woensdag 21 september 2022

kombijdepolitie.nl

What we can learn from Sisyphus and his rock | by Chhavi Kumar | Medium


Eén van de belangrijkste zorgen die mij plaagt in mijn vak als zorgbestuurder, is de krimpende arbeidsmarkt. Een wat ingewikkelde manier om te zeggen dat we van gekkigheid soms niet meer weten hoe we aan voldoende personeel moeten komen om de kwetsbare ouderen in onze huizen te verzorgen. We zetten de deuren wijd open en als iemand bij ons wil solliciteren is alles erop gericht dat er zo snel mogelijk wordt gehandeld want de sollicitant heeft immers de ruime keuze tussen vele andere zorginstellingen die hen met open armen zullen ontvangen. Dus kan iemand online een CV insturen, direct een meeloopmoment inplannen en mag dan ook verwachten dat het contract, bij wijze van spreken, al klaar ligt als ze enthousiast is. Bovendien wenkt het perspectief van verder kunnen leren op kosten van de organisatie.

Het lukt overigens nog steeds heel redelijk om hierin samen met de andere zorginstellingen op te trekken, zonder dat er een onderlinge, moordende concurrentie ontstaat. We realiseren ons maar al te goed dat een dergelijk pad niet werkt. Uiteraard mag iedereen zichzelf profileren als de beste, de leukste, de meest interessante werkgever, maar (heel eerlijk gezegd) is er eigenlijk niemand die zich hierin echt onderscheid van de anderen. Not done is wat een collega enkele jaren geleden deed en die door grote advertenties op de streekbussen liet weten dat wijkverpleegkundigen bij hen méér verdienden dan bij alle andere thuiszorgorganisaties. Ook het initiatief van Buurtzorg om, buiten de CAO-afspraken om, uit eigen zak de medewerkers een salarisverhoging te geven, heeft geen navolging gekregen.

De zorg zal moeten concurreren met de andere sectoren om aan voldoende medewerkers te komen. We weten dat vrijwel iedereen worstelt met een groot tekort aan potentiële, nieuwe medewerkers: de horeca, de bouw, de tuinbouw, scholen, overheid en ook de politie.

Mijn zoon besloot enkele maanden geleden, na een carrière in, onder andere de beveiliging en acute psychiatrische zorg, tot een overstap. Hij solliciteerde bij de politie. Ook mijn schoonzoon besloot tot deze verandering na vele jaren als kok te hebben gewerkt.

Het bleek een ware Sisyphusklus *) te zijn.

De procedure begon met het insturen van een brief met CV, waarop hij werd uitgenodigd voor een gesprek en, aanvullend, een intelligentie- en taaltest. Na enkele weken vond opnieuw een gesprek plaats met iemand van personeelszaken, de intake. Als deze steen boven op de berg ligt, volgt een conditietest. Wanneer deze met goed gevolg is afgelegd, onderga je een psychologisch onderzoek en wordt je het vuur aan de schenen gelegd. Weet je de psycholoog te overtuigen van je goede intenties en je uitmuntende persoonlijkheid, volgt nog een medische keuring (waardoor alle voorafgaande stappen opeens zinloos kunnen blijken) en tenslotte een screening om te onderzoeken of je geen relaties met criminele organisaties hebt.

Pas op, al deze stappen gebeuren dus na elkaar met steeds een periode van dagen tot weken ertussen. Je bent, als alle stenen boven aan de berg liggen, in ieder geval al zes (6!!) maanden verder.

Mocht je op een onderdeel struikelen, dan kun je dit soms over doen of je moet de hele procedure weer opnieuw beginnen. 

Nu komt het mooiste: na dit alles is de politie bereid om je op te nemen in haar organisatie. Alleen, voor zij-instromers geldt: zij hebben vaak al een carrière achter de rug, hebben een relatie en mogelijk ook al kinderen, ze hebben hun vaste lasten ... En nu pas kan hierover worden gesproken, met als risico dat de sollicitant tot de ontdekking komt dat het financieel helemaal niet haalbaar is om deze overstap te maken.

