zondag 20 april 2014

Variaties op een rij



Het is een bekend fenomeen: als in Engeland een grote groep mensen op hun beurt moet wachten, vormt zich spontaan een rij. Of het nu gaat om het betreden van de bus, het kopen van een kaartje bij de bioscoop of het bestellen van een kilo kaas bij de kaasboer, zwijgend verandert de massa net zo lang van vorm totdat zich een overzichtelijk lint heeft gevormd.

Kom daar in Nederland maar eens om.

Gister vervoegde ik me vroeg bij een Hema bij ons in de buurt. Mijn vrouw houdt erg van Tom Poucen en dan met name van die van de Hema. Dus een feestdag is pas een feestdag wanneer we een tom pouce bij de koffie hebben. Ik heb hier geen enkel bezwaar tegen, maar de consequentie is dat ik vroeg mijn bed uit moet om de begeerde gebakjes in huis te halen: wij zijn met velen als het gaat om de liefde voor Tom Pouce.

Waarom het nu persé de Tom Poucen van de Hema moeten zijn, ik weet het niet. We komen verder nooit in deze zaak, alleen voor de rookworst en dus de Tom Pouce. Het zal ook wel domweg gewoonte zijn.

Hoe dan ook, ik kwam de Hema dus al vroeg binnen en werd bij de kassa onmiddellijk aangestaard door verschillende mensen. Ze stonden te wachten en allemaal wilden ze ook gebak bestellen. Ik nam de mensen voor de kassa in me op, het waren er 7 en wist genoeg: een ieder die zich als nieuweling zou melden, zou onherroepelijk na mij aan de beurt zijn. Vervolgens concentreerde ik me op de Tom Poucen in de vitrine en begon aan het gedachtenspel dat zo ongeveer voorafgaat aan iedere door mij ondernomen actie: het berekenen van het "worst case scenario". In dit geval: ik telde het aantal Tom Poucen en deelde dat door het aantal mensen voor mij: 80/7= 11,4.... als iedereen dus 12 Tom Poucen zou bestellen, zouden ze op zijn voordat ik aan de beurt ben. Ik weet genoeg van kansberekening om me te realiseren dat dit een onwaarschijnlijk scenario is. Ik haalde opgelucht adem en begon op mijn beurt te wachten.

Dit alles speelt zich overigens binnen enkele seconden af.

Voor mij bleek één van de dames het klontje wachtenden onvoldoende te vertrouwen. Ze begon rond te vragen wie in welke volgorde was binnen gekomen. Op basis van het antwoord, duwde de dame de wachtende vriendelijk in een overzichtelijk rijtje. Tenslotte keek ze naar mij.

"U kwam toch na mij naar binnen?"

Het is altijd ingewikkeld om jezelf voor een ander te positioneren.

"U mag voor mij staan, mevrouw."

Ze voelde zich geroepen om uit te leggen waarom ze iedereen in een rij wilde hebben. Ik luisterde glimlachend en kon mijn wat spottende blik blijkbaar niet goed uit mijn ogen bannen.

"Ik vind het prima hoor, mevrouw. Ikzelf vertrouw op de argusogen die we allemaal hebben, maar zo wordt het wel zo overzichtelijk."

Ze besloot geen aandacht meer aan mij te besteden. Achter mij wilde het geen rij worden. De mensen kwamen uit verschillende gangpaden aanlopen en bleven ter plekke staan. Het was een wat klonterig geheel.

Ondertussen deden de twee dames achter de taartenbalie hard hun best om de bestellingen te verwerken. Dat viel nog niet mee. Velen gingen blijkbaar pas nadenken over wat ze wilden, als ze aan de beurt waren. Dus een taart werd geroepen, tevoorschijn gehaald en, o nee, toch maar een vlaai en als de vlaai eenmaal in een doos zit, op de handen gaan tellen of iedereen zo genoeg zoetigheid zou krijgen. Ook dat tellen viel niet mee. Tegelijkertijd sloop een dame tussen de wachtenden door en begon uitgebreid de collectie taarten en taartjes te bestuderen. Niemand die iets zei, maar de ruggen werden strakker, de stemmen staakten en ogen begonnen te priemen.

