woensdag 16 januari 2019

Over dokters en doctors.



Ik moest mij in het ziekenhuis melden bij één van de KNO-artsen. De onderliggende reden is niet van groot belang.

Uiteraard mocht ik plaatsnemen in de wachtruimte. Dit bleek een lange bank met uitzicht op de ontvangstbalie. Op de balie stonden drie bordjes waarop, zo nam ik aan, de namen van de dokters van dienst:

dr. XX, arts
dhr. YY, arts
ZZ, arts

Naast mij namen een jongen en een meisje plaats en nadat ze even wat onwennig hadden rondgekeken, begon de discussie over de naambordjes.

"Is alleen die XX dokter?"
"Nou, achter alle drie de namen staat "arts""
"Maar waarom staat er dan alleen bij XX dr. voor?"
....

Hier zaten ze samen even over na te denken.

"Ehm... misschien is XX een vrouw, want bij de tweede staat er ook "dhr." voor...."
"En hoe zit dat dan met ZZ?"

.....

"O, ik weet het al: ZZ is nog niet getrouwd!"
"Maar als je getrouwd bent komt er toch niet "dr." voor je naam?"
"Google het even..."

De jongen pakte zijn telefoon en begon te zoeken.

Het bracht geen oplossing.

Het meisje verlegde haar aandacht en begon over school. Op dat ogenblik kwam een arts zich melden en riep de naam van, zo bleek, het meisje.

"Hallo, ik ben Fred", zo stelde de arts zich voor.

maandag 24 december 2018

Een dag vol van landerigheid

Landschapspark Lingezegen


Zondag 23 december liepen Anita en ik van Arnhem naar Bemmel.

Althans, dat was de bedoeling.

We liepen dit traject omdat we bezig zijn met het Limespad. Deze wandeling volgt vanaf Katwijk de oude noordgrens van het Romeinse rijk. Globaal liep deze via de Oude, Kromme en Nederrijn richting Duitsland. De wandeling eindigt uiteindelijk in de, toen, grootste stad in dit noordelijke deel van de Romeinse beschaving: Nijmegen.

Maar eerst Arnhem: aan de overzijde van de Rijn ligt hier het natuurgebied Meinerswijk en daar heeft men in 1979 de restanten gevonden van een Romeins castellum: een versterkte legerplaats vanwaar de grens werd bewaakt en verdedigd. Erg comfortabel zal het castellum niet zijn geweest: de legerplaats moet verschillende keren zijn overspoeld door het Rijnwater. In de loop der jaren hebben de Romeinen de ondergrond dan ook met ruim 2 meter opgehoogd, maar ook dat is onvoldoende om het water altijd tegen te kunnen houden. Hoe dan ook, het fort is na het vertrek van de Romeinse troepen verlaten en eeuwenlang vergeten. Zo zou er ook nog een dorp hebben gelegen in Meinerswijk, wat, na plundering door de Vikingen in plm. 900 na Ch. verlaten zou zijn. Dit is echter alleen bekend uit de overlevering, nog nooit heeft men enig bewijs voor dit verhaal terug gevonden.

De mens maakt dus al eeuwenlang deel uit van dit gebied en ze oefent haar invloed dan ook nadrukkelijk uit. En, het moet gezegd, dat is in de ene omgeving een beter geslaagd gebeuren dan in het andere. Arnhem, de stad en dan met name haar aanzicht vanaf de Rijnoever, ik vind het maar niks: enorme betonnen gebouwen die, wat mij betreft, getuigen van een smakeloosheid zoals je ze maar zelden op een kluitje bij elkaar ziet.



Meinerswijk... in ronkende taal, die alleen maar kan zijn bedacht door goedbetaalde PR-medewerkers, omschreven als: "Meer natuur, meer recreatie en het aanpakken van de verslonzing, dát zijn de uitgangspunten van de plannen voor Stadsblokken Meinerswijk. Het is onze ambitie om voor Arnhem een natuur-, recreatie- en woongebied te realiseren dat in Nederland zijn weerga niet kent."  Er moet nog veel gebeuren, zal ik maar zeggen... Vooralsnog komt het gebied op mij over als rommelig en, inderdaad, nogal verslonst. De schreeuwende ambitie is, wat mij betreft, voor dit ogenblik vooral nog holle taal. Als ik de berichten goed begrijp, is het gebied een dankbaar object voor elkaar bevechtende partijen die elkaar het leven al vele jaren zuur maken.

