zondag 23 september 2012

een gewone zaterdag



Er waren dagen dat ze volop in het nieuws waren.

Schreeuwerige krantenkoppen. Journalisten die voor een actualiteitenprogramma desnoods tot diep in de nacht het onderzoek op straat volgden. Discussies op de radio. Leden vanuit de Tweede Kamer die met diepe verontwaardiging opriepen tot maatregelen.

Nicky Verstappen, Meindert Tjoelker, Marianne Vaatstra, Janine Smeets, Mariëlla de Geus, Barbra de Jong....

Hun namen komen steeds minder voorbij.

In ieder geval heb ik ze gister, 22 september, nergens gehoord. Niet op de radio, niet op TV, niet in de krant. En als ik niet toevallig in Den Haag was geweest, had ik ook nooit aan hen gedacht.

In Den Haag passeerde ons een stoet. Voorafgegaan door een Schotse Pipe band. Onder de tonen van enkele omfloerste trommen en het klagerige geluid van een doedelzak, volgde een lange, lange rij mensen. Aan beide zijden van de stoet werden spandoeken meegedragen. Op de spandoeken namen.

Heel veel namen.

....Alex Walkier, Aswintha Dijkstra, Bas vd. Weijden, Bert Mijdam, Carmine Barberio, Dario Britvec, Denny Veldwijk, Emad Mitwally, Ilona Németh, Jannes Geuchien Tillema, Jeanny Wagemans, Joël Bastiaens...

En zo ging het maar door. 

Soms hield iemand in de rij, meestal een oudere vrouw, een foto omhoog.

Zichtbaar geen emoties. Strakke gezichten. Starend naar de horizon.

...Barbra de Jong, Brenda Searle, Chiel Maassen, Cornelis Speksnijder, Dyora Bosgra, Eline Hellemons,
Felicita Oostdam, Frank Storm, Froukje Schuitmaker, Jeffery Berends, Jeroen Dekkers, Jeroen Polderman,
Joes Kloppenburg, Linda Rijsbergen, Marcia Wijnen, Marianne Roza, Melissa Ulrich, Nadia van de Ven...


Allemaal slachtoffers van geweld.

Opeens zag ik zijn naam.

Rik Vrolijk.

Ooit onze buurjongen. Doodgestoken, zo'n 15 jaar geleden, bij een stomme ruzie in een kroeg.

Als je op internet zoekt, kom je zijn naam niet meer tegen. Het nieuws kreeg indertijd weinig aandacht. 

Maar iemand heeft zijn naam genoemd. Iemand heeft zijn naam op het spandoek geschreven.

Iemand denkt aan hem.

vrijdag 14 september 2012

Deurbel



De deurbel ging.

Voor me stond een jongeman die me opgewekt aankeek.

Enthousiast begroette hij me. Hij spreidde zelfs zijn armen.

Ik keek hem peinzend aan.

"Volgens mij ga je mij iets verkopen..."

Hij onderbrak zijn vreugdekreten en keek me schalks aan.

"Ik kom u een dienst aanbieden..."

"Dat bedoel ik...doe toch maar liever niet."

Ik glimlachte nog even naar hem en sloot de deur. Vanuit de huiskamer zag ik hem de straat oversteken. Mijn overbuurvrouw was sneller klaar. De deur sloot vrijwel onmiddellijk. Hij liet zijn gespreide armen weer zakken en liep naar het volgende huis. Haar buurman deed de deur slechts op een kier open. De armen van de jongen waren nog maar halverwege, toen de deur alweer was gesloten. Hij liet de moed niet zakken en vervolgde zijn weg verder de huizen langs.

Onze straat kent ongeveer 50 huizen. In dit tempo zou hij binnen het uur alle huizen hebben gehad. Ik vroeg me af of hij ergens überhaupt aan zijn verhaal zou toekomen. Die enkele keer dat ik me heb laten overvallen, ging het om het slijpen van scharen, het vegen van de schoorsteen of koekjes door de scouting gebakken en voor het goede doel verkocht.

Eén keer heb ik me laten overhalen. Een schoorsteenveger en wij hebben een houtkachel. De schoorsteen was al enige tijd niet geveegd. Dus hij zou de volgende ochtend komen.

