naast het huis en was niet van plan om in beweging te komen. Dat was deze week niet de eerste keer, dus er moest maar wat gebeuren. De accu zou worden vervangen.
En zo zat ik deze zaterdagochtend al vroeg aan de koffie in de enorme showroom van onze dealer.
Toyota.
Wat het is, het ontgaat mij, maar het merk heeft niet de naam dat ze sexy of stoere auto's verkoopt.
Wel betrouwbare, maar ja, echte mannen vallen nu eenmaal niet op betrouwbaar. Dat is suf.
Tegenover mij namen een paar echte mannen plaats. Ze keken wat meesmuilend rond naar al het glimmende blik.
"Zou jij een Toyota kopen?"
De ander verwaardigde zich niet eens een antwoord.
Toch zaten ze bij de Toyota-dealer...
Ik raakte gefascineerd.
Ondertussen kwamen er regelmatig echtparen binnen. Van die mensen waarvan je snapt dat ze een Toyota kopen. Ongeveer mannen zoals ik: geen benul van techniek en de enige eis die ze stellen is dat het vehikel maar rijdt.
Sufkoppen, ik weet het.
De twee mannen tegenover mij bestudeerden de ruimte grondig. In de diepte was een rode sportwagen zichtbaar. Dat deed de heren lekkerbekken. Eén van hen stond op om het wagentje aan een nadere inspectie te onderwerpen. Dat was tenminste een auto.
De rode-sportauto-liefhebber draalde wat door de ruimte en had het na enige tijd wel weer gezien. De mannen waren weer verenigd aan de koffietafel.
"Zeg, wat was er eigenlijk aan de hand met dat autootje van je vrouw?"
Dat zal dus wel de Toyota zijn geweest...
Nu begon de ander toch wat defensief het bedoelde autootje te prijzen. Het was toch eigenlijk best een pittig ding. En hij lag goed in de bochten.
"Mja....maar hij kan het nooit winnen van de VW van jou...."
Nu viel er even een stilte....
"Die heb ik verkocht. Ria wilde liever de Toyota houden, dus die delen we nu..."
De ander was de beroerdste niet. Hij haalde zijn schouders op.
"Nou ja, als hij maar rijdt, he?"
vrijdag 5 april 2019
Tandarts
Vanmorgen bezocht ik de tandarts.
Hij had mij al aangekondigd dat het lang zou gaan duren. Een wortelkanaalbehandeling in een verleden was blijkbaar niet goed uitgevoerd, zodat alle indertijd ingebrachte vullingsmateriaal er weer moest worden uitgepulkt om plaats te maken voor iets beters. De vuiligheid die indertijd was achtergebleven, zou anders zeker ontstekingen en ander ongemak gaan veroorzaken.
Als het op tandheelkunde komt, zwijg ik bescheiden.
Het is voor mij al een onoplosbaar raadsel hoe iemand geïnteresseerd kan zijn in die paar geglazuurde stukjes bot in mijn kaak. Dat deze mensen zelfs ook nog in staat zijn om bijna twee uur (!!) geconcentreerd met één kies bezig te zijn...
Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven.
Helden, dat zijn het of dwazen. Maar mij hoor je niet, want iemand moet dit vreselijke werk toch doen.
Hoe dan ook.
De behandeling begon met de vraag of ik een verdoving wenste. Op mijn, voor mij logische vraag of het dan zo'n pijn zou gaan doen, werd ontkennend gereageerd.
"Maar waarom dan een verdoving?"
"Sommige mensen willen nu eenmaal een verdoving...."
"Ook als het geen pijn doet?"
Tja.
U mag bedenken wat dit over ons zegt.
Vervolgens begon het pulken, boren, trekken, duwen en eindeloos rondkijken met een spiegeltje. Ik zag vanaf dat ogenblik alleen nog het systeemplafond en de felle lampen. Soms kwam het gezicht van de tandarts in beeld, dat wil zeggen, een blauw mondkapje waarboven een bril waarop twee kijkglaasjes waren geplakt. Soms ook verscheen heel even een glimp van de assistente of, vaker, haar hand waarin een soort afzuigapparaat dat voortdurend mijn wang te pakken kreeg.
Het deed geen pijn.
Het duurde alleen lang.
Op de achtergrond een radio met een zender die ik nooit langer dan 3 minuten kan aanhoren. Nu luisterde ik echter bijna 2 uur lang naar het gezever van de omroeper, de volstrekt platte en voorspelbare grapjes en het gedreun van wat dan muziek werd genoemd. Ik probeerde het geluid weg te zetten, maar het was onontkoombaar.
De tandarts werkte geconcentreerd en vroeg voortdurend om nieuwe instrumenten aan zijn assistente. Er werd vrijwel niet anders gesproken dan in opdrachten van de tandarts en de bevestigingen door de assistente.
