woensdag 18 januari 2012

Een mijlpaal op facebook



Afgelopen maandag was voor mijn zoon een spannende dag. We hadden regelmatig via sms of whatsapp contact met elkaar. Die avond kon hij, maar wij, zijn ouders, zeker ook, opgelucht adem halen.

Tot mijn verrassing publiceerde hij niets op facebook.

Alles wordt door hem op facebook gezet.

Liefst met 6 uitroeptekens. Hoe onbenullig ook. En over reacties heeft hij niets te klagen. Die buitelen over elkaar heen.

Dit in tegenstelling tot berichtjes die door mij worden geplaatst. Dat is als roepen in een eindeloze ruimte en uiteindelijk, vaag, ergens, je eigen stem als echo terughoren.

Stiekem je eigen berichtje "leuk" vinden. Toch tenminste nog één.

Beetje lullig.

Maar goed, daar gaat het nu niet over.

Deze mijlpaal werd dus niet met de wereld gedeeld.

Ik aarzelde of  ik dan iets zou schrijven. Of dat ik hem via sms een herinnering zou sturen. Ik wilde het voor mezelf eigenlijk niet toegeven, maar het hield me bezig. Steeds weer keek ik even of hij het bericht al had gepubliceerd. Maar nee, niks. Het bleef stil.

Het het was nogal een mijlpaal. Na jaren van zoeken en ploeteren was het dan eindelijk gelukt. Als hij in Nieuw Zeeland een hamburger eet met het formaat van een boeing 747, dan moet de hele wereld het weten; een eigen naamplaatje op zijn brievenbus en jawel; een biertje met vrienden....alles mogen we weten en zien.

Maar dit grote nieuws, dit blijft onder de pet.

Het meest stoorde het mij nog dat het mij zo stoorde. Het was toch zijn bericht? Het ging toch over hem en niet over mij? En wat is facebook nu helemaal. Een jaar geleden had ik er zelfs nog nooit van gehoord. En mijn kinderen leefden zich toen al volledig uit op dit medium.

Natuurlijk, ik ben een trotse vader. De hele wereld mag weten hoe geweldig mijn kinderen zijn. Dat gevoel kent iedere vader. Belangrijk verschil met vroeger is dat je nu zoveel mogelijkheden hebt dat gevoel ook daadwerkelijk wereldkundig te maken. Maar de reactie zal dezelfde zijn als wanneer ik het nieuws op mijn werk vertel bij het koffiezetapparaat: trotse vader. En de meesten zal het onverschillig zijn. Of je ziet ze denken: "Heb je hem weer met zijn zoon...."

En nu denken alle lezers zo langzamerhand: maar wat is dan die mijlpaal??

Ik zou zeggen, vraag het mijn zoon.

Want het is wel geweldig dat het hem is gelukt.

zaterdag 14 januari 2012

Lot



Joop is altijd bezig. Meestal doet hij iets in de tuin. Zijn eigen tuin of in die van één van zijn buren. Bladeren vegen, onkruid weghalen, takjes wegknippen of domweg de straat een beetje aanvegen.Hij groet je vriendelijk en, als hij daar zin in heeft, maakt hij een praatje.

Niet met iedereen, hij moet je eerst een beetje kennen. Dat duurt een klein jaar en dan vertrouwt hij je voldoende.

Naast Joop woont Maria. Een lieve, maar ook onzekere, oudere vrouw. Haar man is nog geen jaar geleden volkomen onverwacht overleden. Sindsdien loopt Joop haar een beetje na. Je ziet hem meerdere keren per dag het huis van Maria inlopen. Maria schuifelt ook weer regelmatig bij Joop naar binnen.

Joop woont samen met Ruud. Ruud zie je niet zoveel. Hij is introverter. Vriendelijk, maar meer in zijn eigen wereld als je hem tegenkomt.

Regelmatig stopt er een taxi bij Joop en Ruud voor de deur. Met grote rolkoffers vertrekken ze dan naar een verre bestemming. Enkele weken later komen ze beiden bruinverbrand weer terug.