Natuurlijk, ik kreeg op mijn kop. We bleken een vaste afspraak te hebben met een schoorsteenveger. Die zou over een paar weken langskomen.

Maar goed, ik had de afspraak al gemaakt en de volgende dag stond er een volkomen aftandse en smerige bestelwagen voor de deur. De twee mannen die vervolgens aanbelden, spraken onderling met een onbegrijpelijk zuidelijk accent en lachten grinnikend met hun gedeeltelijk tandeloze monden. De man die de vorige avond voor de deur had gestaan, was nergens te bekennen. Ze liepen door het huis heen naar de zolder. Ze hadden niets bij zich.

Dat vond ik vreemd. Meestal werkt de schoorsteenveger vanuit de huiskamer. En met blote handen veeg je geen schoorsteen. Ik stond dus buiten om naar hun werkzaamheden op het dak te kijken. Dat hadden ze niet in de gaten. Tot mijn verbazing trokken de mannen de dakpannen van hun plaats en trokken er iets onder vandaan en gooiden dit naar beneden. Ik kon nog net op tijd wegspringen. Vervolgens kwam één van hen de trap weer af. Hij grinnikte niet meer en keek bedachtzaam. Hij vroeg me of we wel eens last hadden van lekkage. Dat ontkende ik. Onbegrijpelijk, zo schudde hij zijn hoofd. Hij maakte omstandig duidelijk dat het dak in een zeer slechte conditie was en keek me trouwhartig aan.

"U bedoelt dat stuk dat u net onder een dakpan vandaan heeft getrokken?"

De man viel even stil. Niet lang want hij stak opgelucht zijn hand op. Dat was toevallig. Ze hadden van een klus die ze gister hadden uitgevoerd, nog wat restmateriaal in de auto liggen. Dat was precies wat er nodig was. Voor een zacht prijsje zouden ze het wel voor me fixen.

Bleef mij onduidelijk wat ze nu precies onder die dakpan vandaan hadden getrokken en wat het verband was met het vegen van de schoorsteen.

De man begon nattigheid te voelen.

Mijn vrouw ook. Ze stond nadrukkelijk voor mij in de huiskamer in zicht. Ze schudde langzaam haar hoofd.

Nu begon ook ik nattigheid te voelen.

De boodschap was glashelder. Ik bedankte de man voor het onderzoek maar besloot dat ik toch maar geen gebruik wilde maken van hun diensten.

Hij haalde vermoeid en zuchtend over zoveel domheid zijn schouders op. Er ging een kreet naar boven en even later stommelde zijn collega de trap af.

Met een vette rookpluim uit de uitlaat, reden de twee de straat weer uit.

Mijn vrouw deed er het zwijgen toe. Ze keek me alleen even met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ze wees naar de tafel waar het telefoonnummer lag van onze vaste schoorsteenveger. Hierna ging ze verder met het lezen van de krant.

Onze schoorsteenveger kwam nog dezelfde dag even langs.

vrijdag 7 september 2012

Kluizenaar


 

Het gebouw is ruim en modern opgezet en gevuld met redacties, studio's, technische ruimtes, administraties en voorzieningen als een mediacafé en restaurant.Er komt nog een nieuwe huurder bij, dus er moet worden heringericht, verbouwd en verhuisd. Een vleugel van het pand is al vrijgespeeld en wordt voorbereid voor de nieuwe huurder.

Hier liep ik afgelopen week rond met de man die de hele beweging coördineert.

Dit deel van de vleugel was volledig kaal gestript. Er stonden geen wanden meer. 

Behalve helemaal achterin. Daar was nog een kamer.

Voor de kamer stond een hoge stapel verhuisdozen en er waren plastic zakken op een hoop gegooid. De deur van de kamer stond open en harde muziek, iets in de geest van de jaren zeventig, kwam galmend de ruimte in.

Terwijl wij de ruimte doorliepen, kwam er een man de kamer uit. Hij bleef even verbaasd staan kijken en stak toen joviaal zijn hand op naar de man naast mij. We liepen naar hem toe. Ik wierp nieuwsgierig een blik de kamer in en hield verbouwereerd mijn pas in.

