vrijdag 18 april 2014
Hebban olla vogala
Die vogel bij ons in de straat, heeft het begrepen.
Wanneer de eerste zonnestralen voorzichtig door het duister prikken, zwelt zijn keel en begint hij te tjilpen. Dit houdt hij vol totdat de zon weer achter de horizon is verdwenen.
Hij maakt dus lange dagen.
En geloof maar niet dat hij pauzes houdt. Hij gaat gewoon achter elkaar door.
Ik heb géén idee hoe hij zichzelf in leven houdt, maar zijn territorium is veilig gesteld. En daar gaat het allemaal om. Want dáár houden de vrouwtjes weer van: een zeker bestaan.
Ik heb het natuurlijk over vogeltjes.
Het kreng tjilpt en tjilpt en tjilpt en tjilpt. Hij laat zich door niemand of niets verjagen. Het enige wat zal helpen om hem de snavel te snoeren, is een lekkere vrouwtjesvink die een avontuur met deze rakker wel ziet zitten.
Zolang zij zich nog niet heeft aangemeld, schreeuwt hij de longen uit zijn lijf.
Hij is vrijwel de enige. Soms hoor je wat voorzichtig getjilp van verder uit de straat, maar die maakt geen schijn van kans tegen onze supertjilper. Wat een machtig geluid weet deze te produceren.
Blijkbaar hebben deze vogeltjes, hoe klein ze ook zijn, nooit last van een zere keel. Ik heb tenminste nog nooit een vinkje horen hoesten. Ook blijft het geluid continu dezelfde schrille, maar heldere klank houden. Geen spoor van een versleten, rood aangelopen keel. Geen last van angina pectoris of een ordinaire verkoudheid: hij zit toch maar de hele dag buiten op een tak, in weer en wind. Niks.
Geen spoor van vermoeidheid.
En dat al bijna de hele week door.
Een echte machotjilper.
Veel vrouwtjes trekt hij nog niet. Die laten zich niet zien.
Je zou denken, dan gaat hij wel een toontje lager zingen. Maar nee. Hij zet alles op alles. Het moet en zal gebeuren. Ook al moet hij ze helemaal uit het park weglokken. Dat is wel een paar honderd meter van hier.
Opeens...
is het stil.
Een bijna enge stilte.
Heeft hij een vrouwtje gestrikt of is hij dood neergevallen?
Het is doodstil, maar dan begint het weer.
Eerst nog zachtjes en dan zwelt het geluid weer aan.
Ze is doorgevlogen.
Dat moest hij toch even verwerken...
vrijdag 11 april 2014
Ontmoeting met rauwe kippenpootjes
Ik was wat te vroeg voor een afspraak en het zonnetje scheen. Ik zocht daarom een bankje in een park vlakbij de plek waar ik mijn afspraak zou hebben.
Schuin tegenover mij zat een man op een ander bankje.
Hij had zijn handen in een plastic tas en diep voorover gebogen rommelde hij wat. Vervolgens trok hij een stuk vlees uit de tas en begon hier omstandig op te kauwen. Blijkbaar was het gemarineerd vlees want het gebied rond zijn mond kleurde rood. Ook trok hij een fles tevoorschijn en zette deze na het kauwen aan zijn lippen.
Toen zag hij mij.
En hij zag mij kijken.
Moeizaam stond hij op en kwam waggelend op mij aflopen. De plastic tas klemde hij tegen zich aan. Hij plofte naast me neer.
Hij stonk. Naar alcohol en vettige viezigheid.
"Dat was rauwe kip...."
Verbaasd keek ik hem aan. Hij hief zijn handen in de lucht.
"Ik heb geen mogelijkheid om die kip te braden of zo....en ik had vreselijke honger....dus wat moet je dan?"
Ik vroeg hem of hij op straat leefde. Dat bleek zo te zijn.
"Vannacht heb ik op een matras geslapen dat ik in een vuilcontainer bij de Karnemelksloot vond."