Toen wij nog maar net in ons huis woonden, hadden Ruud en Joop nog een auto. Die werd maar zelden gebruikt. Joop reed, maar dat deed hij met een ware doodsverwachting. Hij vond het duidelijk maar niks. De auto verdween dus al snel uit beeld.

Sindsdien staat de oprit naar de garage vol met grote bloempotten.

Die Joop keurig onderhoudt.

Sinds kort is er iets veranderd.

Ruud gaat dood.

Dat werd enkele weken geleden opeens duidelijk. Ruud was al wat langer ziek, maar het ging opeens snel bergafwaarts.

Er stopt nu meerdere keren per dag een autootje van de wijkverpleging.

Er werd pas geleden een ziekenhuisbed het huis ingereden.

Joop werkt minder in de tuin.

Ze zijn samen nog een keer op vakantie geweest. Ze kwamen beiden weer bruinverbrand terug. Maar ze kwamen wel eerder naar huis. Het ging niet meer.

Hoe lang ze al samen zijn. Ik weet het niet. Het gaat mij ook niet aan. Maar er gaat iets verbroken worden, dat is onafwendbaar.

Iedereen ziet hier tegenop.

vrijdag 13 januari 2012

Burgers, opgelet! De Téléphone rinkelt....



Ik maakte deel uit van een groep vrienden die de wereld zou veranderen. We waren zo'n beetje 16, 17 jaar oud. Hoe we zo op het idee kwamen, het is mij volkomen ontschoten, maar in vrij rap tempo werden we anarchist of communist, dichter en liefhebber van de tachtigers: Kloos, Verweij, Perk.

En we schreven gedichten.

Heel veel gedichten.

En we schreven onder mooie pseudoniemen: kassandrus, raro, pjotr, behalve Selma, die schreef gewoon onder haar eigen naam.

En we hadden een eigen tijdschrift: de Téléphone.

We waren er druk mee. Op warme zolderkamers en in Goudse kroegen bediscussieerden we de wereld en onze poëzie. We reisden af naar steden in heel het land om boekhandels te vermurwen ons tijdschrift te verkopen. Overigens, nooit een probleem. We organiseerden in Gouda een cultureel festival, compleet met een tentoonstelling voor beeldende kunst, een dichtersfestival en als afsluiting een popconcert.

Dat popconcert was een onaangename gebeurtenis die ons, zwevend vriendengroepje, weer met onze voeten stevig in de Goudse klei plaatste. Het concert was nog niet begonnen of de plaatselijke motorbende reed het terrein op. Een indrukwekkende hoeveelheid spieren en tatoeages verzamelde zich voor onze kippeborsten. Voor een krat bier zouden ze het concert vrijwaren van ongeregeldheden. Het cynisme ging aan ons geschrokken gemoed voorbij en snel haalden we de gevraagde krat. Dat bleek verkeerd begrepen: dat krat moest vanaf dat ogenblik voortdurend worden aangevuld. De opkomst viel tegen en de beoogde hoofdact bleek een groep oudere heren die hun roem al lang geleden hadden vergaard. Dat moment hadden ze blijkbaar gemist en ze gedroegen zich ronduit belachelijk.

Inmiddels zijn we allemaal getrouwd, de meesten hebben kinderen die soms op hun beurt weer de wereld bestormen, we hebben onze banen en de onvermijdelijke hypotheken.

Allemaal?

Nee, niet Jan Gerben.

Die rijdt alweer ruim twee jaar op zijn geliefde Harley uit 1943 door Amerika.

donderdag 12 januari 2012

Geen Zwarten in Vrijhoeven-Capelle



Hendrik Zwart is nog maar 51 jaar oud als hij sterft. Zijn hele leven heeft hij in Vrijhoeven-Capelle gewoond en daar is hij ook gestorven. Ik heb geen idee wat zijn beroep was.

