donderdag 20 maart 2014
Wat willen we?
Het kon natuurlijk niet uitblijven. De ene na de andere actualiteitenrubriek besteedde er aandacht aan.
De toespraak van Wilders.
Nou ja, toespraak....
Ondanks het feit dat hij maar in twee gemeentes meedeed.
Ondanks het feit dat hij in beide gemeentes stemmen had verloren,
waren de spotlights toch weer op hem gericht en we werden niet teleurgesteld: hij haalde keihard uit en beledigde opnieuw vele van onze gewaardeerde medeburgers. En ja, zo is hij dan ook wel weer, vandaag krabbelde hij natuurlijk terug. We hadden het met ons allen weer verkeerd begrepen.
Er is van alles over gezegd. En toch... ik mis nog één belangrijk perspectief....
We spreken alleen Wilders aan....maar er stonden toch velen te juichen, te roepen en zij scandeerden toch dat ze "minder Marokkanen" in Den Haag willen? Zij gaven hem toch antwoord?
We hebben ze niet gezien want de camera heeft alleen maar oog voor die man achter de microfoon. Of toch, want er stond er eentje naast hem...ook hij juichte en joelde en had de avond van zijn leven: Leon de Jong. Maar ik weet zeker dat ook de mensen die op de lijst van PVV Den Haag stonden, Wilders hard toeriepen dat ze minder Marokkanen willen: Daniëlle de Winter, Elias van Hees, Karen Gerbrands, Chris van der Helm, André Elissen, Willie Dille, Bart Brands, Norbert Solms, Tim Vermeer, Ingrid Wulff, Shaillaya Harangi-Nanda, Bart Privé, Teun van Dijk en Machiel de Graaf.
Waarom worden zij niet aangesproken?
Want iemand als Wilders kan alleen bestaan doordat anderen hem steunen. Hij begint niks als hij voor een lege zaal staat. Als niemand een kruisje achter zijn naam zet. En ik weet toch verdomd zeker dat ik een hele zaal enthousiast hoorde schreeuwen om "minder Marokkanen"
Ik hoop dat de journalisten hun werk doen en die hele bende face to face, met camera, vragen waar ze gisteravond waren en wat ze deden toen Wilders vroeg of ze "meer of minder Marokkanen" wensen.
Wedden dat ze aarzelen? Dat ze terugkrabbelen?
Raymond de Roon, tweede kamerlid namens de PVV, ging ze al voor:
"Ik was er niet bij en kan pas iets zeggen als ik de beelden heb gezien...."
Hij had ze namelijk nog niet gezien.
Als enige in Nederland.
Lafaard.
Bah.
woensdag 19 maart 2014
Tegen beter weten in
Ik heb vandaag gestemd.
Ik hoop u met mij.
Natuurlijk, ik ken het cynisme: wat doet mijn stem er toe.... uiteindelijk doen ze toch wat ze zelf willen....het zijn allemaal zakkenvullers.
Cynisme is niets anders dan dat je je geloof hebt opgegeven. Het geloof dat het anders kan. Het geloof dat verandering mogelijk is. Het geloof in de mens....je medemens....jezelf.
"Maar, jij leest toch ook de krant? Je ziet toch wat een zooitje het is?"
Jawel.
Ik heb ook nooit gezegd dat "geloven in" een gemakkelijke weg is. Het is een weg vol kuilen, bergen, teleurstellingen, tegenvallers, vallen en weer opstaan. Vooral dat laatste, opnieuw weer opstaan. Het heeft niks te maken met roze wolken. Het is ploeteren en metertje voor metertje terrein winnen.
En soms weer een heel stuk verliezen.
En dan toch weer opnieuw beginnen...dat is nu eenmaal geloven. Geloven dat het kan.
Hoe denk je dat ons land ooit tot stand is gekomen? Ons land, een moerassige delta aan zee. Ooit was het grootste deel domweg onbewoonbaar moeras. Het heeft tientallen eeuwen geduurd voordat hier bewoonbare grond ontstond. Door ploeteraars, harde werkers: geulen graven, dijken opwerpen, terpen ophogen en na de zoveelste overstroming weer overnieuw beginnen. Ploeteren maar ook samenwerken: alleen begin je niks. Zo is ons land langzamerhand ontstaan.
Dankzij die ploeteraars.
Wie realiseert zich nog dat de meesten van ons meters onder de zeespiegel wonen?
Dankzij die ploeteraars.
Die geloofden dat het kon. Soms met hun laarzen in het water. Soms met de moed der wanhoop.
