woensdag 24 november 2010

Welkom Sinterklaasje



Ik moest diep de polder inrijden voor een overleg. Dit was gepland in een verzorgingshuis. Toen ik naar de hoofdingang liep, zag ik op een raam met grote letters staan:

" Welkom, Sinterklaas."

Ook in het huis was het vrolijkheid troef. Tekeningen van Sinterklazen en Zwarte Pieten sierden de muren. In een hoek stond een geheimzinnige jute zak, waar een roede uit stak. Bij een open haard in de centrale hal stonden kinderschoenen.

Het vuur in de haard bleek een rood lampje te zijn en de vlammen enkele door een luchtstroom wapperende crepepapiertjes.

Onvermijdelijk moest ik denken aan het moment dat mijn oma werd opgenomen in een verzorgingshuis. Tot haar 85e scharrelde ze haar kostje nog bij elkaar op een markt bij haar in de buurt. Ze verzorgde zo goed en zo kwaad als het ging haar kleine arbeidershuisje in Amsterdam Noord. Ze werd echter in toenemde mate blind en de botontkalking maakte haar steeds minder mobiel.

Nooit zag ik voor haar raam in de huiskamer een slinger met de tekst:"Welkom Sinterklaasje".Ze genoot van het vieren van Sinterklaas, maar vooral omdat dit gebeurde met de (achter)kleinkinderen. Sinterklaas was voor haar een kinderfeest, waar je als volwassene van kon genieten, maar wel als volwassene.

Mijn oma was geen liefhebber van bingo en andere vormen van groepsvermaak. Ze zat echter nog geen twee maanden in het verzorgingshuis, toen ik haar aantrof in de recreatiezaal. Ze zat wat verloren aan tafel, achter een blaadje met cijfers.

Bingo.

De zuster had haar maar meegenomen, want het was zo gezellig.

En tegen de zuster kon ze niet op. Die was de baas in het huis. En ze bedoelden het ook zo goed.

Vanaf dag 1 hoefde ze zelf niet meer te koken of spullen in huis te halen. Ze was er de vrouw niet naar om te klagen.

In het verzorgingshuis waar ik mijn vergadering had, liepen zusters rond. Met koffie, met een schoonmaakkar en met bewoners. Ze waren goed gemutst, vriendelijk en bedoelden het allemaal zonder enige twijfel goed.

Toch kon ik niet nalaten te denken: we hebben het toch over volwassen mensen? Mensen die zich een heel leven door allerlei problemen en toestanden hebben heen geslagen. Die het altijd hebben gered. Die hun eigen besluiten konden nemen en sturing gaven aan hun eigen leven.

Ik vind het niet passen, die slingers voor het raam:

"Welkom Sinterklaasje."

zondag 21 november 2010

Schreeuw


In 70 steden in Nederland werd zaterdag geschreeuwd.

Door zo'n 100.000 mensen.

Niet iedereen schreeuwde uit volle borst. Maar dan kwam er tenminste een luide roep over de lippen. En sommigen, ja, die brulden de longen uit hun keel.

Hierna lachte men meestal wat schaapachtig. Toch een beetje vreemd. Zomaar zo hard schreeuwen op straat.
Maar goed, iedereen om je heen deed mee. Dus, daar ging je.

In Den Haag, Rotterdam, Amstelveen, Almelo, Lelystad en Amsterdam. Niet in Gouda. Nee, daar niet.

Maar ja, voor je het weet krijg je hier een bloembol op je kop. En vervolgens rijdt het leger in tanks door de straten. Dus dan pas je wel op met dat schreeuwen.

Dat schreeuwen was ook nog ergens goed voor. Tenminste, dat was het idee. Nederland schreeuwt om cultuur. Want er wordt bezuinigd op cultuur en bovendien gaat er ook nog een dure BTW geheven worden op kaartjes voor het theater en de cinema. Vandaar.

Ik zag op het Leidseplein, waar hartstochtelijk werd geschreeuwd, zelfs Frits Bolkestein langskomen. Hij is natuurlijk een rechtse bal en verklaarde trots het overal mee eens te zijn waar dit kabinet voor staat. Stilte. Op één ding na: de bezuinigingen op cultuur. Dat vond hij maar niets. Luid geschreeuw en gejuich. Hij keek glimlachend rond. Sterker, hij vond dat er juist méér geld naar cultuur moest. Het plein werd afgebroken door de enthousiaste menigte. Die Frits, in het hart van de linkse kerk. Opeens hielden ze een beetje van hem. Hij hield zijn adem in. Toen maakte hij zijn zin af: "en het moet worden bekostigd uit een flinke bezuiniging op ontwikkelingshulp..."

