zondag 12 januari 2014
Oh Carol!
Iemand moet me nog maar eens uitleggen hoe de menselijke geest werkt. Voor mij blijft ze vol van onverwachte kronkelingen en zijpaden.
Vanmorgen werd ik wakker met "Oh Carol" in mijn hoofd.
U kent het vast nog wel: die puberale uitbarsting van jongenslijden. Carol is het vriendinnetje van de zanger, maar ze neemt het allemaal niet zo vreselijk serieus.
Ze pest hem.
Hij klaagt zijn nood want ze maakt hem aan het ... huilen. Jawel. Maar nog veel erger is wanneer ze weg zou gaan, dan zal hij zeker....sterven.
Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.
Ik hoor u nu worstelen. Hoe heette die zanger ook alweer?
Ik help u op weg: hij zong ook "Calender girl"; "Stupid Cupid"; "Next door to an angel"; "Oh Deliliah". De teksten zijn volstrekt, maar dan ook volkomen pretentieloos, de muziek is volledig gladgepolijst. We hebben het hier over eind jaren '50 van de vorige eeuw met een kleine uitloop de jaren '60 in, alhoewel hij toen natuurlijk werd weggeblazen door de Stones en anderen. Het schijnt, maar dat staat mij niet zo bij, dat hij in de jaren '70 nog een soort revival heeft gehad.
Ik ken hem eigenlijk alleen echt van dat mierzoete, huilerige "Oh Carol". Het eerste singeltje dat mijn broer en ik in ons bezit kregen: via een buurmeisje die toch meer voor de Rolling Stones voelde.
Zoeken in de Top 2000 heeft geen enkele zin: sinds 5 jaar is hij met dit nummer uit deze pophemel verstoten.Een veeg teken...
Neil Sedaka...
"Oh Carol, I am but a fool,
Darling, I love you tho' you treat me cruel
You hurt me and you made me cry
But if you leave me, I will surely die..."
Dat laatste viel overigens nog wel mee: hij leeft nog altijd.
zaterdag 11 januari 2014
Even wachten ....
Als je iets doet in een ziekenhuis, is het wachten.
Niet dat ik enige behoefte voel om dit te doen, maar in het ziekenhuis kan je nu eenmaal niet anders. Of je wilt of niet, het gaat om wachten.
Dertien jaar geleden werkte ik zelf nog in het ziekenhuis en daar was het al een belangrijk thema: het wachten. De directie nodigde zelfs een directeur van de bloemenveiling in Aalsmeer uit om ons hierover te kapittelen: bloemen en planten die verkocht moeten worden in Amerika kunnen namelijk niet wachten. De oversteek moet liefst onmiddellijk worden ondernomen anders kun je ze net zo goed direct in de prullenbak gooien.Ik zat in een zaal vol met managers en dokters te luisteren en we begrepen de boodschap: we moesten iets doen aan het wachten.
Dat leverde één of ander adviesbureau weer een jaar lang een mooie omzet op. Zij wisten namelijk hoe het wachten moest worden voorkomen. Ze hadden er ook een naam voor: patiëntenlogistiek. Patiënten zijn hierbij een soort pakketjes en het ziekenhuis is een soort fabriek. In die fabriek moeten allerlei handelingen worden verricht aan de pakketjes en dat heet dan weer een proces. Zo'n proces diende je efficiënt in te richten anders gebeurde nu net wat je vóór alles wilde voorkomen: dan moesten de pakketjes wachten....
Toen was al duidelijk dat deze papieren logica in de praktijk anders werkte. Belangrijkste oorzaak:
het hele proces bleek mensenwerk te zijn.
Dus begonnen neurologen en orthopeden ordinair ruzie te maken over de capaciteit van een nieuwe MRI-scan. De oogarts begreep alle aanbevelingen uit de rapportage van het adviesbureau over de wachttijden op zijn polikliniek, maar met één aspect hadden de opstellers helaas geen rekening gehouden: de paardrijlessen van zijn dochter op dinsdag- en donderdagmiddag.... En zijn er nog wel een paar andere voorbeelden te noemen.
Maar goed.
