woensdag 15 juli 2020

Paranoia



Vanmorgen zat ik digitaal, ik ben moderner dan ik soms overkom, de Volkskrant te lezen. 

Het gaat mij niet om de Volkskrant, alhoewel ik wel wil opmerken dat ik deze krant al jaren, analoog en digitaal, lees. 

Zo ook dus vanmorgen waarbij ik terecht kwam in de column van Max Pam. 

Het gaat mij niet om de column, alhoewel ik op wil merken dat ik altijd veel genoegen heb in het lezen van zijn, soms onnavolgbare hersenkronkels.

Maar goed.

Aan het einde van het stukje viel mijn oog op een advertentie van Bol.com en tot mijn lichte verbijstering las ik "u zocht recent naar ....." en "anderen zochten ook naar ....". Ik schrijf verbijstering omdat het ook klopte: ik had enkele dagen geleden gezocht naar een externe harde schijf voor mijn laptop en precies die schijf kwam nu voorbij glijden in deze advertentie, afgewisseld met beelden van een paar alternatieve schijven...

U vind dit mogelijk heel normaal. Ik zit toch even te rillen.

Zo zocht ik een keer via Marktplaats naar houten tuinschuren en, jawel hoor, op de verschillende websites die ik hierna bezocht, kwamen opeens allemaal advertenties voor houten tuinschuren voorbij...

Nu is u vast die eerste alinea opgevallen met die wat bizarre uitwijdingen over de Volkskrant en Max Pam.

Het zal mij benieuwen of ik nu advertenties ga tegenkomen voor dagbladen en een van de boekwerkjes  van Max Pam.

Ik beloof het u nu plechtig: dan stap ik definitief weer over naar een papieren krant.

De Volkskrant, dat dan weer wel, ja.

woensdag 1 april 2020

Een nare droom



Het overkomt me al jaren. Regelmatig word ik ergens in de vroege ochtend wakker op een moment dat ik in mijn slaap de ervaring heb dat ik dreig te stikken. Het kan allerlei redenen hebben: ik lig in het water, ik lig in een ziekenhuisbed, ik ben aan het vallen.

Het is altijd een droom.

Een nare.

Ik spring letterlijk in één keer ons bed uit en realiseer me op dat ogenblik dat het weer zover is. Vervolgens is er een gang naar het toilet en dan kruip ik weer het bed in. Meestal val ik direct weer in slaap, maar er zijn ook nachten dat het benauwde gevoel in mijn borst blijft hangen en ik wakker blijf en het ochtendlicht langzaam de slaapkamer zie binnenkomen.

In de loop der jaren ben ik eraan gewend geraakt en ik maak me ook niet meer zo druk. Ik weet dat ik niet zal stikken alhoewel mijn lijf allerlei alarmbellen laat rinkelen. De paniek, die me in mijn vroege jaren nog wel eens overkwam, is voorbij. Ik blijf rustig in bed liggen. Morgen weer een nacht. Dan slaap ik meestal weer prima.

Inmiddels weet ik ook dat het gevoel te stikken ingewikkelder in elkaar steekt dan alleen als het gevolg van een vervelende droom. Het is namelijk echt zo dat mijn tong mijn luchtweg blokkeert en iets in mij mijn lijf overeind laat komen. Anders zou ik echt stikken.

Ik lijd aan apneu.

Een kwaal waarbij de tong tijdens de slaap in het keelgat glijdt en zo de hele boel blokkeert. Een combinatie van overgewicht en ouder worden, waardoor de spieren en huidlagen wat minder strak gespannen staan. Snurken is daar ook een symptoom van: de tong blokkeert dan nog niet volledig, maar de ademhaling wordt een luidruchtig gebeuren omdat de luchtstroom zich door een steeds nauwer gaatje moet persen. Totdat de tong dus helemaal naar achter glijdt.