Achter me werd de spanning een man teveel. Brommend mopperde hij dat het allemaal zo lang duurde. Hij begon commentaar te geven op de handelswijze van de twee Hema-dames, waarvan één duidelijk nog niet zo bedreven was in het taartenverkoopvak. Haar hoofd werd steeds roder en haar handelingen onhandiger. Haar, oudere collega duwde haar op enig moment naar de kassa en bleef stoïcijns onder de commentaren. De man probeerde zijn medewachters mee te krijgen in zijn onvrede, maar hier onderschatte hij zijn medemens: hij ontving afkeurende blikken van de dames om hem heen. Hij kroop zeurderig in zijn schulp.

Inmiddels kon ik mijn bestelling plaatsen. De dame gaf me een knipoog en verklaarde dat ze maar één paar handen had. Ik keek en moest haar gelijk geven. Die handen visten behendig de 9 Tom Poucen uit de vitrine, welke ze soepel in een doos liet glijden die ze al had voorgevouwen. Ze wierp een blik naar de man achter mij en ook hij kreeg een vriendelijke knipoog. Hij liet zich niet vermurwen en zij haalde haar schouders op.

Opnieuw kwam de dame die de taartjes al uitgebreid had bestudeerd, naar voren, deze keer met haar man en nu keken ze samen naar al het lekkers. Achter mij voelde ik de spanning weer toenemen, maar het echtpaar besloot later terug te komen. Gearmd liepen ze de winkel uit.

Mijn wachten was voorbij. Ik wandelde naar de rolband die me naar het dakterras zou brengen want daar stond mijn auto. Deze rolband is geschikt voor winkelwagens, waarvan de wieltjes op de band blokkeren zodat de gevulde karren moeiteloos naar boven worden getild. Vlak voordat ik de rolband wilde opstappen, duwde een dame nerveus haar volle winkelwagen snel nog voor mij de band op.

Ik zuchtte en sloot aan in de rij die zich achter haar geblokkeerde wagen vormde.


vrijdag 18 april 2014

Hebban olla vogala




Die vogel bij ons in de straat, heeft het begrepen.

Wanneer de eerste zonnestralen voorzichtig door het duister prikken, zwelt zijn keel en begint hij te tjilpen. Dit houdt hij vol totdat de zon weer achter de horizon is verdwenen.

Hij maakt dus lange dagen.

En geloof maar niet dat hij pauzes houdt. Hij gaat gewoon achter elkaar door.

Ik heb géén idee hoe hij zichzelf in leven houdt, maar zijn territorium is veilig gesteld. En daar gaat het allemaal om. Want dáár houden de vrouwtjes weer van: een zeker bestaan.

Ik heb het natuurlijk over vogeltjes.

Het kreng tjilpt en tjilpt en tjilpt en tjilpt. Hij laat zich door niemand of niets verjagen. Het enige wat zal helpen om hem de snavel te snoeren, is een lekkere vrouwtjesvink die een avontuur met deze rakker wel ziet zitten.

Zolang zij zich nog niet heeft aangemeld, schreeuwt hij de longen uit zijn lijf.

Hij is vrijwel de enige. Soms hoor je wat voorzichtig getjilp van verder uit de straat, maar die maakt geen schijn van kans tegen onze supertjilper. Wat een machtig geluid weet deze te produceren.

Blijkbaar hebben deze vogeltjes, hoe klein ze ook zijn, nooit last van een zere keel. Ik heb tenminste nog nooit een vinkje horen hoesten. Ook blijft het geluid continu dezelfde schrille, maar heldere klank houden. Geen spoor van een versleten, rood aangelopen keel. Geen last van angina pectoris of een ordinaire verkoudheid: hij zit toch maar de hele dag buiten op een tak, in weer en wind. Niks.

Geen spoor van vermoeidheid.

En dat al bijna de hele week door.

Een echte machotjilper.

Veel vrouwtjes trekt hij nog niet. Die laten zich niet zien.

Je zou denken, dan gaat hij wel een toontje lager zingen. Maar nee. Hij zet alles op alles. Het moet en zal gebeuren. Ook al moet hij ze helemaal uit het park weglokken. Dat is wel een paar honderd meter van hier.

Opeens...

is het stil.

Een bijna enge stilte.

Heeft hij een vrouwtje gestrikt of is hij dood neergevallen?

Het is doodstil, maar dan begint het weer.

Eerst nog zachtjes en dan zwelt het geluid weer aan.