Toen hielde de menigte even haar adem in. En vervolgens klonk er een langdurig en hartgrondig boegeroep en gefluit. Frits straalde. Mooi verhaal voor die avond in de kroeg met zijn vrienden. Ha, ha, echt Frits. Jammer dat hij zijn memoires al had gepubliceerd. Het was een mooie intro geweest.

Zondag was het weer stil. De mensen doken wat dieper in hun kraag en stookten de kachel thuis iets hoger op. In de theaters werd gezongen, gedanst en gedeclameerd. In de kunsthal in Rotterdam bekeek het publiek de schilderijen van Edvart Munch. Die heeft iets met schreeuwen.

Buiten op straat gilde een kind. Het wilde een ijsje.

Die moest nog veel leren.

Een te nette man



In een weblog kwam Fons de Poel terug op een reportage die door hem was opgenomen.

In "Het interview met Harry" (http://community.kro.nl/brandpunt/b/fonsdepoel/archive/2010/11/18/het-interview-met-harry.aspx) blikt hij terug op een vraaggesprek dat hij voerde met Harry Moeskops, bestuurder van de Osiragroep in Amsterdam.

Nou ... vraaggesprek.

Tijdens het gesprek werden steeds beelden getoond van een bejaard echtpaar, waarvan de vrouw ernstig Parkinson-patiënte is en de man zich beklaagde over de gebrekkige zorg die zij ontving. In een huis van de Osiragroep.

Vandaar dat gesprek, met Harry Moeskops. Want hij is daar één van de bazen.

Ook Fons de Poel vond het blijkbaar wat ver gaan, de wijze waarop Moeskops was aangepakt. In zijn weblog legt hij uit dat iemand natuurlijk volkomen kansloos is wanneer de schrijnende beelden van het echtpaar tussen de beelden van het vraaggesprek door zijn gemonteerd. Dit kon Moeskops natuurlijk niet weten: hij voerde een gesprek met de Poel en pas later bedacht iemand dat het effect veel groter zou zijn als de verschillende beelden door elkaar zouden worden gemixt. Moeskops was gewoon te netjes, aldus de Poel. Dat kan je van hem en zijn redactie niet zeggen. Je kan je afvragen waarom het effect zoveel groter moest worden gemaakt: het verhaal had zo al body genoeg. Maar goed, een bestuurder meer of minder opgeofferd voor het effect, waar maak ik me nog druk om. Moet allemaal kunnen.

De uitzending had een storm van protest opgeleverd. Vele voorbeelden van de verslechterende ouderenzorg waren bij de redactie terecht gekomen.

En de beelden waren natuurlijk afgrijselijk om te zien. De verdrietige wanhoop van de echtgenoot was oprecht en voor iedereen invoelbaar. En natuurlijk begrijpt ieder weldenkend mens dat hier iets moet gebeuren. En natuurlijk is het ook waar dat we met elkaar gewoon geen cent teveel over hebben voor een goede ouderenzorg, want ze is nu al onbetaalbaar. En natuurlijk moeten die zorginstellingen wat. En natuurlijk moet de politiek wat.

Alleen, door de wijze waarop het aan het publiek werd getoond, maakt het uiteindelijk een oppervlakkig item. Gericht op een snel effect. Gericht op, overigens begrijpelijke, maar helaas ook vluchtige emoties. Morgen weer een ander onderwerp. Over Afghanistan of de bloembollengooiers in Gouda.

Ook allemaal heel erg.

Collectief allemaal weer even verontwaardigd. En dan naar bed. Morgen is er weer een nieuwe dag.

Of het echtpaar de Koningh, het bejaarde paar uit de reportage, ook gewoon weer verder kan?

zondag 14 november 2010

Stop talking about it!



Het is zondagmiddag.

Het regent.

Ik hang wat achter mijn pc en kom terecht bij een interview met Morgan Freeman. Ik val ergens midden in. Hij fulmineert tegen "black history month". Hij daagt de interviewer uit en stelt onomwonden dat het niks voorstelt, zo'n "black history month" ("ridiculous"). De interviewer, niet de minste, Mike Wallace, is overrompeld. Freeman duwt hem verder en verder in de hoek. Wallace doet nog een poging:"How would you like to stop racism?" Freeman maakt het af:

"Stop talking about it."