Vandaag heb ik gestemd.
Ik heb gestemd op een jonge Marokkaan.
Omdat hij gelooft dat het anders kan.
Soms tegen beter weten in.
dinsdag 18 maart 2014
Machiavelli in de polder, deel 2
Nog twee dagen en er zijn gemeenteraadsverkiezingen. Onze koffiedik- zwaluwvlucht- en piskijkers voorspellen de laagste opkomst sinds tijden.
Dat beloofde niet veel goeds voor het verkiezingsdebat wat gisteravond in Gouda door de Raad van Kerken was georganiseerd.
Het zat bommetje vol.
Er werden extra stoelen bijgezet en nog steeds bleef langs de randen van de zaal een grote groep mensen noodgedwongen staan.
Het deerde ze niet.
Zoals het in een democratie gaat, werden woordvoerders vanuit de verschillende partijen klappend en juichend ondersteunt door hun partijgenoten in de zaal. Anderen sisten of bromden afkeurend. De meesten luisterden geconcentreerd.
Democratie kun je voelen.
Vanavond voelde je het. Het was aanwezig. In deze zaal.
Er werden stellingen naar voren gebracht. Scherp geformuleerd. Je moest kiezen: voor of tegen. De zaal had rode en groene kaartjes gekregen, maar lang niet iedereen deed hieraan mee. Eerst maar eens kijken wat de woordvoerders van de partijen doen. Die hadden geen keuze, behalve dan kiezen: voor of tegen.
Een grote opkomst, verkiezingen vlak voor de deur, een meebewegende zaal, het hielp om de meest ingetogen en introverte politicus tot debater te maken. Maar er bleven verschillen. Een aantal was goed van de tongriem gesneden en bewoog soepel mee in het debat; anderen formuleerden moeizamer, hoekiger en soms zelfs ongelukkig. Gemakzucht werd genadeloos afgestraft: een poging van de SP-woordvoerder, Lenny Roelofs, om in te spelen op al te gemakkelijke emoties ("Ik moet er niet aan denken dat ik door een vrijwilliger moet worden gecatheteriseerd") kon er natuurlijk gewoon op rekenen te worden afgeserveerd (catheteriseren mag zelfs wettelijk alleen door hiertoe bevoegde personen worden uitgevoerd). De dame van de VVD, Laura Werger, prominent aanwezig, nam deze rol het hele debat op zich: het wegvangen van laaghangend fruit.
Ze had het druk vanavond.
Het CDA had deze keer een woordvoerder die de aansluiting met de zaal goed kon maken, Huibert van Rossem. Dat was natuurlijk ook niet heel ingewikkeld in een debat wat door de Raad van Kerken werd georganiseerd. Hij benoemde nog even dat Kuypers gedachtengoed en zijn kleine luyden onvervreemdbaar deel zijn van het huidige CDA. Stiekem dacht ik terug aan het beruchte CDA-congres van 2010 waarbij vele onbekende en prominente CDA'ers hun afschuw uitspraken over het gebrek aan ideologisch denken bij hun leiders, maar wellicht hadden deze leiders hun veren weer teruggevonden. Andere Christelijke partijen kwamen minder uit de verf: de SGP-voorman, Arjan Versteeg, straalde teveel zelfgenoegzaamheid uit en maakte ronduit verkeerde grappen; Wout Schonewille van de CU leek last te hebben van zijn eigen bescheidenheid, hij gunde de dame van de VVD iets te vaak het woord op momenten dat hij naar voren had willen treden. Een aardige man, maar niet opgewassen tegen de ambitieuze VVD-politica.
De PvdA had deze keer haar lijstaanvoerder op het podium gehesen: Rogier Tetteroo. Een nieuwkomer die soms nog wat wegviel in al het verbale geweld. Zijn inbreng was inhoudelijk en weinig gericht op scoren. Opvallend was dat op het onderdeel "zorg", de belangrijkste PvdA-portefeuille de afgelopen jaren, zijn inbreng kleurloos en onopvallend bleef. Wel liet hij zien de scherpte in het debat niet te schuwen: hij las mede-debaters verschillende keren nadrukkelijk de les.