Van één van zijn zonen weet ik het wel: tapper. Die heeft dus een kroeg gerund, ook weer in Vrijhoeven-Capelle. Hij had overigens een mooie naam voor een kroegbaas: Heiliger.

O ja, het is 1879, 14 februari.

Vanmorgen stond ik in de Heistraat in Vrijhoeven-Capelle. Ik stond voor een oude, gereformeerde kerk. Die was van 1884. Hendrik heeft hem nooit gezien. Dat was overigens een hoop gedoe daar in die tijd met de kerken. Capelle was een gereformeerde enclave in het katholieke Brabant. De mensen uit dit dorp werden dan ook in de wijde omgeving met de nek aangekeken, beschimpt en gewantrouwd. Dat zal Hendrik Zwart ook wel hebben meegemaakt. Niet dat de kerkgangers met een gereformeerde achtergrond hierdoor intensiever met elkaar samenwerkten en elkaar hielpen. Zeker niet, ook hier werden voor de verschillende hervormde geloofsrichtingen verschillende kerken gebouwd die elkaar onderling ook weer diep wantrouwden.

Of Hendrik Zwart zich hier erg druk om heeft gemaakt, dat weet ik niet. Als hij, als één van mijn voorouders, ook maar een klein beetje dezelfde genen heeft als ik, mijn broer en mijn vader, waarschijnlijk niet.

Het dorp is feitelijk één lange weg. Tegenwoordig zijn er een paar zijstraten naar nieuwbouwwijkjes, maar in 1879 waren die er niet.

Dat kan ik zien op een oude kaart die ik ergens op internet vond.

Dat betekende dus lopen. Heel veel lopen. Steeds weer opnieuw over die verrekte, kaarsrechte Heistraat.  Een groot deel van je dag ging verloren door het steeds maar weer moeten aflopen van die weg. Op klompen, zo schat ik in, want, alhoewel de voornaamste industrie van het dorp de schoenindustrie was, waren schoenen voor mensen als Hendrik vrijwel zeker veel te duur.

Het dorp kende drie schoenfabrieken. De kans is dus groot dat Hendrik in één van deze fabrieken werkte.

Ik heb twee kinderen van Hendrik kunnen achterhalen: Joost, hij was inderdaad schoenlapper en Heiliger, de kroegbaas. Zeer waarschijnlijk waren er meer kinderen en veel van die kinderen stierven een vroege dood.

Heiliger, de kroegbaas, werkte later bij het spoor. Als spoorwegman kwam hij in Arnhem terecht. Daar is hij gestorven: 41 was hij toen. Zijn zoon, ook een spoorwegman, trok verder naar Amsterdam. En daarmee was de familie Zwart definitief uit Vrijhoeven-Capelle vertrokken.

Ik liep nog even over het kerkhof. Natuurlijk, ook weer aan de Heistraat. Het keek uit over eindeloze en kale akkers. Ik bekeek de verschillende stenen, maar Hendrik of Joost of Antonie of Marinus of Maria of Anna Zwart....ik kwam ze niet meer tegen.

woensdag 11 januari 2012

Achteraf de schaamte en het ongemak.



"Grote zorginstellingen merken nu: de zorg is echt een markt geworden"

Aldus één van de koppen in de Volkskrant vanmorgen. Uiteraard wordt de kop ingegeven door het faillisement van de Zonnehuisgroep en haar overname door Loek Winter en de jeugdzorgorganisatie LSG-Rentray. De overname gaat enkele honderden medewerkers hun baan kosten. De onderliggende gedachte van het artikel is dat de overheid niet langer bereid is om het "omvallen" van grote zorginstellingen te voorkomen door het geven van noodsteun. Als de consequentie van een falend bestuur is dat een faillissement onafwendbaar is, dan is dat maar zo. Met alle gevolgen van dien.

Ik moet het nog zien.