Om die reden slaap ik sinds enkele jaren met een masker op en blaast er door dat masker lucht in mijn gezicht en mond, zodat de luchtwegen geopend blijven. Helaas ben ik een halstarrig mens, zodat ik tijdens mijn slaap het masker afzet en keurig ophang aan het haakje. Ik ben me hier nooit van bewust, maar het gebeurt. Het zij zo: ik heb verder geen klachten.

Maar nu Corona.

Ik lees en hoor de verhalen over de aantasting van de longen. Van de enorme benauwdheid. Van het gevecht om lucht…. En ik herinner me mijn dromen.

Daar krijg ik het dus spaansbenauwd van.

Want ik ben de afgelopen decennia al honderden keren bijna gestikt. Ik herinner me de paniek van het begin: waarschijnlijk door hyperventilatie leverde het gevoel van gebrek aan zuurstof de verdere nacht een paniekerig rondlopen op. Hele nachten bracht ik soms door in de huiskamer of, tijdens vakanties, rondlopend over een slapende camping.

Die paniek is gelukkig over. Ik leerde te weten dat ik op mijn lijf kan vertrouwen. De hyperventilatie verdween. Het bleef steeds meer beperkt tot het verschrikt mijn bed uitspringen en, na een toiletgang, weer verder slapen.

En toch lijkt het nu wel of de droom geleidelijk aan in het geheugen van mijn lijf is geslopen, want de verhalen over de benauwdheid bij corona-slachtoffers roepen een bijna fysieke herinnering bij me op. Met dit verschil: in geval van een coronabesmetting is er een virus dat de controle over mijn lijf zal overnemen.

Dat verlies aan controle, dat is de basis van mijn angst. Overgeleverd worden aan een onzichtbaar wezen en dit machteloos ondergaan. 

Een nare droom….

Maar het gebeurt overal…

En het komt steeds dichterbij...

zondag 1 maart 2020

Beeldenstorm




Vanmorgen was een interessante ochtend. Voor mij in ieder geval.

Ik zal mij verklaren.

Ik zou mijn vader halen om samen naar de kerk te gaan. Mijn vader is hoogbejaard, slecht ter been, erg doof, bijna blind en het waaide behoorlijk. Geen weer om deze man achter een rollator de 500 meter naar ons kerkgebouw lopend te laten afleggen.

Ik stond dus rond 9.00 uur voor zijn flatgebouw en belde aan. Geen reactie. Nog een keer. Geen reactie. Dit is vreemd. Mijn vader is een neuroot als het om tijd gaat en hij zou dus, hem kennende, zeker al een half uur met zijn jas aan in zijn huiskamer moeten zitten, klaar om overeind te springen als de bel gaat.

Dat gebeurde niet.

Ik belde nog een derde keer aan, maar wachtte het eigenlijk al niet meer af. Ik stiefelde de trap op naar de eerste etage waar het appartement van mijn vader zich bevindt. De voordeur bleek afgesloten en, meestal het teken dat hij het huis heeft verlaten, ook met het extra veiligheidsslot bovenin de deur.

Ik werd boos.

Toegegeven, ik was iets verlaat geweest maar nog altijd ruim op tijd voor de kerkdienst. Hij had dit natuurlijk niet afgewacht en was toch lopend op pad gegaan.Eigenwijze man en daar stond ik dan met mijn goede gedrag. Voor niks.

Ik stormde naar beneden en reed met mijn auto in 3 minuten naar ons kerkgebouw. Binnen vroeg ik een aantal aanwezigen of ze mijn vader al hadden gezien.

Niemand had hem gezien.

Ik stormde de trap op naar de kerkzaal (deze bevindt zich op de 1e etage). Ik keek in de nog lege ruimte en kon mijn vader nergens ontdekken.

Ik weer terug naar mijn auto. Op de parkeerplaats kwam een stel op de fiets mij tegemoet en zij hadden precies het pad gevolgd dat mijn vader had moeten afleggen. Ze ontkenden echter mijn vader te hebben gezien.