Ik begrijp heel goed dat de politie een zorgvuldige procedure heeft om haar gelederen bij de instroom zuiver te houden. Of dit zes maanden moet duren, betwijfel ik want veel is in tijd te concentreren of gelijktijdig op te pakken. Het allerbelangrijkste lijkt mij echter dat men vooral leert denken vanuit de wereld van de sollicitant.

In ieder geval verwacht ik op deze wijze als zorgbestuurder, weinig concurrentie van de politie als het om nieuwe medewerkers gaat.


*) Sisyphus is een mythologisch persoon die, als straf van de Griekse goden, een zware kei een berg op moet duwen. Iedere keer als hij bijna boven is, rolt de kei omlaag en moet hij opnieuw beginnen.

vrijdag 1 april 2022

Dag - boeken

 


Het is nu ruim 20 jaar geleden dat mijn zusje kwam te overlijden.

Kanker.

Of beter gezegd: een hersenbloeding, want door het gebruik van experimentele medicatie en de stamcellen uit het bloed van mijn broer, waren de kankercellen vrijwel verdwenen. Ze lag al sinds oudejaarsnacht van de eeuwwisseling in een medicamenteus coma en mijn ouders zaten hoopvol naast haar bed te wachten op haar ontwaken. Hoopvol, omdat de bloedwaarden en andere onderzoeken uitwezen dat de medicatie zowaar haar wonderlijke werking deed: de kanker werd door haar lijf verdreven.

En toen kwam dus die rampzalige dag in januari een hersenbloeding. Het was hopeloos en binnen een paar uur verdween mijn zusje naar de eeuwigheid. Mijn ouders radeloos en verbijsterd achterlatend.

In het academisch ziekenhuis in Basel, Zwitserland. Want in die stad had ze als musicus een warm thuis gevonden tussen vele zielsgenoten: zangers, fluitisten, kunstenaars en andere jongeren die letterlijk iets van het en hun leven maakten.

Ze was nog net geen 34 jaar oud.

Het is een wonderlijk verhaal, dat van mij en mijn zusje. Ze was vier jaar jonger en dat is voor kinderen een eeuwigheid. Ik had mijn eigen vrienden en mijn eigen leven. Uit mijn jongere jeugd heb ik weinig herinneringen aan mijn zus. Ze was er, maar op de achtergrond. Pas toen ze het huis verliet, ze ging studeren aan het conservatorium en wonen in Den Haag, drong ze zich geleidelijk aan steeds meer naar voren. 

We verschilden in vele opzichten. Ik, belezen, rationeel en met weinig grijstinten in mijn denken; Mignon, belezen, intuïtief en met een diepgang in haar denken die mij soms deed duizelen. Ik maakte al jong carrière en liet mijn drang naar poëzie en een leven als dichter, los (en zat op mijn 32e in de directie van een groot ziekenhuis); Mignon koos radicaal en zonder enige concessie te doen voor de muziek en leed een leven van schnabbelen om aan geld te komen en om muziek te kunnen maken. 

We hadden ook overeenkomsten, zoals de drang om te schrijven om onze ervaringen te kunnen verwerken. Mignon schreef dagboeken, maar die discipline heb ik nooit op kunnen brengen. De harde schijven van mijn computers staan vol met gedichten, sprookjes, aantekeningen, verhalen en losse flodders; later begon ik het schrijven van blogs.

Mignon had vele vrienden en vriendinnen en één van hen kreeg na haar overlijden, de dagboeken thuis. Ik ben hier niet helemaal zeker van, maar het staat mij bij dat Mignon dit zo wenste. Ik heb het mijn vader nog nagevraagd, maar ook hij kon het zich niet goed meer herinneren.