Ze is doorgevlogen.

Dat moest hij toch even verwerken...

vrijdag 11 april 2014

Ontmoeting met rauwe kippenpootjes



Ik was wat te vroeg voor een afspraak en het zonnetje scheen. Ik zocht daarom een bankje in een park vlakbij de plek waar ik mijn afspraak zou hebben.

Schuin tegenover mij zat een man op een ander bankje.

Hij had zijn handen in een plastic tas en diep voorover gebogen rommelde hij wat. Vervolgens trok hij een stuk vlees uit de tas en begon hier omstandig op te kauwen. Blijkbaar was het gemarineerd vlees want het gebied rond zijn mond kleurde rood. Ook trok hij een fles tevoorschijn en zette deze na het kauwen aan zijn lippen.

Toen zag hij mij.

En hij zag mij kijken.

Moeizaam stond hij op en kwam waggelend op mij aflopen. De plastic tas klemde hij tegen zich aan. Hij plofte naast me neer.

Hij stonk. Naar alcohol en vettige viezigheid.

"Dat was rauwe kip...."

Verbaasd keek ik hem aan. Hij hief zijn handen in de lucht.

"Ik heb geen mogelijkheid om die kip te braden of zo....en ik had vreselijke honger....dus wat moet je dan?"

Ik vroeg hem of hij op straat leefde. Dat bleek zo te zijn.

"Vannacht heb ik op een matras geslapen dat ik in een vuilcontainer bij de Karnemelksloot vond."

De Karnemelksloot is een smal watertje dat de Goudse singel verbindt met de Reeuwijkse Plassen.

Ik vroeg hem of het koud was geweest, maar dat was meegevallen. En het was gelukkig droog geweest. Ik ben een leek op het gebied van het straatleven en waarschijnlijk ook grenzeloos naïef, want mijn suggestie om 's nachts bij het Leger des Heils te slapen, werd smalend aangehoord.

"Weet je wel wat dat kost?"

Dat wist ik niet.

"€ 3,50..."

Ik vroeg hem of hij een uitkering had waar hij dat dan van kon betalen, maar natuurlijk niet. Hij had immers geen adres dus ook geen uitkering.

"Hoe kom je dan aan € 3,50?"

Ik zag hem niet zo snel aan het werk.

Hij keek mij bedachtzaam aan:

"Wat denk je zelf?"

"En hoe moet het dan nu verder met jou?"

Hij vertelde dat hij vanmorgen een goed gesprek had gehad, bij de reclassering. In dit gesprek was hem aangeboden dat hij naar Vlissingen kon om hier geholpen te worden.

"Waarom Vlissingen?"

"Weet ik veel, maar daar zien ze blijkbaar nog mogelijkheden voor me....ik kan er alleen pas in augustus terecht....het is nu april....godverdomme."

Hij vloekte zachtjes in zichzelf en staarde in de verte. Dat werd een lange zomer.

"Zijn er nog andere adressen waar je terecht kan?"

Hij begon een lang en onsamenhangend verhaal waarin de clou doorklonk dat hij steeds maar weer door iedereen bedonderd werd. Niemand die hem wilde helpen....nou ja, behalve dan de politie. Het werd me alleen niet duidelijk hoe zij hem hielpen, maar ik vermoed dat ze hem soms een nachtje opsluiten. Had hij in ieder geval een bed en 's ochtends een douche en ontbijt. Kon hij er weer even tegen.

Ik moest naar mijn afspraak. Ik gaf de man € 3,50, dan kon hij komende nacht tenminste in een bed slapen. Hij bood me verrast een slok uit zijn fles aan. Ik zwaaide afwerend en liep het park uit.

Toen ik omkeek zat hij weer te kauwen.

Op een rauwe kippenpoot.

vrijdag 4 april 2014

Van die koele meren...



Het voordeel van even geen opdracht hebben, is dat je ook door de week tijd hebt om met je hond een flink eind te gaan wandelen. Gezien het weer van de afgelopen dagen, was dat dus een dagelijks terugkerend ritueel.