De Karnemelksloot is een smal watertje dat de Goudse singel verbindt met de Reeuwijkse Plassen.
Ik vroeg hem of het koud was geweest, maar dat was meegevallen. En het was gelukkig droog geweest. Ik ben een leek op het gebied van het straatleven en waarschijnlijk ook grenzeloos naïef, want mijn suggestie om 's nachts bij het Leger des Heils te slapen, werd smalend aangehoord.
"Weet je wel wat dat kost?"
Dat wist ik niet.
"€ 3,50..."
Ik vroeg hem of hij een uitkering had waar hij dat dan van kon betalen, maar natuurlijk niet. Hij had immers geen adres dus ook geen uitkering.
"Hoe kom je dan aan € 3,50?"
Ik zag hem niet zo snel aan het werk.
Hij keek mij bedachtzaam aan:
"Wat denk je zelf?"
"En hoe moet het dan nu verder met jou?"
Hij vertelde dat hij vanmorgen een goed gesprek had gehad, bij de reclassering. In dit gesprek was hem aangeboden dat hij naar Vlissingen kon om hier geholpen te worden.
"Waarom Vlissingen?"
"Weet ik veel, maar daar zien ze blijkbaar nog mogelijkheden voor me....ik kan er alleen pas in augustus terecht....het is nu april....godverdomme."
Hij vloekte zachtjes in zichzelf en staarde in de verte. Dat werd een lange zomer.
"Zijn er nog andere adressen waar je terecht kan?"
Hij begon een lang en onsamenhangend verhaal waarin de clou doorklonk dat hij steeds maar weer door iedereen bedonderd werd. Niemand die hem wilde helpen....nou ja, behalve dan de politie. Het werd me alleen niet duidelijk hoe zij hem hielpen, maar ik vermoed dat ze hem soms een nachtje opsluiten. Had hij in ieder geval een bed en 's ochtends een douche en ontbijt. Kon hij er weer even tegen.
Ik moest naar mijn afspraak. Ik gaf de man € 3,50, dan kon hij komende nacht tenminste in een bed slapen. Hij bood me verrast een slok uit zijn fles aan. Ik zwaaide afwerend en liep het park uit.
Toen ik omkeek zat hij weer te kauwen.
Op een rauwe kippenpoot.
vrijdag 4 april 2014
Van die koele meren...
Het voordeel van even geen opdracht hebben, is dat je ook door de week tijd hebt om met je hond een flink eind te gaan wandelen. Gezien het weer van de afgelopen dagen, was dat dus een dagelijks terugkerend ritueel.
De wandeling voert mij door een door mensen bedacht en aangelegd gebied, de Goudse Hout. De mens heeft zich echter weer teruggetrokken en de natuur gaat haar eigen gang. Het koolzaad staat in bloei, de wilgen lopen uit en overal laten vogels aan elkaar horen dat ze een stukje van deze wereld hebben opgeëist. Mijn hond scharrelt zich hier volstrekt onwetend doorheen. Hij snuffelt en tilt voortdurend zijn achterpoot op zodat medehonden weten dat hij in de buurt is. Ik loop vrijwel in mijn eentje rond. Een enkeling draaft me met een hoogrode kleur puffend voorbij en soms ontmoet ik een medewandelaar, meestal met hond.
Zo langzamerhand leer ik de vaste bewoners van dit gebiedje ook wat beter kennen.
Het gebied is waterrijk: sloten, plassen, tussen de bomen, overal is water.
Op één van deze plassen drijft een zwaan.
Om hem heen zwemmen wat eenden en meerkoetjes. Hij staat dit grootmoedig toe. Hun gekwetter en gedoe contrasteert op een prettige manier met zijn statige manier van zwemmen.
Hij haat ganzen.
Soms haalt een troep ganzen het in hun botte hersens om af te dalen op zijn waterplas. Luid gakkend drijven de beesten dan rond.
De zwaan bedenkt zich geen ogenblik.
Hij zet de aanval in.