De kwestie is actueel omdat ik deze week, via mijn schoonzus, een bericht kreeg doorgestuurd dat diezelfde vriendin, na lang wikken en wegen, blijkbaar had besloten om de dagboeken van mijn zusje te verscheuren.

Omdat het persoonlijke aantekeningen betrof en daar zou niemand iets mee te maken hebben.

Ik moest denken aan de dagboeken van Anne Frank, Etty Hillesum, Franz Kafka en nog zo een paar die nooit hadden bedacht dat een wereldwijd publiek kennis zou nemen van hun meest intieme gedachten, maar die de wereld hebben verrijkt met inzichten die anders voor altijd verloren zouden zijn gegaan.

Ik moest denken aan de vele gesprekken die ik met mijn zusje voerde via de telefoon, waarin zij mij vaak met haar intuïtieve opmerkzaamheid een weg toonde die ik uit het oog was verloren. Zo vroeg ze mij eens, toen ik wat gefrustreerd over van alles en nog wat, of ik de weg "binnendoor" nog wel eens bewandelde. Of ik nog wel eens via gebed in contact kwam met mijn diepste zelf. Of ik nog wel eens in al mijn kwetsbaarheid durfde om iets te vragen...

Ik moest denken aan de spaarzame artikelen die van haar bewaard zijn gebleven. Zo is er het artikel waarin ze schrijft over ongelovige Thomas, naar aanleiding van een schilderij dat ze in een museum in Basel had ontdekt en waar ze mij mee naar toe nam omdat het zo'n indruk op haar maakte. Inmiddels lees ik "Raak de wonden aan" van Tomas Halik, een Tsjechische priester en theoloog en hier lees ik precies de gedachtendiepgang die ik indertijd ook bij Mignon beluisterde wanneer zij sprak over Thomas.

En nog steeds is ze voor mij onbereikbaar. Als ik haar muziek beluister, ze koos ook hier radicaal voor modern klassiek met nieuwe toonintervallen en het experiment met geluid, ben ik haar weer kwijt. En toch moet er een lijn zijn die haar verbindt met deze, voor mij, onbegrijpelijke wereld.

Maar enfin.

De laatste mogelijkheid om hierover met haar in contact te treden, is verloren. De mogelijkheid om nog eens te kunnen genieten van haar diepgang en, ongetwijfeld ook haar nukken en bokkenpruiken, is verdwenen. 

De aanvankelijke boosheid is weggeëbd: dat was vooral onmacht omdat er geen enkele mogelijkheid is geweest om hierover van gedachten te wisselen. Het is gebeurd. Heb ik er begrip voor? Geen enkele. Het is alleen maar verder verlies.

Zonde.

vrijdag 25 februari 2022

Computer says no ...


Lang, lang geleden waren er banken die met je meedachten. Dat was fijn omdat je als klant nu eenmaal niet zo veel verstand had van bank- of financiële zaken. Zo kon het gebeuren dat de bankmedewerker je thuis opbelde om je te waarschuwen dat er iets niet helemaal goed ging. 

Maar dat was vroeger.

Inmiddels zijn ook onze banken gemoderniseerd en hebben ze veel tijd en geld gestoken in het automatiseren van processen en het aantrekken van vele juristen die ervoor hebben gezorgd dat ze vrijwel nooit meer ergens voor aanspreekbaar zijn. 

Op een enkele waaghals en moedig individu na, lopen we allemaal om deze grootheden heen alsof het nu eenmaal zo hoort. En zolang het allemaal goed gaat, is er ook niet zoveel aan de hand. En, laten we eerlijk zijn, gelukkig gaat het in de meeste situaties ook gewoon goed.

Laat ik u niet langer in verwarring laten, geliefde lezer.