Ik had geen idee wat er gebeurde. Onwillekeurig probeerde ik me toch steeds een beeld te vormen. Tevergeefs. Het boren en pulken kon ik plaatsen, maar het apparaat dat in allerlei toonaarden en met verschillende varianten piepjes gaf, was al raadselachtiger. Ik schatte in dat hier bepaalde metingen mee werden verricht. Ook werd er een microscoop tevoorschijn getrokken. Op de één of andere manier gaf deze blijkbaar weer een beter beeld van wat er in die kies van mij allemaal gebeurde. Ik zwijg nog maar over de vele variaties van haakjes, spreiders, pluggers en spatels waar om werd gevraag, in steeds variabele diktes en lengtes.
De tandarts mopperde op "alle plastic troep" die hij aantrof. Ik dacht aan de verontreiniging met plastic bolletjes in de Waddenzee door de ramp met de zeecontainers en realiseerde me dat een dergelijke ramp ook mijn kies had getroffen.
Uiteindelijk werd om "het cement" gevraagd.
Deze tandarts hield duidelijk van echte, stoere materialen. Ronduit verbijsterend was vervolgens de hoeveelheid cement die in de kies verdween. Hij bleef vragen en duwen en de assistente bleef maar materiaal aanmaken. Hier waren ze zomaar een kwartier mee bezig.
Toen was het opeens gebeurt. Ik mocht opstaan.
De tandarts keek me tevreden aan:
"Het is nog even een noodvulling....over een paar weken maken we de klus helemaal af..."
Dat gaat nog eens drie kwartier duren, wist de assistente me opgewekt te melden.
woensdag 16 januari 2019
Over dokters en doctors.
Ik moest mij in het ziekenhuis melden bij één van de KNO-artsen. De onderliggende reden is niet van groot belang.
Uiteraard mocht ik plaatsnemen in de wachtruimte. Dit bleek een lange bank met uitzicht op de ontvangstbalie. Op de balie stonden drie bordjes waarop, zo nam ik aan, de namen van de dokters van dienst:
dr. XX, arts
dhr. YY, arts
ZZ, arts
Naast mij namen een jongen en een meisje plaats en nadat ze even wat onwennig hadden rondgekeken, begon de discussie over de naambordjes.
"Is alleen die XX dokter?"
"Nou, achter alle drie de namen staat "arts""
"Maar waarom staat er dan alleen bij XX dr. voor?"
....
Hier zaten ze samen even over na te denken.
"Ehm... misschien is XX een vrouw, want bij de tweede staat er ook "dhr." voor...."
"En hoe zit dat dan met ZZ?"
.....
"O, ik weet het al: ZZ is nog niet getrouwd!"
"Maar als je getrouwd bent komt er toch niet "dr." voor je naam?"
"Google het even..."
De jongen pakte zijn telefoon en begon te zoeken.
Het bracht geen oplossing.
Het meisje verlegde haar aandacht en begon over school. Op dat ogenblik kwam een arts zich melden en riep de naam van, zo bleek, het meisje.
"Hallo, ik ben Fred", zo stelde de arts zich voor.
maandag 24 december 2018
Een dag vol van landerigheid
| Landschapspark Lingezegen |
Zondag 23 december liepen Anita en ik van Arnhem naar Bemmel.
Althans, dat was de bedoeling.
We liepen dit traject omdat we bezig zijn met het Limespad. Deze wandeling volgt vanaf Katwijk de oude noordgrens van het Romeinse rijk. Globaal liep deze via de Oude, Kromme en Nederrijn richting Duitsland. De wandeling eindigt uiteindelijk in de, toen, grootste stad in dit noordelijke deel van de Romeinse beschaving: Nijmegen.
Maar eerst Arnhem: aan de overzijde van de Rijn ligt hier het natuurgebied Meinerswijk en daar heeft men in 1979 de restanten gevonden van een Romeins castellum: een versterkte legerplaats vanwaar de grens werd bewaakt en verdedigd. Erg comfortabel zal het castellum niet zijn geweest: de legerplaats moet verschillende keren zijn overspoeld door het Rijnwater. In de loop der jaren hebben de Romeinen de ondergrond dan ook met ruim 2 meter opgehoogd, maar ook dat is onvoldoende om het water altijd tegen te kunnen houden. Hoe dan ook, het fort is na het vertrek van de Romeinse troepen verlaten en eeuwenlang vergeten. Zo zou er ook nog een dorp hebben gelegen in Meinerswijk, wat, na plundering door de Vikingen in plm. 900 na Ch. verlaten zou zijn. Dit is echter alleen bekend uit de overlevering, nog nooit heeft men enig bewijs voor dit verhaal terug gevonden.