Met de kop laag op het water zwemt hij zo snel mogelijk op één van de ganzen af. De gans protesteert heftig. Hij kiest altijd eieren voor zijn geld: hij zwemt van de zwaan weg. Die blijft de gans echter achtervolgen.
Het is een vreemde strijd.
De gans zwemt rondjes en gakt bozig naar de zwaan. De zwaan blijft onverdroten op ramkoers.
Totdat de gans het zat is en het luchtruim in vlucht. Gakkend vertrekt hij naar een ander water. De zwaan verandert onmiddellijk van koers en zoekt de volgende gans op. Het ritueel herhaalt zich van begin tot eind. Onvermoeibaar blijft de zwaan de ganzen opjagen.
Ik ontdekte dat er een verborgen wet ligt in dit spel. Wanneer zo ongeveer de helft van het aantal ganzen individueel de vlucht heeft genomen, besluit de rest van de troep dat het genoeg is. Ze kiezen in één keer met elkaar het luchtruim.
De zwaan draait tevreden een rondje en duikt even met zijn kop diep het water in.
Mijn hond heeft ongeduldig staan wachten en besluit op enig moment het water maar in te duiken.
Dat vindt de zwaan helemaal geen goed idee.
Ook mijn hond is in een mum van tijd het water weer uit.
Hij zwijgt en schudt zijn natte vacht.
donderdag 20 maart 2014
Wat willen we?
Het kon natuurlijk niet uitblijven. De ene na de andere actualiteitenrubriek besteedde er aandacht aan.
De toespraak van Wilders.
Nou ja, toespraak....
Ondanks het feit dat hij maar in twee gemeentes meedeed.
Ondanks het feit dat hij in beide gemeentes stemmen had verloren,
waren de spotlights toch weer op hem gericht en we werden niet teleurgesteld: hij haalde keihard uit en beledigde opnieuw vele van onze gewaardeerde medeburgers. En ja, zo is hij dan ook wel weer, vandaag krabbelde hij natuurlijk terug. We hadden het met ons allen weer verkeerd begrepen.
Er is van alles over gezegd. En toch... ik mis nog één belangrijk perspectief....
We spreken alleen Wilders aan....maar er stonden toch velen te juichen, te roepen en zij scandeerden toch dat ze "minder Marokkanen" in Den Haag willen? Zij gaven hem toch antwoord?
We hebben ze niet gezien want de camera heeft alleen maar oog voor die man achter de microfoon. Of toch, want er stond er eentje naast hem...ook hij juichte en joelde en had de avond van zijn leven: Leon de Jong. Maar ik weet zeker dat ook de mensen die op de lijst van PVV Den Haag stonden, Wilders hard toeriepen dat ze minder Marokkanen willen: Daniëlle de Winter, Elias van Hees, Karen Gerbrands, Chris van der Helm, André Elissen, Willie Dille, Bart Brands, Norbert Solms, Tim Vermeer, Ingrid Wulff, Shaillaya Harangi-Nanda, Bart Privé, Teun van Dijk en Machiel de Graaf.
Waarom worden zij niet aangesproken?
Want iemand als Wilders kan alleen bestaan doordat anderen hem steunen. Hij begint niks als hij voor een lege zaal staat. Als niemand een kruisje achter zijn naam zet. En ik weet toch verdomd zeker dat ik een hele zaal enthousiast hoorde schreeuwen om "minder Marokkanen"
Ik hoop dat de journalisten hun werk doen en die hele bende face to face, met camera, vragen waar ze gisteravond waren en wat ze deden toen Wilders vroeg of ze "meer of minder Marokkanen" wensen.
Wedden dat ze aarzelen? Dat ze terugkrabbelen?
Raymond de Roon, tweede kamerlid namens de PVV, ging ze al voor:
"Ik was er niet bij en kan pas iets zeggen als ik de beelden heb gezien...."
Hij had ze namelijk nog niet gezien.
Als enige in Nederland.
Lafaard.
Bah.
woensdag 19 maart 2014
Tegen beter weten in
Ik heb vandaag gestemd.