Het kan echter nog erger.

Het hele gebied tussen Arnhem en Elst wordt op dit ogenblik op de schop genomen. Overal verrijzen nieuwbouwwijken en het boerenland wordt op grootse wijze omgeploegd tot keurig aangeharkte recreatiegebieden en, natuurlijk, de onvermijdelijke golfterreinen. Vooralsnog wordt er een groot beroep gedaan op de verbeeldingskracht van de bezoeker: overal verwaarloosde stukken grond, uitgebaggerde vijvers en modder, heel veel modder. Oorspronkelijke boerderijen en arbeidershuisjes staan ofwel verloren tussen de nieuwbouwhuizen of wachten gelaten hun lot af op steenworp afstand van de nieuwe woonwijken. Het zullen wel de nieuwe onderkomens voor de kinderopvang, de plaatselijke toneelvereniging en de hobbyclub worden. 



Het stemt mij wat treurig, deze oprukkende stad.

Het kan nog erger.

Park Lingezegen.

Dit groots aangelegde landschapspark tussen Arnhem Zuid en Elst bleek voor ons de absolute treurigheid. Een dronken architect heeft, wie bedenkt het, overal slingerende dijken aangelegd. Deze dijken zijn afgeplat door immense betonplaten, zodat ook de fietser en rolschaatser hier gemakkelijk zijn of haar weg over vindt.

Maar dijken die geen functie hebben en bovendien kriskras door elkaar aangelegd...het is een zielloze bedoening. Ergens is een bos aangelegd: strak uitgelijnde rijen bomen die ieder op precies dezelfde afstand van elkaar staan. Het markeert de troosteloze fantasieloosheid.




In Elst hebben we het opgegeven en zijn we op de trein gestapt.


vrijdag 7 december 2018

Geregeld.



Het mag eigenlijk helemaal geen naam hebben.

Het was binnen een seconde gebeurt.

Opeens stond de auto voor mij stil: er stak iemand over op een zebrapad.

Ik boven op mijn rem. De weg was nat, dus ik gleed onvermijdelijk tegen de auto voor mij aan. Helaas had deze een trekhaak.

Mijn halve bumper schoot uit zijn verband. De auto met trekhaak bleek niets te mankeren. Behalve dan de rijdster: zij reageerde ontdaan en kreeg een flinke huilbui.

Daar stond ik. In de regen. Ik keek beteuterd naar mijn bumper en tegelijkertijd stond ik de dame te troosten.

Het was de schrik, zo verklaarde ze.

Samen vulden we het schadeformulier in. Dat was nog wel een puzzel. Eerst beiden op zoek naar een pen. Vervolgens op zoek naar een lampje en tenslotte naar een vaste ondergrond, anders drukte het formulier niet door.

Het duurde nog geen kwartier en beiden waren we weer op weg.

U begrijpt niet waar mijn blog naar toe gaat. Tot nog toe leest u niets anders dan een simpel, alledaags verhaal.

Dat bedoel ik.

Het is gewoon geregeld:

1) We hebben regels (afstand houden voor achteropkomend verkeer; stoppen voor iemand op een zebrapad) en als je je daar niet aan houdt, dan kun je alleen jezelf iets verwijten,
2) we hebben een verzekering: als je iemand schade toebrengt, betekent dit geen financiële ramp,
3) we hebben een schadeformulier of zelfs de mogelijkheid om digitaal zaken te melden,
4) klaar

Snapt u?

U vindt dit gewoon?

Tja, dat bedoel ik.

dinsdag 4 december 2018

Tricked by life.





Hoe het denken werkt, het blijft voor mij één groot raadsel.

Gisteravond zat ik wat oude sinterklaasgedichten na te lezen, op zoek naar inspiratie, toen ik me opeens peinzend zat af te vragen hoe de arts ook alweer heette die mijn zusje indertijd in Basel behandelde.