De wandeling voert mij door een door mensen bedacht en aangelegd gebied, de Goudse Hout. De mens heeft zich echter weer teruggetrokken en de natuur gaat haar eigen gang. Het koolzaad staat in bloei, de wilgen lopen uit en overal laten vogels aan elkaar horen dat ze een stukje van deze wereld hebben opgeëist. Mijn hond scharrelt zich hier volstrekt onwetend doorheen. Hij snuffelt en tilt voortdurend zijn achterpoot op zodat medehonden weten dat hij in de buurt is. Ik loop vrijwel in mijn eentje rond. Een enkeling draaft me met een hoogrode kleur puffend voorbij en soms ontmoet ik een medewandelaar, meestal met hond.

Zo langzamerhand leer ik de vaste bewoners van dit gebiedje ook wat beter kennen.

Het gebied is waterrijk: sloten, plassen, tussen de bomen, overal is water.

Op één van deze plassen drijft een zwaan.

Om hem heen zwemmen wat eenden en meerkoetjes. Hij staat dit grootmoedig toe. Hun gekwetter en gedoe contrasteert op een prettige manier met zijn statige manier van zwemmen.

Hij haat ganzen.

Soms haalt een troep ganzen het in hun botte hersens om af te dalen op zijn waterplas. Luid gakkend drijven de beesten dan rond.

De zwaan bedenkt zich geen ogenblik.

Hij zet de aanval in.

Met de kop laag op het water zwemt hij zo snel mogelijk op één van de ganzen af. De gans protesteert heftig. Hij kiest altijd eieren voor zijn geld: hij zwemt van de zwaan weg. Die blijft de gans echter achtervolgen.

Het is een vreemde strijd.

De gans zwemt rondjes en gakt bozig naar de zwaan. De zwaan blijft onverdroten op ramkoers.

Totdat de gans het zat is en het luchtruim in vlucht. Gakkend vertrekt hij naar een ander water. De zwaan verandert onmiddellijk van koers en zoekt de volgende gans op. Het ritueel herhaalt zich van begin tot eind. Onvermoeibaar blijft de zwaan de ganzen opjagen.

Ik ontdekte dat er een verborgen wet ligt in dit spel. Wanneer zo ongeveer de helft van het aantal ganzen individueel de vlucht heeft genomen, besluit de rest van de troep dat het genoeg is. Ze kiezen in één keer met elkaar het luchtruim.

De zwaan draait tevreden een rondje en duikt even met zijn kop diep het water in.

Mijn hond heeft ongeduldig staan wachten en besluit op enig moment het water maar in te duiken.

Dat vindt de zwaan helemaal geen goed idee.

Ook mijn hond is in een mum van tijd het water weer uit.

Hij zwijgt en schudt zijn natte vacht.

donderdag 20 maart 2014

Wat willen we?



Het kon natuurlijk niet uitblijven. De ene na de andere actualiteitenrubriek besteedde er aandacht aan.

De toespraak van Wilders.

Nou ja, toespraak....

Ondanks het feit dat hij maar in twee gemeentes meedeed.

Ondanks het feit dat hij in beide gemeentes stemmen had verloren,

waren de spotlights toch weer op hem gericht en we werden niet teleurgesteld: hij haalde keihard uit en beledigde opnieuw vele van onze gewaardeerde medeburgers. En ja, zo is hij dan ook wel weer, vandaag krabbelde hij natuurlijk terug. We hadden het met ons allen weer verkeerd begrepen.

Er is van alles over gezegd. En toch... ik mis nog één belangrijk perspectief....

We spreken alleen Wilders aan....maar er stonden toch velen te juichen, te roepen en zij scandeerden toch dat ze "minder Marokkanen" in Den Haag willen? Zij gaven hem toch antwoord?

We hebben ze niet gezien want de camera heeft alleen maar oog voor die man achter de microfoon. Of toch, want er stond er eentje naast hem...ook hij juichte en joelde en had de avond van zijn leven: Leon de Jong. Maar ik weet zeker dat ook de mensen die op de lijst van PVV Den Haag stonden, Wilders hard toeriepen dat ze minder Marokkanen willen: Daniëlle de Winter, Elias van Hees, Karen Gerbrands, Chris van der Helm, André Elissen, Willie Dille, Bart Brands, Norbert Solms, Tim Vermeer, Ingrid Wulff, Shaillaya Harangi-Nanda, Bart Privé, Teun van Dijk en Machiel de Graaf.

Waarom worden zij niet aangesproken?