Natuurlijk, de bewindslieden in het kabinet brommen en schuren als het om noodlijdende zorginstellingen gaat, maar dat is toch vooral een kwestie van windowdressing. Ivo Opstelten is de ministers hierin voorgegaan: recht in de camera kijken, en met een beheerste, doch door woede getekende stem, zwaar bassend een paar flinke, vooral flinke, one liners de wereld in helpen:"Het is onverantwoord en we zullen dit nooit pikken."

Zoiets.

En ondertussen gewoon je ding doen.

Want welke minister durft het aan om de zorg van honderden, veelal hoogbejaarde en afhankelijke ouderen van de ene op de andere dag te stoppen?

Probeer dat voor de camera maar eens te redden met een flinke one liner. Lukt je nooit.

Dus dat gaat de gemeenschap geld kosten. Vaak veel geld.

Iedereen begrijpt natuurlijk dat de oplossing nooit gevonden kan worden in een dergelijke situatie. Als een (grote) zorginstelling financieel zo in de problemen is gekomen dat een faillissement of steunhulp onafwendbaar is geworden, is hier een langdurig proces aan vooraf gegaan.

Met bestuurders, toezichthouders, zorginkopers, financiers.

Vaak heeft de inspectie ook al even meegekeken.

En steeds opnieuw blijkt dat het in een dergelijk proces ongelofelijk moeilijk is om ergens het tij te keren: Mea Vita, Philadelphia, Amsterdam Thuiszorg, Zonnehuisgroep, IJsselmeer ziekenhuizen.

Na afloop blijft de schaamte en het ongemak. Bestuurder wijst naar toezichthouder wijst naar zorgkantoor wijst naar overheid wijst naar bestuurder. Soms duikt een ondernemingsraad nog in een procedure om voormalig bestuurders aansprakelijk te stellen. Een toezichthouder blijkt een bekende uit de landelijke politiek en moet accepteren dat hij nog jarenlang zijn falen voor de voeten geworpen krijgt.

Voorlopig zie ik de impasse nog niet doorbroken.

De markt zal het antwoord niet zijn.

woensdag 28 december 2011

Een leider sterft



Terwijl we in ons deel van de wereld wat in elkaar zakken en ons overgeven aan de grijze, koude, zielloze dagen tussen kerst en nieuwjaar, wordt de andere zijde van de aardkloot geconfronteerd met gebeurtenissen die een voortdurend ingrijpen van hogere machten doet vermoeden.

Het sneeuwt in PyongYang.

Nu sneeuwt het rond deze tijd van het jaar wel vaker, ook daar, maar de grote leider is óók dood. Dat sneeuwen kan dus geen toeval meer zijn. Communistisch regime of niet, hier moeten wel hogere machten aan het werk zijn. Verder is al het bijgeloof natuurlijk verboden.

Niemand kan beweren dat ze in Noord Korea consequent willen zijn. Het enige thema dat er werkelijk toe doet is macht. Dat geldt voor alle dictators: Birma, Syrië. En van die militairen in Egypte moet ik nog zien hoe ze de macht met het volk gaan delen. Voorlopig heeft de macht daar geen gezicht en dat is eigenlijk nog veel enger: je hebt geen idee wie nou precies welk touwtje in handen heeft.

Ik heb mijn hele leven doorgebracht in het vrije westen. Natuurlijk, ook deze vrijheid is relatief en, natuurlijk, de vrije wil bestaat niet en...maar ik heb toch nog altijd sterk het idee dat dit soort overpeinzingen erg te maken hebben met de vrijheid in ons deel van de wereld.

Gefascineerd kijk ik naar de beelden van de begrafenis van de grote leider. Zijn zoon, hij wordt nu de grote opvolger genoemd, loopt schijnbaar onbewogen naast de auto waarop de lijkkist is gezet. De onbewogen beweger, zo noemden de Grieken ooit de goddelijke macht die het leven in werking zette. Vindt hij vast mooi, want ze hebben daar wel iets met mythologie, goden en helden. De menigte aan de kant van de route leeft zich helemaal uit in haar verdriet. In wanhoop stampen en krijsen ze. Ze kijken overigens allemaal ook in de camera en nergens zie ik tranen. Zou ik, als grote opvolger, toch niet prettig vinden.