Ze is alweer 19 jaar geleden overleden en na haar dood heb ik de man nog een keer gesproken.

Ik puzzelde op zijn naam. Het liet me niet meer los.

Uiteindelijk loste Google het raadsel voor mij op: Miklos Pless. Op de foto stond een inmiddels volledig grijze man en voor zijn naam stond zowel professor als doktor, dus de beloftevolle arts die hij indertijd was, bleek hij inderdaad geworden: een autoriteit op het gebied van oncologie.

Ik meende zijn wat verlegen lach te herkennen, maar het geheugen wil nogal eens met de wil op de loop gaan. Maar toch, dokter Pless, dat was zijn naam, dat wist ik zeker.

Mijn zusje leed aan een ernstige vorm van lymfeklierkanker.

Ze woonde en werkte in Basel als zangeres, muzikante en componiste. Ze had in Basel gevonden wat haar in Nederland ontbrak: soulmates. Een groep jonge kunstenaars van over de hele wereld die hier elkaar bemoedigden, inspireerden en verder hielpen.

Totdat ze dus ziek werd.

De groep bleef dicht om haar heen staan terwijl haar muziek als maar zachter werd. Dokter Pless werd steeds belangrijker, maar geloof maar niet dat zij zich aan hem overgaf: iedere stap die hij wilde zetten, moest hij verantwoorden en ze stemde alleen in met een behandeling als ze het begreep en er achter kon staan.

Ik was trots op haar.

Even leek haar behandeling succesvol, ze werd zelfs beter verklaard, maar dat geluk duurde nog geen drie maanden. Toen werd ze weer ingehaald door haar ziekte en dokter Pless verwoordde het als volgt: “Je zit nu in een rijdende trein en ik sta nog op het perron. Ik zal heel hard moeten hollen om nog op de trein te kunnen springen….”

Uiteindelijk stelde hij als ultieme mogelijkheid een experimentele behandeling voor. Het medicijn was nog niet uitontwikkeld en zat in een proeffase. Mijn zusje begreep dat dit haar enige kans was en stemde toe. De behandeling werd gestart en hij leek zowaar succesvol. Er ontstond bij mijn zus en ook bij mijn ouders, die al maanden in hun caravan in de buurt van Basel bivakkeerden, hoop:

het tij leek te keren.

Zelfs toen ze op nieuwjaarsdag in een kunstmatig coma werd gebracht, vervloog de hoop niet. De bloedwaardes die de ernst van haar kanker weergaven, bleven verbeteren en het leek er op dat de kanker haar lijf weer zou verlaten. Dan hoefde ze alleen nog bij te komen uit het kunstmatige coma…

Alle hoop vervloog toen ze na een kleine drie weken werd getroffen door een ernstig herseninfarct. De bloeding was zo omvangrijk dat ze hieraan kwam te overlijden.

Enkele weken later zat ik tegenover Miklas Pless. Ik wilde weten waar mijn zus uiteindelijk aan was overleden. Hij vertelde over de bloeding in haar hersenen…

“She didn’t die of her cancer?”

Hij keek mij met glanzende ogen aan en schudde bedachtzaam zijn hoofd. Ik reageerde:

“So, we are tricked by life…”

Hij staarde in een voor mij onzichtbare verte.

“Yes…tricked by life…”, mompelde hij.

zondag 11 november 2018

Een ongemakkelijke Sint Maarten


Sint Maarten door Antoon van Dijck

De voordeurbel ging en ik deed open. Buiten was het al donker en het regende. In het gelige schijnsel van de lamp bij onze voordeur stonden drie jongetjes van een jaar of 12/ 13 oud. Voordat ik iets kon zeggen, begonnen ze in hoog tempo iets te zingen:

"Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien dragen staarten...."

Het was alweer afgelopen en verwachtingsvol werd ik aangekeken.

Het was zaterdag 10 november...

Ik stond ze even verbluft aan te kijken....

"Wie is Sint Maarten?", vroeg ik ze.

Ze reageerden verbaasd.

"Dat is gewoon een liedje..."

"Maar dat liedje gaat toch ergens over? Waarom zing je het anders?"

Blijkbaar deed ik iets ongehoords. Ze begonnen ongeduldig te stampvoeten.