De kamer was volledig vol gestapeld met filmblikken, filmrollen, videobanden, cassettebandjes, tijdschriften en ga zo maar door. Er zat geen enkel systeem in, alles lag door elkaar. De kasten langs de wanden stonden open: ze waren onmogelijk te sluiten. Er stond een enorme tafel waarop films konden worden gemonteerd. De tafel was vrijwel volledig bedolven onder banden, tijdschriften en papier. Het raam was nauwelijks zichtbaar: de vensterbanken waren vol gestapeld. Ergens achterin waren twee beeldschermen, op één was een televisieshow uit de jaren zeventig te zien. Dat verklaarde het geluid. 

De man volgde mijn blik en maakte een sprong de puinhoop in. Hij reikte over een stapel tijdschriften heen naar een, voor mij niet zichtbaar apparaat en het geluid stopte. Het beeld bevroor. 

Hij keek me weer aan en maakte een zwaaibeweging over de stapels in zijn kamer.

"Dat moet allemaal worden opgeruimd...ik ben er druk mee..."

Hij had een vriendelijke blik, maar er zat ook iets paniekerigs in zijn houding. 

Hij was op zijn hoede.

Hij keek de projectleider naast me aan en wees naar de stapel dozen en plastic zakken.

"Ik schiet lekker op, maar er moet nog veel gebeuren...ik hoop dat ik nog een paar weken extra krijg?"

"Die stapel voor je deur stond er vorige week ook al, volgens mij..."

De man begon een omstandig verhaal waaruit moest blijken dat hij tijd en handen tekort kwam. En dan was er volgend jaar ook nog eens een jubileum waar hij allerlei ideeën voor had....En hij wilde, voor het eerst in twee jaar, ook nog met vakantie...

Deze man was bezig met een onmogelijke opgave. Opruimen terwijl hij niets kon weggooien; archiveren terwijl hij in chaos het beste gedijdt, grootse ideeën handen en voeten geven terwijl hij als een kluizenaar van alles en iedereen verwijderd is.

We liepen weer verder.

Achter ons ging het geluid weer aan.

Die vakantie zag ik niet gebeuren...

zaterdag 1 september 2012

Passie



Rugby is in Nederland een niet gewaardeerde sport.

Dat is niet zo vreemd. We zijn een voetballand.

Rugby is in veel opzichten een tegenovergestelde:

- spelers respecteren elkaar
- geweld is absoluut taboe
- sportiviteit staat hoog in het vaandel
- na afloop applaudisseren de spelers voor de tegenstander
- ook de scheidsrechter krijgt applaus

Waarschijnlijk vinden Nederlanders de sport te braaf...

Er zijn dan ook niet veel rugbyclubs in Nederland. En als je kinderen besluiten om op rugby te gaan, dan is het raadzaam om een goede auto aan te schaffen.

De competitie bestaat uit een sector "Noord" en een sector "Zuid". Wij wonen in Gouda en de Goudse rugbyclub behoort dan ook afwisselend tot "Noord" of "Zuid". Dat betekent dat je dus in een seizoen het halve land doorrijdt: van Friesland, Drenthe, Utrecht tot diep in Noord Holland of van Middelburg tot Den Bosch en Den Haag tot Breda.

Mijn kinderen besloten alle drie om rugby te spelen.

Ik heb ieder rugbyveld van Nederland gezien.

Meestal modderige velden. Zeker in de herfst.

Een rugbywedstrijd wordt nooit afgelast. Tenzij de vorst een centimeter of 15 in de grond zit. In die periode moest ik mijn auto vaker van binnen dan van buiten schoonmaken: kilo's zand en aarde heb ik verwijderd.

Mijn oudste dochter was altijd al de meest fanatieke. Als 8-jarige dribbelde ze al over een rugbyveld. Toen ze 17 was vertrok ze naar een Leidse club met een damesteam. Ze was de jongste. Een jaar later maakte ze deel uit van het Nederlandse team.

Op haar 22e vertrok ze met haar vriend, ook een fanatiek rugbyspeler, naar Nieuw Zeeland. Hier speelden ze een jaar mee in de competitie. Een jaar later vertrokken ze naar Australië.