Nu maakte mijn irritatie plaats voor ongerustheid. Hij zou toch niet met rollator en al in de bosjes zijn geblazen? Als hij eenmaal op de grond lag, zou hij met geen mogelijkheid nog overeind kunnen komen.

Ik holde dus het pad naar zijn flatgebouw af en keek ondertussen in de bosjes aan de zijkant van het pad.

Geen omgeblazen bejaarde man.

Ik piekerde. Zou hij het bovenslot ook gebruiken als extra slot voor de nacht? In dat geval was hij helemaal het huis niet uit geweest en lag hij ergens op de grond of, laat dit niet waar zijn, zieltogend in zijn bed.

En mijn vader kennende, zou hij de sleutel van het bovenslot in het slot laten zitten, zodat hij hem alleen maar weer hoefde om te draaien. Maar dan kon ik het slot van buiten onmogelijk openen.

Met een hoofd vol doemscenario's reed ik weer met mijn auto terug naar het flatappartement van mijn vader. Ik besloot om zonder meer "112" te bellen als ik de voordeur niet geopend kreeg.

Ik opende het gewone slot en stak de sleutel in het bovenslot. Dat bleek, gelukkig, geen probleem en ik draaide het open. Toen ik de voordeur opende, zag ik in één oogopslag zijn rollator in de hal staan.

Hij was dus thuis.

Ik opende de huiskamerdeur en keek in het stomverbaasde gezicht van mijn vader. Hij zat, in zijn pyama, in zijn stoel.

"Wat kom jij nou doen?"

"Eh...ik zou je toch komen ophalen om samen naar de kerk te gaan?"

"Ja, natuurlijk, maar het is net 8.00 uur geweest..."

Hij hield zijn horloge omhoog en, inderdaad, volgens dit klokje was het 8.00 uur en bovendien was de geschiedenis tot stilstand gekomen. Hij bleek niet te lopen.

"Ik wilde je net bellen want ik heb zo slecht geslapen vannacht...ik duik maar liever nog even mijn bed in..."

"Heb je me net niet horen bellen?"

"Ik vond het al zo vreemd. Ik dacht dat de telefoon overging, maar ik was steeds te laat..."

Enfin.

De kerkdienst ging volkomen langs ons heen. Mijn vader dook zijn bed in en ik had, voor een zondagochtend, al heel vroeg mijn kopje koffie te pakken. Mijn meditatie van deze ochtend betrof de beelden die zich in mijn hoofd vormen en mij, in ieder geval vanmorgen, consequent op het verkeerde been hadden gezet. En dit, terwijl diezelfde beelden, als zodanig, steeds heel goed leken te kloppen met de signalen die ik kreeg. Maar ook mijn vader had consequent, op basis van signalen, in het verkeerde verhaal geleefd deze ochtend.

Zoals ik al zei: het bleek een interessante ochtend.


zaterdag 8 februari 2020

Beschaving




Ik ben nooit zo'n spelletjesmens op de computer geweest. Laten we maar zeggen dat ik al snel ontdekte dat ik in de digitale wereld net zo onhandig was als in de werkelijke. Kan ik in de werkelijke wereld geen bal goed raken of terugslaan, in de digitale wereld lijkt mijn manier van autorijden op een kamikazeactie pur sang. Wat het veelal ook wel is. Het spel duurt bij mij nooit zo lang. Ook dat geldt voor zowel de digitale als de werkelijke wereld.

Er zijn wel een paar uitzonderingen. Ik vind bijvoorbeeld simulatiespelen leuk om te doen. Zo speelde ik een tijdlang redelijk fanatiek "Civilization". In dit spel wordt de ontwikkeling van de menselijke beschaving nagespeeld en krijg je de opdracht om met één van de volkeren die de wereld kent, een beschaving op te bouwen.