"Je moet ons nu snoep geven..."

"Maar waarom zou ik jullie snoep geven? Voor die halve regel die je net hebt uitgespuugd? Bovendien, het is pas 10 november, Sint Maarten is op 11 november... Het slaat gewoon echt helemaal nergens meer op zo..."

De jongetjes dropen af. Voor de zekerheid liepen ze maar verder de straat in.

Ik ben nu een boze man en als deze kereltjes naar school fietsen, zullen ze mijn voordeur ongetwijfeld nog wel eens aanwijzen. Mogelijk dat er een vader of moeder hoofdschuddend uitlegt dat de wereld helaas nu eenmaal ook rotzakken zoals mijn persoon herbergt, maar dat ze daar vooral niets van moeten aantrekken.

Ik realiseer me dat we in een tamelijk bizarre tijd leven. Enerzijds probeert een deel van onze mede-Nederlanders zich steeds wanhopiger vast te klampen aan allerlei tradities, zoals Sint Maarten, Sinterklaas, kerst; pasen...anderzijds hebben we met ons allen deze zelfde tradities inhoudelijk zo ingrijpend uitgehold, dat ze eigenlijk geen enkele relatie meer hebben met waar ze eigenlijk uit voort komen. En veelal wordt het handhaven van deze tradities direct gekoppeld aan zoiets als "onze" identiteit.

Nou, als dit onze identiteit moet verbeelden, dan ga ik nog maar even een straatje om...

Sint Maarten is teruggebracht tot een gelegenheid om vooral snoep op te halen; sinterklaas is een wedrace tussen de verschillende opa's en oma's en de grootte van de cadeaus aan de kleinkinderen; kerst gaat over eten, pardon, exclusief eten (en opnieuw cadeaus maar nu onder de kerstboom) en pasen is iets met eieren zoeken in de tuin....

Dus, voor wie het weten wil.

Sint Maarten is een een Romeins soldaat die ergens in de 4e eeuw na Christus (leg ik ook nog wel een keer uit) bij de poort van de Franse stad Tours een arme bedelaar zag zitten. Het was erg koud, het sneeuwde en de bedelaar had nauwelijks kleding om zijn lijf te bedekken. Maarten kreeg medelijden met de man en sloeg met zijn zwaard zijn mantel (als Romeins officier had hij een lange, warme mantel omgeslagen) in tweeën. De helft gaf hij aan de bedelaar...

Waarom gaf hij niet de hele mantel? Dat was omdat in die tijd legerkleding voor de helft door de Romeinse keizer werd bekostigd en de andere helft door de soldaat zelf. Maarten was zich er dus van bewust dat hij alleen dat kon weggeven wat van hemzelf was: de helft van de mantel dus.

Maarten was geen christen. Dat veranderde toen hij later hoorde dat het Christus zelf was geweest die als bedelaar aan de poort van de stad had gezeten.

Het mooie van dit verhaal vind ik dat Maarten zich niet realiseerde wie er aan de poort als bedelaar had gezeten: hij kreeg medelijden met de man en hielp hem door hem zijn mantel te geven. Dat deed hij zonder aanzien des persoons. Hij zou voor iedereen hetzelfde hebben gedaan.

Heel menselijk en juist daardoor indrukwekkend.

Maar waarom dan 11 november? Géén idee. Men zegt wel dat dit de sterfdatum van Maarten is geweest. Dat zou zomaar kunnen. Ook vermoed men dat deze datum wel goed uitkwam omdat in Europa rond deze tijd ook een heidens vruchbaarheidsfeest werd gevierd, waarbij vuur werd rondgedragen. Het zou ook een bedelfeest geweest kunnen zijn voor armlastigen, om de wintermaanden door te kunnen komen.

En vandaag is het dan 11 november. Wereldwijd worden ook de miljoenen doden herdacht van de "Great War". Vrijwel een hele generatie jongemannen werd op de slagvelden in Frankrijk, Turkije en in Russische gebieden volslagen zinloos weggevaagd.

In die jaren (1914 - 1918) zullen Vlaamse kinderen rond de slagvelden bij Ieper vast wel eens hebben gezongen:

Sinte Maarten is zoo koud,
 
geef m'een turfjen of een hout,
 
om mij wat te warremen
 
met mijn blanken arremen!
 
geef wat, houd wat!
 