En nu heeft ze met haar team een belangrijk kampioenschap gewonnen. Ze werd "woman of the match". Een rugbytraditie waarmee de speler wordt gehuldigd die het spel het meest heeft beïnvloed. Ook werd ze "forward of the year".

En dat begon 14 jaar geleden op een modderig veldje ergens in Nederland. Met als enig publiek de vaders en moeders die de gasten hadden gereden. Soms in de stromende regen. Of in bittere kou.

Ze komt binnenkort terug naar Nederland.

Geen ontvangst door de koningin. Geen huldiging op het bordes van het stadhuis. Geen onderscheidingen.

Het zal haar worst wezen.

Ze heeft genoten.

Dat heet passie.

woensdag 29 augustus 2012

Lachen...



Mijn mobiele telefoon ging afgelopen week kapot. Hij maakte geen contact meer met ons thuisnetwerk; om het aanraakscherm te bewerken had ik inmiddels de kracht van een olifant nodig en, dat was vervelender, telefoontjes kwamen nogal eens niet meer door. Ik moest dus naar de telefoonwinkel.

Bij binnenkomst bleken beide verkopers bezig. Eén was verwikkeld in een, zo te horen, ingewikkeld gesprek over abonnementen en technische snufjes, de ander hielp een dame.

Ze was, zo schatte ik, ergens rond de 40. Het lange, blonde haar opgestoken en goedlachs.

Die lach ging op een gegeven ogenblik irriteren.

Maar dat komt ook omdat ik niet van wachten hou.

En het duurde lang.

Erg lang.

De aanleiding was mij niet duidelijk, maar er moest een nieuwe telefoon komen. Na langdurig over en weer gemompel boven een computerscherm, draaide de dame zich om en concludeerde dat ze maar op zoek moest.

Tot verbijstering van de verkoper, begon ze in hoog tempo aan de uitgestalde telefoons te trekken. Ze waren allemaal door een elastische draad verbonden met de plank waarop ze lagen uitgestald, zodat haar abrupte getrek als gevolg had dat de telefoons met een flinke klap weer terugkeerden op de plank. Dit ging niet erg helpen in het maken van een keuze. Dat realiseerde ze zichzelf ook.

Ze keek de verkoper wat hulpeloos aan.

En ze lachte maar weer eens.

Haha, dat was leuk.

De verkoper probeerde de ingestudeerde openingsvraag:

"Waar gebruikt u de telefoon voor?"

Pffffffff.

Ze lachte.

Waar gebruik je een telefoon voor.

Ze draaide zich om naar een volgende plank en staarde besluiteloos naar de overdaad van uitgestalde toestellen.

"Mijn vorige telefoon was wit..."

De verkoper maakte duidelijk dat de meeste modellen ook in het wit verkrijgbaar waren, die lagen alleen niet uitgestald.

Hij pakte een toestel, maar de dame gunde die geen blik waardig. Ze pakte zelf er zelf ook één.

"Wat is dit?"

De verkoper begon zijn praatje. Ze luisterde met gefronste wenkbrauwen en begon te lachen...

"Ik ben een echte Samsung-freak....dat zie je zeker wel...."

Verbaasd keek ik naar de vrouw. Ik kon niets aan haar ontdekken wat haar voorliefde voor dit merk aan ons moest duidelijk maken.

De andere verkoper moest nog steeds dieper in detail met de klant die h-e-e-l  v-e-e-l verstand had van mobiele telefoons en abonnementen. Hij keek er bijzonder ernstig bij. De verkoper toch wat wanhopig. Maar hij hield moedig stand.

Inmiddels waren twee klanten na mij binnengekomen en ook alweer vertrokken. Ik aarzelde. Op één of andere manier was ik gevoelsmatig een grens gepasseerd dat ik de winkel weer kon uitlopen. Je zou het precies zien, op het moment dat ik weer op straat zou staan, zou één van de beide verkopers tijd hebben. Maar dan zou er natuurlijk net opnieuw een klant voor mij zijn binnen gekomen.

Leer mij de wet van Murphy kennen.

De vrouw bedacht zich nog iets:

"Ik hou niet zo van een groot scherm..."