Ik hoop u met mij.
Natuurlijk, ik ken het cynisme: wat doet mijn stem er toe.... uiteindelijk doen ze toch wat ze zelf willen....het zijn allemaal zakkenvullers.
Cynisme is niets anders dan dat je je geloof hebt opgegeven. Het geloof dat het anders kan. Het geloof dat verandering mogelijk is. Het geloof in de mens....je medemens....jezelf.
"Maar, jij leest toch ook de krant? Je ziet toch wat een zooitje het is?"
Jawel.
Ik heb ook nooit gezegd dat "geloven in" een gemakkelijke weg is. Het is een weg vol kuilen, bergen, teleurstellingen, tegenvallers, vallen en weer opstaan. Vooral dat laatste, opnieuw weer opstaan. Het heeft niks te maken met roze wolken. Het is ploeteren en metertje voor metertje terrein winnen.
En soms weer een heel stuk verliezen.
En dan toch weer opnieuw beginnen...dat is nu eenmaal geloven. Geloven dat het kan.
Hoe denk je dat ons land ooit tot stand is gekomen? Ons land, een moerassige delta aan zee. Ooit was het grootste deel domweg onbewoonbaar moeras. Het heeft tientallen eeuwen geduurd voordat hier bewoonbare grond ontstond. Door ploeteraars, harde werkers: geulen graven, dijken opwerpen, terpen ophogen en na de zoveelste overstroming weer overnieuw beginnen. Ploeteren maar ook samenwerken: alleen begin je niks. Zo is ons land langzamerhand ontstaan.
Dankzij die ploeteraars.
Wie realiseert zich nog dat de meesten van ons meters onder de zeespiegel wonen?
Dankzij die ploeteraars.
Die geloofden dat het kon. Soms met hun laarzen in het water. Soms met de moed der wanhoop.
Vandaag heb ik gestemd.
Ik heb gestemd op een jonge Marokkaan.
Omdat hij gelooft dat het anders kan.
Soms tegen beter weten in.
dinsdag 18 maart 2014
Machiavelli in de polder, deel 2
Nog twee dagen en er zijn gemeenteraadsverkiezingen. Onze koffiedik- zwaluwvlucht- en piskijkers voorspellen de laagste opkomst sinds tijden.
Dat beloofde niet veel goeds voor het verkiezingsdebat wat gisteravond in Gouda door de Raad van Kerken was georganiseerd.
Het zat bommetje vol.
Er werden extra stoelen bijgezet en nog steeds bleef langs de randen van de zaal een grote groep mensen noodgedwongen staan.
Het deerde ze niet.
Zoals het in een democratie gaat, werden woordvoerders vanuit de verschillende partijen klappend en juichend ondersteunt door hun partijgenoten in de zaal. Anderen sisten of bromden afkeurend. De meesten luisterden geconcentreerd.
Democratie kun je voelen.
Vanavond voelde je het. Het was aanwezig. In deze zaal.
Er werden stellingen naar voren gebracht. Scherp geformuleerd. Je moest kiezen: voor of tegen. De zaal had rode en groene kaartjes gekregen, maar lang niet iedereen deed hieraan mee. Eerst maar eens kijken wat de woordvoerders van de partijen doen. Die hadden geen keuze, behalve dan kiezen: voor of tegen.
Een grote opkomst, verkiezingen vlak voor de deur, een meebewegende zaal, het hielp om de meest ingetogen en introverte politicus tot debater te maken. Maar er bleven verschillen. Een aantal was goed van de tongriem gesneden en bewoog soepel mee in het debat; anderen formuleerden moeizamer, hoekiger en soms zelfs ongelukkig. Gemakzucht werd genadeloos afgestraft: een poging van de SP-woordvoerder, Lenny Roelofs, om in te spelen op al te gemakkelijke emoties ("Ik moet er niet aan denken dat ik door een vrijwilliger moet worden gecatheteriseerd") kon er natuurlijk gewoon op rekenen te worden afgeserveerd (catheteriseren mag zelfs wettelijk alleen door hiertoe bevoegde personen worden uitgevoerd). De dame van de VVD, Laura Werger, prominent aanwezig, nam deze rol het hele debat op zich: het wegvangen van laaghangend fruit.