De mens maakt dus al eeuwenlang deel uit van dit gebied en ze oefent haar invloed dan ook nadrukkelijk uit. En, het moet gezegd, dat is in de ene omgeving een beter geslaagd gebeuren dan in het andere. Arnhem, de stad en dan met name haar aanzicht vanaf de Rijnoever, ik vind het maar niks: enorme betonnen gebouwen die, wat mij betreft, getuigen van een smakeloosheid zoals je ze maar zelden op een kluitje bij elkaar ziet.
Meinerswijk... in ronkende taal, die alleen maar kan zijn bedacht door goedbetaalde PR-medewerkers, omschreven als: "Meer natuur, meer recreatie en het aanpakken van de verslonzing, dát zijn de uitgangspunten van de plannen voor Stadsblokken Meinerswijk. Het is onze ambitie om voor Arnhem een natuur-, recreatie- en woongebied te realiseren dat in Nederland zijn weerga niet kent." Er moet nog veel gebeuren, zal ik maar zeggen... Vooralsnog komt het gebied op mij over als rommelig en, inderdaad, nogal verslonst. De schreeuwende ambitie is, wat mij betreft, voor dit ogenblik vooral nog holle taal. Als ik de berichten goed begrijp, is het gebied een dankbaar object voor elkaar bevechtende partijen die elkaar het leven al vele jaren zuur maken.
Het kan echter nog erger.
Het hele gebied tussen Arnhem en Elst wordt op dit ogenblik op de schop genomen. Overal verrijzen nieuwbouwwijken en het boerenland wordt op grootse wijze omgeploegd tot keurig aangeharkte recreatiegebieden en, natuurlijk, de onvermijdelijke golfterreinen. Vooralsnog wordt er een groot beroep gedaan op de verbeeldingskracht van de bezoeker: overal verwaarloosde stukken grond, uitgebaggerde vijvers en modder, heel veel modder. Oorspronkelijke boerderijen en arbeidershuisjes staan ofwel verloren tussen de nieuwbouwhuizen of wachten gelaten hun lot af op steenworp afstand van de nieuwe woonwijken. Het zullen wel de nieuwe onderkomens voor de kinderopvang, de plaatselijke toneelvereniging en de hobbyclub worden.
Het stemt mij wat treurig, deze oprukkende stad.
Het kan nog erger.
Park Lingezegen.
Dit groots aangelegde landschapspark tussen Arnhem Zuid en Elst bleek voor ons de absolute treurigheid. Een dronken architect heeft, wie bedenkt het, overal slingerende dijken aangelegd. Deze dijken zijn afgeplat door immense betonplaten, zodat ook de fietser en rolschaatser hier gemakkelijk zijn of haar weg over vindt.
Maar dijken die geen functie hebben en bovendien kriskras door elkaar aangelegd...het is een zielloze bedoening. Ergens is een bos aangelegd: strak uitgelijnde rijen bomen die ieder op precies dezelfde afstand van elkaar staan. Het markeert de troosteloze fantasieloosheid.
In Elst hebben we het opgegeven en zijn we op de trein gestapt.
vrijdag 7 december 2018
Geregeld.
Het mag eigenlijk helemaal geen naam hebben.
Het was binnen een seconde gebeurt.
Opeens stond de auto voor mij stil: er stak iemand over op een zebrapad.
Ik boven op mijn rem. De weg was nat, dus ik gleed onvermijdelijk tegen de auto voor mij aan. Helaas had deze een trekhaak.
Mijn halve bumper schoot uit zijn verband. De auto met trekhaak bleek niets te mankeren. Behalve dan de rijdster: zij reageerde ontdaan en kreeg een flinke huilbui.
Daar stond ik. In de regen. Ik keek beteuterd naar mijn bumper en tegelijkertijd stond ik de dame te troosten.
Het was de schrik, zo verklaarde ze.
Samen vulden we het schadeformulier in. Dat was nog wel een puzzel. Eerst beiden op zoek naar een pen. Vervolgens op zoek naar een lampje en tenslotte naar een vaste ondergrond, anders drukte het formulier niet door.
Het duurde nog geen kwartier en beiden waren we weer op weg.
U begrijpt niet waar mijn blog naar toe gaat. Tot nog toe leest u niets anders dan een simpel, alledaags verhaal.
Dat bedoel ik.
Het is gewoon geregeld:
1) We hebben regels (afstand houden voor achteropkomend verkeer; stoppen voor iemand op een zebrapad) en als je je daar niet aan houdt, dan kun je alleen jezelf iets verwijten,
2) we hebben een verzekering: als je iemand schade toebrengt, betekent dit geen financiële ramp,
3) we hebben een schadeformulier of zelfs de mogelijkheid om digitaal zaken te melden,
4) klaar
Snapt u?
U vindt dit gewoon?
Tja, dat bedoel ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)