De verkoper had nu twee belangrijke aanwijzingen: een merk en een niet te groot scherm. En wit, die vergeet ik bijna.

Hij wist genoeg en pakte nu kordaat de regie.

De vrouw hield op met telefoons beetpakken, ronddraaien en lachen en zocht de verkoper weer op. Die hield met overtuigende gebaren een pleidooi voor een toestel dat hij in zijn handen had genomen.

De vrouw spartelde niet meer tegen.

Nu moest er nog een heleboel papierwerk worden doorgeploegd.

De andere verkoper liep voor de zoveelste keer naar een ruimte achter de winkel. De klant keek met toegeknepen ogen voldaan de winkel rond. Zijn blik bleef op mij hangen.

Goh, nog een klant.

De vrouw was met haar verkoper weer achter een computerscherm gekropen. Er moesten nog heel veel vragen worden gesteld.

In de tussentijd waren er weer klanten binnen gekomen. Ze keken mij onderzoekend aan. Ik probeerde neutraal te kijken. Dat hielp. Ze besloten dat ze konden wachten.

De vrouw was weer begonnen met lachen.

Dat beschouwde ik deze keer als een goed teken.

En dat klopte.

Ook de verkoper lachte.

En er gebeurde een wonder.

Uit een deur achter in de winkel kwam een derde verkoper de zaak binnen.

Toen kon ik ook lachen.

vrijdag 24 augustus 2012

Rotding



Ik moest even wachten op mijn beurt en hoorde het gesprek onbedoeld aan.

De plaats van handeling: een winkel voor huishoudelijke apparaten.

Zo'n winkel die bij de inwoners van Gouda als "goed" bekend staat. Vriendelijke verkopers, goede service, eigen reparatie-afdeling en, als je een ingewikkeld apparaat koopt, komen zij deze voor je installeren. Hier betaal je ook voor. Het winkelpubliek bestaat dan ook voornamelijk uit oudere mensen.

Daar stond ik.

De man voor me had zijn scootmobiel op de parkeerplaats gezet. Met behulp van een stevige stok was hij de winkel binnen gelopen. Hij was ontevreden. Het was nu voor de derde keer dat hij terug moest met zijn scheerapparaat. Nog geen jaar oud.

Rotding.

De verkoper probeerde te achterhalen wat er precies aan de hand was. Het apparaat viel uit. Niet altijd, maar toch wel met enige regelmaat. De volgende dag deed hij het meestal wel weer. Maar toch.

Het was een raadsel.

"U laadt hem wel voldoende en regelmatig op?"

De man keek de verkoper niet begrijpend aan. Opladen?

De verkoper legde rustig uit. Als je de stekker in het stopcontact doet, laadt de accu van het scheerapparaat op. Als je dat niet regelmatig doet, raakt de accu leeg en dan doet hij het niet meer.

De man schudde verontwaardigd zijn hoofd.

"Dat doe ik nooit...ik doe altijd de stekker in het stopcontact als ik me ga scheren..."

"En als u klaar bent, haalt u de stekker er weer uit", begreep de verkoper.

Natuurlijk.

De oude baas keek de verkoper geamuseerd aan.

De verkoper haalde diep adem. Hij deed opnieuw een poging om de man uit te leggen dat moderne scheerapparaten anders werken: je steekt de stekker alleen nog in het stopcontact om de accu op te laden. Hierna gebruik je het apparaat zonder gebruik te maken van electriciteit.

De oude baas keek de verkoper ingespannen aan. Toen begon hij zijn hoofd te schudden. De verkoper stopte afwachtend met zijn verhaal.

"Luister, er zit gewoon een snoer aan dit scheerapparaat. Als ik de stekker in het stopcontact steek, doet hij het gewoon. Meestal...mijn probleem is dat hij soms uitvalt."

De verkoper kreeg een geweldige inval.

"U bent, meen ik, komen aanrijden op een electromobiel?"

De man knikte, niet begrijpend, bevestigend.

"Die moet u 's avonds opladen door een stekker in het stopcontact te steken, nietwaar?"

Wederom knikte de man.