We zijn inmiddels dus dertien jaar verder.
Ik moest met mijn vrouw naar de SEH van het ziekenhuis. Vrijwel direct na aankomst werd er een röntgenfoto gemaakt en ook bloed afgenomen. Vervolgens werden we naar een kamertje gebracht en daar begon het....
...het wachten.
We wisten niet eens helemaal precies waar we op moesten wachten. We vroegen het aan deze en gene maar helemaal helder werd het niet.
Na enkele uren kwam er een bijzonder aardig meisje, ongeveer de leeftijd van onze oudste dochter, het kamertje binnen en zij introduceerde zich als arts. Ze begon mijn vrouw uitgebreid te bevragen, iets wat een verpleegkundige enige uren eerder overigens ook al had gedaan (en ook de huisarts nog weer een paar uur eerder), maar goed, ieder zijn vak. Vervolgens stond ze weer op en meldde ons dat we nog even moesten wachten.
Dat vonden we verrassend.
Hetzelfde meisje kwam na nog eens een ruim uur opnieuw het kamertje binnen. Ze had gesproken met de arts, dat zal wel een soort opperarts zijn en die had besloten dat mijn vrouw toch maar moest worden opgenomen.
Ik voelde inmiddels nattigheid: "U bedoelt dat ze nu wordt aangemeld voor een plaatsing, maar dat er nog geen bed beschikbaar is?"
Dat klopte. Dus dat werd opnieuw wachten.
Ik besloot om in de tussentijd thuis even spullen voor mijn vrouw te halen en hier ook enige telefoontjes te plegen. Bij terugkeer vroeg ik aan een dame achter de receptie of mijn vrouw al op de verpleegafdeling was. Ze keek op het scherm van haar computer en begon driftig het één en ander in te toetsen.
Dat was ze.
Toch niet.
Ik moest nog éven wachten, meldde mij een, opnieuw, bijzonder aardig meisje die dit keer een verpleegkundige op de genoemde afdeling bleek te zijn.
Dat duurde toch nog ruim een half uur. Toen klonk de bel van de liftdeur en kwam mijn vrouw in een rolstoel de afdeling opgereden. Ze werd direct naar haar bed gebracht. Het was inmiddels vroeg in de avond en we hadden nog niets gegeten. Of mijn vrouw nog iets van een boterham kon krijgen...
Natuurlijk....
of we wel éven wilden wachten...
vrijdag 13 december 2013
Een speciale tentoonstelling in het Boijmans van Beuningen
Afgelopen week waren mijn vrouw en ik in het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Ik zou nu natuurlijk graag zeggen dat we hier waren vanwege de tentoonstelling over Oskar Kokoschka.
Maar dat was niet zo.
Ik had zelfs nog nooit van deze goede man gehoord. Sommige van zijn schilderijen herkende ik, maar de man zelf zei mij niets.
We waren hier vanwege onze dochter.
Zij loopt namelijk stage in dit museum en zij leidde ons rond. Omdat zij verantwoordelijk is voor de opbouw van de tentoonstellingen, was dat het perspectief van waaruit we keken. Opbouw wordt hier letterlijk bedoeld: het in elkaar zetten van de vitrines, het ophangen van de schilderijen, het wegwerken van de electriciteitskabels.
En zo keek ik ook achter de schilderijen en zag de haken waarmee ze zijn opgehangen. De naambordjes bij de schilderijen worden voorgedrukt aangeleverd, ze worden aan de muur bevestigd door tweezijdig kleefband.
De meeste vitrines worden in de werkplaats gemaakt. De werkplaatsen bevinden zich in de kelder van het museum en staan onvoorstelbaar volgestouwd met allerlei spullen die, je weet het maar nooit, wellicht nog wel eens gebruikt kunnen worden. Naast vele literblikken verf, glas- en houtplaten, kilometers verlengsnoer, lampen, en ga zo maar verder. Een paradijselijke omgeving voor knutselaars.