Ik stop ermee jou een witte man te noemen, stop jij mij een zwarte te noemen.

Einde interview.

Zou het zo simpel zijn?

De laatste dagen zie ik een stroom artikelen op gang komen, waarin stelling wordt genomen of Wilders en zijn PVV nu wel of geen modern fascisme is. Dit naar aanleiding van een artikel door Rob Riemen, directeur van het Tilburgse Nexusinstituut, waarin deze betoogt dat Wilder een fascist is. Hij trekt de vergelijking met Mussolini. Verschillende tegenartikelen, waaronder één van Frits Bolkestein, waren zijn deel.

Ik probeer het belang van een dergelijke discussie in te zien. Die zal er toch wel zijn want het zijn niet de minsten die spontaan in de pen klimmen. Dat betekent dat de discussie ofwel een bijzonder hoge maatschappelijke relevantie heeft, of je zal je er niet direct een buil aan vallen. De eerste is mij niet onmiddellijk duidelijk maar betekent dit dan dat het vooral een jezelf weer eens presenteren is?

Wie zei ook alweer dat we ons veel te druk maken om Wilders, de PVV en al het gedoe. Dat dit alles eigenlijk alleen maar afleidt van datgene op basis waarvan dit soort bewegingen groot kunnen worden. Dat het eigenlijk een vorm van oppervlakkigheid of, wie weet, gemakzucht is? Want uiteindelijk lijkt het er op dat veel van de groei ook voortkomt uit alle aandacht en alle vertekening die ze oplevert.

Misschien moeten we even ophouden het hier steeds over te hebben.

En aandacht krijgen voor dat waar het over moet gaan. In de juiste proporties, maar wel aanpakken.

"Stop talking about it."

http://www.thatvideosite.com/video/morgan_freeman_isnt_a_fan_of_black_history_month

zaterdag 13 november 2010

Waar blijft het leger??




Ik fietste vanmiddag naar de stad. In het oude centrum zag ik vele kinderen met zwartgemaakte gezichten. Sommigen hadden ook een kleurige muts met een lange veer eraan op hun hoofd. Ik realiseerde me:

Sinterklaas is weer in het land.

Ik had hier nog geen moment aan gedacht. Mijn eigen kinderen hebben niets van enige spanning laten merken. Ook ontbrak het gebruikelijke gehengel naar het een schoen mogen zetten. Mijn jongste dochter is zeventien.

Ik zette mijn fiets bij de singel en wandelde verder. Op het centrale plein, rond het wereldberoemde, oude stadhuis, werd markt gehouden. De toeristen zijn inmiddels weer vertrokken en de stadsbewoners wandelden gemoedelijk en vormden een gezellige drukte. Ik zag allerlei slag: verliefde stelletjes, gezinnen met kinderen, groepjes pubers, schuivelende bejaarden, voortsnellende mannen, keuvelende dames. Mensen met allerlei achtergronden, mensen die duidelijk uit de polder kwamen, Marokkanen, een zigeunermeisje speelde op haar vaste plek op een accordeon. Voor de gelegenheid speelde ze sinterklaasliedjes. Om de één of andere reden klonken ook deze melancholisch. Er liepen Antilliaanse mensen, maar ook stadsbewoners van wie de familie al generaties lang hier wonen. Het krioelde door elkaar.

De marktkramen deden mee met al die diversiteit. Een turkse slager, iemand met allerlei exotische vruchten, de hollandse kaasboer, een kraam met allerlei spirituele hangers. Althans, dat lieten de affiches me weten. Een donker gekleurde standwerker probeerde me over te halen een wel heel speciale poetsdoek aan te schaffen. Had ik nooit meer een schoonmaakmiddel nodig. Ik passeerde een vriend die in zijn beste Engels iemand via zijn gsm te woord stond.

Ik liep de boekhandel binnen en werd geholpen door een vriendelijk meisje met een hoofddoek op. Ze wist me zowaar nog een boek van Cees Nooteboom aan te smeren. Gewillig liet ik me overhalen.

Zomaar een zaterdagmiddag in de stad.

In Gouda.

U weet wel: die stad waar het leger op af zou moeten worden gestuurd.

Maar, wat meet je dan eigenlijk? En waarom?



Mijn blog over "meten is weten", riep reacties op.