't ander jaartje weêr wat. 

(traditioneel Vlaams liedje voor Sint Maarten)

Ongemakkelijke teksten...

vrijdag 21 september 2018

Wereld Alzheimerdag: zoek je beste vriend...

Maandag mag ik een heel aantal bestuurders ontvangen, waaronder de wethouder van de gemeente waar ik werk, alsmede collega's van verschillende zorg- en welzijnsinstellingen. Samen zullen we namelijk een verklaring ondertekenen dat we in de Haarlemmermeer intensief gaan samenwerken om de mensen met dementie en hun partners te ondersteunen.

Het is een begin.

Op dit ogenblik leven er in de Haarlemmermeer zo'n 1.700 mensen met dementie. Het overgrote deel van deze mensen leeft gewoon thuis. De komende 20 jaar zal deze groep aanzienlijk groeien.

Belangrijk is dit:

dementie gaat 24 uur per dag door.

Dit klinkt als een geweldige open deur, maar probeer je te realiseren wat dit betekent als je samen met iemand leeft die dementeert. Dat betekent dus 7 x 24 uur per dag/ nacht alert zijn. Veel mensen met dementie zijn ieder gevoel van dag- en nachtritme kwijt. Dus wordt om 02.00 uur 's ochtends vrolijk het licht aan gedaan en de ontbijttafel gedekt. Of trekt de partner met dementie om 04.00 uur 's ochtends fluitend de deur achter zich dicht om naar zijn werk te gaan: hij is, onder andere, domweg vergeten dat hij al 15 jaar met pensioen is. Of blijkt het gas al enige uren voluit de keuken in te stromen omdat de partner met dementie is vergeten dat zij het fornuis heeft aangedaan en te ontsteken. Of....

Nou ja, ga zo maar door...

Deze mensen die samenleven met iemand die lijdt aan dementie worden ook wel "mantelzorgers" genoemd. Ik heb de naam ook niet bedacht. Maar dit weet ik wel: het is de zwaarste baan op deze planeet en ze is veelal voorbehouden aan mensen van 70 jaar en ouder.

In beleidstaalgebruik: deze groep is overbelast....

En deze groep, ouderen met dementie en degenen die met hen samenleven, gaat dus groeien.

Vandaar dus vanaf maandag die samenwerking.

Ik sta daar niet alleen vanuit mijn professionele betrokkenheid, ik ben zelf ook mantelzorger. Weliswaar iets meer op afstand: mijn moeder lijdt aan dementie. Sinds drie jaar is ze opgenomen in een verpleeghuis. De twee tot drie jaar hiervoor, het is altijd moeilijk om te benoemen wanneer die sluipmoordenaar die we dementie noemen, haar leven begon te verwoesten, leefde ze samen met mijn vader.

En ja, er waren veel hulpverleners betrokken: de huisarts, de praktijkondersteuner van de huisarts, de geriater, een logopedist uit het ziekenhuis, een case manager uit de GGZ en ga zo maar door. Allemaal hele aardige en vriendelijke mensen die het beste met mijn vader en moeder voor hadden.

En ja, ook in de regio waar wij wonen, Gouda, bestaat er een "ketennetwerk dementie" met allemaal mooie teksten die mijn vader in ieder geval helemaal niets zullen zeggen.

Als ik mijn vader vraag: "Van wie heb je het meest daadwerkelijke hulp ervaren?"

Omdat er maar één telefoonnummer was.

Omdat er altijd, dag en nacht, iemand deze telefoon beantwoordde?

Omdat er niet werd gevraagd of er een afspraak stond?

Of welke indicatie er eigenlijk was afgegeven?

Of die duidelijk maakte dat het nu vrijdag 17.00 uur was en mijn vader maandag weer de eerste zou zijn die zou mogen bellen?

Waar het helemaal niet uitmaakte dat mijn moeder in Amersfoort terecht was gekomen, of in Den Haag of in Alphen aan de Rijn: men ging er gewoon op af,

Of dat hij deze vraag beter aan een collega-instelling kon stellen,

Omdat de enige vraag die aan hem werd gesteld was: "wat kunnen we voor u doen?"