Want iemand als Wilders kan alleen bestaan doordat anderen hem steunen. Hij begint niks als hij voor een lege zaal staat. Als niemand een kruisje achter zijn naam zet. En ik weet toch verdomd zeker dat ik een hele zaal enthousiast hoorde schreeuwen om "minder Marokkanen"

Ik hoop dat de journalisten hun werk doen en die hele bende face to face, met camera, vragen waar ze gisteravond waren en wat ze deden toen Wilders vroeg of ze "meer of minder Marokkanen" wensen.

Wedden dat ze aarzelen? Dat ze terugkrabbelen?

Raymond de Roon, tweede kamerlid namens de PVV, ging ze al voor:

"Ik was er niet bij en kan pas iets zeggen als ik de beelden heb gezien...."

Hij had ze namelijk nog niet gezien.

Als enige in Nederland.

Lafaard.

Bah.

woensdag 19 maart 2014

Tegen beter weten in



Ik heb vandaag gestemd.

Ik hoop u met mij.

Natuurlijk, ik ken het cynisme: wat doet mijn stem er toe.... uiteindelijk doen ze toch wat ze zelf willen....het zijn allemaal zakkenvullers.

Cynisme is niets anders dan dat je je geloof hebt opgegeven. Het geloof dat het anders kan. Het geloof dat verandering mogelijk is. Het geloof in de mens....je medemens....jezelf.

"Maar, jij leest toch ook de krant? Je ziet toch wat een zooitje het is?"

Jawel.

Ik heb ook nooit gezegd dat "geloven in" een gemakkelijke weg is. Het is een weg vol kuilen, bergen, teleurstellingen, tegenvallers, vallen en weer opstaan. Vooral dat laatste, opnieuw weer opstaan. Het heeft niks te maken met roze wolken. Het is ploeteren en metertje voor metertje terrein winnen.

En soms weer een heel stuk verliezen.

En dan toch weer opnieuw beginnen...dat is nu eenmaal geloven. Geloven dat het kan.

Hoe denk je dat ons land ooit tot stand is gekomen? Ons land, een moerassige delta aan zee. Ooit was het grootste deel domweg onbewoonbaar moeras. Het heeft tientallen eeuwen geduurd voordat hier bewoonbare grond ontstond. Door ploeteraars, harde werkers: geulen graven, dijken opwerpen, terpen ophogen en na de zoveelste overstroming weer overnieuw beginnen. Ploeteren maar ook samenwerken: alleen begin je niks. Zo is ons land langzamerhand ontstaan.

Dankzij die ploeteraars.

Wie realiseert zich nog dat de meesten van ons meters onder de zeespiegel wonen?

Dankzij die ploeteraars.

Die geloofden dat het kon. Soms met hun laarzen in het water. Soms met de moed der wanhoop.

Vandaag heb ik gestemd.

Ik heb gestemd op een jonge Marokkaan.

Omdat hij gelooft dat het anders kan.

Soms tegen beter weten in.


dinsdag 18 maart 2014

Machiavelli in de polder, deel 2



Nog twee dagen en er zijn gemeenteraadsverkiezingen. Onze koffiedik- zwaluwvlucht- en piskijkers voorspellen de laagste opkomst sinds tijden.

Dat beloofde niet veel goeds voor het verkiezingsdebat wat gisteravond in Gouda door de Raad van Kerken was georganiseerd.

Het zat bommetje vol.

Er werden extra stoelen bijgezet en nog steeds bleef langs de randen van de zaal een grote groep mensen noodgedwongen staan.

Het deerde ze niet.

Zoals het in een democratie gaat, werden woordvoerders vanuit de verschillende partijen klappend en juichend ondersteunt door hun partijgenoten in de zaal. Anderen sisten of bromden afkeurend. De meesten luisterden geconcentreerd.

Democratie kun je voelen.

Vanavond voelde je het. Het was aanwezig. In deze zaal.

Er werden stellingen naar voren gebracht. Scherp geformuleerd. Je moest kiezen: voor of tegen. De zaal had rode en groene kaartjes gekregen, maar lang niet iedereen deed hieraan mee. Eerst maar eens kijken wat de woordvoerders van de partijen doen. Die hadden geen keuze, behalve dan kiezen: voor of tegen.