Opeens zagen we in een grote zaal met bewegende objecten, een keurig gelakt kastje tegen de muur aanstaan. Alle elektriciteitsdraden kwamen hier vandaan. Dat kastje, dat prachtige kastje, dat heeft mijn dochter dus gemaakt. En al die elektriciteitsdraden zijn door haar weggewerkt.
Omdat het museum ook moderne kunst laat zien, komen hier nog levende kunstenaars hun tekeningen, schilderijen en andere objecten brengen. Soms bemoeien ze zich intensief met de opbouw van de expositie. De één doet dat scheldend, een ander lieftallig dwingend. Het zijn nogal ego's, maar ja, hún naam komt op het kaartje te staan.
U weet wel, dat kaartje met tweezijdig plakkend kleefband.
Wat mijn dochter dan weer perfect uitgelijnd op de muur plakt.
We passeerden een glazen vitrine vol met oude GSM's. Onze dochter wees ons op de naden van de vitrine: die bogen vervaarlijk door. Je kon al bijna een vinger tussen de naden door naar binnen steken. Dat kwam, zo vertelde ze, doordat de kunstenares op enig moment, zonder dat iemand het wist, nog eens vele tientallen extra telefoons naar binnen had gekieperd. Daar was de vitrine niet op berekend. Inmiddels bestond er een dofhumeurige discussie met dezelfde kunstenares die nog eens een lading telefoons naar binnen wil gooien.
Opeens bleef ze staan. Ze wees op een schilderij:
"dáárachter, dáár zie je de eerste contactdoos met elektriciteitsdraden die ik heb aangesloten."
Ik heb er maar een foto van gemaakt.
Mirte Zwart, tot 6 januari te zien in het Boijmans van Beuningen....
maandag 11 november 2013
Lietuva, ūntros Eimląndo!
Het zal u niet onmiddellijk duidelijk zijn.
Op de foto ziet u een zangeres die een volkslied zingt. Het is het volkslied van Litouwen. Ze wordt begeleid door een plaatselijke hoempapaband. Het is een ingewikkeld lied, maar de band weert zich kranig. De zangeres is onverstoorbaar en sleurt het lied naar het einde.
Op de achtergrond ziet een lange rij stoere mannen staan. Ze zijn nog jong. Twintigers. Velen zijn stevig gebouwd, sommige neigen zelfs naar enige corpulentie.
Toch zijn het topsporters.
De kerels vormen namelijk de Nederlandse selectie van het nationale rugbyteam.
Maar waarom zingt die vrouw dan het volkslied van Litouwen?
Aha...
Wat u niet op de foto ziet, is het team dat naast de Nederlanders staat: dat is het Litouwse, nationale team. Sommigen wisten zowaar het ingewikkelde lied mee te zingen. Maar dat ziet u niet.
Wat u ook niet op de foto ziet is de spanning. Die droop er namelijk van af, zo vlak voor de wedstrijd. Zowel het Nederlandse, als het Litouwse team moest winnen om door te kunnen naar een volgende ronde. Vlak voordat de wedstrijd begon, had het nog flink geregend. Nu is het droog, op soms een paar spatjes na. Er staat een stevige wind en die koelt de lijven flink af. Voor rugbyers maakt dat niks uit: het is nu eenmaal geen sport voor watjes.
U ziet overigens, achter het Nederlandse team, een tribune. Die zit stampvol. Met allemaal mensen uit Litouwen. De sfeer zit er goed in: ze zingen, ze stampen, ze roepen. Alleen tijdens het volkslied is het stil. Achter de fotograaf is nog een tribune. Die zit weer vol met Nederlanders. Ook hier wordt geroepen en gejuicht. Tijdens het "Wilhelmus" wordt door velen meegezongen.
Tenslotte staan rond het veld overal mensen. Het is druk en je moet echt zoeken naar een plekje.
Uw verbazing groeit. Wanneer was dit dan?
Afgelopen zaterdag, om 15.00 uur in Castricum.
U heeft er niets over gehoord? U heeft er niets over gelezen? Dat viel ook mij weer op, toen ik vanmorgen de Volkskrant opensloeg. Pagina na pagina na pagina na pagina artikelen over middelmatige voetbalwedstrijden en de altijd maar voortgaande relletjes en toestanden. Een enkel artikel over schaatsen en zelfs één over korfballen, onze nationale sport. Maar niets over de interland van het Nederlandse rugbyteam.