Ik heb bij de aankoop van mijn huis, een hypotheek afgesloten bij de Ing-bank en tegelijkertijd via de verzekeringsafdeling van dezelfde bank een woonhuisverzekering afgesloten. Hiervoor heb ik een apart rekeningnummer bij de Ing afgesloten (want mijn andere bankzaken lopen via een andere bank) en hier stort ik maandelijks voldoende geld op om zowel de hypotheek als enkele premies van verzekeringen die met mijn huis te maken hebben, worden betaald.

Door de storm van afgelopen week, werd het dak van mijn dakkapel afgeblazen. Stormschade. Keurig opgegeven bij de verzekeraar, want we hebben dus een woonhuisverzekering.

Dacht ik.

Tot mijn stomme verbazing bleek mij echter dat deze verzekering in maart vorig jaar al was stopgezet. We waren helemaal niet verzekerd.

Wat is er gebeurt?

Omdat ik geen gebruik maak van de Ing-rekening, heb ik bij de verhuizing verzuimd om onze adreswijziging door te geven.

Stom en natuurlijk ook mijn fout, maar, aan de andere kant... het kan gebeuren, niet?

In maart vorig jaar is er iets niet goed gegaan bij de betaling van de premie. In april en mei is de premie overigens weer keurig overgemaakt. In de tussentijd zijn er een betalingsherinnering en een aanmaning verzonden...

naar ons oude adres.

Die zijn als onbestelbaar retour gekomen (wist de meneer van de Ing, die ik sprak, te vertellen).

Vervolgens is de premie van april en mei teruggestort en zijn we uit de verzekering gegooid.

Dit ontdekten we dus toen we de stormschade opgaven.

Ik vroeg de man van de Ing hoe dit mogelijk was: mijn telefoonnummer is nog hetzelfde (zowel vast als mobiel), mijn emailadres was zeker nog een half jaar na maart hetzelfde, de polis staat op ons nieuwe adres. Kortom, mogelijkheden genoeg voor de Ing om ons te waarschuwen dat er iets niet goed ging:

"Omdat het proces volledig is geautomatiseerd."

Er komt geen mens meer aan te pas.

Stomverbaasd merkte ik op dat ik dus een jaar onverzekerd ben geweest en dat ik er dus achter ben gekomen door stormschade (die financieel te overzien is). Het huis had wel afgebrand kunnen zijn en dan hadden we diep, zeg maar levenslang, in de financiële problemen gezeten.

Tja, zo merkte de man van de Ing op: u had dan ook uw adres moeten wijzigen.

Ik vroeg hem of hij dit tot elkaar in verhouding vond staan: een vergeten adreswijziging en de mogelijk bijzonder ernstige consequentie van het niet verzekerd zijn....

Hier ging hij wijselijk maar niet op in. Want ja, de tijd dat de bankmedewerker mee mocht denken ligt nu eenmaal achter ons.

Aansluitend op mijn gesprek met de Ing heb ik een jurist van Vereniging Eigen Huis gebeld. Ik vertelde hem dat het mij vooral ging om het feit dat ik een jaar lang onverzekerd ben geweest en dat ik me hier nooit bewust van was geworden, als ik niet toevallig wat stormschade had opgelopen. In mijn optiek, met alle mogelijkheden die de Ing had om mij te waarschuwen, een onverantwoorde situatie. Ook legde ik uit dat ik heus wel begreep dat ik ook een eigen verantwoordelijkheid had, maar dat ik mijn fout niet in verhouding vond staan met de mogelijke consequenties.

Tja, dat werd dus een gevecht a la Don Quixote: deze bank had haar automatiseringsproces volledig op orde en het ging zo weinig fout, die gingen zeker geen veranderingen doorvoeren op basis van deze casus. Juridisch zat het helemaal dichtgetimmerd. 

Van de bank die met u meedenkt naar "computer says no..."

Leve de vooruitgang.



woensdag 23 februari 2022

Ik begrijp u!