De lokale partijen bleven het debat wat op de achtergrond. De scherpte kwam van de vertegenwoordigers van de landelijke partijen. Deze laatsten leken elkaar op het podium ook op te zoeken: VVD, PvdA, Groen Links, CU, CDA, ze konden het op het Goudse podium uitstekend met elkaar vinden. Bas Driessen, Trots Gouda, bleek ook nu weer een minder behendig debater maar viel wel op doordat hij iedere keer opnieuw met de meest concrete voorstellen kwam. Hij werd door de vertegenwoordigers van de landelijke partijen volledig genegeerd, wat spijtig is want wat is nu eigenlijk het echte probleem bij het geluid van een lokale partij? Ze lijkt mij op zijn minst een interessante aanvulling in het politieke spectrum. Jan de Koning, Gemeente Belangen Gouda, hield zich rustig op de achtergrond en stapte geregeld naar voren om zijn stem te laten horen. Zijn uitstraling komt overeen met zijn inbreng: evenwichtig, genuanceerd maar nauwelijks enig impact op het verloop van het debat.
De meest pruttelende protestpartij was OPA, Willem Verwoerd, overgestapt van Trots naar OPA. Zijn inhoudelijke inbreng bleek niet veranderd: hij had gewoon weer een ander podium gevonden. Hij bereed de hele avond zijn stokpaardje: de binnenstad moet aantrekkelijk worden voor toeristen, de Goudse politiek verwaarloost het economisch klimaat van de stad. En tja, dan komt de vergelijking met de hamer vanzelf op: voor een hamer is de oplossing van elk probleem een spijker...
En dan is woensdag de kiezer aan het woord.
Vanuit de zaal kwam de vraag of de politici en hun partij voldoende oog hebben voor de noden van hun medemens.
Dat hadden ze.
Allemaal.
zondag 16 maart 2014
Een ode aan onze tuinman
We hebben een tuinman. Al jaren scharrelt hij door onze hof en zorgt er nauwgezet voor dat al het prille, opkomende groen volstrekt kansloos blijft. Hierbij maakt hij geen enkel onderscheid tussen onkruid en krokussen of sneeuwklokjes: dat zijn menselijke verzinsels en zijn brein staat dergelijke nuances niet toe.
Onze tuin is niet groot en niet bijzonder. Als ik inschat dat de tuin ongeveer 60 m2 meet, overdrijf ik waarschijnlijk al. In de hoek staat een, inmiddels, enorme Japanse Kers. Het zal niet lang meer duren of haar takken hangen laag onder het gewicht van duizenden roze bloemetjes. Dat duurt een kleine twee weken en dan, alsof er ergens op een knop wordt gedrukt, valt al dat roze in één klap omlaag en verwordt tot een bruinige massa. Als het regent vormt ze een spekgladde brei. Daar kan onze tuinman niet tegen op werken: hij laat de troep de troep. Als we het zat zijn, vegen de rotzooi bij elkaar. De boom heeft zich dan alweer in groene bladeren gehuld en deze blijven de verdere zomer voor een heerlijke schaduw zorgen.
We hebben ook nog een vijver. Dat klinkt alweer veel meer dan het is: een voorgevormde plastic bak waarin we water hebben laten lopen. Het leek zo'n goed idee, maar ook de vijver volgt volstrekt haar eigen wil. Het water is troebel en ze moet voortdurend worden bijgevuld, zo hard gaat de verdamping tijdens een warme zomer. Maar goed, ze vult zich ieder jaar ook weer met kikkers, mooie groene en grauwe. De laatste zitten onder de pukkels en zetten soms een flinke keel op. Dat heet kwaken. Ook hier trekt onze tuinman zich niets van aan. Hij blijft ver verwijderd van de vijver.
We weten eigenlijk niet meer hoe oud onze tuinman is. Toch moet hij al stokoud zijn. Zijn lange haren slepen achter hem aan over de grond en al het vuil van de tuin blijft hierin hangen. Soms bieden we aan om zijn haren te knippen, maar daar is hij niet van gediend. Overal in de tuin heeft hij verstopplekjes en als hij achterna wordt gezeten, ben je kansloos: hij verdwijnt in een mum van tijd. Wanneer we 's avonds in de huiskamer op de bank zitten en we kijken de tuin in, zien we hem weer scharrelen. Het is een krasse vent.
Je zal hem niet horen. Hij heeft zijn hok en overdag trekt hij zich hierin terug. De schemer, dat is zijn moment. Dan is de tuin leeg en het frisse groen staat voor het grijpen.
Hij heeft geen naam. We noemen hem "de tuinman" en dat vindt hij prima: hij luistert toch niet naar je.Hij is alleen en onttrekt zich aan ieder gezelschap. Je zou hem een soort kluizenaar kunnen noemen, alhoewel dat weer een echt menselijk begrip is. Alsof hij hiervoor heeft gekozen en dat is natuurlijk niet zo. Dit hebben wij zo voor hem geregeld.