Dat begint ergens in de steentijd en geleidelijk aan rol je verder en verder. Onderweg ontwikkel je nieuwe inzichten en ontdek je steeds meer mogelijkheden: het vuur, het wiel, het schrift en ga zo maar door totdat je je opeens in de ruimte bevindt en een heel ruimtestation in elkaar knutselt. Omdat de ontwikkelaars blijkbaar weinig fantasie hadden, is dit dan ook direct het einde van het spel: het gaat niet verder dan we ons kunnen voorstellen.

Belangrijk onderdeel van het spel is enerzijds het voortdurend uitbreiden van je territorium, en daar kom je andere spelers tegen. Maar ook het tevreden houden van je onderdanen: het spel gaat ervan uit dat jij de verlichte leider bent met zo'n beetje het eeuwige leven (in ieder geval totdat het ruimtestation is gebouwd, maar dan zijn we, volgens onze bekende tijdlijn, toch al snel zo'n 10.000 jaar verder).

Ik hoor u denken, mijn waarde lezers, waar gaat dit naartoe?

Ik moest aan dit alles denken door alle berichten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden. Waar het dus momenteel mogelijk is dat de democratie wordt opgeofferd aan angstig en dommig partijbelang en het ego van een merkwaardig blonde rauwdouwer.

Het land waar de president zo ongeveer alle afspraken over fatsoen en degelijkheid aan zijn laars lapt en die nota bene ook nog volle zalen met enthousiast juichende onderdanen treft. Een man die zichzelf zo'n beetje het beste vindt dat de mensheid had kunnen gebeuren en ondertussen alles en iedereen op een ongekende wijze schoffeert. Een man die vindt dat hij, omdat hij democratisch is gekozen, alle democratische spelregels aan zijn laars mag lappen.

En onderdanen die dit allemaal nog prachtig vinden ook...

Een absoluut monarch. Een theocratische tsaar. Een despoot....

We zien het voor onze ogen gebeuren.

Waarom doet dit alles mij zo denken aan het spelletje Civilization?

Eén van de ontwikkelingen die je doormaakt, is dat jouw beschaving nieuwe regeringsvormen ontdekt: van despotisme naar monarchie, communisme, republiek, democratie.... 

Al spelend ontdek je al snel dat deze ontwikkeling vaak belangrijke beperkingen met zich meebrengt. Zo kan je, vanuit het spel besluiten, om een land aan te vallen, maar, als het volk zeggenschap krijgt, kan dat dus domweg door hen geweigerd worden. 

Je ontdekt ook al snel dat je de beste winkansen in het spel hebt als je terugkeert naar het despotisme. 

En omdat je dan sneller wint, is het volk sneller tevreden en wordt je door hen toegejuicht... Dan begrijp je dat je na 10.000 jaar nog steeds de touwtjes in handen hebt.

En ja...Civilization is een Amerikaans spel...

En ja, onze despoot aan de andere kant van de oceaan is aan de winnende hand. Althans, voor zijn eigen volk. Tenminste, voor hen die voor hem applaudisseren.

O ja, ook dat is een mogelijkheid om Civilization te winnen: alle andere volkeren op aarde vernietigen... 


zaterdag 16 november 2019

Hoor wie klopt daar, kinderen ...?

Sinterklaas op een school in Castricum, plm. 1962


Ik was niet van plan om over Zwarte Piet te schrijven, maar een artikel in de Volkskrant bracht me op andere gedachten. Het artikel was een interview met Peter Lambert uit Castricum die na dit jaar stopt met de rol waar hij zich 12 jaar lang met hart en ziel voor heeft gegeven: de hoofdpiet.

Hij mag niet meer zwart zijn.

Maar meer nog: hij voelt dat hij de tijdgeest niet meer kan keren en heeft daarom besloten om een stap terug te doen. Zonder bitterheid of wrok: hij staat achter de man die hem volgend jaar gaat opvolgen, maar deze zal een roetveegpiet zijn en niet langer zwart.