Eunice liet ook bij ons haar tanden zien: het zinken dak van onze dakkapel belandde na een stevige windvlaag enige tientallen meters verder in de sloot. Gelukkig bleken we vele behulpzame buren te hebben en met de inzet van een hijskraan (van een buurman verderop in de straat) en twee handige buurmannen, werd het zink weer improvisorisch vastgemaakt. Hierdoor bleef de waterschade tijdens de stortbuien die volgden, beperkt tot wat gedruppel hier en daar in plaats van dat we de watervallen van Coo over ons heen kregen.

Gelukkig zijn we verzekerd. Het melden van de schade bij Ing bleek wat lastig, maar ook dat lukte me via internet toen de eerste storm van aanmeldingen was gaan liggen. 

Nog geen dag later kreeg ik een wonderlijk mailbericht van dezelfde Ing: mijn polisnummer was niet bekend.

Ik zocht contact via de telefoon.

De eerste dame was nog het meest behulpzaam: zij vroeg wat door en constateerde dat er een oud adres van ons in haar gegevens stond. Ook wist ze mij te melden dat de verzekering al een jaar geleden was opgezegd. Door Ing. Vanwege het niet betalen van de polis.

Dat was een vreemde gewaarwording. Ik meldde haar dat ik nooit een betalingsherinnering had gezien en ook geen aanmaningen, laat staan een bericht dat de polis door Ing zou worden gestopt. Het was allemaal blijkbaar in stilte gebeurt.

Hier kon de dame niet verder. Zij verbond mij door met een volgende dame.

Mevrouw Zonneveld.

Mevrouw Zonneveld uitte zich begripvol na mijn verhaal en vroeg me even geduld te hebben. Ze moest overleggen met een collega.

Ondertussen onderzocht ik mijn betalingsgegevens en het raadsel werd alleen maar groter. Ik zag, vanaf het moment dat wij in ons huis wonen, iedere maand hoe de woonhuisverzekering keurig werd betaald. Tot juni. In juni zag ik een terugstorting van 2 maanden premie. En inderdaad, hierna hield het allemaal op.

Ondertussen was mevrouw Zonneveld uitgepraat en keerde weer terug naar mij.

"Mijnheer Zwart, ik heb even overleg gevoerd, maar we kunnen op dit ogenblik niets anders doen dan u doorverbinden met een andere afdeling. Hier kunt u een klacht indienen en binnen 5 dagen wordt u terug gebeld..."

Ik confronteerde haar met mijn bevindingen en vroeg hoe ze eigenlijk tot de conclusie waren gekomen dat ik mijn premie niet had betaald? 

"Ik begrijp het. Ik kan echter niets anders doen..." en ze herhaalde haar oplossing.

"Mevrouw Zonneveld, ik wil helemaal geen klacht indienen. Ik wil het opgelost hebben. Ik ben momenteel niet verzekerd en dat moet nu worden opgelost."

Zij herinnerde mij eraan dat ik al een jaar niet verzekerd was.

"Maar u begrijpt toch dat het wel verschil uitmaakt dat ik het nu weet?"

"Ik begrijp u" en weer volgde haar mantra.

"Nogmaals, ik wil helemaal geen klacht indienen, ik wil het opgelost hebben. Kunt u mij dan doorverbinden met een leidinggevende?"

"Ik begrijp u, maar daar voorziet onze procedure niet in. Ik kan geen leidinggevende bereiken..."

"U begrijpt mij?"

"Ja"

"U begrijpt dat ik geen klacht wil indienen?"

"Ja"

"Helpt u mij dan verder: laat me met iemand spreken met wie ik nu in ieder geval mijn verzekering kan heractiveren. Ik wil nu eenmaal niet onverzekerd in mijn huis wonen."

"Ik begrijp u" en weer haar mantra.

Vervolgens bood mevrouw Zonneveld mij aan om mij door te verbinden naar een andere verzekeraar waar ik dan een opstalverzekering zou kunnen afsluiten....