Een grote opkomst, verkiezingen vlak voor de deur, een meebewegende zaal, het hielp om de meest ingetogen en introverte politicus tot debater te maken. Maar er bleven verschillen. Een aantal was goed van de tongriem gesneden en bewoog soepel mee in het debat; anderen formuleerden moeizamer, hoekiger en soms zelfs ongelukkig. Gemakzucht werd genadeloos afgestraft: een poging van de SP-woordvoerder, Lenny Roelofs, om in te spelen op al te gemakkelijke emoties ("Ik moet er niet aan denken dat ik door een vrijwilliger moet worden gecatheteriseerd") kon er natuurlijk gewoon op rekenen te worden afgeserveerd (catheteriseren mag zelfs wettelijk alleen door hiertoe bevoegde personen worden uitgevoerd). De dame van de VVD, Laura Werger, prominent aanwezig, nam deze rol het hele debat op zich: het wegvangen van laaghangend fruit.

Ze had het druk vanavond.

Het CDA had deze keer een woordvoerder die de aansluiting met de zaal goed kon maken, Huibert van Rossem. Dat was natuurlijk ook niet heel ingewikkeld in een debat wat door de Raad van Kerken werd georganiseerd. Hij benoemde nog even dat Kuypers gedachtengoed en zijn kleine luyden onvervreemdbaar deel zijn van het huidige CDA. Stiekem dacht ik terug aan het beruchte CDA-congres van 2010 waarbij vele onbekende en prominente CDA'ers hun afschuw uitspraken over het gebrek aan ideologisch denken bij hun leiders, maar wellicht hadden deze leiders hun veren weer teruggevonden. Andere Christelijke partijen kwamen minder uit de verf: de SGP-voorman, Arjan Versteeg, straalde teveel zelfgenoegzaamheid uit en maakte ronduit verkeerde grappen; Wout Schonewille van de CU leek last te hebben van zijn eigen bescheidenheid, hij gunde de dame van de VVD iets te vaak het woord op momenten dat hij naar voren had willen treden. Een aardige man, maar niet opgewassen tegen de ambitieuze VVD-politica.

De PvdA had deze keer haar lijstaanvoerder op het podium gehesen: Rogier Tetteroo. Een nieuwkomer die soms nog wat wegviel in al het verbale geweld. Zijn inbreng was inhoudelijk en weinig gericht op scoren. Opvallend was dat op het onderdeel "zorg", de belangrijkste PvdA-portefeuille de afgelopen jaren, zijn inbreng kleurloos en onopvallend bleef. Wel liet hij zien de scherpte in het debat niet te schuwen: hij las mede-debaters verschillende keren nadrukkelijk de les.

De lokale partijen bleven het debat wat op de achtergrond. De scherpte kwam van de vertegenwoordigers van de landelijke partijen. Deze laatsten leken elkaar op het podium ook op te zoeken: VVD, PvdA, Groen Links, CU, CDA, ze konden het op het Goudse podium uitstekend met elkaar vinden. Bas Driessen, Trots Gouda, bleek ook nu weer een minder behendig debater maar viel wel op doordat hij iedere keer opnieuw met de meest concrete voorstellen kwam. Hij werd door de vertegenwoordigers van de landelijke partijen volledig genegeerd, wat spijtig is want wat is nu eigenlijk het echte probleem bij het geluid van een lokale partij? Ze lijkt mij op zijn minst een interessante aanvulling in het politieke spectrum. Jan de Koning, Gemeente Belangen Gouda, hield zich rustig op de achtergrond en stapte geregeld naar voren om zijn stem te laten horen. Zijn uitstraling komt overeen met zijn inbreng: evenwichtig, genuanceerd maar nauwelijks enig impact op het verloop van het debat.

De meest pruttelende protestpartij was OPA, Willem Verwoerd, overgestapt van Trots naar OPA. Zijn inhoudelijke inbreng bleek niet veranderd: hij had gewoon weer een ander podium gevonden. Hij bereed de hele avond zijn stokpaardje: de binnenstad moet aantrekkelijk worden voor toeristen, de Goudse politiek verwaarloost het economisch klimaat van de stad. En tja, dan komt de vergelijking met de hamer vanzelf op: voor een hamer is de oplossing van elk probleem een spijker...

En dan is woensdag de kiezer aan het woord.

Vanuit de zaal kwam de vraag of de politici en hun partij voldoende oog hebben voor de noden van hun medemens.

Dat hadden ze.

Allemaal.