Hij heeft een hekel aan onze katten en misschien nog wel meer aan onze hond. De katten dwingen hem in een bekend perspectief: die jagen hem op. Niet dat ze hem ooit zullen aanvallen, daarvoor is hij gewoon te groot, maar het instinct zit nu eenmaal diep. Het is een uitzichtloze jacht en de tuinman wacht in zijn hok rustig totdat de jagers weer naar binnen zijn omdat daar hun etensbak staat. Nee, dan de hond. Die is vreselijk, die wil namelijk vriendjes worden. Blijmoedig zoekt hij de tuinman in zijn hok op en duwt zijn snuit tegen het gaas. Hij snuift en gromt goedmoedig. Het concept "vriendschap" is de tuinman echter volkomen onbekend, zodat ook onze hond bezig is met een uitzichtloze missie.
Zo scharrelt onze tuinman in stilte de 4 seizoenen door.
woensdag 12 maart 2014
Pisbak
En het is dus 97 jaar geleden dat er bij een New Yorkse kunsttentoonstelling een voorwerp werd ingeleverd, waar de hele kunstwereld nog steeds over spreekt.
Het zette, zogezegd, de hele boel op zijn kop.
Het voorwerp is vrijwel direct uit het oog verdwenen. Er bestaat alleen nog één foto van. Het is mogelijk vernietigd door een kunstliefhebber die de ontstane discussie op destructieve wijze wilde stoppen. Het bleek hetzelfde effect te hebben als het doden van een weerspannige burger door een bemoeizuchtig regime: de dode wordt een martelaar en daarmee een onaantastbaar stukje van de eeuwigheid. Zo ook met dit object, na 97 jaar is de discussie erover nog niet geluwd en het voorwerp zweeft ergens in de hemel van eeuwig voortbestaande kunstvoorwerpen. Het heeft dezelfde status als het verdwenen paneel uit het altaar van van Eijck of het vernielde werk van Barnett Newman. Iedereen heeft er wel eens van gehoord en het verdwijnen ervan maakte nu juist dat het nooit meer uit ons geheugen zal worden gewist.
Ik heb het natuurlijk over de pispot van Marcel Duchamp. Weliswaar heeft hij het gesigneerd met het, al even beroemde pseudoniem "R. Mutt 1917", maar twijfelen over de werkelijke aard van de kunstenaar is zinloos.
Juist omdat Duchamp besloot deze ordinaire pispot tot kunst te verheffen, weten we nu ook alles over het uitverkoren model. Het was het meest eenvoudige urinoir in de collectie van L. Mott, Ironworks, gevestigd op 118 Fifth Avenue in New York: de standaard Bedfordshire. Zoals wij, 21e eeuwers kunnen beoordelen, is er in bijna 100 jaar weinig gebeurd in de ontwikkeling van urinoirs: het eerste patent op een urinoir stamt uit 1866 en dit betreft een model dat al vrijwel gelijk is aan onze moderne pisbak.
Er zijn echter voldoende archeologische vondsten die er op wijzen dat de pisbak geen exclusieve verworvenheid van onze westerse samenleving is: zo is er een urinoir bekend uit ongeveer de 10e eeuw, welke is gevonden op Sri Lanka. Eerlijkheidshalve moet hier wel bij worden opgemerkt dat het hier eerder een pisgat betreft, waarbij de afbeelding van twee voetzolen weergaven waar de man moest gaan staan om de straal voldoende gericht te krijgen op het kleine gaatje tussen de twee voeten in.
Hier heeft Duchamp zich allemaal niet mee vermoeid. Zijn enige doel was om in de wereld van kunstenaars en kunstkenners een discussie op gang te brengen. Een discussie over de aard van kunst.
Snapt u wel?
Vandaar die pisbak.
U zit nog met vraagtekens.
Duchamp was de mening toegedaan dat een voorwerp dat hij, als kunstenaar, koos om, los van het oorspronkelijke doel van dit voorwerp, te worden getransformeerd tot kunst, ook als kunst moest worden beschouwd. En het kon worden getransformeerd tot kunst omdat hij, als kunstenaar, hiertoe had besloten. De kunstenaar wordt in die opvatting een soort tovenaar die met een toverstokje willekeurige voorwerpen kan aanwijzen en kan verheffen tot Kunst (jawel, met een hoofdletter).