Maar goed, iedereen belazert elkaar, ze weten het en hebben blijkbaar met elkaar afgesproken dat het zo hoort.

Aan de andere kant...

Afgelopen week ging er nog een leider dood: Vaclav Havel.

Ooit verzette hij zich tegen een totalitair en repressief regime in zijn land. Het grootste deel van zijn leven bracht hij door in de gevangenis. Diezelfde regimes in het oosten van Europa verzorgden regelmatig massale parades waarin het volk, jeugdgroepen, het leger, kilometerslange rijen met arbeiders hun kelen schor schreeuwden om de wereld duidelijk te maken hoe gelukkig ze waren.

Havel was bij die massale bijeenkomsten nergens te zien.

Maar hij was er.

Ergens.... 








 

dinsdag 27 december 2011

Niks natuurbeheer: een irrigatiedeskundige irrigeert....

nu tref je in het bos opeens een betonnen rand aan: het restant van een perron


Het was kerst. Onze kinderen lagen met 25 graden Celsius aan een strand in Nieuw Zeeland; wij keken elkaar aan. Wat doe je met kerst? We besloten tot een wandeling. We hadden nog een wandeling liggen over een aantal landgoederen in de omgeving van Zeist. Dat leek ons wel wat.

Landgoed Bornia en landgoed Heidestein zijn zonder twijfel lichtende voorbeelden voor onze staatssecretaris als het gaat om natuurbeheer. Heidestein werd rond de eeuwwisseling 1900/2000 eigendom van de heer Wetstein Pfister, een ingenieur uit Oostenrijk. Hij was irrigatiedeskundige.

En wat doet een irrigatiedeskundige?

Die begint met irrigeren.

Het zanderige stukje grond wat hij bij Zeist had gekocht, de Utrechtse heuvelrug bestond toen nog voornamelijk uit woeste gronden met zandverstuivingen en eindeloze heidevelden, begon hij voortvarend van water te voorzien. Hij plantte bossen, naaldbomen want die groeien ook op zanderige grond en later kwamen hier nog loofbossen bij. Stukje bij beetje werd het oorspronkelijke landschap weggedrukt door de fantasievolle geest van deze heer Wetstein Pfister. Geen actiegroepen die protesteerden of lastige buren die bodemprocedures begonnen, de vele zeldzame zandhagedissen en alle wilde geiten en heideschapen stierven een eenzame dood. Geen haan die hier naar kraaide. Staatsbosbeheer, natuurmonumenten, stichting Das en Boom, het waren fenomenen van een nabije toekomst maar vooralsnog zwaaide je de scepter als je geld genoeg had of een familiaire afkomst die je naam een gouden randje gaf.

Wetstein Pfister bakte ze nog bruiner. Hij legde een spoorlijn aan over zijn landgoed. Een smalspoor weliswaar, maar toch. Het kleine stoomtreintje tufte zijn dochters naar de verschillende perronnetjes op het land zodat ze hun mooie laarsjes niet vuil hoefden te maken in de modder.  Die spoorlijn is al lang weer verdwenen. Nu tref je midden in het bos opeens een betonnen rand aan of zie je over een heuveltop een rij eenzame pijlers staan.

Restanten van een fantasie van een rijke ingenieur uit Oostenrijk. Ook hij en zijn familie zijn alweer lange tijd uit zicht. Het landhuis brandde in 1939 tot de grond toe af.

We hebben heerlijk gewandeld. Door de bossen en de kleine stukjes heide die zijn overgebleven. Staatsbosbeheer is inmiddels de baas van het landgoed.

Dat moeten we weten: hele stukken bos zijn alweer weggezaagd, zodat er opnieuw zandverstuivingen kunnen ontstaat.

Want zo is het altijd geweest,

Mijnheer Wetstein Pfister....