"Hoort u nu wat u zegt? Ik heb iemand van de woonhuisverzekeringen aan de lijn in een kantoor met allemaal mensen die werken voor Ing verzekeringen... ik wil mijn woonhuisverzekering in ieder geval weer geactiveerd hebben en nu verwijst u mij naar een andere verzekeraar?"

Ze begreep het weer helemaal.

Het was duidelijk. Mevrouw Zonneveld had de cursus klantvriendelijkheid goed doorlopen, maar niet begrepen: er was niets vriendelijks aan haar houding. Het had niets met klantgerichtheid te maken, maar uitsluitend het volgen van de procedure. 

Daar was ze, het moet gezegd worden, een kei in.

Hoe ik ook probeerde om onder het indienen van een klacht uit te komen, ik had geen andere keus dan een klacht in te dienen.

???

Na het gesprek ben ik achter mijn PC gekropen en heb, via Ing, online, een woonhuisverzekering afgesloten...

begrijpt u?

zondag 21 november 2021

Coronabelevenissen



Ik stond in de supermarkt, met mondkapje voor, te aarzelen voor een schap. Ik was op zoek naar een specifieke chocolade en deze kon ik niet ontdekken. 

U kent dat wel, je laat je ogen langs de vele smaken glijden, je wéét dat het ergens is (althans, mijn vrouw had me dat verzekerd en wie ben ik om hier aan te twijfelen), maar nergens dus. Zo stond ik wat te dralen totdat opeens een grote man, minstens een kop groter dan ik en ik ben toch echt 1 meter 90 lang, pal voor me kwam staan.

Verbaasd ontglipte mij een "Pardon??"

De man draaide zich onmiddellijk om en woedend viel hij naar mij uit.

"U weet toch dat u anderhalve meter afstand moet houden?"

"Maar...ik stond hier toch en u komt toch voor mij staan?"

De man had geen enkele boodschap aan mijn verweer. Was de minister-president niet duidelijk geweest en hoeveel doden moesten er nog vallen voordat we ons aan de regels zouden gaan houden?

Voorzichtig keek ik om me heen of ik misschien ergens een camera zag, maar ik realiseerde me dat ik niet in een foute sketch terecht was gekomen: de woede van de man was oprecht.

Ik bood mijn excuses aan: ik had niet zo goed begrepen dat de anderhalve meter vanuit deze man moest worden geïnterpreteerd. Dat hij de norm was in deze regel. 

De man keek me diep wantrouwend aan. Even dacht ik dat hij mij ging slaan, maar hij draaide zich om en maakte met zijn hand een wegwerpgebaar. Tot overmaat van ramp begon hij ook nog omstandig te hoesten. In zijn mondkapje weliswaar, maar een hoestende medemens in deze directe nabijheid, zeker als het een onaangenaam mens is, het roept een spontaan gevoel van walging bij me op.

Thuis maar even een sneltest doen.

maandag 6 september 2021

Mountainbiker

     Verkooppunten MTB-vignet | Natuurmonumenten

 

 Het was bijna volmaakt. De heide was in bloei, de bossen waren door de naderende herfst, geurig en het was zonnig nazomerweer.

We liepen van Ede naar Otterlo en dit deden we zoveel mogelijk over smalle, onverharde geitenpaadjes, maar dan voor voetgangers. Hierdoor ontweken we de grote groepen zondagswandelaars en fietsers. We gunnen iedereen het genot van onze natuur, maar liever niet lopend in een lange file.

Er is echter sinds enkele jaren één groep die onmogelijk te vermijden is. Ze komen overal, zelfs daar waar helemaal geen paden te vinden zijn. Soms alleen, maar meestal in groepen razen ze tussen de bomen door, over de heidevelden en ploegen ze door de zandverstuivingen.

Mountainbikers.

Je hoort ze al van ver aankomen. Om de één of andere reden hebben ze niet zoveel met stilte en is er één van hen een eindeloos verhaal over het werk, de kinderen, vriendin, huisaankoop, verkooptechnieken of andere staaltjes van interessante wetenswaardigheden naar de ploeggenoten aan het schreeuwen.