Ergens vermoed ik dat als de vorige alinea over enkele tientallen jaren nog eens wordt nagelezen, er een diepgravende studie nodig zal zijn om nog enig begrip te krijgen voor wat hier nu eigenlijk staat.

Maar goed.

Dat is niet de rede dat ik hierover wilde schrijven. Dit komt door een opmerking die in het interview wordt gemaakt:

"Zijn oude kustdorp van pakweg veertig jaar geleden, is veranderd in een forensengemeente met ruim 35 duizend inwoners. Er is nu een ‘oud-Castricum’ en ‘nieuw-Castricum’. Het oude Castricum, dat is de Dorpsstraat met zijn kerktoren. Dat zijn de ‘Borstjes, de Beentjes en de Kerkhoffies’. In het nieuwe Castricum staan de nieuwbouwwoningen. Bevolkt door stedelingen op de vlucht voor de oververhitte huizenmarkt."

Dit is een bijzondere...

Ik ben in 1962 geboren in Castricum. Ik ben dus ongeveer een leeftijdsgenoot van Peter Lambert (hij is 61, ik ben 57 jaar oud). Mijn ouders waren afkomstig uit Amsterdam, wanhopig op zoek naar een betaalbare woning in een tijd dat er nauwelijks woningen voor starters waren. En ja, ik herken de Castricumse namen: Beentjes, Borstjes en Kerkhof...

Er wordt hier een (schijnbare) tegenstelling beschreven die dus al ruim 40 jaar bestaat: de oorspronkelijke dorpelingen versus de nieuwkomers uit de stad.

Het verschil is alleen...het werd in de periode dat ik opgroeide in dit dorp aan de kust, niet als tegenstelling ervaren. De wijken om het oude dorp heen vulden zich met mensen die afkomstig waren uit Amsterdam. En de meest mannen (zo was het in die tijd nog wel), werkten nog altijd in deze stad. En we vierden gezamenlijk de intocht van Sinterklaas en we zongen vol overtuiging over zijn knecht, zo zwart als roet...

Er was wel iets anders. Ik kan me niet herinneren dat er op mijn lagere school ook maar één kindje rondliep dat niet blank van huidskleur was. Er was er wel ééntje met vuurrood haar, Robert Bouman en tjonge, die heeft het geweten...Toen ik na 12 jaar van het dorp verhuisde naar de stad, Gouda, trof ik op de middelbare school één jongen die een donkere huidskleur had: een Molukse jongen uit Moordrecht.

Het is geen kwestie van een "oud-Castricum" en een "nieuw-Castricum". Dat is volstrekte nonsens want deze vermenging van mensen die oorspronkelijk uit het dorp afkomstig zijn en mensen die uit de stad kwamen, bestaat al ruim 50 jaar in Castricum. Er wordt hier een tegenstelling gecreëerd die helemaal niet bestaat. De hele discussie rond zwarte Piet heeft ook niets met tegenstellingen te maken: ze is het gevolg van het simpele feit dat door de tijdgeest onze samenleving is veranderd. We delen onze steden en dorpen met mensen die van over de hele wereld komen. Mensen die afkomstig zijn uit onze vroegere koloniën, mensen die we naar Nederland hebben gelokt omdat we arbeiders nodig hadden en mensen die het gewoon verkozen om in Nederland te komen wonen.

Kortom, zoals geschiedenis gaat en haar sporen in ons heden achterlaat. Kortom, de tijdgeest...

Zoals ook de stedelingen in Castricum zich mengden met de oorspronkelijke dorpsbewoners, gedurende alreeds ruim 50 jaar.

Het beeld dat wordt geschetst van de vroegere samenhorigheid, is vooral gebaseerd op een vals sentiment ("Vroeger had je één tennisvereniging, nu twee..."). Ik zat indertijd op een openbare lagere school (de Sokkerwei) en naast onze school was een school met de bijbel. Na schooltijd zocht ik met mijn vriendjes soms de leerlingen van die andere school op en volgde er een zielig potje schelden over en weer... En graaf eens een spaatje dieper naar de geschiedenis van bijvoorbeeld de verschillende voetbalclubs...het zijn er echt vele, ook toen er nog nauwelijks een stedeling in Castricum woonde: vooral gebaseerd op religieuze identiteit...