En sindsdien bestaat de opmerking: "dat kan mijn nichtje van 10 jaar óók..."
Duchamp zette, met zijn daad, de hele kunstwereld op zijn kop: tot die tijd werden kunst en haar uitingen beperkt tot schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, en ga zo maar door. Kunst werd voor een belangrijk deel bepaald door haar vorm en dat werd nu door Duchamp doorbroken: in principe kon alles een kunstvoorwerp zijn...
Oók die pisbak...
vrijdag 7 maart 2014
Machiavelli in de Polder
"Ik heb zitting in een adviesraad voor de zorgverzekeraars in deze regio en ik kan u verzekeren dat zij graag willen samenwerken met de gemeenten...."
Aan het woord was Piet van der Sluijs, een CU-wethouder uit Ridderkerk maar vanavond ingevlogen als debatleider in een Gouds debat over de decentralisatie van het sociaal domein.
En dit bleek hij de hele avond vol te houden: iedere keer als er vanuit het publiek een prikkelende opmerking werd gemaakt, stopte hij deze af en ging weer over tot zijn orde van de avond: een mat en volstrekt ongeïnspireerd debat tussen Goudse politici. Niets was er te merken over de grote ongerustheid die door Nederlandse gemeenten wordt geuit over het tempo waarin de decentralisaties plaatsvinden en, vooral, de ongehoord grote bezuiniging die hiermee wordt doorgevoerd.
Of het moet Hans van Dijk, woordvoerder op dit thema voor de SP zijn, die op monotone toon enkele statements van een briefje voorlas waarbij hij, heel genant, consequent door iemand van zijn eigen partij vanuit het publiek de mond werd gesnoerd. Deze dame, Hanny van Ede, zocht voortdurend bozig de microfoon en kreeg uiteindelijk zelfs het privilege van een eigen microfoon. Niet dat het haar iets hielp: de voorzitter parkeerde haar scherpe opmerkingen steeds opnieuw op een veilige plek.Op de statements van Hans van Dijk ging niemand in.
De PvdA had haar huidige wethouder met de decentralisaties in haar portefeuille, Marion Suiker, naar voren geschoven. Vlammend betoogde ze dat de PvdA, als het ging om participatie, het goede voorbeeld al had gegeven. De aanbesteding voor de schoonmaak en de catering voor het gloednieuwe "Huis van de Stad" (we hebben immers al een stadhuis, dat staat reeds eeuwen op de Markt in Gouda en alhoewel het deze functie al lang kwijt is, blijven Gouwenaren dat gebouw "het stadhuis" noemen) waren al op de rails gezet, toen de PvdA besloot de procedure te stoppen en de eisen bij te stellen. Hierdoor kon ook de sociale werkplaats, tegenwoordig modern verpakt in prachtig verhullend taalgebruik en met de moderne naam "Promen" meedoen....en weet je wat? Ze hebben de aanbesteding nog gewonnen ook.
Waarop een vertegenwoordiger van FNV bondgenoten het strijdveld betrad en de wethouder voor de voeten gooide dat met het binnenhalen van Promen als nieuwe schoonmaker en cateraar, medewerkers van de andere bedrijven die buiten de boot waren gevallen, nu werkeloos thuis zaten. Participatie betekende in dit geval verdringing.
Het lijkt een patroon te worden: de PvdA die de pas wordt afgesneden door de vakbond, maar goed...
Maar ook dit vond de debatleider allemaal te scherp en deze discussie stierf een voortijdige dood. De wethouder hoefde nauwelijks te reageren, terwijl hier toch een wezenlijk punt werd aangekaart.
De avond kabbelde wat door. Het CDA van Gouda heeft een hoogleraar in haar geledingen en deze hield het publiek wat beschouwende teksten voor. Heel leerzaam voor een collegezaal maar deze avond vielen zijn woorden rimpelloos terug in de modderige vijver. Het is mij overigens een raadsel waarom het CDA kiest voor een vertegenwoordiger die slechts met heel veel moeite raakvlakken kan benoemen met de vraagstukken rond de decentralisaties. Dit gebrek aan affiniteit maakte een zinvolle inbreng vanuit het CDA onmogelijk.
Op het laatste moment schoof nog een vertegenwoordiger van de Partij voor de Dieren aan. Als ik u nu vertel dat in hun verkiezingsprogramma onder het kopje "zorg" staat opgenomen dat deze partij zich er sterk voor wil maken dat huisdieren gewoon met hun baasjes mee mogen naar het verzorgingshuis....terwijl het echte vraagstuk is dat verzorgingshuizen in de nabije toekomst gaan verdwijnen....nu, dan begrijpt u wel de toegevoegde waarde van deze partij aan het debat.