Ik ben geen sportverslaggever, maar kan u dit wel melden:
Het was geweldig. De twee teams hielden elkaar op een mooie manier in evenwicht. Tot het laatste moment was het onzeker of Nederland haar kleine voorsprong vast kon houden.
Het is ze gelukt.
Volgend weekeinde vliegen de heren naar Zwitserland voor een volgende wedstrijd.
Het zal de Volkskrant wel weer ontgaan, dus ik meld het u vast even.
woensdag 23 oktober 2013
Hoezo eigen wil?
Sinds enkele weken ben ik me pijnlijk bewust van het feit dat ik tien vingers heb, verdeeld over twee handen.
"Ik hoor u denken: je bent de vijftig gepasseerd en dit dringt nu pas tot je door?"
Ik adviseer u: "leer accordeon spelen en u begrijpt wat ik bedoel"
Tot drie weken geleden was mijn leven redelijk ongecompliceerd en voldeed mijn lichaam volkomen aan de eisen die mijn leven aan een lichaam stelt. Ik ben geen sporter; ik ben geen timmerman; ik ben geen bergbeklimmer of duiker, mijn lijf leidde dus een redelijk gemakkelijk bestaan. De eisen waren niet hoog en die dingen die ik lichamelijk op moet brengen hebben weinig om het lijf.
Totdat ik op een onbewaakt ogenblik besloot om maar eens serieus werk te maken van een oud voornemen om accordeon te leren spelen.
De eerste lessen verliepen simpel. Een oefening voor de linkerhand, de baspartij: even zoeken waar de goede knop zit, maar daar ging ik dan. Stoer speelde ik het ene hoempa-pa-pa deuntje na het andere: van een C- naar een G- naar een F-accoord. Een oefening voor de rechterhand, de melodiepartij. Hier was het even puzzelen om de juiste vinger voor de voor die vinger bedoelde toets te gebruiken, maar ook dat was een kwestie van een uurtje uitproberen. Het spelen van melodietjes? Ik heb een redelijk muzikaal geheugen, dus ik wist al snel het ene liedje na het andere met mijn rechterhand te spelen.
So far so good.
Maar toen...
Het tegelijkertijd spelen met de linker- én de rechterhand....
Het ging direct al mis. Mijn linkerhand, u weet wel, die baspartij, hoefde alleen maar langdurig een C-accoord aan te houden. Mijn rechterhand speelde, langzaam, één enkele toon maar dan vier keer achter elkaar. Mijn linkerhand kon het onmogelijk eens worden met de rechterhand: als die de toetsen losliet, onderbrak ook de linkerhand onmiddellijk de toon.
Opnieuw.
Ik plante de linkerhand nu stevig op de basaccoord-knop (het gaat om één vinger!) en begon weer langzaam met de rechterhand de tonen te spelen. En weer volgde mijn linkerhand volstrekt slaafs de beweging van de rechterhand.
Opnieuw.
Nu moest mijn linkerhand hetzelfde C-accoord spelen, maar dan 4 korte tonen (jawel, een mars maar in mijn tempo een dodenmars); de rechterhand speelde nu de lange tonen. En verdomd, nu volgde de rechterhand weer willoos de linkerhand.
Opnieuw.
Nog langzamer.
Het enige effect was dat de vingers langzamer, maar volstrekt synchroon zich losmaakten van de toetsen. Links en rechts.
Ooit las ik dat boek van Dick Swaab: "wij zijn ons brein"
Het zal allemaal best, maar mijn vingers doen in ieder geval niet mee.
dinsdag 22 oktober 2013
makkers, staakt uw wild geraas...