Die schreeuwers zijn overigens vrijwel altijd de mannen onder deze sporters.

Ik ben er van overtuigd geraakt dat hun aanwezigheid in het bos helemaal niets met natuurgenot te maken heeft. Natuur is een aardige bijkomstigheid, maar het dient slechts één doel: de heuveltjes, het rulle zand, de warmte, kortom, de sportieve prestatie.

De natuur als vervanger van de sportschool.

Nu gun ik werkelijk iedereen zijn en haar eigen manier om het leven in te richten. Ik kan begrijpen dat sporters een andere behoefte hebben dan wandelaars. Maar wat mij hier stoort is de onbeschaamdheid waarmee bezit wordt genomen van de openbare ruimte.

Eén van de gevolgen is bijvoorbeeld dat het inmiddels vrijwel overal verboden is om je hond mee te nemen met de wandeling. Levensgevaarlijk, zo’n loslopende hond terwijl ieder ogenblik enkele mountainbikers je in volle vaart kunnen passeren.

De honden zijn het haasje, zullen we maar zeggen.

Er zijn gemeentes die speciaal voor de mountainbikers een apart circuit door de bossen aanleggen. Uitstekend. Maar voor de gemiddelde mountainbiker is dit slechts een keuze en wordt er net zo makkelijk gebruik gemaakt van de voetpaden, liefst de smalle. Nu moet ik het niet wagen om als wandelaar over een mountainbikerstraject te lopen. Die ene keer dat ik hier per ongeluk op terecht kwam, was het gescheld niet van de lucht. Ik kon zelfs een douw krijgen van één van de heren. Als ik daarentegen een opmerking maak over het rijden door hen over de voetpaden, kan ik op onbegrip rekenen, als er überhaupt al wordt gereageerd.

Komt het omdat de bossen te vol zijn? Dat zou een verklaring kunnen zijn. Tegelijkertijd: weer een heel andere gebruiker van onze natuur is de paardrijder. Ook die heeft haar eigen paden en nooit, werkelijk nooit zal ik één van hen aantreffen op de voetpaden. Nooit, werkelijk nooit zal ik hen horen schreeuwen over de kinderen, het werk, de school en andere onbenulligheden.

Zijn de mountainbikers dan de tokkies onder de sporters? Je zou het bijna denken. Verrassend is dan ook de constatering dat zij vaak aan komen rijden in de meest luxueuze automobielen, liefst 4-wheel-drive. Het zijn de juristen, artsen, accountants en bedrijfseconomen onder ons.

Homo humini lupus.

Behalve dan dat die paar wolven op de Veluwe diep zijn weggedoken in het bos; onzichtbaar voor de mensen die hun terrein zo massaal betreden.

Zij weten wel beter.

zondag 23 mei 2021

Stalker



Afgelopen week was ik in een telefonisch overleg met de financiële man van onze organisatie. Tijdens het gesprek werd ik gebeld door een mij onbekend nummer in Nieuw Vennep. Ik drukte het gesprek weg en vervolgde mijn overleg. Nog geen 30 seconden later werd ik opnieuw gebeld door hetzelfde nummer, welke ik opnieuw wegdrukte. Dit herhaalde zich vier keer, zodat ik mijn overleg even afbrak om te horen waarom ik zo nadrukkelijk en steeds opnieuw werd benaderd.

Het bleek mevrouw Laurens en zij verontschuldigde zich. Ze was in de veronderstelling haar vriendin te bellen en blijkbaar was er iets niet goed gegaan. 

Dat kan gebeuren.

Nog geen uur later werd ik opnieuw gebeld door dezelfde mw. Laurens. Ik zat opnieuw in overleg en het gesprek werd door mij weer geweigerd. Mw. Laurens is een volhouder, dus ook deze keer benaderde ze mij 5 keer achter elkaar. Wederom brak ik het overleg af en stond ik mw. Laurens te woord.