Wat overigens ook wel weer prettig was, want tegen wie moest je anders voetballen? Dat vervolgens een ieder zijn eigen club weer de beste vond...Tja...

Verschillende groeperingen in leefgemeenschappen, stedelingen/ dorpelingen; Rooms Katholiek/ protestants; werkvolk en studiebollen, het is van alle tijden en zijn zeker geen vanzelfsprekende bron van grote tegenstellingen en onderlinge haat en nijd. Het verschijnsel an sich kan dus nooit de oorzaak zijn van de huidige spanningen, maar wel de manier waarop we zelf met "die ander" omgaan en over hen denken en spreken.

De bal ligt echt bij mij zelf...

woensdag 18 september 2019

Goudkoorts



Het is een eenvoudige grafsteen met daarop de namen van Cornelis Cornelis Schoon en Neeltje Cornelis Paater. De laatste ligt in het graf als "zijn huisvrouw".

Vergeet Cornelis Schoon.

Neeltje Pater, daar gaat het over.

Al eeuwen...

Bij haar overlijden in 1789 was zij waarschijnlijk één van de rijkste vrouwen van het westelijk halfrond. Ze was op huwelijkse voorwaarden met Cornelis Schoon getrouwd, dus zijn familie kreeg geen cent van het onvoorstelbare kapitaal dat Neeltje achterliet.

Ze was de nazaat van één van de oprichters van de VOC. Ze was zelf, als zakenvrouw, ook actief in de handel en het doen van beleggingen. Er gaan zelfs geruchten dat ze actief betrokken was bij de kaperij. Door vererving kreeg ze ook nog eens de vermogens van enkele rijke naasten toebedeeld. Ze beheerde uiteindelijk in haar eentje het complete familiekapitaal.

En dat was enorm: bronnen spreken van 4 tot 6 miljoen Hollandse guldens, 3 woningen tot de nok toe gevuld met zilver, porselein, linnengoed, sieraden, meubels en schilderijen, ruim 600.000 gulden aan Engelse effecten, VOC-aandelen en banksaldi, een stal gevuld met koetsen en een arrenslee. De inventarisatie van al bezittingen beslaat ruim 60 dicht beschreven foliovellen.

Het echtpaar had geen kinderen. Neeltje Pater bepaalde in een testament dat de erfenis zou vervallen aan haar erfgenamen die als haar erfgenamen bevonden zouden worden...Bovendien, dat als de erfenis zou zijn toegewezen, deze nog 60 jaar onder beheer van de executeur testamentair zou blijven...

Met deze raadselachtige teksten, zette ze een jacht op haar vermogen in die tot op de dag van vandaag nog doorsuddert.

Zo werd in 1893 in Stolwijk een bijeenkomst georganiseerd door familieleden van Neeltje Pater die aanspraak meenden te maken op de erfenis. Aan de oproep in een Schoonhovense krant werd gehoor gegeven door een paar honderd mensen uit werkelijk heel Nederland. Met veel gevoel wordt het verhaal van een 50-jarige moeder uit Edam verteld die lopend naar Stolwijk was gekomen en onderweg niet meer dan een boterham en een warme kop koffie had genuttigd. De bijeenkomst eindigde in de oprichting van een vereniging die zich tot doel stelde de erfenis binnen te halen.

Ook vele oplichters maakten gebruik van de hebzucht die vele mensen eigen is. Zo werd in 1896 een Goudse waarzegster veroordeelt die een arme sloeber wijs had gemaakt dat haar kaarten hem vertelden dat hij de erfgenaam van Neeltje Pater zou zijn. Natuurlijk moest hij vanaf dat moment steeds wel om allerlei redenen geld overhandigen om dichter bij het kapitaal te komen. Dat lukte uiteindelijk vooral de waarzegster.