Het aardige aan de situatie is dat Matthijs van Nieuwkerk enige weken geleden op enig moment in zijn dagelijkse DWDD-show, wat verbaasd constateert dat de discussie over het Sinterklaasfeest wel steeds omvangrijker wordt. Even los van het feit dat dit mij tot op dat ogenblik niet was opgevallen (wat niets hoeft te zeggen), maar één ding is zeker: de discussie explodeert nu tot iets waar werkelijk iedereen zich tegen aan zal gaan bemoeien. Ingezonden brieven in de kranten, discussies in tv-programma’s, soms lachwekkende maar veel vaker beschamende en gefrustreerde reacties op de sociale media. We buitelen over elkaar heen. Ondertussen versterkt iedereen elkaar door steeds opnieuw te constateren dat het dit jaar wel erg heftig is allemaal. En daarmee krijgt het draaiende wiel opnieuw een flinke douw.
Makkers, staakt uw wilde geraas, zou ik willen zeggen.
Maar dat ligt gevoelig.
Ik heb vele aanvliegroutes in de discussie terug gezien. Het effect was steeds minimaal. De deelnemers aan dit spektakel hebben hun loopgraven gegraven en liggen klaar om te vuren op iedere beweging die als aanval op hun stelling geïnterpreteerd kan worden. Aan beide kanten. Een eerlijk gezegd: álles lijkt als mogelijke aanval te worden beschouwd en er wordt direct met scherp geschoten.
Het is waar. Het Sinterklaasfeest komt voort uit een eeuwenoude traditie. Het is óók waar dat Zwarte Piet pas in 1850 als knecht van de Sint werd toegevoegd aan zijn gevolg. Aanvankelijk was dit één Piet, maar sinds de Canadezen tijdens het uitbundig gevierde Sinterklaasfeest van 1945, een enorme massa Zwarte Pieten lieten deelnemen aan de intocht, is ook hier het hek van de dam. Een traditie ontwikkelt zich en inhoudelijk ontstaan er veranderingen: ook Sinterklaas is in de loop der eeuwen verandert van een boeman die stoute kinderen straft, in een lieve, soms wat seniele opa die cadeautjes uitdeelt. Zwarte Piet ontwikkelde zich van knecht naar degene die de verstrooide Sinterklaas de goede kant ophelpt.
Afgelopen week zag ik een filmpje voorbijkomen waarin Gerda Havertong, ze speelde hier mee in Sesamstraat, als Surinaamse aan Pino uitlegt dat ze het eigenlijk wel zat was om ieder jaar rond Sinterklaas steeds maar weer te moeten horen dat ze “Zwarte Piet” zou zijn. Dat was in 1989.
En hiermee had ze een punt. Ze maakte er ook een punt van, maar blokkeerde niet de viering van Sinterklaas. Sterker, Pino mocht bij haar thuis zijn schoen zetten. Pino bood overigens aan haar zijn excuses aan: hij had zich nooit gerealiseerd dat Gerda zich zo rot voelde onder zijn grapjes over Zwarte Piet. Pino zou voortaan anders naar Zwarte Piet kijken en ook anders naar zijn Surinaamse vrienden.
Hoe een kinderprogramma ons kan helpen.
Alhoewel…
Oorlog is een zaak voor volwassenen.
zondag 13 oktober 2013
Onze vader....
Afgelopen dagen liepen mijn vrouw en ik door het boerenland tussen Willemstad en Bergen op Zoom.
Soms liepen we over hoge dijken die uitkeken over de omgeploegde kleigronden en aardappel- en suikerbietvelden, soms liepen we over eindeloze grasvlaktes, soms door bossen van beuken en eikenbomen.
De zon was de meeste dagen voor een groot deel van de dag in nevelen gehuld.
Om ons heen was er grote bedrijvigheid: de boeren reden als gekken van en naar de boerderijen met achter hun tracktoren enorme aanhangwagens. Hiermee haalden ze de aardappelen en de suikerbieten van het land. Dat moest vlug gebeuren: de weersvoorspellingen gaven aan dat er regen, heel veel regen aan zat te komen.
Wandelaars weten het: de wandeling is een gevecht met jezelf. Niet je spieren, maar je geest kan verzuren.
De wegen waren vaak kaarsrecht. Ze eindigden in de mist. Links van je, in de verte een boerderij, rechts alleen een eindeloze uitgestrektheid van een omgeploegd land: de voren bogen in rechte lijnen naar de horizon samen. Die ene boerderij die leek maar niet van zijn plaats te komen.