Dat was nieuw voor mij.

Maar wel erg leuk.

Ik zal proberen de essentie van de reactie te pakken. De blog beschrijft het proces om de bedrijfsvoering van intramurale huizen, in gewoon Nederlands verzorgings- en verpleeghuizen, te doen aansluiten op de nieuwe wijze van financieren. Deze beschrijving was weer bedoelt om aan te geven hoe, in mijn optiek, er momenteel een wat perverse cirkelgang lijkt te ontstaan waarbij vanuit een maatschappelijke beweging een verandering volgt, welke weer reacties oproept die de indertijd zo gewenste verandering juist weer veroordeelt. En zo blijven we lekker bezig.

Bovenstaande samenvatting maakt al duidelijk dat de blog "meten is weten" een gedrocht van een tekst is geworden. Inhoudelijk ontspoort ze en ik laat de lezer in grote verwarring achter. Waar gáát dit over?

Excuses, waarde lezer, ik had blijkbaar mijn dag niet.

Maar nu de reactie. Die ging namelijk verder. Het betoog was dat we zo langzamerhand een overtuigd geloof hebben in complexe systemen en dat deze systemen ons in staat stellen om te sturen. We kunnen richting geven als we maar voldoende informatie hebben over het bedrijf of de instellingen die we aansturen. Wij staan aan de knoppen of aan het roer.

Onzin, zo vervolgde het betoog, we creëren een illusie. De eindeloos complexe werkelijkheid wordt teruggebracht tot een meet- en regelsysteem waarin een beperkt aantal, liefst SMART geformuleerde aspecten ons gevoel van "in control" zijn versterken. Ik werd geconfronteerd met een aantal boeiende vragen:

1) wat bedoel je eigenlijk met transparantie?

In de blog wordt dit begrip meerdere keren gebruikt en kan rekenen op enthousiaste respons vanuit verzekeraars, overheid en toezichthouders. Maar wat is nu eigenlijk transparant? Als je iets zichtbaar maakt, begrijp je dan ook wat je ziet? Voorbeeld. We spreken af (SMART!) dat een telefonisch gestelde vraag, na maximaal één keer doorschakelen, is beantwoordt. Dit voert natuurlijk terug naar de veel gehoorde klacht dat bellers soms terecht komen in een Kafka-iaans circus van een eindeloos doorgeschakeld telefoontje. Vanaf dit moment meten we dus het aantal doorschakelingen en suggereren dat we tevreden kunnen zijn als bijvoorbeeld 85 % maar één keer is doorgeschakeld geweest....

Maar weten we nu of de beller ook tevreden is? Als je niet oppast wordt de gestelde norm dominant.

Hoezo, transparantie?

2) wat is nu eigenlijk het bezwaar tegen de vroegere financieringssystematiek (jaarbudget op basis van aantal bedden)?

Tja, zeg het eens .... vooral in relatie tot de vraag of dan het nieuwe systeem deze bezwaren heeft weggenomen? Of dat het nieuwe systeem ook weer nieuwe bezwaren oproept, zodat het nu het wachten is totdat men weer gaat terugverlangen naar het oude systeem?

Gister woonde ik een boeiende presentatie bij door zorginstelling Opella (Ede-Wageningen). De bestuurder, Kars Hazelaar, vertelde hoe hij deze organisatie in korte tijd vanuit een heel andere besturingsfilosofie was gaan benaderen. Hij heeft alle meet- en regelsystemen die vanuit de wet- en regelgeving, via administraties in het zorgproces terecht zijn gekomen, overboord gegooid. Hij gaat ervan uit dat de medewerker te vertrouwen is.

Pardon?

Jawel, dat de medewerker te vertrouwen is. Want als dat niet zo is, hoe halen we het dan in ons hoofd om diezelfde, niet te vertrouwen medewerker, wel de zorg voor kwetsbare ouderen toe te vertrouwen?

Geef daar maar eens antwoord op.

Zijn organisatie is dus opgebouwd rond de medewerker en de cliënt. Dat is het startpunt geworden en dat levert verrassende doorkijkjes op.

Wat hiervoor nodig was?

In ieder geval een bestuurder die bereid was om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Hij was het namelijk zat, spuugzat, al die eindeloze controlemechanismen. Al die regeltjes en procedures en protocollen.

Hij wilde een ander uitzicht. Hij zocht de mensen in zijn organisatie.

Hij heeft ze gevonden, hoor....