Nog in 1937 werd ook door de Algemene Synode der Nederlands Hervormde Kerk aandacht besteed aan de erfeniskwestie. Maar ook zij kwamen er blijkbaar niet goed uit.

Volgens berekeningen zou het oorspronkelijke kapitaal inmiddels zijn uitgegroeid tot een miljardenerfenis. Geruchten gaan dat veel van dit geld vast staat bij de Engelse Bank. Deze hanteert als eis dat degene die aanspraak maakt op de erfenis twee bewijzen moet kunnen overleggen: 1) het onomstotelijk bewijs dat er, door de familierelatie, recht is op een deel van de erfenis en 2) het bewijs op welk deel van de erfenis aanspraak kan worden gedaan.

Het is blijkbaar nog niemand gelukt.

En nog steeds bestaan er verenigingen die zich verzamelen rond de hele kwestie. Tegenwoordig ontkennen ze in alle toonaarden nog op jacht te zijn naar de erfenis, maar zich vooral te verdiepen in de genealogie van de familie.

Daarmee wordt en passant wel voldaan aan de eerste eis van de Engelse bank.

En de oplettende lezer valt het natuurlijk op: de grafsteen laat de naam "Paater" zien en in de rest van het verhaal gaat het over "Pater".

Dat klopt.

Hierover gaat weer het verhaal dat de grafsteen is bekostigd door iemand die recht meende op de erfenis. Maar...dat klopte alleen als Neeltje "Paater" heette...

Een eenvoudige huisvrouw...

als je goed luistert, dan hoor je haar nog steeds lachen...


dinsdag 17 september 2019

Mokumflex




"Goedemiddag, ik zou graag een belbus reserveren voor 17.15 uur..."
"U kent de aanpassing in de algemene voorwaarden van 26 augustus 2019?"

Dit antwoord was voor mij toch wat onverwacht. Ik haperde dan ook in mijn reactie.

"Eh... hoe bedoelt u?"
"Nou, precies zoals ik u vraag, kent u de aanpassing in de algemene voorwaarden van 26 augustus 2019?"

De man was onverstoorbaar.

Ik moest bekennen dat ik geen idee had waar de man het over had.

"U bent dan zeker ook niet geregistreerd?"

Ik legde de man geduldig uit dat we net een wandeling van zo'n 25 km in onze benen hadden en dat we, volgens de wandelgids, bij het eindpunt de belbus konden bestellen, zodat we naar het station konden worden gebracht.

De man was op geen enkele manier onder de indruk van mijn verhaal. Voor hem gold slechts één ding: de aanpassing in de algemene voorwaarden van 26 augustus 2019...

"U heeft hierover zelfs een mail ontvangen!"

Ik legde hem, nog steeds geduldig, uit dat we helemaal niet uit deze streek kwamen en dat volgens mijn idee openbaar vervoer bedoeld was voor het vervoer van mensen in het algemeen.

De man kende geen varianten in zijn verhaal en had duidelijk nog geen cursus klantvriendelijkheid gevolgd. Op geen enkele manier liet hij blijken het ook maar enigszins vervelend te vinden dat het zo liep.

Of eigenlijk misliep.

Maar ja, die algemene voorwaarden he?

Ik begon te begrijpen dat ik niet verder zou komen met deze zichzelf herhalende regelneef. Voor hem was de wereld uitermate overzichtelijk: een verwijzing naar de algemene voorwaarden, zoals deze waren aangepast op 26 augustus 2019, volstond. Hij had zijn werk gedaan.

Ik nam op weinig gepaste wijze afscheid en verbrak de verbinding.

Het mooiste moet nog komen: deze oplossing voor openbaar vervoer in landelijk gebied, noemt Amsterdam...mokumflex.

Eh??