Mw. Laurens haar stem klonk bejaard. Hoog bejaard. Ze gaf opnieuw de uitleg dat ze haar vriendin probeerde te bellen. Ik vroeg haar welk nummer deze vriendin had, maar dat bleek een domme vraag: het nummer dat ze had geprobeerd te bellen natuurlijk. Voorzichtig probeerde ik uit te leggen dat hier iets onmogelijks gebeurde: als dit nummer van haar vriendin was, dan zou ze mij niet aan de lijn krijgen. Maar de wereld van de techniek zat voor mw. Laurens niet zo logisch in elkaar: het nummer zou wel kloppen, maar de verbinding niet.

Ze bood haar excuses aan en ze verbrak de verbinding.

De verdere dag liet mw. Laurens mij met rust.

Dat veranderde de volgende dag.

Hoe ze het voor elkaar krijgt is mij een raadsel, maar opnieuw zat ik in overleg. Inmiddels herkende ik het nummer en ik weigerde het gesprek. Mw. Laurens is een volhouder en nog geen minuut later meldde ze zich weer. Al pratende met mijn gesprekspartner zoefde mijn vingers over het display van mijn telefoon en blokkeerde ik het nummer van mw. Laurens.

Dat scheelde.

Wel kreeg ik nu 6 keer de melding dat ik een voicemailbericht had.

Mw. Laurens.

Geen enkele keer sprak ze iets in, maar aan haar gezucht te horen was ze diep ongelukkig met de vergeefse poging haar vriendin te spreken te krijgen.

Ik liet het maar even gaan in de veronderstelling dat mw. Laurens vanzelf wel zou ophouden om mijn nummer te draaien.

Dat was dom gedacht.

Dagelijks rond 11.00 uur 's ochtends begon mw. Laurens aan een nieuwe poging haar vriendin te bellen. Dit herhaalde ze steeds vijf keer achter elkaar en steeds wachtte ze totdat ze de voicemail hoorde. Ik begreep nu ook waarom ze deze niet insprak: het bericht waarmee ik mijn voicemail inleid, maakt de beller duidelijk dat ze Erik Zwart hebben bereikt.

Steeds werd de verbinding verbroken met een diepe zucht van mw. Laurens.

Na vijf dagen had ik er genoeg van. 

Nu belde ik mw. Laurens.

Schuldbewust nam ze de telefoon aan. Ze wist waarom ik belde, bekende ze. Verbaasd vroeg ik haar waarom ze zo halsstarrig mijn nummer bleef draaien, tot vijf keer per dag toe, terwijl ze steeds opnieuw tijdens de voicemail te horen kreeg dat ze verkeerd verbonden was.

"Omdat ik dit nummer van mijn vriendin heb gekregen..."

"Maar wanneer begrijpt u dat het een verkeerd nummer is dat uw vriendin heeft opgegeven?"

Daar gaf ze geen antwoord op. Ze begon me uit te leggen dat ze het echt niet deed om mij te pesten. Ik vertelde dat ik dit direct van haar wilde aannemen, maar als iemand vijf dagen achter elkaar minstens vijf keer op een dag belt, dan begint het toch op pesten te lijken...

Die begreep ze niet.

Op de achtergrond hoorde ik andere stemmen. Ze had visite, legde mw. Laurens uit. Ik vroeg of dit toevallig die ene vriendin was, maar dat bleek helaas niet het geval. Ze wilde wel van mij af want ja, visite...

Ze beloofde plechtig mij niet meer te zullen bellen. 

Ik geloof haar.

Nog geen uur later kreeg ik een waarschuwing dat iemand mijn voicemail had ingesproken.

Mw. Laurens.

Een diepe zucht.

Ik vrees dat mw. Laurens en ik ongewild samen verder door het leven zullen gaan.