Het was niet koud.
Toch lag de mistroostigheid op de loer. Zacht klopte ze aan en probeerde zich te nestelen in mijn geest.
Ik heb inmiddels een probaat middel gevonden om me te verzetten tegen gedachten die mijn volhouden kunnen aantasten: de I-pod. Hierop staan interviews die Martin Simek gedurende vele nachten hield met landgenoten, bekend en, vaak voor mij, onbekend.
Simek is niet de beste interviewer die ik ken. Vaak ontsporen zijn gesprekken omdat hij een stokpaardje berijdt of emotioneel wordt. En toch, en toch.... altijd boeit hij mij. Het zijn zulke menselijke gesprekken.
En de interviews duren precies een uur. Dat is mooi, want dan weet ik dat ik alweer 4 kilometer verder op ben geraakt.
Ook tijdens deze wandeling duwde ik dus de speakers van de Ipod in mijn oor. Daar klonk de stem van Martin Simek al en deze keer bleek zijn gast Jozef van den Berg te zijn.
U weet natuurlijk allemaal wie deze man is. Ik had nog nooit van hem gehoord.
Jozef is een kluizenaar. Hij woont in een miniscuul hutje ergens onder een perenboom in Neerijnen, vlakbij Zaltbommel. Hiervoor leefde hij enkele jaren in het fietsenhok van de gemeente, maar ambtenaren houden niet van uitzonderingen op de regel, zeker niet als die zich in hun eigen fietsenhok bevindt en dus moest Jozef, ondanks protesten van de burgers van Neerijnen (maar ja, daar kun je als ambtenaar natuurlijk geen rekening mee houden, die burgers), vertrekken. Eén van die burgers had een groot hart en een grote achtertuin. Met een perenboom en daaronder bouwde Jozef dus zijn hutje.
Jozef is niet altijd kluizenaar geweest. Ooit was hij een gevierd poppen- en toneelspeler. Ook schreef hij theaterstukken. Hij trok volle theaterzalen. Tot in België wist hij de mensen te boeien.
Maar toen werd zijn broer ziek. Doodziek. Zijn broer was arts maar noch hijzelf, noch zijn collega's konden hem genezen. Alhoewel al jaren geen kerkganger meer, begon Jozef opeens weer te bidden. Om zijn broer die hij liefhad. Het was zijn broer die hem troostte en hem ertoe bewoog om een theaterstuk te schrijven waarin hij op zoek ging naar God. Hij noemde het stuk "Genoeg gewacht", als reactie op het "Waiting for Godot" en de hierin vertoonde en beklemmende leegte van het bestaan.
Tijdens het spelen van dit stuk drong het besef tot Jozef door dat er iets vreemds aan de hand was: hoe kon je op zoek naar God als je hem niet eens kende? Waar zoek je dan naar? De zoektocht verinnerlijkte zich en resulteerde, zoals Jozef het omschreef, in een ontmoeting met God. Geen taal, geen beeld, een soort innerlijk steeds heftiger wordende kracht die de acteur in zijn stuk uit het spel haalde en midden in het gewone leven neerzette.
Hij deed wat hij moest doen. Hij stapte van het podium af en verexcuseerde zich naar het stomverbaasde publiek. Hij kon niet meer. Het was over. Het toneelstuk was werkelijkheid geworden.
Hij sleepte een oude kist naar een fietsenstalling in Neerijnen en trok zich terug uit de wereld. Hij getuigt niet dwingend of opdringerig. Hij is daar en leeft uitsluitend van dat wat de mensen hem brengen. Uit liefde voor God.
Inmiddels was ik weer 4 kilometer verder. In mij geen verzuring maar verstilling. Over zoveel moed.
Terwijl ik dit schrijf, komt de regen met bakken omlaag.
Ergens, aan de waal leeft een man in een schamel hutje. Zijn naam is Jozef van den Berg. Laten we voor hem bidden.
Uit liefde.
en respect....
Abonneren op:
Posts (Atom)