Tenslotte nog de verschillende lokale partijen. Verrassend genoeg bleek de vertegenwoordiger van Trots Gouda, ik meen Roel Zwiers, het meest concreet in zijn visie: de wijk moest het centrum worden; in iedere wijk een buurtcentrum; professionals moesten vooral hun werk blijven doen en vrijwilligers konden dit nooit overnemen. En ja, de decentralisatie was ook een enorme bezuiniging waar hij zorgen over had. Zo. Punt. Aansluitend verklaarden de overige partijen dat buurtcentra inderdaad voor de wijken een noodzakelijke voorziening waren. Tja.
En de VVD? Die willen liever niets van tevoren vastleggen....het blijft tenslotte maatwerk.
Zucht.
donderdag 27 februari 2014
The glory of the human voice
Met afgrijzen zie ik soms een talentenprogramma voorbijkomen.
Ik begrijp dat er inmiddels vele zijn, maar deze zijn door mij niet uit elkaar te houden. Ze lijken allemaal op elkaar en dat is al tekenend genoeg voor de doelstelling die ze uiteindelijk hebben: mensen die zich onderscheiden vanuit het grauw van de massa in de spotlights krijgen. Geen idee hoe programmamakers die uiteindelijk alleen maar eindeloos nakauwen wat al velen voor en met hen als concept hebben bedacht, dit voor elkaar denken te krijgen.
Uiteindelijk lijken deze shows me slechts één ultieme doelstelling na te streven: de ego's van de mensen die zich jury noemen tot het oneindige oppoetsen. Dat wanstaltige televisiepersoonlijkheden als Gordon hierbij ongelimiteerd hun gang lijken te kunnen gaan, betekent dat niet alleen de ego's worden opgepoetst, maar dat ze ook nog eens een rode loper voor zich krijgen uitgerold waarop ze smakeloos tekeer kunnen gaan. De kijker geniet er blijkbaar van, waarbij de televisiemaker blijk geeft van een grove minachting van "de kijker".
Ik weet niet hoe snel ik de zender moet wegklikken, maar dat valt nog niet mee. Er zijn avonden dat de ene na de andere zender een dergelijke talentenjacht de ether in slingert.
Dan maar weer een avondje lezen.
Hoe heerlijk was dan ook de ontdekking die ik, via een berichtje van een vriend op Facebook deed:
Florence Foster Jenkins.
Een Amerikaanse die leefde aan het begin van de 20e eeuw. De tijd voordat er televisie was. De tijd dat de radio aarzelend zijn intrede in de huizen deed. De tijd dat muziek voor het grote publiek alleen te beluisteren was door een concert bij te wonen of een kroeg in te duiken waar muzikanten speelden en zongen.
Ook in die tijd konden zingende sterren rijzen en enorme successen vieren. Ze konden theaters vullen met soms wel duizenden enthousiaste bezoekers.
Zo iemand was Florence Foster Jenkins.
Aan het einde van haar lange, 32 jarige carriere, liet ze zich overhalen om een concert in Carnegie Hall te geven. Ze was inmiddels 76 jaar. De bijna 3.000 plaatsen van deze wereldberoemde concertzaal waren binnen een week uitverkocht.
Als u haar beluistert, op Youtube zijn nog verschillende opnames van haar te beluisteren, valt u direct een belangrijk detail in haar zangkunst op:
ze kan niet zingen.
Sterker, ik heb nog nooit iemand zo onvoorstelbaar vals en zonder enig gevoel voor maat en ritme de klassieke meesters horen verpesten. Het is afgrijselijk en ze gaat maar door.
Natuurlijk waren er criticasters die het waagden te benoemen dat ze zo vals zong als een kraai. Hierover haalde Florence luchtig haar schouders op: ze hadden er gewoon geen verstand van. Haar concerten waren immers uitverkocht? Het publiek hield toch van haar?
Haar bijnaam?
The glory of the human voice.
Stiekum denk ik te weten waar deze dame had uitgehangen als ze in deze tijd had geleefd:
in de jury van een talentenjacht.
Naast Gordon.
Beiden ervan overtuigd dat ze geweldige zangers zijn...
opname Florence Jenkins
Abonneren op:
Posts (Atom)