"Maar, als u 's ochtends wegrijdt, haalt u de stekker uit het stopcontact...en u gebruikt de scootmobiel zonder electriciteitssnoer..."

De man begon te lachen. Stel je voor, een scootmobiel die rijdt door een verlengsnoer, dat zou wat zijn...

De verkoper wachtte geduldig tot het kwartje viel.

Dat viel niet.

De man bleef de verkoper vragend aankijken.

De verkoper gaf het op. Hij keek nog eens met een kennersblik naar het scheerapparaat.

"U wilt dat we het toestel nog een keer nakijken?"

De man was opgelucht, eindelijk werd hij begrepen. Omstandig vertelde hij nog een keer over zijn klacht. En dat hij voor de derde keer dit jaar met dezelfde klacht terug moest naar de winkel.

Rotding.

dinsdag 21 augustus 2012

Red een kaas



Het is vrijwel onmogelijk dat u er niet van heeft gehoord.

Red een kaas.

Hoe?

Jawel, red een kaas...

In het kort: dit voorjaar werd Noord Italië getroffen door enkele rampzalige aardbevingen. Het effect was dramatisch: huizen, werkplaatsen, kerken, wegen, spoorwegen, telefoonlijnen, rioleringen, ze raakten beschadigd of zelfs verwoest. Er vielen slachtoffers...

Kortom, een menselijk drama.

Eén van de getroffen groepen waren de kaasboeren. In de streek wordt de Parmezaanse kaas gemaakt. U weet wel, die smaakvolle, harde kaas. Smaakvol door haar leeftijd, ongeveer 2 jaar, waardoor de zoutkristallen knisperend je smaakpapillen beroeren. Deze kazen worden bewaard in enorme magazijnen. Daar rijpen ze.

En veel van die magazijnen zijn verwoest. De stellingen met kazen waren omgevallen, de kazen eruit gerold. De kazen waren gescheurd, gebroken en lagen op de grond. Ze waren onverkoopbaar geworden. Een drama voor de kaasboeren.

Dan maak je toch gewoon nieuwe kazen?

Zeker, maar dat duurt dan weer twee jaar voordat ze verkoopbaar zijn.

Een somber vooruitzicht, naast alle ellende die de mensen al had getroffen.

Twee Nederlandse ondernemers trokken zich het lot van de boeren aan. Ze begonnen spontaan de actie "Red een kaas". Simpel, je kon via hen voor € 25 anderhalve kilo kaas kopen. Zij haalden die naar Nederland. Zorgden ervoor dat de kaas in drie handzame stukken was verdeeld en bovendien ook nog vacuüm verpakt.

De belangstelling was overweldigend. Ruim 8.000 Nederlanders kochten samen 12.000 kilo kaas.

Voor een spontane actie van twee man, wordt het zo wel een flinke organisatie. Maar ze hebben het gedaan. Ze vonden op de landgoedfair op Heerlijkheid Mariënwaerd in Beesd ruimte om de kazen uit te delen aan de kopers. Deze kopers kregen ook nog eens gratis toegang tot de fair.

Wij waren er.

En het was een feestje. In de zomerzon op een prachtig landgoed stonden overal smaakvolle stands ingericht. Er was eten, er was drinken en er was kaas. Parmezaanse kaas.

Ondanks de enorme drukte, liep niemand elkaar in de weg. De organisatie wist steeds de gang er in te houden.

Na enkele uren vertrokken we weer met drie kilo kaas, een flesje Balsamico en met een opgewekt gemoed.

Er was ook kritiek.

Er waren mensen die niet in staat waren om naar de fair te komen.
Er waren mensen die thuis zijn begonnen om de kaas te wegen en concludeerden dat ze soms wel 3 ons minder hadden gekregen!

Geheel in stijl werd dat dan ook volop gemeld op de verschillende sociale media. En daar ontstond natuurlijk het beroemde "zwaan-kleef-aan-effect".

Maar volgens mij ging het erom dat mensen in het rampgebied konden worden geholpen. Niet om voor een dubbeltje op de eerste rij te kunnen zitten.

Een druppel op de gloeiende plaat?

Zeker.

Maar je zal maar op die gloeiende plaat zitten...

http://redeenkaas.nl/