Ze had het druk vanavond.
Het CDA had deze keer een woordvoerder die de aansluiting met de zaal goed kon maken, Huibert van Rossem. Dat was natuurlijk ook niet heel ingewikkeld in een debat wat door de Raad van Kerken werd georganiseerd. Hij benoemde nog even dat Kuypers gedachtengoed en zijn kleine luyden onvervreemdbaar deel zijn van het huidige CDA. Stiekem dacht ik terug aan het beruchte CDA-congres van 2010 waarbij vele onbekende en prominente CDA'ers hun afschuw uitspraken over het gebrek aan ideologisch denken bij hun leiders, maar wellicht hadden deze leiders hun veren weer teruggevonden. Andere Christelijke partijen kwamen minder uit de verf: de SGP-voorman, Arjan Versteeg, straalde teveel zelfgenoegzaamheid uit en maakte ronduit verkeerde grappen; Wout Schonewille van de CU leek last te hebben van zijn eigen bescheidenheid, hij gunde de dame van de VVD iets te vaak het woord op momenten dat hij naar voren had willen treden. Een aardige man, maar niet opgewassen tegen de ambitieuze VVD-politica.
De PvdA had deze keer haar lijstaanvoerder op het podium gehesen: Rogier Tetteroo. Een nieuwkomer die soms nog wat wegviel in al het verbale geweld. Zijn inbreng was inhoudelijk en weinig gericht op scoren. Opvallend was dat op het onderdeel "zorg", de belangrijkste PvdA-portefeuille de afgelopen jaren, zijn inbreng kleurloos en onopvallend bleef. Wel liet hij zien de scherpte in het debat niet te schuwen: hij las mede-debaters verschillende keren nadrukkelijk de les.
De lokale partijen bleven het debat wat op de achtergrond. De scherpte kwam van de vertegenwoordigers van de landelijke partijen. Deze laatsten leken elkaar op het podium ook op te zoeken: VVD, PvdA, Groen Links, CU, CDA, ze konden het op het Goudse podium uitstekend met elkaar vinden. Bas Driessen, Trots Gouda, bleek ook nu weer een minder behendig debater maar viel wel op doordat hij iedere keer opnieuw met de meest concrete voorstellen kwam. Hij werd door de vertegenwoordigers van de landelijke partijen volledig genegeerd, wat spijtig is want wat is nu eigenlijk het echte probleem bij het geluid van een lokale partij? Ze lijkt mij op zijn minst een interessante aanvulling in het politieke spectrum. Jan de Koning, Gemeente Belangen Gouda, hield zich rustig op de achtergrond en stapte geregeld naar voren om zijn stem te laten horen. Zijn uitstraling komt overeen met zijn inbreng: evenwichtig, genuanceerd maar nauwelijks enig impact op het verloop van het debat.
De meest pruttelende protestpartij was OPA, Willem Verwoerd, overgestapt van Trots naar OPA. Zijn inhoudelijke inbreng bleek niet veranderd: hij had gewoon weer een ander podium gevonden. Hij bereed de hele avond zijn stokpaardje: de binnenstad moet aantrekkelijk worden voor toeristen, de Goudse politiek verwaarloost het economisch klimaat van de stad. En tja, dan komt de vergelijking met de hamer vanzelf op: voor een hamer is de oplossing van elk probleem een spijker...
En dan is woensdag de kiezer aan het woord.
Vanuit de zaal kwam de vraag of de politici en hun partij voldoende oog hebben voor de noden van hun medemens.
Dat hadden ze.