En dan vervolgens ook ervoor zorgden dat mijn dwalende moeder weer thuis kwam...

Ik denk wel te weten wat zijn antwoord zal zijn:

de politie...

Daar kunnen wij, zorgverleners, nog wel iets van leren...

Daarom, maandag, een intentieverklaring.

Zodat al die mensen met dementie en hun naasten weten: we kunnen erop rekenen dat we worden geholpen.

Want niemand vraagt om dementie of om een partner met dementie.

Het vraagt wel om bestuurders en hulpverleners die bereid zijn om over hun eigen schaduw heen te springen en liefst ook met een beetje lef om de geitenpaadjes van ons zorglandschap te verlaten.

vrijdag 17 augustus 2018

Een nieuwe wereld...



Vanmorgen ging voor mij een geheel nieuwe wereld open.

Garagedeuren.

U leest het goed.

Garagedeuren.

Omdat wij inmiddels ruim 18 jaar in ons huidige huis wonen. Omdat de garagedeur er al sinds de bouw in 1974 inzit. Omdat het hele huis voorzien is van inbraakbestendige sluitingen, behalve de garagedeur. Omdat het hele huis goed geïsoleerd is, behalve...Omdat de garage al lang geen garage meer is.

Nou ja, daarom bedachten we dat het wel tijd werd om eens een nieuwe garagedeur te bestellen.

We keken via internet naar wat plaatjes en kwamen zo bij een bedrijf in Budel terecht. Dus kwam vanmorgen Sam uit Budel ons vereren met een bezoekje.

Sam bleek alles te weten over garagedeuren. Sam was razend enthousiast over garagedeuren. Sam ontsloot voor ons een geheel nieuwe wereld.

Een garagedeur is namelijk allang geen garagedeur meer. Ook voor garagedeuren geldt: de klant is koning en dat heeft dit bedrijf in Budel heel goed begrepen. Alles kan. Of om het in Sam zijn woorden te zeggen:

"We beginnen altijd om "ja" te zeggen tegen een klant. Wij hebben verstand van garagedeuren en dus moeten we ook in staat zijn om bijzondere vragen van een klant gewoon op te lossen."

Sam was enthousiast over zijn collega's die steeds weer opnieuw met mooie, creatieve oplossingen kwamen. De mannen van de tekentafel.

Dat het geen loze verkoperspraat bleek, liet hij ons zien door een aantal foto's en filmpjes. Zoals dat huis dat een gevel van ruwhouten planken had. Tot onze verbazing leek deze gevel zich, als een toverberg van AliBaba, zich opeens te ontsluiten en opende zich een garage.

Maar ook simpele garagedeurvragers als wij zijn, worden op hun wenken bediend. Of de deur kan worden geleverd in de kleur waarin ons huis is opgetuigd. Dat bleek geen enkel probleem. Of de deur aan de rechterkant kon openen in plaats van links. Natuurlijk. En ga zo maar door.

Bijzonder: het enthousiasme van Sam leek heel natuurlijk. Geen moment kregen we het idee dat hij verkooppraatjes hield. Sam hield van zijn garagedeuren, van zijn bedrijf, van zijn collega's en zo sprak hij er ook over.

Ik begon een beetje enthousiast te worden over garagedeuren.

Sam maakte de papieren op.

Dit wordt zo langzamerhand een vreemde uitdrukking.

Er komt natuurlijk geen papier meer aan te pas. Maar goed, de aankoop werd bevestigd en Sam was de straat nog niet uitgereden of de bevestiging kwam binnen in mijn mailbox.

Een detail was mij niet helemaal duidelijk en dus stelde ik in een reply direct de vraag aan Sam. Nog geen 10 minuten later belde hij terug en maakte me duidelijk hoe de formulering in elkaar stak.

Vervolgens vroeg hij belangstellend of ik aan hem kon uitleggen waardoor ik in verwarring was geraakt. Daar zou hij namelijk weer van leren.

Sam, ik denk nog geen 27 jaar oud, heeft het al helemaal begrepen.

Ik gun iedereen een garagedeur van Sam.