Allemaal.
zondag 16 maart 2014
Een ode aan onze tuinman
We hebben een tuinman. Al jaren scharrelt hij door onze hof en zorgt er nauwgezet voor dat al het prille, opkomende groen volstrekt kansloos blijft. Hierbij maakt hij geen enkel onderscheid tussen onkruid en krokussen of sneeuwklokjes: dat zijn menselijke verzinsels en zijn brein staat dergelijke nuances niet toe.
Onze tuin is niet groot en niet bijzonder. Als ik inschat dat de tuin ongeveer 60 m2 meet, overdrijf ik waarschijnlijk al. In de hoek staat een, inmiddels, enorme Japanse Kers. Het zal niet lang meer duren of haar takken hangen laag onder het gewicht van duizenden roze bloemetjes. Dat duurt een kleine twee weken en dan, alsof er ergens op een knop wordt gedrukt, valt al dat roze in één klap omlaag en verwordt tot een bruinige massa. Als het regent vormt ze een spekgladde brei. Daar kan onze tuinman niet tegen op werken: hij laat de troep de troep. Als we het zat zijn, vegen de rotzooi bij elkaar. De boom heeft zich dan alweer in groene bladeren gehuld en deze blijven de verdere zomer voor een heerlijke schaduw zorgen.
We hebben ook nog een vijver. Dat klinkt alweer veel meer dan het is: een voorgevormde plastic bak waarin we water hebben laten lopen. Het leek zo'n goed idee, maar ook de vijver volgt volstrekt haar eigen wil. Het water is troebel en ze moet voortdurend worden bijgevuld, zo hard gaat de verdamping tijdens een warme zomer. Maar goed, ze vult zich ieder jaar ook weer met kikkers, mooie groene en grauwe. De laatste zitten onder de pukkels en zetten soms een flinke keel op. Dat heet kwaken. Ook hier trekt onze tuinman zich niets van aan. Hij blijft ver verwijderd van de vijver.
We weten eigenlijk niet meer hoe oud onze tuinman is. Toch moet hij al stokoud zijn. Zijn lange haren slepen achter hem aan over de grond en al het vuil van de tuin blijft hierin hangen. Soms bieden we aan om zijn haren te knippen, maar daar is hij niet van gediend. Overal in de tuin heeft hij verstopplekjes en als hij achterna wordt gezeten, ben je kansloos: hij verdwijnt in een mum van tijd. Wanneer we 's avonds in de huiskamer op de bank zitten en we kijken de tuin in, zien we hem weer scharrelen. Het is een krasse vent.
Je zal hem niet horen. Hij heeft zijn hok en overdag trekt hij zich hierin terug. De schemer, dat is zijn moment. Dan is de tuin leeg en het frisse groen staat voor het grijpen.
Hij heeft geen naam. We noemen hem "de tuinman" en dat vindt hij prima: hij luistert toch niet naar je.Hij is alleen en onttrekt zich aan ieder gezelschap. Je zou hem een soort kluizenaar kunnen noemen, alhoewel dat weer een echt menselijk begrip is. Alsof hij hiervoor heeft gekozen en dat is natuurlijk niet zo. Dit hebben wij zo voor hem geregeld.
Hij heeft een hekel aan onze katten en misschien nog wel meer aan onze hond. De katten dwingen hem in een bekend perspectief: die jagen hem op. Niet dat ze hem ooit zullen aanvallen, daarvoor is hij gewoon te groot, maar het instinct zit nu eenmaal diep. Het is een uitzichtloze jacht en de tuinman wacht in zijn hok rustig totdat de jagers weer naar binnen zijn omdat daar hun etensbak staat. Nee, dan de hond. Die is vreselijk, die wil namelijk vriendjes worden. Blijmoedig zoekt hij de tuinman in zijn hok op en duwt zijn snuit tegen het gaas. Hij snuift en gromt goedmoedig. Het concept "vriendschap" is de tuinman echter volkomen onbekend, zodat ook onze hond bezig is met een uitzichtloze missie.
Zo scharrelt onze tuinman in stilte de 4 seizoenen door.
Abonneren op:
Posts (Atom)






